6. De definitieve scheiding tussen onkruid en goed zaad

<<<<<

  • ‘De maaiers zijn de engelen. Zoals het onkruid bij elkaar gebonden wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de Mensenzoon zal zijn engelen eropuit sturen en ze zullen uit zijn koninkrijk allen die anderen ten val hebben gebracht en de wetten hebben verkracht bij elkaar brengen en hen in de vuuroven werpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden. Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Laat wie oren heeft goed luisteren!’ (Matth.13:39b-43).

In deze gelijkenis over het Koninkrijk van de hemelen openbaart Jezus nog een merkwaardige bijzonderheid, namelijk dat Hij zijn engelen uit zal zenden om het onkruid bij elkaar te verzamelen. De vraag is dan hoe de engelen deze opdracht uitvoeren. In Openbaring 12 lezen wij van de geboorte van de mannelijke, geestelijk sterke zoon, de rijpe vrucht van de gemeente, die weggevoerd wordt naar God en zijn troon. De eindtijdgemeente bereikt met deze openbaring van de zonen van God: ‘door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle ontwikkeling gekomen volheid van Christus’ (Ef. 4:13). Deze opnieuw geboren christenen worden weggerukt en naar Gods troon gevoerd. Dit betekent niet dat zij als gemeente van de aarde weggenomen worden, maar dat zij volledig hun plaats gaan innemen als strijders in de hemelse gewesten. Zij vormen dan een koningen- en een priesterschap, die niet van deze wereld zijn.

Oorlog in de hemel – De gemeente, verlost van de draak

Na deze gebeurtenis volgt de opmerkelijke mededeling:

  • ‘Toen brak er oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak. De draak en zijn engelen boden tegenstand maar werden verslagen; sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer. De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op de aarde gegooid’ (Op.12:7-9).

Wij zien dus dat allereerst het geheimenis van de gemeente voltooid wordt (Op.10:7). Zij blijft staande en overwint door haar krachtig belijden, dat zij uit rechtvaardigen bestaat door het bloed van het Lam en haar positief getuigenis in deze wereld dat zij door de kracht van Gods Geest haar positie als overwinnaar inneemt in de hemelse gewesten. Eerst komt de kern van de gemeente tot (de mannelijke) rijpheid en dan breekt er een oorlog uit in de hemel, die door de heilige engelen van God gestreden wordt tegen de machten van de duisternis. Jezus heeft immers alle macht in de hemelse gewesten. De tijd is aangebroken dat Hij zijn heilige engelen uitzendt om alles wat tot zonde verleidt uit zijn Koninkrijk te verzamelen. Dit alles zijn satan en zijn demonen die buiten de mens zijn en deze ten val willen brengen. Deze mensen zijn zichtbaar slecht, het zijn wetteloze mensen die het kwaad liefhebben en doen. De heilige engelen drijven de demonen bij elkaar, die de mensen verleiden en tot zonde brengen. Zij kunnen echter zelf de demonen. die in de mens zijn, niet uitwerpen. Daar hebben alleen de volgelingen van Jezus Christus bevoegdheid voor. Dezen doen dit in zijn Naam.

De satan in de afgrond geworpen

De oorlog in de hemel duurt tot het ogenblik dat de duivel zelf door een engel afgevoerd, geketend en in de afgrond geworpen wordt (Op.20:1,2). Hetzelfde gebeurt in de worsteling vanzelfsprekend ook met de andere demonen. Voor hen is de afgrond de plaats van pijniging, de gevangenis; vandaar dat de onreine geesten Jezus smeekten hen daar niet heen te zenden. De enige uitwijkmogelijkheid voor de demonen, die vluchten voor Michaël en zijn engelen, is om een schuilplaats in de mens te zoeken. Wanneer de onzienlijke wereld gezuiverd wordt, vallen de demonen dus op de aarde, dit wil zeggen dat zij in de mens varen. ‘In grote grimmigheid’ en in paniek dalen zij neer. Wanneer gezegd wordt dat in die dagen de sterren van de hemel vallen, ziet dit op een invasie van het demonische leger in de mensen (Marc.5:7; Luc.8:31).

Aan de ene kant strijden dus de zonen van God hun geestelijke strijd. Zij werpen duivelen uit en weerstaan de vijand. Daarna zetten Michaël en zijn engelen de strijd tegen deze demonische machten voort. In Daniel 12:1 staat in dit verband:

  • ‘In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de kinderen van je volk bijstaat. Het zal een tijd van verdrukking zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan.’

Wij kunnen deze tekst als volgt parafraseren: op de dag van de Heer zal Michaël de zonen van God bijstaan. Hij wordt opgeroepen als maaier van het onkruid in de tijd van de grote verdrukking. Alleen degenen die met de Gods Geest verzegeld zijn en gewend waren in de hemelse gewesten te strijden, kunnen dan stand houden. Het is nu dan ook duidelijk dat de Heer wacht om het signaal te geven, tot op het ogenblik dat de zonen van God hun mannelijke volwassenheid bereikt hebben, want anders zou de hele gemeente bezwijken. Zij die ‘de hemel bewonen’ mogen met blijdschap vervuld zijn, want zij zullen overwinnen.

Omdat zij weten weinig tijd te hebben, komen de machten, vooral de vrome, religieuze geesten, die in de leden van de afgevallen kerk huizen, tot grote activiteit. Het gaat immers in onze gelijkenis en in de Openbaring over de ware gemeente en over de valse kerk. Op deze manier worden niet alleen de zonen van God geopenbaard, maar ook de kinderen van de duivel. Deze laatsten zullen het in de gemeenschap van Gods volk niet meer kunnen uithouden en zij verbreken daarom ieder contact, zoals Johannes schreef: ‘Zij zijn van ons uitgegaan’. De geïrriteerde, onrustig makende geesten drijven hen weg uit het midden van Gods volk.

De dwaze maagden

Als tegenstelling van deze uittocht uit het midden van de rechtvaardigen, zullen de opnieuw geboren kinderen van God die nog in Babylon zijn, de roep horen: ‘Ga uit van haar, mijn volk, zodat u niet verbonden bent met haar zonden en niet ontvangt van haar plagen’. Zij die de boodschap van het Koninkrijk van de hemelen, die over de hele aarde gebracht wordt, niet geloven, haar verwerpen, zullen als de dwaze maagden een prooi worden van de duisternis. De geesten door wie de mensen gebonden zijn, zullen hen zo opjagen en onder druk zetten, dat hun slachtoffers wel moeten gehoorzamen en geestelijk volkomen ondergaan en gedemoniseerd worden. De afgevallen kerk neemt dan de machten in zich op, zoals de spons het water in zich zuigt. Het onkruid is dan verzameld en in de vurige oven geworpen. Van Gods kant gezien is deze scheiding een zuivering van de gemeente en vanuit het standpunt van de vijand is deze bundeling een middel om zich te verzamelen voor de laatste strijd tegen het Godsrijk in de hemelse gewesten.

Armageddon

In Openbaring 16:14 en 16 wordt gesproken over een verzameling tot de oorlog bij Armageddon. In Openbaring 19:19 wordt opnieuw gewezen op deze concentratie met de woorden: ‘Ik zag dat het beest en de koningen op aarde zich met hun troepen hadden verzameld om oorlog te voeren met de ruiter op het (witte) paard en zijn leger’ (Op.16:14,16; 19:19). Degene die op het paard zit, is Jezus Christus als het Woord van God en Hij wordt gevolgd door de legers die in de hemel zijn. Zij volgen Hem op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen. Hier is geen sprake van een oorlog tussen twee aardse legers, maar van de laatste slag in de hemelse gewesten bij de ‘voleinding van deze eeuw’. Het aardse Armageddon wordt slechts als beeld gebruikt om een geestelijke realiteit aan te duiden.

Onze toekomstverwachting

  • ‘Laat wie oren heeft goed luisteren!’ (Matth.13:43).

Laten wij deze waarschuwing serieus nemen. Wij willen niet misleid worden door toekomstverwachtingen die geheel aardsgericht zijn. Wij willen ons verplaatsen naar de hemelse gewesten om daar te horen, wat Jezus tot ons te zeggen had. Hij sprak in het beeld van tarwe en onkruid, dus over de ware gemeente en de valse kerk. Allereerst valt de late regen op het land en het koren én het onkruid worden rijp. Dan wordt door de heilige engelen het Koninkrijk van de hemelen gezuiverd van de demonen en ‘de nieuwe hemel’ gevormd. Het onkruid wordt bij elkaar gebracht om prijs gegeven te worden aan het vuur. Tussen het verzamelen van het onkruid en de beslissende slag van Armageddon ligt de opname van de gemeente, de schuur waarin het koren verzameld was.

Zoals de zondige geesten een scheiding vormen tussen God en de mensen, zo vormen in deze strijd de heilige engelen een cordon om het volk van God. In het beeld van de vurige oven is sprake van wenen en tandengeknars. Dit zijn typische openbaringen van ‘vrome’ geesten, dus van demonen die zich uiterlijk christelijk en godsdienstig voordoen als engelen van het licht, maar die in wezen de mensen maken tot schijnheiligen en bedrieglijke arbeiders. ‘Vrome’ geesten huilen of maken zich kwaad, slaan zich op de borst, scheuren de kleren, of ballen de vuist, als zij geprikkeld of ontmaskerd worden. Wij denken aan de Farizeeën die Jezus zochten te doden en aan het Sanhedrin dat Hem veroordeelde. Dan zullen de kinderen van het Koninkrijk het licht, de vrede en de blijdschap van God weerkaatsen in zijn Koninkrijk, of zoals Daniël het zegt:

  • ‘De verstandigen zullen stralen als het fonkelende hemelgewelf en degenen die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altijd’ (12:3).