
- ‘Hierna zag ik en zie, er was een deur geopend in de hemel. En de eerste stem die ik als van een bazuin met mij had horen spreken, zei: Klim naar hier omhoog en Ik zal u laten zien wat hierna moet gebeuren’ (Op.4:1).
De onzienlijke wereld
Zonder kennis van het koninkrijk van de hemelen, volgend op het gelegde Bijbels fundament uit Hebreeën 6:1,2 en de nieuwe geboorte (Efeziërs 1:13,14; 1 Petrus 1:3), blijft het boek Openbaring een gesloten boek. Openbaring werpt licht op wat zich in de onzienlijke wereld afspeelt. Daarom kan dit boek alleen op geestelijke wijze of met kennis van de geestenwereld geïnterpreteerd worden. Zo is het onmogelijk om enkele gedeelten, die zich daarvoor schijnen te lenen, op aarde te lokaliseren of er een geografische betekenis aan toe te kennen, zoals aan Armageddon, de Eufraat, Babylon, terwijl men dan de aansluitende gedeelten weer geestelijk moet verklaren. Buiten de beschrijving van de 7 gemeenten in Openbaring hoofdstukken 2 en3 – die destijds letterlijk bestonden – speelt het boek zich volledig af in de hemelse gewesten.
Inzicht
Wanneer men sommige gedeelten wél en andere weer niet leest in dit licht, komt men tot allerlei tegenstrijdige en vaak dwaze verklaringen. Zo kan men bijvoorbeeld geen verschillende betekenissen toekennen aan het woordje ‘ster’, waarbij men dan een vallende ster voor een atoombom houdt. Zo is het ook onlogisch van de tempel of van de twaalf stammen, nu eens een Oudtestamentische en dan weer een Nieuwtestamentische verklaring te geven. Men verbreekt op deze manier de eenheid van conceptie, die aan deze visioenen ten grondslag ligt. Maar dit neemt natuurlijk niet weg, dat de gevolgen van wat in de hemel gebeurt, op aarde zichtbaar worden.
Met ongeestelijke uitleggingen die aardsgericht zijn en die niet hoger komen dan het niveau van de Bijbelexegeten uit de middeleeuwen, komt men niet verder. De Farizeeën en Schriftgeleerden verstonden ook de dingen van het Koninkrijk van God niet, maar hadden slechts verwachtingen voor een natuurlijk Israël, zoals velen deze ook in onze dagen koesteren. Zolang men nog van beneden tegen dit boek aankijkt – dus vanuit de natuurlijke wereld – is en blijft het een onverklaarbaar geschrift. Dan geldt: ‘Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen’. Alleen op de ‘hoge’ weg leert men de diepte van de profetieën verstaan.
Sleutels

De sleutels, die bij de verklaring van het boek Openbaring ter beschikking staan, zijn die van de kennis van het Koninkrijk van de hemelen. De Openbaring is een machtig tafereel, waarin niet alleen de eindfase van de strijd in de hemelse gewesten beschreven wordt, maar waarin ook in tal van beelden het ontwikkelingsproces getekend is van de ware en van de valse kerk, van hen die in de hemel wonen en van hen die op de aarde wonen.
Dit boek behandelt geen algemene geschiedenis en bemoeit zich niet met Chinezen, islamieten, Papoea’s of Eskimo’s als volken, maar met hen die volgelingen zijn van Jezus Christus en ook met hen die zich ‘christelijk’ noemen… Lange tijd trekken deze beide categorieën samen op, totdat zij in de eindtijd hun volheid bereiken, duidelijk waarneembare verschillen vertonen en uit elkaar gaan. Openbaring is echter ook een fascinerend boek, omdat de problemen van het hedendaagse leven erin herkend worden.
De volgorde
Het boek is niet in chronologische volgorde geschreven. De 7 gemeenten die besproken worden in hoofdstuk 2 en 3 hebben destijds werkelijk bestaan. Zij zijn als voorbeeld opgetekend voor alle gemeenten van Jezus Christus op aarde en voor alle nog komende tijdperken. Iedere dag en waar ook ter wereld leidt Jezus Christus zijn gemeenten zoals Hij wordt beschreven als wandelend tussen de kandelaars. Hij onderhoudt ze, waarschuwt en bemoedigt ze en zo bouwt Hij d.m.v. zijn gemeenten, verder aan Gods eeuwige plan.
Het openen van de 7 zegels is een leidraad, zoals de bazuinen, weeën en schalen van Gods toorn, dit ook zijn. Jezus ontvangt de boekrol uit de rechterhand van God en opent achtereenvolgens elk van deze zeven zegels. Ieder zegel ontsluit een gedeelte van de boekrol, een fase in de voortgaande openbaring van Jezus Christus. Bij iedere opening vindt een verdere onthulling plaats: de geestelijke ontwikkeling die door Jezus’ werk in mensen mogelijk is, wordt zo op profetische wijze zichtbaar gemaakt, van begin tot eind. In Openbaring 6 en 7 opent Jezus de eerste zes zegels. Vanaf hoofdstuk 8 gaat het over de opening van het zevende – het laatste – zegel. Het grootste deel van het boek Openbaring is dus gewijd aan de eindfase van de geestelijke ontwikkeling, aan de eindtijd en aan de voltooiing van het werk van Jezus Christus in en door zijn gemeente.
Na de opening van het zevende zegel worden achtereenvolgens zeven bazuinen geblazen. Deze zeven bazuinen geven een nadere detaillering aan binnen de eindfase, als ook een volgorde in de gebeurtenissen. Zij bieden houvast in het ontdekken van de doorgaande lijn in alle geestelijke processen en ontwikkelingen.
De terugkomst

In Openbaring 12 t/m 19 wordt de tijd van de zeven bazuinen nader toegelicht. Met aanvullende woorden en beelden passen deze geheel in de lijn die in Openbaring 8 t/m 11 staat beschreven. Zij completeren het beeld van het zevende zegel. De zeven bazuinen leiden tot een markant gebeuren in de eindtijd: de terugkomst van Jezus Christus, zijn zichtbare verschijning met de zijnen, met zijn gemeente uit alle tijden en plaatsen. Dit vindt plaats bij de zevende bazuin. Deze laatste bazuin kan pas geblazen worden nadat Jezus het zevende zegel heeft geopend. Het is een ingrijpend moment in het wereldgebeuren, met veel gevolgen, zowel in hemel als op aarde. De terugkomst van Jezus Christus – waar veel christenen naar uitzien – vormt niet het einde van Openbaring; wel is het een hoogtepunt in het proces van zijn openbaring. De geestelijke ontwikkeling gaat dóór. Het werk van Jezus is nog niet af. Zijn terugkomst luidt een nieuwe fase in.
Het duizendjarig rijk

Na de terugkomst van Jezus breekt een periode aan die de Bijbel het duizendjarig rijk noemt. Een tijd waarin Jezus met zijn gemeente vanuit de hemel op aarde regeert en alle dingen tot nieuwe oprichting brengt. Na het duizendjarige rijk wordt de satan nog voor een korte tijd losgelaten om de uiteindelijke scheiding aan te brengen tussen de christenen die gestreden hebben tegen de demonen en zij die deze Geestvervulde ervaringen missen. De laatsten worden door de satan alsnog verleid om de overwinnaars van de slag bij Armageddon alsnog te vernietigen.
Na deze slag van Gog en Magog zullen de gevallenen zijn als het zand van de zee. Aan het einde van deze periode vindt het laatste oordeel plaats. Velen staan op tot eeuwig leven, anderen tot eeuwig verderf. Het rijk van de duisternis incl. het dodenrijk met Dood hemzelf vluchten daarna zelf naar de vuurpoel. Hierna beschrijft Openbaring in hoofdstuk 21 en 22 de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. De fase breekt aan waarin God zal zijn alles in allen.
De materie die behandeld wordt in het boek Openbaring, eist dat men zorgvuldig leest en de inhoud bestudeert. Het is voor de lezer dan ook noodzakelijk om ‘thuis’ te zijn in heel de Bijbel, omdat er veel ‘linken’ worden gelegd naar wat er eerder geschreven is. Zeer belangrijk hierbij is de ‘liefde voor de waarheid’ (2 Thess.2:10). Zonder deze liefde kan de Heer ons niets openbaren. De lezer of ‘voorlezer’ bemoedigd die dit troostboek bij uitstek voor de gemeente van Jezus Christus leest:
- ‘Gelukkig is wie dit voorleest en gelukkig zijn zij die deze profetie horen en zich houden aan wat hier gezegd wordt. Want de tijd is nabij’ (Openb.1:3).
- En juist voor dit boek geldt: ‘Door jullie bekend te maken wat Hij van Mij heeft, zal Hij Mij eren. Alles wat van de Vader is, is van Mij – daarom heb ik gezegd dat hij alles wat Hij jullie bekend zal maken, van Mij heeft’ (Joh.16:14,15).
Veel termen en beelden uit Openbaring hebben een andere betekenis als die in de letterlijke en natuurlijke wereld gelden. Men moet dus verstaan wat men leest en niet alleen lezen wat er staat.
Artikelen:
- Openbaring 1:1-9 – Opschrift en inleiding
- Openbaring 1:10-20 – De zeven gemeenten
- Openbaring 2:1-7 – De gemeente in Efeze
- Openbaring 2:8-11 – De gemeente in Smyrna
- Openbaring 2:12-17 – De gemeente in Pergamum
- Openbaring 2:18-29 – De gemeente in Thyatira
- Openbaring 3:1-6 – De gemeente in Sardis
- Openbaring 3:7-13 – De gemeente in Filadelfia
- Openbaring 3:14-22 – De gemeente in Laodicea
- Openbaring 4:1-4 – De aanbidding van God en van het Lam
- Openbaring 4:5-11 – De vier dieren
- Openbaring 5:1-14 – De verzegelde boekrol en het Lam
- Openbaring 6:1,2 – De apocalyptische ruiters – het witte paard
- Openbaring 6:3,4 – De apocalyptische ruiters – het vuurrode paard
- Openbaring 6:5,6 – De apocalyptische ruiters – het zwarte paard
- Openbaring 6:7,8 – De apocalyptische ruiters – het vale paard
- Openbaring 6:9-11 – De geslachte zielen onder het altaar
- Openbaring 6:12-17 – Het zesde zegel geopend
- Openbaring 7:1-8 – De 144.000 verzegelden uit het gééstelijk Israël
- Openbaring 7:9-17 – Een onafzienbare menigte die niet te tellen was
- Openbaring 8:1-5 – Een stilte van ongeveer een half uur – Het zevende zegel
- Openbaring 8:6-9 – De eerste twee bazuinen
- Openbaring 8:10-13 – De derde en vierde bazuin
- Openbaring 13:1,2 – Het beest uit de zee
- Openbaring 13:11-18 – Het beest uit de aarde – de antichrist
- Openbaring 17:12-18 – Tien koningen met één uur macht