6. De zonde van Hizkia

<<<<<

  • ‘Het zilver en het goud, de specerijen en de kostbare olie, zijn hele tuighuis en alles wat zich onder zijn schatten bevond. Er was niets in zijn paleis en in zijn hele rijk, dat Hizkia aan Sanherib en consorten niet liet zien’ (Jesaja 39:2).

Hizkia was een koning die rekening hield met God. Hij regeerde niet zoals zijn goddeloze vader Achaz, maar ‘deed wat goed was in de ogen van God’. Hij had eerbied voor de echte profeten en ‘hij bleef zijn hele leven trouw aan God en hij hield zich aan de regels die God aan Mozes gegeven had’ (2 Kon.18). Hij deed zijn best om ook het volk zo te laten leven. Daarom zegende God hem en verloste hem en zijn volk uit de hand van zijn vijand Sanherib, zonder dat hij er maar iets voor hoefde te doen. Toen Jeruzalem belegerd en omsingeld werd, versloeg de engel van de Heer in één nacht 185.000 man. Alle belegeraars moesten terug naar hun holen. Hizkia geloofde God. Hij sprak ook over zijn ziekte bij God, die hem op een bijzondere manier verhoorde. Als teken van zijn herstel ging de schaduw van Achaz’ zonnewijzer tien stappen achteruit. Dit was een even machtig fenomeen als het moment in de tijd van Jozua, toen de zon en de maan stil bleven staan boven Gibeon in het dal Ajalon.

De Kroniekenschrijver vertelt echter dat Hizkia tekortschoot in dankbaarheid en dat hij arrogant werd. Hij ging zich meer bezighouden met zijn rijkdommen en schatten, dan dat hij zijn volk naar het woord van God de weg wees van gerechtigheid en waarheid. Dit bleek toen de koning van Babel, die van zijn genezing had gehoord, hem afgezanten stuurde. De Judese koning was supertrots met deze koninklijke belangstelling. Hij liet de afgezanten al zijn schatten zien. Er was niets dat hij deze vreemdelingen niet toonde:

Koning Hizkia vertelde hen echter niets over de basis van al zijn zegeningen, over de God van Israël en over het leven naar Zijn geboden. Hizkia was een theocratische koning, maar hij wilde in de natuurlijke wereld meetellen bij de occulte koning van Babel. Hij wilde deze heerser van een opkomend wereldrijk imponeren door zijn zichtbare rijkdommen (verg. Rome en de bijbelgordels). Hizkia sprak niet over de bron waaruit en de grond waarop hij deze zegeningen ontvangen had. Hij wilde gelijkwaardig zijn aan goddeloze heersers (net als vandaag) en dit werd zijn ondergang. De profeet Jesaja zei hem dat de tijd zou komen, dat alles wat hij en zijn voorvaders in zijn paleis opgestapeld hadden, naar Babel zou worden weggevoerd, terwijl zijn zonen knechten zouden worden aan het hof van de Babylonische monarch om uiteindelijk in het duistere gedeelte van het dodenrijk terecht te komen. 

Een waarschuwing voor de toekomst

Bovenstaand verhaal is onder meer opgetekend als waarschuwing voor ons die het eeuwig evangelie geloven en vasthouden. Wij geloven vooral wat er in het Nieuwe Testament staat (het oude sprak zónder Jezus Christus immers in schaduwen). Wij willen daarnaar leven en geloven dat Jezus Christus vandaag en gisteren dezelfde is.

De toren van Babel opnieuw opgericht – náást de heilige stad!  

Halverwege de vorige eeuw was er een groep mensen in Nederland, die de Bijbelse waarheden opnieuw ontdekten. Voortgekomen uit zowel de Pinkstergemeenten als ook uit de kerken, stichtten zij Volle Evangelie Gemeenten, waarbij zij de mensen opriepen tot bekering. Men kreeg weer zicht op het opnieuw geboren worden, men erkende alleen de Bijbelse doop IN water op geloof. Ook de doop met Gods Geest werd weer ontdekt (géén automatisme!) en men streefde naar de geestelijke gaven.

Kerken, groeperingen en charismatische bewegingen zagen het gebeuren en maakten deze gemeenten en hun voorgangers bespottelijk. Maar de Heer zegende de ontdekkers van het eeuwige evangelie: de geestelijke gaven gingen zich openbaren en God werkte met hen mee door tekens en wonderen. De woorden van Paulus in 1 Corinthiërs 1:26 waren toen zeker van betekenis:

  • ‘Denk eens aan uw roeping, broers en zussen. Onder u waren er niet veel die naar menselijke maatstaf wijs waren, niet veel die machtig waren, niet veel die van voorname afkomst waren’.

De pioniers hadden in het algemeen geen theologische universiteiten bezocht (wat een zegen bleek te zijn) en zij noemden zich heel eenvoudig: broer, evangelist of voorganger. Allen waren wél gedoopt met Gods Geest en wisten dat zij navolgers van visser Petrus waren. Petrus, die op de Pinksterdag tussen rabbijnen van formaat stond en toch heel duidelijk en helder hen toesprak. Hij discussieerde niet met de theologen van zijn tijd, maar beriep zich op de Woorden van God toen hij uitriep: ‘Dit is het, waarvan gesproken is door de profeet Joël’.

Satanische Bijbeluitleg 

Veel kerkelijke leiders van verschillende denominaties, die meer waarde hechtten aan hun geloof in fundamentele leringen, waarin waarheid en leugens door elkaar gemengd waren, dan aan de Bijbel, hoorden van de geestelijke rijkdommen in Volle Evangelie Gemeenten. Deze kerkleiders hadden – door hun theologische opleiding – dan wel mooie titels, zij hoorden dan wel bij de officiële en gezaghebbende kerken die op een eeuwenoude historie konden bogen, maar de geestelijke schatten van het eeuwig evangelie waren nieuw voor hen. Zij zagen hoe hun kerkleden lid werden van deze gemeenten (die zij afkeurend ‘Pinksteren’ noemden) en dus vroegen zij zich af wat het geheim van hun succes was. In een dagblad stond toen:

  • ‘Trouwens, vóór 1967 probeerde Rome (net als dominees van de Hervormde Kerk) al in contact te komen met de evangelische beweging. Zij nodigden voorgangers van ‘Pinksteren’ uit en zeiden tegen hen dat de rooms-katholieke kerk niet wist hoe ze de dialoog met ‘Pinksteren’ aan moesten pakken, al was het alleen al omdat in Zuid-Amerika zeventig procent van de niet-katholieke, ook pinkstermensen zouden zijn’.

In een rooms-katholieke charismatisch tijdschrift stond:

  • ‘Ik geloof dat God ons geroepen heeft om charismatische bruggen te bouwen, meer dan charismatische muren. Er zijn vier miljoen historische Pentecostals in de Verenigde Staten en twintig miljoen in de wereld. Zij kunnen bogen op meer dan een eeuw ervaring in het charismatische leven. Veel van de geboorteweeën die in de tegenwoordige vernieuwing ondervonden worden, hebben de oudere pinkstermensen al meer dan een eeuw het hoofd moeten bieden. Hun gemeenschap en raad zouden zeer nuttig zijn voor de 500.000 neo-pentecostals’.

Het zwarte paard vast blijven houden

De ‘geestelijkheid’ zocht dus naar het geheim van Simsons kracht, maar zij waren beslist niet van plan om met de kardinale dwalingen in hun kerken te breken! Zij waren alleen jaloers op de charismatische gaven zoals: het spreken in talen, de profetie en de genezing. Die van onderscheiding van de geesten, kennis en wijsheid, waren in verband met hun kerkelijke afkomst van minder belang. Dit was direct al duidelijk toen zij toenadering zochten: zij zagen het verschil niet tussen de Volle Evangelie Gemeenten, die het enig Bijbels Fundament vasthielden en de Pinksterbeweging.

De Pinksterbeweging is totaal anders bezig dan de Volle Evangelie Gemeenten. De Pinksterbeweging heeft namelijk behalve enkele grondwaarheden, veel dwalingen uit de kerken waaruit ze kwamen overgenomen. Zij spreekt niet over de leer van het Koninkrijk van de hemelen, zoals Jezus had gedaan. Dit maakt ook hún denken chaotisch, dus Babylonisch. We kunnen de leiders van deze eerste pinkstergemeenten vergelijken met de reformatoren, die wel op bepaalde punten met Rome braken vanwege de rechtvaardiging door het geloof, maar die verder veel dwalingen uit de ‘moederkerk’ meenamen naar hun reformatorische gemeenschappen. En ieder weer met zijn eigen assortiment!

Zo vergaat het nu nog steeds als de geestelijke leiders van de charismatische beweging bij elkaar zijn. Ze spreken dan wel allen in talen, maar hun fundament is een bundeling van alle mogelijke dwalingen, dus één grote Babylonische verwarring, waarover men meestal maar zwijgt. Zij willen door middel van de charismatische gaven de kloven overbruggen die hen scheiden van andere denominaties. Een goede brug moet echter altijd rusten op hechte pijlers en kan nooit gebouwd worden op een verpulverd fundament. De leiders van de Pinksterbeweging hadden hun volgelingen beter de weg van de gerechtigheid en waarheid kunnen wijzen, zodat zij aan het doel van God volkomen zou gaan beantwoorden. Maar zij gedroegen zich als een Hizkia, door hun schatten te etaleren voor de satanische gezanten van Babel. En juist Babel was erop uit om hen als onderdeel toe te voegen bij hun Babylonische bezittingen.

Voorbeelden van Roomse dwalingen

Rome wil samenwerken met de Pinksterbeweging (en andersom). Volle Evangelie Gemeenten wijzen dit pertinent af, vanwege hun on-Bijbelse leer. Zo lezen we uitspraken van een kardinaal in een interview:

  • ‘Christus is geboren uit de Geest en uit Maria. We moeten deze beide elementen erkennen om het juiste evenwicht te bewaren. Als je alleen geestelijk denkt, je bezig houdt met de Geest, riskeer je het om in de lucht te blijven hangen. Het is ook noodzakelijk de vleeswording te beklemtonen, de weg waardoor God door onze gewone menselijkheid werkt. Dit vinden we in de maagd Maria. De huidige christenen hebben van het christendom te veel een ideologie gemaakt, een abstractie. Abstracties hebben geen moeder.’

Ontegenzeglijk heeft Maria haar plaats in het mysterie van de vleeswording van het Woord van God, maar zij heeft beslist geen aandeel in het verlossingsplan. Zij is niet betrokken in het mysterie van God om zielen te redden. De verlossing kwam door Jezus Christus. Rome houdt vast aan de Marialogie, waar de moeder van Jezus een ongeoorloofde verering ontvangt, die geen ander schepsel ooit gekregen heeft. Maria heeft in het roomse denken een plaats gelijk aan God. Zij is: de moéder van God(!), altijd maagd, onbevlekt ontvangen, ten hemel opgenomen, medeverlosseres en bemiddelares van genade:

  • ‘Maria verschijnt de laatste maal in het Nieuwe Testament als de vrouw rond wie de apostelen bidden. Het gebed is het hoogste en fijnste ‘werk’ op aarde en het meest noodzakelijke. Het is ook het enige dat mensen in de diepte één maakt. De apostelen waren uit elkaar gevlucht bij de aanhouding van Jezus. Het biddende ‘onze vrouwtje’ was de hoeksteen van hun vernieuwde eenheid. Het gebed in de bovenzaal van het Laatste Avondmaal was een gebed in eenheid en volharding rond de Moeder van God. De Geest kon aan dit gebed niet weerstaan, het werd Pinksteren en de Geest kwam Gods liefde duidelijk maken onder de mensen’.

Wij wijzen erop dat de Bijbel een heel andere voorstelling van zaken geeft van wat in de bovenzaal gebeurde. In Handelingen 1:13,14 staat Maria niet in het middelpunt. Daar zijn de met name genoemde apostelen ‘met enige vrouwen en Maria, de moeder van Jezus en met zijn broers’. Hier is ook geen sprake van de ‘moeder van God’, maar van ‘de moeder van Jezus’. Maria is niet de moeder van God, de Schepper van hemel en aarde. Zij is de natuurlijke moeder van de Zoon van God, die verwekt was door deze Schepper. Jezus heeft het beeld van God bewaard en daarom staat er:

Ook staat er ‘met zijn broers’. Maria kan dus nooit nog ‘altijd maagd’ zijn. ‘De hoeksteen van de eenheid’ van de apostelen was niet Maria, maar de leer ‘over alles wat het Koninkrijk van God betreft’ (Hand.1:3). Het aanbidden van Maria en andere gestorven ‘heiligen’ maakt de rooms-katholieke kerk tot een occult instituut, waarmee wij geen enkel geestelijk contact willen hebben.

Devote rozenkransen

In een ander artikel worden ook andere mystieke rituelen van Rome beschreven, daarbij wordt dan opgemerkt dat het zo fijn zou zijn om ook nog Gods Geest daaraan toe te kunnen voegen:

  • ‘Het bidden van de rozenkrans, het houden van dagenlange gebedsoefeningen om een speciale gunst via Maria te ontvangen en andere puur rooms-katholieke vormen van devotie, zijn goede zaken. De babybesprenkeling brengt iedere dopeling in levende gemeenschap met Christus. Op het ogenblik van de besprenkeling worden zij opnieuw geboren uit water en geest. De vervulling met Gods Geest betekent alleen maar dat men meer krijgt van wat men altijd bezeten heeft. Daarom moeten we uitzien naar de dag, wanneer onze pausen en bisschoppen, geleid door de profetieën en visioenen, wonderen zullen doen. De rooms-katholieke kerk is het door Gods Geest geleid instrument van Christus in de wereld en het is Gods Geest die spreekt door bisschoppen en pausen’.

Rome komt zo in de buurt van de Pinksterbeweging die ook leert dat Gods Geest, als 1/3e deel van een drie-enige God(!), een mooie bijvangst is. Zij leren dat ieder kind van God Zijn Geest in zich heeft. De doop met Gods Geest is dan ook niet iets groters dan de ervaring van de profeten van het oude verbond op wie de Geest van God rustte. Door dit te leren, heeft de Pinksterbeweging een compromis gesloten met de traditionele kerken. De angel is eruit gehaald, er zijn geen verschillen meer, men heeft elkaar gevonden. 

We moeten helaas constateren dat de naam ‘Volle Evangelie Gemeente’ tegenwoordig gebruikt wordt door gemeenten die ook compromissen sluiten met andersdenkenden. De afkorting VEG wordt ook gebruikt als Vrije Evangelische Gemeente. Het woord ‘vrij’ geeft al aan dat men vrij is om te geloven wat men wil. In de Vrije Evangelische Gemeentes wordt Israël op een hoger plan gezet, het vlaggen en dansen is daar helemaal in. Ook veel zogenaamde Volle Evangelische Gemeentes doen water bij de wijn. Het is in deze tijd daarom heel moeilijk voor oprecht zoekenden een gemeente te vinden die het hele Bijbelse Fundament wil leggen. We roepen hen op om ‘de geesten te onderzoeken of ze uit God zijn’. Want voor heel veel gemeentes geldt dat men samen op weg wil met andersdenkenden. De kostbare schat van het evangelie wordt nog steeds verkwanseld!

>>>>>