
Openbaring 13:1,2
‘En ik zag uit de zee een beest opkomen’ 1a.
De eerste vraag die opkomt is: wie is het beest? Johannes onthult niet alleen in zijn Openbaring ons het geheim van het antichristelijke rijk, hij spreekt er ook over in zijn brieven. Het beest uit de zee, dat bij het ondergaan van de eerste schepping naar de afgrond van het dodenrijk moest vluchten, werd daaruit weer opgeroepen door o.a. Cham, de vader van Kanaän, Nebopolasser en Nimrod. Apollyon is sinds die tijd steeds actiever geworden; het stijgt steeds verder op uit de afgrond. Deze geest van geweld, dood en verderf, openbaarde zich dus ook al in de eerste christengemeenten:
De met Apollyon meewerkende antichristenen op aarde (meervoud!)

De dwalingen hebben zich in de loop van de eeuwen vermenigvuldigd en zijn alle geïnspireerd door deze grootste demon onder satan, Apollyon. Met de gemeente van Jezus Christus is het gegaan als met een lichaam dat eerst enkele ziektesymptomen vertoonde, maar waarvan men later zeggen moest: ‘Het hele lichaam is ziek; van de voetzool af tot de schedel toe is er niets gaaf’ (Jesaja 1:6). Door de geest van de dwaling wordt de weg van de waarheid gelasterd en zelfs de Heer Jezus Christus (die de gemeente gekocht heeft) verloochend (2 Petrus 2:1).
Dé nog komende, wérkelijke antichrist, een mens. Een grote gevallen zoon van God; de ster Alsem (bitter) (Openb.8:10,11).

De géést van de antichrist brengt afwijkingen en dwalingen onder de kinderen van God:
- ‘Kinderen, het laatste uur is aangebroken. U hebt gehoord dat dé antichrist zal komen. Nú al staan er veel antichristenen (meervoud!) op en daardoor weten we dat dit het laatste uur is. Zij zijn uit ons midden voortgekomen maar ze hoorden niet bij ons, want als ze werkelijk bij ons hadden gehoord, zouden ze bij ons gebleven zijn. Maar het moest aan het licht komen dat niemand van hen bij ons hoorde’ (1 Joh.2:18,19).
Zomaar een paar ‘werken’ van de hedendaagse antichristenen

De geest van de dwaling begint zijn werk in mensen die de eerste stappen van de geloofsweg gelopen hebben en het enige Bijbels fundament in hun leven hebben gelegd. Zij hebben de waarheid echter losgelaten en brengen leugens en dwalingen binnen de gemeente van Jezus Christus. 2 Petrus 2:20 schrijft over hen: ‘En als zij die zich door hun kennis van onze Heer en redder Jezus Christus hebben losgemaakt van het vuil van de wereld, daar weer in verstrikt raken en er opnieuw door worden beheerst, zijn ze er erger aan toe dan voorheen.’
We zouden (met Jezus op weg naar Golgotha) kunnen zeggen: ‘Als dit gebeurt met het groene hout, wat zal dan het einde zijn van het dorre hout?’ (Lucas 23:31). Dit zeggen we tegen de weerspannigen die weigeren zich werkelijk te bekeren. Tegen hen die zeggen dat dit niet nodig is omdat ze een verzonnen verbond met Abraham hebben óf zich eindeloos vermoeien met uitzichtloze rozenkransen. Het gaat met een dwaling als met de vorm van een letter V. Zij verwijderen zich steeds meer en de kloof er tussen wordt steeds groter. De dwaalleraar kan in het begin nog wat goede dingen brengen, maar hij brengt op één of meer punten een valse leer of een leugen. Deze ontwikkelt zich en gaat overheersen met als gevolg dat de misleider zich steeds verder van de waarheid verwijdert en het einddoel van het geloof mist. Het fundament waarop de afvallige kerk gebouwd wordt, is de leugen. In 1 Johannes 4:1 staat: ‘Geliefde broers en zussen, vertrouw niet iedere geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld gekomen.’
Antichristenen (al 18 eeuwen)

De apostel richt zich tot de gemeenten en waarschuwt hen voor de verleidende geesten van de antichristenen op aarde vandaag. Johannes spreekt over ‘iedere geest’ en over ‘veel valse profeten’, dat zijn dus mensen. Zo is er dus sprake van ‘de géést van de antichrist’ en van ‘dé antichrist’ en een mens; een grote gevallen zoon van God.
Apollyon, het beest dat Johannes ziet, komt op uit de zee. De zee is beeld van het geestelijke, godsdienstige leven en het dodenrijk. Dit beest wordt ook ‘het beest uit de afgrond’ genoemd (Op.11:7 en 17:8). Wij hebben hier dus met een ontzagwekkende geest uit het rijk van de duisternis te maken. Johannes bemoeit zich niet met talrijke afgodendiensten als het boeddhisme, islam, politieke ideologieën, het polytheïsme of het Chinese communisme als ‘één natie-onder-de-zon-heerschappij’. Hij schrijft hier over de strijd tussen de ware gemeente en de valse schijnkerk. Op de zeven koppen van het beest rust de hoer: ‘De zeven koppen zijn zeven bergen, waarop de vrouw zit’ (17:9).
De grote hoer – Beeld van de zeven koppen van Apollyon

Zoals de ware gemeente gedragen wordt door de kracht van Gods Geest (de grootste en hoogste berg) zo wordt de valse kerk gedragen door de zeven antichristelijke monsters uit de afgrond. De hedendaagse kerken zijn als koppen met de geest van de antichrist verbonden. Het beest uit de afgrond (Apollyon) is dus de géést van de antichristenen vandaag (meervoud), (de antichrist hemzelf behandelen wij in vers 11). In 1 Johannes 4:3 wordt opgemerkt: ‘En dit is de géést van de antichrist, waarvan u gehoord hebt, dat hij komen zal en hij is nu al in de wereld’. Dit is dus niet de antichrist zelf, maar zijn voorlopers.
De vier paarden

Bij de ware gemeente is sprake van de Geest van God, die er is en in de laatste dagen machtig uitgestort zal worden. Bij de valse kerk is er sprake van de geest van de antichrist, ‘die er al is en die nog komen zal. (Openb.6:3-9). Nog nooit bekeerde christenen (de meerderheid) zien Gods Geest als een stuk materie. Zij zeggen: ‘Als deze er is, kan Hij niet meer komen’. Maar zo is het niet in de geestelijke wereld. Van God, die geest is, wordt gezegd: ‘Die is en die was en die komt!’ (Openb.6:2). Van mensen die Gods Geest al ontvangen hadden en die vol zijn van Gods Geest, wordt gezegd: ‘Zij werden (opnieuw) vervuld met Gods Geest’ (Hand.4:31). Van het beest uit de afgrond, een geest, staat:
- ‘Ziende het beest, dat was en niet is, hoewel het (aanwezig) is’ (zoals de Statenvertaling in Op.17:8 letterlijk vertaalt).
- Paulus schrijft in dit verband: ‘Want eerst moet de afval komen en de mens van de wetteloosheid zich openbaren, want het geheim van de wetteloosheid is al aan het werk’ (2 Thess.2:3-7).
Het beest dat uit de zee opkomt (de geest van de antichrist) is er altijd al geweest. Het is een van satans grootste gevallen engelen. Zoals het beest in dit visioen langzaam opkomt uit de zee (het dodenrijk) zo doet dit gedrocht vanuit het verborgene zijn werk; ook in de gemeente. In de laatste dagen wordt dit beest uit de zee door zeer slechte mensen massaal verder ‘omhoog’ geroepen en openbaart het zich geheel in al zijn afschuwelijkheid. Dan wordt deze grote demon ook duidelijk onderkend. Het mysterie van zijn verborgenheid wordt dan openbaar. Daarom schrijft Johannes: ‘Ik zag uit de zee een beest opkomen!’ De tweede vraag die opkomt is: ‘hoe wordt het beest geïdentificeerd?’ Johannes schrijft:
- ‘Hieraan leert u de Geest van God kennen: elke geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en elke geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is niet uit God; maar dat is de geest van de antichrist (Apollyon), waarvan u gehoord hebt dat hij komt en die nu al in de wereld is’ (1 Joh.4:2,3).
Maar hoe herkennen we de geest van de antichrist? In de eindtijd zal immers het goede graan van het onkruid gescheiden worden? Dit kan alleen wanneer het verschil duidelijk naar voren komt. Iedere geest die niet uit God is, zal ontkennen dat Jezus in het vlees gekomen is. Het gaat er bij Johannes niet om dat de valse profeten zullen loochenen dat Jezus mens is, maar wel dat Hij gekomen is ‘gelijk aan het zondige vlees’ zoals de H.S.V. in Romeinen 8:3 luidt. Dit is trouwens niet ‘in een vlees aan de zonde gelijk’, zoals de noorse broertjes leren. Jezus heeft het ‘vlees van de zonde’ overwonnen. Het Woord van God (Gods Logos, Joh.1:1 en niet God zelf) nam hetzelfde vléés aan, waarin alle mensen vanaf Adam gezondigd hadden. Niemand was nog vrij van de besmetting van het vlees en de geest, totdat Jezus kwam. Hij liet de machten van de duisternis in zijn vlees niet toe. Als kind tot aan zijn optreden was Hij al geheiligd door zijn Vader. In zijn verdere leven bewees Hij dat het door Gods Geest mogelijk is om zonder zonde in het vlees te leven. Hij was de eerste van veel broers en zussen. Door zijn doop met Gods Geest en zijn lijden en sterven, maakte Hij het mogelijk dat ditzelfde ook in ons gebeuren zou:
- ‘Zodat de eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het (zondige) vlees wandelen, maar naar de Geest’ (Rom.8:4).
- In 2 Johannes:7 staat: ‘Want er zijn veel misleiders uitgegaan in de wereld, die de komst van Jezus Christus in het vlees niet belijden’. Letterlijk staat er: ‘die niet belijden dat Jezus komende is in vlees.’
Bij Johannes gaat het om de Geest van God óf de geest van de antichrist in de mens. Een tussenweg bestaat niet. Wie de geest van de antichrist heeft, spreekt ‘uit de wereld en de wereld hoort naar hem’. Al zijn het maar zijn kleine voorlopers, dé Antichrist zal zichzelf helemaal openbaren in al zijn afschuwelijkheid. Het is dé vrome geest, die zich voordoet als een ‘engel van het licht’. Hij heeft een schijn van godsvrucht, maar verloochent de kracht ervan (2 Tim.3:5). De hoererende kerken kennen geen groei en geen kracht om lichaam, ziel en geest te redden én geen overwinning over de zonde.
- ‘Kinderen, het is het laatste uur. En zoals u gehoord hebt dat de antichrist er aan komt, zijn er ook nu al (vandaag!) veel antichristenen gekomen (meervoud!) waaruit wij weten dat het het laatste uur is’ (1 Joh.2:18-23).

De apostel spreekt over véél valse profeten en véél antichristenen (1 Joh.2:18-23). De géést van de antichrist heeft in de kerken de overwinning van Jezus Christus tegengehouden (Op.6:5-8). Hij werkt mensen tegen die door de kracht van de inwonende Geest van God het einddoel van het geloof willen bereiken. Waar men belijdt: ‘Wij zijn uit God’, is Christus de hoop van de heerlijkheid. Daar is overwinning, genezing en groei, daar bevestigt God zijn Woord met tekens en wonderen tot behoud, zoals ook het werk van Jezus hierdoor bevestigd werd. Ook de géést van de antichrist zal tekens en wonderen doen, maar de Bijbel noemt deze bedrieglijk, omdat zij niet willen dat de mens gered wordt en volmaakt zal zijn.
‘Dit beest had zeven koppen en tien horens en op zijn horens waren tien diademen en op zijn koppen een godslasterlijke naam. En het beest dat ik zag, leek op een panter en zijn poten waren als die van een beer en zijn muil was als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn kracht, zijn troon en grote macht’ 1b,2.
Het beest uit de zee is een geestelijke macht die opkomt op uit de afgrond van het dodenrijk en wel uit het diepste gedeelte daarvan. Dit beest (dat een voorstelling is van de antichristelijke geest) is er dus allang. Het werkt nu alleen nog in het verborgene, vlak onder de waterspiegel. Zoals Gods Geest pas volledig kon gaan werken bij de komst van Jezus, zo kan déze geest zich pas geheel gaan ontplooien bij de openbaring van dé antichrist. De zeer sterke demon Apollyon die uit de afgrond opkomt, kruipt uiteindelijk in zijn volheid in deze grote gevallen zoon van God, de ster Alsem (Op.8:10,11), dé antichrist. Deze wordt door Paulus de zoon van het verderf genoemd (2 Thess.2:3). Deze naam karakteriseert de kenmerken van het inwonende beest uit de zee, die zich heeft verenigd met dé antichrist. In deze wetteloze mens huist de verderver, Apollyon, de verderfengel of, zoals Openbaring 9:11 hem noemt, de engel van de afgrond. Apollyon is een van de sterkste demonen uit het dodenrijk. Hij is de rechterhand van de koning van de dood, de laatste vijand van Gods zonen: Dood hemzelf (1 Cor.15:54-57).
Strategie van satan

De strategie van satan is duidelijk: Na jaren van verborgen acties in de mensheid, regisseert hij nu het optreden van de grootvorsten uit zijn rijk. Hij komt zelf (nog) niet in beeld maar delegeert zijn taken. Satan zelf verbindt zich niet met de geest van de mens. Hij blijft staan op het strand en begeeft zich niet in de zee, maar geeft zijn macht over aan het beest uit de zee, de koning van de afgrond. Apollyon komt tevoorschijn met zijn zeven koppen en tien horens. Hij is daarmee de onderbevelhebber over nog een aantal grootvorsten (o.a. de koningen met één uur macht).
- In opdracht van satan verlaat Apollyon zijn plaats uit de abussos (afgrond). Hij ontvangt de macht over het rijk van duisternis en dood. Hij kruipt als geest uit de afgrond, in dé antichrist (het beest uit de aarde, een zeer slecht mens). Daarmee komt de grote, verdervende kracht van Apollyon terecht bij dé antichrist. Deze satanische geest doordrenkt met zijn zeven koppen, miljoenen kerkgangers met zijn gedachten. Maar hij laat ook zijn invloed gelden in alle staatkundige, maatschappelijke, economische en andere elitaire wereldheesters.
Voor Johannes is het eerste primair, hij ziet hoe ver het christendom is afgedwaald van de Woorden van God. De verbastering in de kerken is groot door het vasthouden aan waardeloze misvormingen, tradities en duizenden regeltjes. Er wordt meer waarde gehecht aan leerregels en dogma’s, dan aan wat God wil openbaren. Onder het masker van vroom uiterlijk vertoon hebben de kerken een vorm van blind respect afgedwongen in de maatschappij, iets wat absoluut niet past bij Jezus’ waarschuwing: ‘U zult door allen gehaat worden’.
Oecumene

Kerken onderling tolereren elkaar met veel moeite in een wereldwijde ‘kerkenraad’ met wel 340 genootschappen en visies (excl. Rome)! Zij verdraaien de Woorden van Jezus dat zij één moeten zijn, zoals ‘de Vader en ik één zijn’. Jezus bedoelde hier echter een heel andere eenheid dan wat de schijnkerken willen. Ook op politiek terrein willen naamchristenen steeds meer te zeggen hebben. Zij hebben zich immers goed genesteld in de lagen van alle corrupte overheden. Om hieraan goed te kunnen meewerken, moet het geweten permanent dichtgeschroeid worden met brandijzers, om een zoveelste compromis te sluiten. Alles wat God in Zijn Woord tot hen zegt, wordt dus liever buiten beeld gelaten, zolang de rijkdom maar steeds groter wordt. Dit samen optrekken resulteert daarom alleen maar in nog meer voorsteden van Babylon. Het kwade goed noemen en het goede kwaad is daarbij het ‘nieuwe normaal’. Het beest uit de zee is blij met deze wereldwijde huichelarij, maar de oprechte christenen en heidenen die nog van nature doen wat de wet gebiedt, haat hij intens (Rom.2:14,15).
Johannes tekent het beest ook in verband met de ideologieën van de wereldrijken. Daarbij sluit hij aan bij het visioen van Daniël 7. Deze profeet ziet daar vier wereldmachten opkomen én ondergaan om plaats te maken voor het Koninkrijk van Jezus Christus. Deze vier rijken waren er in Daniëls tijd nog niet, want in hoofdstuk 7:17 is sprake van vier koningen die uit de aarde zouden opstaan. Het laatste wereldrijk is dat van de antichrist en in Daniël 7:12 staat, dat de drie voorafgaande rijken tijdens het laatste antichristelijke wereldrijk nog zullen bestaan en dit zelfs zullen overleven. Na de ondergang van het vierde dier wordt voorspeld: ‘De andere dieren werd wel hun macht ontnomen, maar hun werd nog enige tijd van leven gegund.’
Wij lezen van deze vier dieren dat zij uit de grote zee opkwamen, maar in de uitlegging van het visioen staat: ‘Die grote dieren, die vier, zijn vier koningen die uit de aarde zullen opkomen’. Wij merken hierbij op dat dit geen gewone koninkrijken zijn maar (in tegenstelling tot de bedelingenleer en hun aardse Israëlvisie) dat zij hun ontstaan te danken hebben aan de geestelijke wereld. Het zijn koninkrijken die hun grondslag in wereld- en levensbeschouwingen vinden. Denk aan communistische landen, maar ook aan landen die geregeerd worden volgens satanische ideologieën. Denk aan de beginselen van het nationaalsocialisme, de levensbeschouwing in verband met de superioriteit van ras, bloed en bodem. Dit zijn koninkrijken op geheel andere grondslag dan bijvoorbeeld die van Nebukadnezar, Alexander de Grote, Napoleon, keizer Wilhelm II of de Russische tsaren.
De kop van het beest lijkt op een panter of een luipaard, met poten als een beer. Op zijn rug staan tien horens met kronen. Hij is in staat om alles wat onder zijn macht is gekomen, vast te houden en lam te leggen. Het eerste dier dat opkwam, werd als een leeuw gezien, het tweede als een beer en het derde als een panter. Al deze dieren hebben verschillende wetteloze kenmerken, zoals vleugels en vier koppen. Het vierde dier is nog verschrikkelijker om te zien in zijn totale wetteloosheid. Drie dingen van het vierde dier vielen Daniël bijzonder op:
- ‘De muil met zijn grote ijzeren tanden, de poten met de koperen klauwen en de tien horens op zijn kop (Dan.7:19,20).

Wanneer Johannes het beest uit de zee ziet opkomen, wordt hem zo’n zelfde verschrikkelijk monster getoond. Ook hij ziet de muil, hij ziet dat deze op een leeuw lijkt. Hij merkt ook de poten op, die lijken op de poten van een beer. Tenslotte doet het lichaam van dit wetteloze gedrocht hem denken aan een panter. Johannes ziet uit de zee de geest van de antichrist opstijgen met zeven koppen. Het zijn juist deze zeven koppen waarop afvallige, kerkelijke religies in al hun variaties rusten. Daniël zag maar één kop, maar dat dier symboliseerde daar dan ook het rijk van de antichrist en niet zijn geest. Johannes ziet later dat zes koppen wegvallen en dat er één kop overblijft. Deze laatstgenoemde kop is de eigenlijke kop van het beest, want:
- ‘Het beest, dat was en niet is, is zelf ook de achtste, maar het is uit de zeven’ (Op.17:11).
De geest van de antichrist is er altijd geweest, dit geldt niet voor zijn rijk. Al deze zeven koppen dragen namen van godslasteringen. De geesten die de afvallige kerkreligies dragen, willen niets te maken hebben met het plan en doel van God. Zij hebben immers hun belijdenisgeschriften, de Heidelberger en Rome haar tirannie.
Wanneer het beest uit de zee opkomt, krijgt hij grote macht van de duivel. Zes van de zeven koppen verdwijnen. De afvallige kerk rust dan nog alleen maar op de ene kop die overblijft, dat is op de verborgen gemeenschap met de geest van de antichrist, Apollyon, die zich gaat openbaren in de gemeente van dé antichrist, een mens (Ez.28:1-10). De muil van het beest dat Johannes ziet, bevindt zich aan de blijvende kop. Daarop zijn de tien horens, die zowel Daniël als Johannes zagen. Johannes zag op deze horens kronen of diademen. Een teken dat deze horens (grootmachten of koningen uit het rijk van de duisternis) macht ontvangen hadden.
De tien koningen met een uur macht

De tien horens of tien koningen ontvangen hun kracht en hun macht tegelijkertijd met het beest:
- ‘De tien horens die je zag zijn tien koningen die nu nog geen koning zijn, maar straks samen met het beest voor één uur koninklijke macht zullen krijgen’ (Op.17:12).
De duivel gaat zover, dat hij de troon (als overste van deze wereld) afstaat aan de geest van de antichrist. Deze neemt het regiem van de aarde dan over. Zoals God de Vader op aarde gewerkt heeft door Zijn Geest om een volk te verzamelen, zo geeft satan zijn macht over aan de geest van de antichrist om voor hem een volk te verzamelen op deze aarde. De geest van de antichrist is dus tegenhanger van Gods Geest.