
De ‘charismatische werkgemeenschap Nederland’ baseert zich nog steeds op allerlei leringen die nooit in de kerken zijn gebracht. Aan het grote Babel van leerstellingen die de oecumene probeert samen te bundelen, voegt de charismatische werkgemeenschap ook nog enkele specifiek onkerkelijke dwalingen toe. Zo worden er visioenen, vanuit de geestelijke wereld geïnspireerd, toegevoegd. Ook wordt er een link gelegd tussen ‘Maria, de moeder van de heer’ en de toekomstverwachting. Moeder-overste M. Basilea Schlink was een bekende persoon in de charismatische beweging. Van haar kwamen angstaanjagende, sinistere profetische uitleggingen. Haar gedachten misten iedere vorm van licht en leven, zoals het Nieuwe Testament ons deze geeft. Ook draaiden haar ‘eindtijdboeken’ altijd weer om het natuurlijke Joodse volk:
- ‘Gods volk, Jeruzalem, waar de Heer zich openbaart, Jeruzalem, dat voor alle tijden de stad van God, de stad van de grote Koning is, waar zijn zetel was. Ja, Jeruzalem is de stad, de troonzetel van God, de Heer van alle volken’.
Deze vrouw had geen enkel inzicht m.b.t. het nieuwe of hemelse Jeruzalem. Zij dacht alleen in de zichtbare wereld, zowel wat Jeruzalem als Gods oordelen betreft: ‘Atoombommen, waterstofbommen, kobaltbommen: Amerikaanse bommenwerpers van het type B-52, kunnen een lading vervoeren, overeenkomende met 2.500 Hirosjimabommen. Anders gezegd: één enkel vliegtuig kan 16 tot 17 maal zoveel aan springlading uitwerpen als er tijdens de tweede wereldoorlog in totaal op Duitsland is terecht gekomen’. Wat de terugkomst van de Heer betreft, schrijft zij:
- ‘Plotseling verschijnt er hoog boven Jeruzalem een ruiter op een wit paard. Jezus, de Koning der koningen en de Heer aller heren’.
Je kunt je afvragen, wat je bij zo’n ongeestelijke voorstelling van dat paard moet denken? Uit welke stal is dit paard? Ook hier geldt de vuistregel: ongeestelijke christenen houden zich bezig met het ongeestelijke Israël, maar geestelijke christenen verwachten het geestelijke Israël. Deze dwaze, sensationele en ongeestelijke dwalingen, die nooit in enige traditionele kerk gebracht werden, werden door de charismatische rampen in Nederland geïntroduceerd.
Bijgeloof

De invloed van het bijgeloof uit de rooms-katholieke kerk blijkt ook uit het feit als een dominee van de PKN schrijft:
- ‘Angstige reacties op het kruisteken worden uit alle eeuwen vermeld en maakte ik ook zelf mee. Soms hielden we, met hetzelfde gevolg, de demon een kruisje voor. We zagen al dat de demonen woedend reageerden op het feit dat een bezetene steeds een kruisje bij zich droeg. ‘We konden haar niet in trance krijgen, ze hield dat rotkruis in haar hand’ hoorde ik heel wat keren.’
Hier is dus een vermenging van roomse traditie en protestants denken. Aan het gebruik van bepaalde voorwerpen worden bepaalde genaden van God verbonden met werkingen en krachten. Zo zou aan het kruis of een kruisteken, beschermende krachten worden toegeschreven. Wat dit betreft kan de roomse kerk zich beroepen op een eeuwenlange traditie, maar de apostelen hebben er nooit over gesproken. Paulus sloeg geen kruis, toen hij een waarzeggende geest uitdreef. De charismatische beweging komt hierdoor op het occulte vlak terecht. Nogmaals: dit verbaast ons niet, want zowel Rome als de PKN, maar ook de Pinksterbeweging hebben het enige Bijbels fundament uit Hebreeën 6 afgewezen.
Geen liefde tot de waarheid

Wie zich aansluit bij de charismatische beweging, moet niet praten over verschillen in de leer. De charismatische beweging, in het bijzonder die in Nederland, is oecumenisch. Op de vraag waarom er eigenlijk een oecumene nodig is, kan het antwoord zijn: ‘om de schande van de verdeeldheid weg te nemen, waardoor iedere kerk meent haar gezicht in de wereld verloren te hebben.’ De charismatische kerkgangers voelen zich bijzonder eenzaam in eigen omgeving. Om een profetisch beeld te gebruiken:
- ‘Zeven vrouwen (kerken) zullen op die dag één man (de oecumene) vastpakken en zeggen: Ons eigen brood willen wij eten en ons eigen kleed aantrekken (wij willen dus onze eigen leringen, rituelen en liturgieën behouden), laat ons slechts uw naam (oecumene) dragen, neem onze smaad weg’ (Jes.4:1).
Maar… het is niet de bedoeling van de charismatische beweging om de mensen uit de kerk te halen. Men zegt:
- ‘Hoe een charismatische rooms-katholiek in zijn kerk kan blijven? Net als een bekeerde heiden blijft in zijn heidens land en preekt tot zijn mensen. Het is unfair, van de charismatische rooms-katholieken te verlangen, dat zij hun kerk verlaten. Je kunt Rome niet in één nacht veranderen…!’
Bekering van afgoden
Er zijn gelukkig nog mensen die de rooms-katholieke kerk of de protestantse gemeenschappen verlaten vanwege de dwalingen die daar geleerd worden. Zij zijn daardoor meer gehoorzaam aan God dan aan de mensen. De Bijbel zegt immers: ‘Heb geen deel aan de zonden van anderen, houd u rein’ (1 Tim.5:22). De vergelijking met de bekeerde heiden die in zijn land blijft, gaat volkomen mank. Een opnieuw geboren heiden blijft immers wel in zijn land, maar hij zal niet meer in bv. de boeddhistische pagode of de hut van een toverdokter komen. Hij bekeert zich van zijn afgoden om in waarheid de levende en waarachtige God te dienen (1 Thess.1:9). Hij houdt zich ver van zijn vroeger godsdienstig ritueel en daarom lijdt hij verdrukking en ondergaat hij vervolging. De apostel Paulus ging drie maanden naar de synagoge te Efeze om de aanwezigen door besprekingen te overtuigen over het Koninkrijk van God. Hij bracht daar dus de nieuwe leer van Jezus:
- ‘Maar toen sommigen hardnekkig en ongehoorzaam bleven, maakte hij zich van hen los en zonderde zijn leerlingen af’ (Hand.19:9).
Wat Rome betreft: zij is zeker ‘niet in één nacht te veranderen’, want van haar kan gezegd worden:
- ‘Wij hebben Babel proberen te genezen, maar het is niet te genezen; verlaat het en laten wij gaan’ (Jer.51:9).
Dansen en vlaggen zwaaien

Het grote gevaar in het charismatische Babylon is dat zij probeert Jezus te verheerlijken door zijn Naam extatisch te loven, maar tegelijkertijd niet laat leiden in de waarheid die Jezus bracht. Daarom zijn de uitbundige lofprijzingen bij velen in wezen niets meer dan het uiten van loze kreten en de nooit bekeerde christenen in de zichtbare wereld bezig te houden met vlag en dansvertoon en vooral veel lawaai. Ook is het verwerpelijk om de naam van Jezus als spreekkoor te gebruiken, om veel en in verschillende toonaarden ‘halleluja’ te zingen, eventueel afgewisseld met ‘prijs de Heer’, als men niet duidelijk maakt waarom men dit doet. God prijzen moet inhoud hebben:
- ‘Wordt vervuld met Gods Geest en spreek onder elkaar in psalmen, geestelijke lofzangen en zing en jubel de Heer van harte’ (Ef.5:19).
Kennis van Gods Geest niet nodig…
Als men leiders in de charismatische beweging hoort spreken, kan men niet anders concluderen dat zij er geen behoefte aan hebben om de ‘kennis’ over te nemen van Gods Geest. Deze zogenaamde ‘christelijke’ leiders zijn niet bezig met het plan van God. Zij zoeken ook niet naar de gave van wijsheid, waardoor zij hun kennis kunnen realiseren in de gemeenten, om het doel van God met de mens, zijn volkomenheid, te bereiken. De Geest van God geeft inzicht in de toekomende dingen, dat is alles wat in het einde geopenbaard zal worden, dus vooral wat centraal staat in het goddelijke denken: de volmaakte mens tot alle goede werken volkomen toegerust en een gemeente ‘zonder vlek of rimpel of iets dergelijks’.
De eeuwenlange aanbidding van de uitverkiezing en erfzondeleer, met rampzalige gevolgen

Kerkgangers die hun leer gebaseerd hebben op oudtestamentische gedachtegangen, kunnen het voorgestelde doel van de volkomenheid nooit bereiken. We denken daarbij niet alleen aan Rome, maar ook aan kerken die dwalingen brengen als die van de erfzonde, waarbij de mens door en door slecht is en blijft. Ook de leer van de uitverkiezing blokkeert de weg van de waarheid. Deze dwaling leert dat het leven van ieder mens van tevoren al vastgesteld is, zodat de weg om te ontkomen voor de meeste mensen is afgesloten, terwijl de rest altijd in twijfel moet leven vanwege de gedachte: hoor ik erbij of niet? Alles wat in strijd is met de gedachten van God, komt in conflict met het evangelie van het Koninkrijk van de hemelen dat Jezus bracht. De mens wordt door deze rampzalige leugens een verworpene.
Wanneer men in het charismatisch Babylon verlangt naar het spreken in talen en het profeteren om zichzelf en anderen op te bouwen, vragen wij ons af: waarop bouwt men? Is dit niet op een overal aangetast fundament op puin en tegenstrijdige inzichten waarop onmogelijk een hecht gebouw kan ontstaan? Wanneer men streeft naar het ontplooien van de gave van de profetie, is het dan alleen de Geest van Waarheid die Zich door de profeten openbaart of zullen de leugen- en dwaalgeesten, die men vasthoudt, ook hun woordje mee spreken? De Bijbel zegt immers dat de gave van de profetie functioneert naar de mate van ons geloof. Gelooft men in het charismatisch Babylon alleen de waarheid, het getuigenis van Jezus Christus of aanvaardt men ook leringen van satan?
Veronderstel dat een kind in de groep 3 een juf gehad heeft, die leerde: 2 + 3 = 6. In het volgende jaar leert het kind: 2 + 3 = 7. Als dit kind vervolgens in groep 5 een prima juf (waar zijn de meesters gebleven?) krijgt, zal deze juf nooit kunnen bouwen op de verkeerde begrippen die aangeleerd zijn. Wanneer de axioma’s in de wiskunde verkeerd onderwezen zijn, kan de leraar nooit enig resultaat boeken, óf hij zal eerst de fundamentele waarheden opnieuw moeten bij brengen. Daarom is het voor Gods Geest een onmogelijke zaak op dwalingen te bouwen.
De grote vermenging – Uit ons midden weggegaan

De kerkgeschiedenis van Nederland laat zien dat de Pinksterbeweging heel gemakkelijk aansloot bij de kerken in haar wens om een ‘eenheid’ te vormen. Er is sprake van:
- ‘Een afnemende exclusiviteit. Ook is er meer communicatie met de historische kerken met als gevolg een toenemend aantal Pinksterkerken dat lid geworden is van de Wereldraad van Kerken. Het ligt voor de hand, dat dit ook individueel gepaard gaat met een meer volwassen geloofsbeleving…’
De pinkstergemeenten die een ruimer standpunt innemen, krijgen een klopje op de schouder. Het lidmaatschap van de Wereldraad van kerken zou zelfs aan de afzonderlijke leden ‘een meer volwassen geloofsbeleving…’ geven. Er wordt niet bij gezegd wát men dan gelooft om deze geloofsbeleving te ontwikkelen. Het geloof in het evangelie van Jezus Christus zal er zeker niet door opgebouwd worden. Wij willen u voor deze samenbundeling van waarheid en leugen waarschuwen.
Primitief antipapisme?

Deze schrijver vervolgt:
- ‘In Nederland zijn deze ontwikkelingen aan de gang, al staan daar nog zeer vreemde dingen tegenover, zoals primitief antipapisme en een verwerping van de oecumenische beweging op kant noch wal rakende gronden.’
Hier wordt o.a. verwezen naar de kerken. Bij de gereformeerde kerken was er in het begin nog wel enige aarzeling. Met name de ‘oud gereformeerden’ hadden moeite met de charismatische beweging. Hun argumenten daarvoor waren echter niet gebaseerd op de Bijbel, maar op de leer van de voorvaders en hun vastgeroeste kerkelijke tradities. Deze gemeenten leven op oudtestamentische basis en missen de vervulling met Gods Geest. Daarnaast waren er ook de mensen die zich ‘gereformeerd-vrijgemaakt’ noemen. Zij pretendeerden dat zij de ‘enige ware kerk’ waren, omdat zij zich aan de Bijbel hielden. Voor hen was het dan ook een gruwel om na te moeten denken over eenwording met andersdenkenden. Dat ook zij een wijk van Babel geworden zijn, valt op te merken uit het feit dat zij tegenwoordig moeiteloos samen gaan met kerken, waar zij zich halverwege/ eind van de vorige eeuw nog van gedistantieerd hadden.
Kan een kind van God niet gebonden zijn?

De Pinksterbeweging was op de goede weg omdat zij de officiële, traditionele kerken hadden verlaten, maar ze hebben vrijwel alle dogma’s meegenomen! Het fundament was iets sterker, maar men heeft hier nooit degelijk op verder gebouwd. Daarom is er bij de pinkstergemeenten geen enkele geestelijke groei. Wat de strijd in de hemel betreft, beweren ze dat een kind van God niet gebonden kan zijn. Op die manier sluiten ze de weg naar bevrijding af en kan men nooit de volle redding ervaren langs de weg van geloof en groei.
Op een samenkomst die wij ooit bijwoonden, werd de opmerking gemaakt dat ook gelovigen het zeer benauwd kunnen hebben door de aanvallen van demonen. De reactie van een voorganger van de Pinksterbeweging was dan ook:
- ‘Men moet dan maar de ramen open zetten om wat frisse lucht binnen te laten..!’
Opwekking
Een andere pinkstervariëteit die zich uitbundig stelt achter de charismatische beweging, vormt de groep die hun pinkstergeloof omgezet hebben in evangelisatieactiviteiten. Vanuit dit ‘opwekkingswerk’ wordt de massa bereikt door middel van campagnes met telkens afwisselende en aandacht trekkende onderwerpen, zoals: verslaving, homoseksualiteit, onreinheid, het christelijke gezin, occultisme, enz. Wanneer in een samenkomst de handen omhoog gaan en in talen de Heer wordt geloofd, voelt men zich: ‘als een carburateur die verzopen is in de olie van de heilige Geest…’ Wanneer een groep ‘hoog gekwalificeerde artiesten’ als zangers, dansers en musici concerten geven, wordt dit aangeduid als: ‘een wervelwind van de heilige Geest’ en alles was een ‘overdonderend succes…’

Hun meetings zijn vol ‘ontroerende momenten’, men gaat van het ene ‘toppunt’ naar het andere, alles is ‘onvergetelijk’ en het podium staat vol met ‘markante figuren’. Op deze manier hoort men bij degenen ‘die de wereld in opschudding brengen’ door de explosies van blijdschap. Hier is plaats voor het spectaculaire, voor het massale, voor het opvallende en meeslepende, maar helaas meest op het emotionele en te weinig op het gééstelijke vlak.
Het is in deze beweging wel de bedoeling velen met het evangelie te bereiken, maar er wordt geen huisgezin van God gevormd, geen gemeente waarin het geestelijke groeiproces wordt begeleid naar de volwassenheid toe. Integendeel, de pasgeboren kinderen worden al snel ingezet in de activiteiten van de beweging en opgenomen in: ‘de wervelwind van het gevoelsmatige religieuze leven.’ Het evangelisatiewerk is zo ruim, dat men ermee aan de rand van Pinksteren zit. Doordat het enige fundament daar niet primair is, kan er gemakkelijk contact gelegd worden met de kerken en kan men er ook heel goed mee samenwerken. In dit verband lazen wij in een interview:
- U evangeliseert, hoe functioneert dat werk?
- Wij zijn een hulp voor de kerken. Een evangelisatiebeweging met veel aspecten. Wij organiseren evangelisatiecampagnes met tenten of conferenties en doen erg veel aan jeugd- en kinderwerk. Als een kerk of gemeente aan ons vraagt: willen jullie ons helpen met een evangelisatiecampagne, dan komen wij en helpen wij.
- Gaat het uit van een Pinkstergemeente of zo?
- Het is wel zo, dat vaak de Pinkstergemeente een beroep op ons doet. Maar in principe staan wij ook juist open voor alle kerken…
De zielenslaap

Dan is er ook nog de dwaling van de zielenslaaptheorie. Een lid van de Pinksterbeweging schrijft daarover:
- ‘De vijanden van het evangelie zijn occultisme en spiritisme. Ze steken hun kop op in allerlei gedaanten, zelfs vrome gedaanten. Men brengt het evangelie met leringen over het voortleven na de dood, of een overgaan in een ‘onzienlijk’, of ‘astraallichaam…’
Hier wordt dus de onsterfelijkheid van de innerlijke mens geloochend en ontkend dat de christen bij zijn sterven ook naar de ziel voortleeft, dus ook als mens. De uitspraak van Jezus dat wie in Hem gelooft, eeuwig en onvergankelijk leven bezit, zou dan niet gerealiseerd worden. Is het een wonder dat zo iemand zich thuis voelt in de geestelijke chaos van de charismatische beweging? Deze schrijver is wel enigszins verward m.b.t. de zogenaamde eenheidssamenkomsten, want hij schrijft:
- ‘Het is een mixture van oude en nieuwe wijn. Het ligt eraan in welke discussiegroep je terecht komt, in welke stroom je toevallig belandt of je enthousiast of teleurgesteld naar huis gaat. Het kan alle kanten op’.
- ‘Te zeggen dat er een eenheid uit voortkomt, is te optimistisch gesteld, je luistert en denkt: Dat niet, of dat wel. Of je schrikt je ongelukkig als een pinksterbroeder, alle fatsoensnormen overschrijdt en de hele sfeer verstoort door zijn uitlatingen.
- Je krijgt kriebels als een dominee vindt dat we wat moeten doen aan het Palestijnse vraagstuk. Je denkt bij jezelf: zijn we daarom hier..?’
Wij denken dan: Hoe kan iemand die dit soort zaken opmerkt, toch lid blijven? Helemaal als iemand uit de Pinksterbeweging zegt: ‘Rome gaat ons voor..!’
U bent een sekte…!
De Pinksterbeweging heeft nog meer dwalingen toegevoegd aan haar leringen. Omdat men de doop in Gods Geest los zag van de verdere geloofsinhoud, aanvaardde men de zuiver ongeestelijke Israëlleer, die gebaseerd is op de Bedelingen-’leer’, waarin geen plaats is voor een gemeente die gedoopt is met Gods Geest en de geestelijke gaven. Deze dwalingen vindt men ook in de charismatische beweging terug. Daardoor stellen we vast dat er in wezen weinig verschillen meer zijn: de Pinksterbeweging gaat naadloos op in de charismatische beweging, want geestelijk zijn ze verwant. Tussen de gemeenten, die de leer van Jezus vasthouden en de Pinksterbeweging is echter een onoverbrugbare, brede kloof. Nog één citaat van iemand uit de Pinksterbeweging:
- ‘Ook zijn er zeer exclusieve groepen, een keuze dus voor het absoluut sektarische, soms met een heel eigensoortige leer…’
Deze schrijver noemt nog net geen namen. Toch is het duidelijk dat gemeenten, waar het enige Bijbelse Fundament gelegd wordt en het eeuwig evangelie gebracht wordt, door hem als sekte wordt bestempeld. Intussen zijn wij wel gewend aan haat, dus dit etiket raakt ons niet.