7. Babybesprenkeling én volwassendoop?

<<<<<

Wat de doop in water betreft, hebben Rome en de Pinksterbeweging ook een compromis gesloten: men vindt het prima als een baby besprenkeld wordt. Zo staat men de babybesprenkeling én de volwassendoop toe in veel pinkstergemeenten. Zodra iemand besprenkeld of gedoopt is, is de doop in met Gods Geest direct een feit.

De Bijbel spreekt heel anders: De doop met Gods Geest is geen beeld, maar een realiteit in de geestelijke wereld. Hij betreft rechtstreeks de innerlijke mens die met Gods Geest wordt vervuld. Daarom werden op de Pinksterdag de leerlingen bij hun doop in Gods Geest tegelijkertijd met Gods Geest vervuld (vergelijk Hand.1:5 en 2:4). Een vergelijking tussen het doopwater en Gods Geest is dus niet mogelijk: het eerste is een beeld en het tweede is een realiteit van heel iets anders. Zo neemt de plant die de uitgestorte late regen ontvangt, dit vocht in zich op. Bij het opnieuw geboren worden gaat het echter niet om het ontvangen van Gods Geest: ’maar om een vernieuwing van denken door het eeuwige en blijvende woord van God’ (Jac.1:18 en 1 Petr.1:23). Baby’s kunnen niet lezen en nog niet zelf nadenken. Ook niet in Bijbelbelten en Rome!

Wat de gevolgen zijn van het compromis tussen Rome en de Pinksterbeweging, komt duidelijk naar voren in een artikel van een lid van de Pinksterbeweging:

  • ‘Onze vereniging met Christus is niet alleen geestelijk. Zij is in letterlijke zin een fysische (lichamelijke), die door de eucharistie (avondmaal) mogelijk is. Vandaar de praktijk van de eerste kerk om de nieuwe christenen onmiddellijk na hun doop en zalving met chrisma hun eerste communie te laten doen. De gelovige is een deel van het lichaam van Christus in de exacte betekenis van het woord. De belofte van de Vader ons een nieuw lichaam te geven dat overeenkomt met het opstandingslichaam van Christus zelf, kan slechts geclaimd worden in zover wij één zijn met zijn lichaam hier en nu. Deze vereniging komt niet door geloof in een onzichtbare Christus. Zij wordt gerealiseerd in een actueel, zichtbaar, voelbaar deelgenootschap met de menselijke natuur van Christus. Wij worden wat wij eten. Wij worden gelijkvormig aan Christus en vervuld met de Geest, wanneer wij ons voeden met het levensbrood, dus met het lichaam van Christus in de eucharistie.’

Een ‘charismatisch Grieks orthodoxe pinksterman’ wordt dus vervuld met Gods Geest door het gebruik van het gewijde brood, een hostie. Wanneer de paus bij de sluiting van het concilie het geconsacreerde en getransformeerde brood opheft, om dit door de menigte te laten aanbidden, is er een volle aflaat aan verbonden, wanneer men tegen dit brood zegt: ‘Mijn Heer en mijn God’. Wat dat betreft heeft de verschrikkelijk Heidelberger het deze keer bij het rechte eind als hij deze ‘broodgod’ ‘een vervloekte afgoderij’ noemt. Terecht merkte een voorganger van de Volle Evangelie Gemeenten in die tijd op:

  • ‘Er wordt nog een andere poging ondernomen en die is van onderop gekomen. Dat is de charismatische beweging. Daarbij proberen rooms-katholieken en protestanten, inclusief de Pinksterbeweging, tot een eenheid te komen uitsluitend door Gods Geest, los van het Woord van God. Men laat eenvoudig de diepe verschillen rusten en voelt zich één in Gods Geest en in zijn verschillende gaven.’

Wij kunnen hieraan toevoegen dat Jezus zei dat Gods Geest het uit het Zijne zou nemen en ons doorgeven.

  • Gods Geest kan het nooit nemen uit dwalingen en leugens!

De dwaling van de babybesprenkeling

De Bijbelse doop wordt al eeuwen geloochend. Het is een openlijke verachting van de volwassendoop van Jezus Christus IN de Jordaan. De Pinksterbeweging die begin vorige eeuw opkwam, doet daar tegenwoordig ook absoluut niet meer moeilijk over. Een pionier van de charismatische beweging schrijft daarover:

  • ‘De neopentecostal vernieuwing bestaat uit mensen die binnen hun eigen kerken en tradities anderen tot Christus willen brengen. Zij geloven ook in de doop met Gods Geest. Het nieuwe Pinksteren is het sterkst in de liturgische kerken: luthers, episcopaal, rooms-katholiek en ook sterk in andere. Al deze kerken belijden de babybesprenkeling. Als iemand overgehaald wordt om zich te laten ‘herdopen’ als gelovige, stelt hij of zij daarmee de achtergrond van hun kerk disputabel en het geloof van hun ouders, van hun predikant en van de betrouwbaarheid van de christelijke traditie waarin zij werden opgevoed. Ik merk op dat de bekendste christenen in het verleden – mannen als Wesley, Luther, Calvijn, Finney, Sint Franciscus, om slechts enkelen te noemen, als baby werden besprenkeld’.

In de begintijd van de Pinksterbeweging was dat nog wel anders. Opgemerkt werd: ‘dat er in die tijd veel is misgegaan door allerlei doopconflicten. Mensen uit de kerken, die aangetrokken werden door de pinksterbeweging kwamen tot de conclusie, dat zij zich na hun tot geloof komen door onderdompeling moesten laten herdopen. Bijna alle Pinksterkerken waren baptistisch van doopopvatting en verwierpen de babybesprenkeling. Deze omstandigheden maakten het dikwijls onmogelijk, dat men binnen de andere kerken actief kon blijven meedoen.’

Is overdopen zonde? Nee!

Langzaam maar zeker reageerde men in de kerken wat soepeler op de gevallen van de her- of overdoop. De ontwikkelingen in de charismatische beweging zijn nu zover veranderd dat – om nog meer conflicten uit de weg te gaan – men zich liever aansluit bij de bestaande, valse dooptradities. Niet uit angst om vermoord te worden zoals in de middeleeuwen, maar omdat men het enige Bijbelse Fundament heeft weggegooid (2 Petrus 2:2 en 3). Het voorbeeld van Jezus geeft immers alleen maar problemen! Zowel de babybesprenkeling als de volwassendoop zijn vandaag dus ruimhartig toegestaan in het grote Babylon.

Gedoopt door onderdompeling? U zult ook vandaag door allen gehaat worden

Iedereen weet dat in gemeenten waar het eeuwig evangelie gebracht wordt, een aanzienlijk percentage van de leden als baby besprenkeld werd, maar zich later, volwassen liet dopen. Deze ‘herdoop’ is een daad van gehoorzaamheid en brengt enorm veel strijd, conflicten of verdrukkingen mee. Men wordt hierdoor vaak door familie en kennissen belachelijk gemaakt en in dorpse gemeenschappen uitgekotst als een paria. Deze doop op geloof door onderdompeling in water is echter een noodzakelijk en essentieel deel van het Bijbels fundament. Het ligt voor de hand dat de kerken in Babylon voornamelijk contact zoeken met de charismatische beweging die weinig Bijbels gefundeerd is. Zij vormen geen gevaar voor haar; sommigen zijn zichzelf ook al ‘kerk’ gaan noemen.

Er zijn ook contacten met leiders in de pinksterbeweging die niet direct betrokken zijn bij een gezonde gemeenteopbouw, maar die het moeten hebben van tentsamenkomsten, conferenties of massale opwekkingsdagen. Vandaar de opmerking van een ‘geschokte charismatische’ leider:

  • ‘In de erg radicale stromingen nam ook de anti-kerkelijkheid toe. Het gaat hierbij om veel doopconflicten. De sterke verabsolutering van de volwassendoop, ook gesteld als voorwaarde voor de doop met Gods Geest, kritiseert de kinderdoop meedogenloos’.

Tegenover deze opvattingen staat echter het enige Bijbelse fundament, waarbij bekering en opnieuw geboren worden vóór de doop met Gods Geest gesteld wordt, wat natuurlijk niet uitsluit dat het vaak voorkomt dat iemand met Gods Geest vervuld wordt, voordat hij in de waterdoop getuigenis heeft afgelegd van zijn bekering en zijn nieuwe leven.

Scheiding tussen woord en Geest

Een van de frappantste beweringen van diezelfde charismatische leider is wel de volgende uitspraak over Jezus Christus:

  • ‘Jezus komt niet met een nieuwe leer (Hij was een orthodoxe Jood) maar met een nieuwe werkelijkheid. Een werkelijkheid die in de verwachting van Israël leefde, door de profeten was aangekondigd en vol verwachting tegemoet werd gezien. Ook het werk van de Heilige Geest komt in deze samenhang van begin af aan ter sprake. Want volgens de verwachting van de profeten zou de Messiaanse tijd een tijd zijn van een nieuwe nabijheid van God, tijd van de Geest in volheid voor het hele Godsvolk.’

De schrijver stelt dus het evangelie van Jezus Christus los van ‘de nieuwe heilswerkelijkheid op aarde’. Het evangelie van het Koninkrijk van de hemelen dat Jezus bracht, wordt echter in de synagoge van Kapernaüm door ‘allen’ onderkend als: ‘een nieuwe leer met gezag’ (Marcus 1:27). Wat Jezus leerde, had nooit iemand voor Hem geleerd, want ‘Hij leerde wat sinds de grondvesting van de wereld verborgen gebleven was’ (Matth.13:35). Hij bracht een boodschap die Hij uitdrukkelijk ‘Mijn leer’ noemde (Joh.7:16) en poneerde deze met gezag. Daarom was het volk ‘verbaasd’. Met dit nieuwe evangelie trok Jezus van dorp tot dorp en van stad tot stad. ‘Hij leerde in hun synagogen en bracht het evangelie van het Koninkrijk’ (Matth.4:23). Deze leer hebben zijn leerlingen verder verspreid, namelijk ‘wat Jezus was begonnen te leren’ (Hand.1:1).

Ook distantieerde Jezus zich van de orthodoxie in zijn dagen. Hij waarschuwde zijn leerlingen ‘voor de leer van de Farizeeën en Sadduceeën’ (Matth.16:12). Wel was met deze leer van Jezus een nieuwe reddingswerkelijkheid verbonden, maar deze kon pas haar volle realisatie ontvangen na de doop met Gods Geest. Daarom moesten de leerlingen met het verspreiden van het evangelie te Jeruzalem op deze doop wachten. Wie ontkent dat de leer van het Koninkrijk van de hemelen volkomen verschilt van ieder ander Joods of kerkelijk dogma, zal tussen de verschillende leringen, vanwege een gewenste oecumenische eenheid, nooit een duidelijk evangelie kunnen brengen. In de charismatische beweging is daarom de leer niet primair!

Vooral lief zijn voor de zelfgemaakte chaos 

De schrijver merkt dan verder op:

  • ‘Hiermee ontkennen we niet dat de waarheidsvraag een vraag van nader order kan zijn. Maar nu is dat zo niet. Nu gaat het om een gebeuren van liefde en bezinning. Trouwens, hoe zullen we de dogmatische kwesties oplossen, als wij niet eerst allen delen in de volle heilservaring? Pas van hieruit kan gaan blijken, dat de Geest ons de weg zal wijzen tot de volle waarheid.’

Deze uitspraak van de charismatische werkgemeenschap Nederland is kenmerkend voor de hele Pinksterbeweging, die niet allereerst en bovenal leeft bij de Woorden van God maar bij de (emotionele) ervaring. Het gaat dan in eerste instantie over ‘liefde en bezieling’ en dan niet de liefde tot de waarheid, maar om de emoties van het zielenleven. Buiten de waarheid om zou men deel kunnen hebben aan een ‘volle heilservaring’, terwijl Jezus toch zegt: ‘Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren’ (Joh.14:23). Deze geraffineerde ‘charismatische volheid’, staat dan ook los van het werk van Gods Geest, die het ‘uit het Zijne neemt’, dus uit de woorden van Jezus Christus.

Een zondaar vanaf de baarmoeder tot in eeuwigheid?

Het is bizar om te moeten constateren dat men in allerlei kerken Jezus wel erkent als de Verlosser van hun zonden, maar tegelijkertijd houdt men maar wat graag de ‘zondige natuur’ in stand, want:

  • O nee, volmaakt worden we nooit..!’

Om al die dwalingen te bedekken, gebruikt men in de charismatische beweging het begrip ‘liefde’. Eén van hen schrijft:

  • ‘Wat was ik vroeger een felle tegenstander van de babybesprenkeling. Altijd maar vechten met de dominees van de protestantse Kerk. Tot ik ziek werd en God tegen mij zei: ‘Je staat Mijn Geest in de weg. Je bent altijd maar bezig de wereld te overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel. Maar in de Bijbel staat dat dit het werk is van Mijn Geest. Jij mist de liefde. Jouw enige taak is mijn grote liefde te brengen. En dan doet Mijn Geest de rest’.

Deze schrijver is van het ene (verkeerde) uiterste in het andere gevallen. De Heer vraagt niet om met dominees te gaan bekvechten over de babybesprenkeling. Ook niet om bij de kerkdeuren met doopfolders te staan, want dit is in strijd met de fatsoensnormen. Maar de Heer roept wel op om te getuigen in persoonlijke gesprekken, in evangelisatiesamenkomsten en waar men er ook maar naar vraagt. Daarbij worden de charismatische gaven niet ‘verabsoluteerd’, als er met buitenstaanders nergens anders meer over gesproken zou worden. Waarom wel een gereformeerd kerklid overtuigen van de noodzakelijkheid van de doop met Gods Geest maar niet van die IN water?

Tegenwoordig worden mensen, die uit diverse kerkgenootschappen overgaan naar een evangelische gemeente, “gedoopt in de Heilige Geest.” De vraag is echter of zij écht vervuld worden met Gods Geest. Er is in de meeste gevallen immers géén sprake van bekering en opnieuw geboren worden – kortom het leggen van het enige Bijbelse Fundament. Men spreekt liever over emoties en ervaringen.

Jezus wil ieder die gelooft Gods Geest geven, waarbij wij opmerken dat Gods Geest geen persoon en ook geen 1/3e God is, zoals alle kerken leren. Men bidt wel om Gods Geest, maar beseft niet wat Gods Geest is en wat deze in een mens doet. De vraag is op welk fundament hun geloof gebouwd is. Willen ze Gods Geest omdat dit volgens hen iets magisch heeft of omdat ze dan meetellen in de charismatische bewegingen? God wil dat de christen krachten en gaven ontwikkelt om zichzelf en anderen te herstellen en op te bouwen. Dit vernieuwingsproces gaat echter nooit buiten de Woorden van God om. Jezus zei van de Trooster: ‘Hij zal u alles leren en alles te binnen brengen wat Ik u gezegd heb’ (Joh.14:26).

De Leraar van de gerechtigheid

Wat heeft Jezus dan aan de mensen geleerd? Hij bracht het evangelie van het Koninkrijk van de hemelen. Dit evangelie is de waarheid. Het geeft inzicht hoe alles in de onzienlijke wereld functioneert en toont duidelijk aan, dat de mens door satan en zijn demonen tot zonde komt, door hen ziek gemaakt wordt of op een dwaalweg komt. Het evangelie van Jezus wijst ook de weg van verlossing en overwinning. Ook zal Gods Geest als Leraar van de gerechtigheid (Joël 2:23a), net als Jezus overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel. Hij wil dus scheiding maken tussen goed en kwaad en tussen waarheid en leugen. Wie de woorden van Jezus niet aanvaardt en bewaart, kent Hem niet en heeft Hem ook niet lief. Jezus zei:

  • ‘Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen (dat is: bij hem blijven). Wie Mij niet liefheeft, bewaart mijn woorden niet’ (Joh.14:23,24).

Wie de leer van Jezus – die van het Koninkrijk van de hemelen – niet aanvaardt, kent Jezus niet en ook de Vader niet. Zo iemand leeft op oudtestamentische basis. Wie de waarheid – dat zijn dus de woorden en de inzichten van Jezus – verwerpt, wie zich niet bezighoudt met het werk dat Jezus gedaan heeft, wie in zijn leven geen scheiding laat brengen tussen gerechtigheid en ongerechtigheid, tussen waarheid en leugen, kan Jezus niet verheerlijken.

>>>>>