Het evangelie ván Jezus

Het evangelie ‘over’ Jezus

De boodschap van het evangelie die men over het algemeen kan beluisteren, heeft vaak een of meer punten over de persoon en het werk van Jezus tot onderwerp. Het is het evangelie ‘over’ Jezus, zoals men Hem in de belijdenisgeschriften heeft geïdentificeerd. Hij is ‘de Christus van de Schriften, die Zich door veel wonderen bekend maakte en die tenslotte op het kruis van Golgotha onze schuld verzoende om daarna naar de hemel te gaan’. Deze kennis is absoluut noodzakelijk, want in het geval dat deze reddingsfeiten niet worden doorgegeven, dreigt het gevaar dat men zijn vertrouwen gaat stellen op een andere Jezus van wie de apostelen niet hebben gesproken.

Bij het brengen van het evangelie ‘over’ Jezus Christus staat dus de persoon van Jezus in het middelpunt. In het bijzonder bij het vieren van het avondmaal wordt herdacht wat Hij voor ons heeft gedaan. Geen wonder dat er samenkomsten zijn, die tijdens het gebed culmineren in de aanbidding van Jezus. Men kan zelfs zover gaan dat men vele malen de woorden van de herders herhaalt: ‘Kom laat ons Hem aanbidden’. Met de vier dieren en de vierentwintig oudsten wil men zich in vervoering neer werpen en het lied overnemen: ‘Want U hebt voor God gekocht met uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie’. De rest van dit lied: ‘U hebt hen voor onze God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters en zij zullen als koningen heersen op de aarde’ (Op.5:9,10), neemt men meestal niet over, omdat deze inhoud te ‘hoogmoedig’ zou klinken voor ‘zondaars tot de dood!’ Het evangelie ‘over’ Jezus Christus is dan ook het fundament van ons geloof. Paulus schreef daarom: ‘Ik had besloten u geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus – de gekruisigde’ (1 Cor.2:2).

Onze schuldvergeving en onze rechtvaardigmaking zijn door de gekruisigde Christus tot stand gekomen. Er is geen verlossing, bevrijding, genezing, herstel, vervulling met Gods Geest of opgroeien tot de mannelijke volwassenheid mogelijk als dit niet gebaseerd is op de genade door Jezus Christus. Daarom kan bij de overwinning van de zonen van God in de eerste plaats dankbaar geconstateerd worden: ‘Zij hebben hem (de duivel) overwonnen door het bloed van het Lam’ (Op.12:11).

Het evangelie ‘ván’ Jezus

Het evangelie ‘over’ Jezus Christus, dat van de vergeving van zonden, is over de hele wereld gegaan en talloze mensen hebben dit aanvaard. Toch bedoelde Jezus nog wat anders, toen Hij de profetische woorden uitsprak: ‘En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de hele wereld gebracht worden tot een getuigenis voor alle volken’ (Matth.24:14).

  • Jezus zei tegen hen: ‘Zo lijkt iedere Schriftgeleerde, die leerling in het koninkrijk van de hemelen is geworden, op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt’ (Matth.13:52).

Het evangelie ‘over’ Jezus is de onmisbare melk, maar het is niet voldoende om kinderen van God tot de volmaaktheid en tot de volwassenheid te doen opgroeien (1 Cor.3:2). Daarvoor is het brengen van het evangelie ‘ván’ Jezus Christus nodig. Dit heeft dan betrekking op de boodschap die Hijzelf gebracht heeft. Het evangelie van Marcus begint met de woorden: ‘Begin van het evangelie ‘ván’ Jezus Christus’. De Heer bracht van stad tot stad en van dorp tot dorp een speciale boodschap, namelijk die van het Koninkrijk van de hemelen. Déze boodschap werd vergezeld door tekens en wonderen van herstel.

In Mattheüs 4:23 staat: ‘En Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun synagogen en bracht het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal onder het volk’. Dit was het evangelie ‘ván’ Jezus! Onze Heer bracht niet in de eerste plaats een evangelie over Zichzelf, maar Hij openbaarde de geheimen van het onzichtbare Koninkrijk van de hemelen. Hijzelf leefde in het Koninkrijk van God en Zijn hele leven was hiervan een getuigenis. Hij bracht het niet alleen, maar liet ook zien wat het leven in het Koninkrijk van God inhield. Hij bracht in woord en daad ‘het evangelie van de heerlijkheid’. Zijn boodschap was volkomen nieuw. Hij verklaarde het wezen van de Vader, want niemand had ooit God gezien, maar Jezus deed ons de Vader, die in de hemelen is, kennen. Hij was de eersteling van de nieuwe schepping, dus de eerste nieuwe of geestelijke mens die de gedachten van God bekend maakte.

Hij toonde ons dat de onzichtbare engelenwereld geschapen was om de mensheid die op God gericht was, te dienen en te beschermen. Hij ontmaskerde ook satans demonen, omdat zij tegen het plan van God met de mens ingaan. Hij stelde hen openlijk ten toon als vijanden van God en van de mens. Zij zijn de veroorzakers van iedere wetteloosheid in geest, ziel of lichaam. Hij opende een geheel nieuwe wereld voor allen die zijn boodschap verstonden. Hij gaf degenen die Hem volgden, de macht om te heersen in de hemelse gewesten. Hij toonde ook aan dat niet de mens de oorzaak van het kwaad is, maar de duivel met zijn demonen. Hij leerde ons zijn methode kennen om van de duivel verlost te worden: ‘Zodat wij, ontkomen aan onze vijanden, Hem zonder angst zouden dienen, toegewijd en oprecht, altijd levend in zijn nabijheid’ (Lucas 1:74,75).

Het oude verbond, dat in de zichtbare wereld functioneerde en slechts een schaduw was van de toekomende dingen, was nooit in staat geweest hen die God dienden, te volmaken. Maar Jezus maakte zijn volgelingen deelgenoten van een hemelse roeping, zodat zij wel naar de volmaaktheid kunnen streven. Daarom zijn zij gericht op Jezus, de Grondlegger en de Voltooier van het geloof. Jezus openbaarde de geheimen van God met de mens, namelijk dat deze overgezet mag worden uit het rijk van de duisternis en uit de macht van de satan in het licht van het rijk van God. Hij mag lopen over de hoge weg in de onzienlijke wereld. Door het aanvaarden en het realiseren van de boodschap van het Koninkrijk van de hemelen, kan hij tot alle goede werken volkomen worden toegerust (2 Tim.3:16).

Het evangelie ‘van’ Jezus Christus is niet opgehouden toen Hij naar de hemel ging. Het is ook niet verouderd, want het gaat over onvergankelijke en eeuwige werkelijkheden.

  • ‘Jezus Christus is gisteren en vandaag Dezelfde tot in eeuwigheid’

en daarmee ook zijn evangelie, want Hij is het vleesgeworden Woord (Joh.1:1) van God. Zijn methode om te redden, te genezen, te herstellen en te vervullen met zijn Geest, is ook onveranderlijk. Daarom moeten zijn volgelingen dezelfde boodschap brengen die Hij gebracht heeft en het doel nastreven, waartoe Hij geroepen heeft, zoals er staat: ‘Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is’ (Matth.5:48). Jezus noemde hen, die zijn evangelie begrepen hadden, dan ook Schriftgeleerden die leerlingen geworden waren van het Koninkrijk van de hemelen.

De geestelijke wereld zien en verstaan

Voor hen die het evangelie ‘over’ Jezus aanvaard hebben, moet die boodschap dus verder centraal staan. Om de leer ván Jezus Christus te verstaan, moet men de Schriften nauwkeurig bestuderen en in staat zijn de geestelijke betekenis ervan te zien. Men kan net als de Schriftgeleerden en Farizeeën wel een enorme kennis van de Bijbel hebben en tóch blind zijn voor het Koninkrijk van de hemelen en daarmee dus voor de boodschap van de Meester zelf. Deze trieste feiten kan men in alle kerken en kringen ruimschoots constateren.

De vraag is of de mannen (en tegenwoordig ook vrouwen), die daar de leiding hebben, ook leerlingen geworden zijn van het Koninkrijk van de hemelen. Of, zoals men ook vertalen kan: scholieren in het hemelrijk? Of probeert men van dit Koninkrijk in de onzienlijke wereld toch weer een zichtbare zaak te maken? Beperkt men zich liever tot een evangelie ‘over’ Jezus Christus, zodat ze zich alleen maar bezig hoeven houden met allerlei activiteiten in de natuurlijke wereld?

Dit zijn belangrijke vragen, want het gaat in dit alles om de openbaring van de zonen van God. Zij die de Bijbel letterlijk lezen, hunkeren misschien naar de zichtbare verschijning van de Mensenzoon hier op aarde, maar zij die leerling geworden zijn van het Koninkrijk van de hemelen, willen eerst nog zonen van God te worden, dus gelijk worden aan het beeld van de Zoon en daarom volgen zij Hem daar waar Hij nu is.

Lezer, wat wilt u?

Wilt u het voorbeeld van Jezus volgen en geloven wat Hij leerde? Dan kunt u de werken doen, die Hij gedaan heeft en zelfs nog grotere (Joh.14:12). Draai niet langer om de waarheid heen, ook al weet u dat u met de leer van Jezus alléén komt te staan en als paria uit de kerkgemeenschappen gegooid zult worden. Gelooft u het evangelie dat Hij gebracht heeft of ergert u zich eraan? Het valt ons namelijk op dat zij die zich ‘Bijbelgetrouwe’ christenen of ‘fundamentalisten’ noemen, afwijzend staan tegenover het evangelie ‘van’ Jezus Christus, tegenover het eeuwig evangelie dat zich intensief beweegt in de geestelijke wereld? 

Paulus, leerling van het Koninkrijk

  • In het begin van de Handelingen van de apostelen wordt door Lucas opgemerkt, dat hij opgetekend had ‘alles wat Jezus begonnen was te doen en te leren, tot de dag dat Hij werd opgenomen’. Hieruit volgt dat de leerlingen het evangelie ‘van’ Jezus overnamen en verder brachten. Zij bleven in zijn woorden (Joh.15:7).
  • In Romeinen 1:9 schrijft Paulus: ‘Want God, die ik met mijn geest dien in het evangelie ‘van’ zijn Zoon’. Bij zijn afscheid van de oudsten van de gemeente te Efeze, zegt dezelfde apostel, dat hij als een koopman ‘rondgereisd had met de boodschap van het Koninkrijk’ (Hand.20:25). Hij zag niet op ‘het zichtbare maar op het onzichtbare’ (2 Cor.4:18). Zijn bedoeling is om heidenen tot gehoorzaamheid te brengen door woord en daad, door kracht van tekens en wonderen, door de kracht van de Geest’ en zo had hij ‘van Jeruzalem uit rondreizend tot Illyrië toe, de boodschap van het evangelie ‘van’ Christus volbracht’ (Rom.15:19). Hij getuigde van ‘de geheimen van het Koninkrijk van de hemelen’:
  • ‘Aan de hand daarvan kunt u zich, wanneer u dat leest, een beeld vormen van mijn inzicht in dit mysterie (dus het evangelie) ‘van’ Christus. Het is onder vorige generaties niet aan de mensen onthuld, maar nu door Gods Geest geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten’ (Ef.3:4,5).

Paulus was met recht een leerling geworden van het Koninkrijk van de hemelen. Hij eindigde de brief aan de Romeinen met de woorden:

  • ‘Aan Hem die in staat is u kracht te geven, overeenkomstig het evangelie ‘van’ (niet ‘over’) Jezus Christus dat ik breng, overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is, maar dat nu is geopenbaard en op bevel van de eeuwige God door de geschriften van de profeten bij alle volken bekend is geworden om ze tot gehoorzaamheid en geloof te brengen’ (Rom.16:25,26).

In de kerken zwijgt men over dit evangelie. Men is grootgebracht met verhalen ‘over’ Jezus, maar Zijn gedachten komen niet aan de orde. Men praat graag over de vergeving van zonden en wat Hij voor hen gedaan heeft, maar men heeft geen inzicht in het plan van God met de mens: de mens is bestemd om in de onzienlijke wereld met Hem op de troon te zitten om mee te regeren over al de werken van Zijn handen, zowel in de zienlijke als in de onzienlijke wereld. Paulus roemt over het evangelie ‘van’ Jezus Christus en voegt er ook de waarschuwing aan toe:

  • ‘Er is geen ander evangelie, er zijn alleen maar mensen die u in verwarring brengen en het evangelie ‘van’ Christus willen verdraaien. Wanneer iemand u iets vertelt dat in strijd is met wat ik u verteld heb, al was ik het zelf of een engel uit de hemel – vervloekt is hij!’ (Gal.1:7,8).

Daarom willen wij niet anders brengen dan het evangelie van de onzienlijke wereld, waarover de Heer in gelijkenissen sprak. Ook vandaag stuit dit evangelie op een enorm verzet van ‘vrome’ geesten, want zij weten dat – wanneer iemand deze boodschap aanvaardt en deze weg gaat – zij een nederlaag lijden. Daarom proberen ‘vrome’ geesten de mens altijd door allerlei leringen, inzettingen en wetten te binden aan deze aarde. Wij zijn echter vol goede moed, omdat de tijd komt, dat ‘het geheimenis van God voltooid is, zoals Hij zijn knechten, de profeten, heeft verteld’ (Op.10:7). Dan is het evangelie van het Koninkrijk in zijn volle heerlijkheid geopenbaard, omdat de zonen van God geestelijke mensen geworden zijn.

Nieuwe en oude dingen

Een Schriftgeleerde, een leerling van het Koninkrijk van de hemelen, die door Woord en Geest onderwezen is in de situaties van de onzienlijke wereld, wordt door Jezus met een huisvader vergeleken, die voor zijn huisgenoten uit zijn rijkgevulde voorraadkamer de opbrengst van zijn land en van zijn tuin van datzelfde jaar en van vorige jaren tevoorschijn brengt, om zo in alle behoeften te kunnen voorzien. Hij komt hier in overeen met de bruid in het Hooglied, die voor haar geliefde, jonge en oude vruchten gespaard had (Hooglied 7:13).

Banden met het voorgeslacht verbreken!

Merkwaardig is dat veel fundamentalisten in hun commentaren spreken over ‘leraars die toegerust zijn met een schat van oude en nieuwe dingen’. Zij zetten steeds het bijvoeglijk naamwoord ‘oude’ voorop en leggen daarmee het accent op de oude waarheden, op het geloof van de voorvaders. Jezus sprak echter steeds over ‘nieuwe’ dingen. Wat een tegenstelling vergeleken met de Schriftgeleerden van zijn tijd, want zij leefden alleen van het overjarige koren van de voorvaders. Daarom zei Jezus tegen hen:

  • ‘Dat is de reden waarom Ik profeten en wijzen en Schriftgeleerden naar jullie zal sturen. Jullie zullen sommigen van hen doden, kruisigen zelfs en anderen in jullie synagogen geselen en van stad tot stad vervolgen’ (Matth.23:34).

De Schriftgeleerden die leerlingen geworden zijn in het Koninkrijk van de hemelen, zullen nooit door de aardsgerichte leraars geaccepteerd worden. Zij zullen de verwerping van hun Meester delen, want zij volgen Hem na in zijn denkwereld. Paulus zei: ‘Wees mijn navolgers, zoals ook ik Christus navolg’ (1 Cor.11:1).

De ‘nieuwe dingen’ zien op de leer van het Koninkrijk van de hemelen, zoals Jezus deze bracht. Door het evangelie ‘over’ Jezus te aanvaarden, gaat de mens er binnen en door de leer ‘van’ Jezus worden het leven, de strijd en de overwinning in de hemelse gewesten een geestelijke realiteit. Een leerling van het Koninkrijk begint niet met de oude dingen uit te delen, maar met de nieuwe. Hij brengt dus ‘een redding dat allereerst gebracht is door de Heer’ (Hebr.2:3). Daarom gaat het onderwijs uit het Nieuwe Testament voorop. Het nieuwe verbond is namelijk geen voortzetting van het oude, maar het verhoudt zich ertoe als de werkelijkheid tot de schaduw en als het eeuwige tot het tijdelijke. Wie het Oude Testament leest zonder kennis van het Koninkrijk van de hemelen, heeft – net als de Joden – een bedekking op het gezicht. Hij verstaat het gelezene alleen maar letterlijk in de natuurlijke wereld. De apostel Paulus schreef:

  • ‘Dit alles is ons tot voorbeeld: Wat hun overkomen is, moet ons tot voorbeeld zijn; het is geschreven om ons, voor wie de tijd ten einde loopt, te waarschuwen’ (1 Cor.10:6,11).

Daarom zullen wij het Oude Testament lezen bij het licht van het Nieuwe. Wij zullen de geschiedenissen die erin vermeld zijn gebruiken als illustratie en ze interpreteren in de onzienlijke wereld, dus ze vergeestelijken! Daarom mogen wij ons ook, als het Israël van God, de beloften toe-eigenen, die in het Oude Testament voor Gods volk gegeven zijn. Want in Christus en in zijn zaad, dat is in de gemeente, zijn alle beloften van God en al zijn toezeggingen ‘ja’ en door Hem is het ‘amen’. De apostel Petrus schreef ook dat de profeten van de voor ons bestemde genade profeteerden (1 Petr.1:10).

De Bedelingenleer met haar opnamesprookjes en aardse Israëlaanbidding

Laat u daarom niet blinddoeken door hen die de beloften van het oude verbond toepassen op een zichtbaar en natuurlijk volk. Ook niet via de 2 eeuwen oude leugen: de Bedelingenleer van de tijdperkenknippers. Wij zijn immers Abrahams zaad? Wij zijn het geestelijke Israël, omdat wij inwoners zijn van het hemelse Jeruzalem. De apostel zei: ‘Het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen’. Dit nieuwe is ‘het evangelie van de heerlijkheid ‘van’ Christus, die het beeld van God is’ (2 Cor.4:4). De heerlijkheid wil zeggen het klimaat of de sfeer van het Koninkrijk van God en resulteert in vrede, gerechtigheid en blijdschap. Wie de hoge weg gaar, merkt dat in deze onafzienbare ruimten van het eeuwige rijk van God steeds nieuwe ontdekkingen gedaan worden. De nieuwe dingen worden rijkelijk geïnspireerd door Gods Geest.

Het heerlijke van het evangelie van het Koninkrijk is dat de mens in staat gesteld wordt zelfstandig ontdekkingen te doen. Daarnaast wordt het gordijn dat de onzienlijke wereld verbergt, steeds verder weggeschoven. Op de berg Sion in de hemelse gewesten zal God: ‘het waas dat alle volken het zicht beneemt, de sluier waarmee alle volken omhuld zijn, wegnemen’ (Jes.25:7). Men leert de gedachten van de vijand kennen, zoals de apostel Paulus schreef, maar ook steeds meer de methode van de Heer toepassen, die tot overwinning leidt. Het evangelie van het Koninkrijk opent een nieuw levensperspectief voor de zonen van God, voor wie voorspeld is:

  • ‘Toch weten wij, dat wanneer de openbaring gekomen is, wij Hem gelijk zullen zijn, want wij zullen Hem zien, zoals Hij is’ (1 Joh.3:2,3 Can. Vert.).