
De katholieke kerk heeft verzonnen dat de paus de zichtbare plaatsvervanger van Jezus Christus op aarde is. Dat geeft hem (en zijn bisschoppen) het recht om wetten te maken en daardoor al haar onderdanen te tiranniseren. Rome heeft een kerkelijk wetboek met ruim 2.000 voorschriften! De priesters moeten in hun opleidingstijd duizenden bladzijden uit hun moraalhandboeken bestuderen, met daarin ontelbare voorschriften voor alle omstandigheden, zowel van het persoonlijk als openbaar leven. Van de wieg tot het graf wordt ook de ‘gewone’ rooms-katholiek omgeven door een waslijst van géboden en vérboden, altijd vergezeld met de dreiging van eeuwige straf in de hel als hij deze wetten niet naleeft. Veel katholieke kerkmensen bezoeken de diensten, maar raken al snel verveeld door de in het Latijn opgevoerde show. Toch gaat men naar de kerk, ondanks het feit dat de meesten er een gruwelijke hekel aan hebben. Ze zijn bang om een doodzonde te begaan als men wegblijft.
Katholieken worden bedreigd met de doodzonde:
- Als ze iets lezen dat hen in hun rooms-katholieke overtuiging zou kunnen shockeren.
- Als ze niet de ‘genademiddelen’ van de kerk, de sacramenten, gebruiken: minstens ééns per jaar moet hij biechten en communiceren.
- Als ze tijdens het biechten niet het precieze aantal doodzonden opsommen en onder welke omstandigheden ze die zonden deden.
- De biecht is ongeldig en geen enkele zonde wordt er vergeven, als men zich niet aan dit gebod onderwerpt.
- Als ze in hun denken ‘vreemd gaan’: wie ook maar enige twijfel heeft over alles wat Rome de gelovigen voorhoudt, begaat al een doodzonde.
1,4 miljard katholieken (2025)
Men mag niet geloven wat God in de Bijbel zegt, want men moet geloven wat Rome in haar leerstellingen de gelovigen voorhoudt. De enorme gewetensdwang die Rome uitvoert is gruwelijk. De lasten die zij oplegt zijn hemeltergend. De onverdraagzaamheid van Rome ten opzichte van mensen die afwijken van het Roomse denken, is mensonterend. De geschiedenis heeft ons dat geleerd. Duizenden ketters (in de ogen van Rome) zijn door Rome vermoord, omdat zij zich niet aan de wetten hielden. Zo blijft er in Rome niets over van de christelijke vrijheid. Laten we, doordat we wel leven in de vrijheid, de rooms-katholieken toch jaloers maken op de heerlijkheid, die Christus ons geeft, zodat ook zij willen leven naar de waarheid van Gods geschreven Woord. Alleen dié waarheid zal hen vrijmaken (Joh.8:32)!
Maar het is moeilijk om een rooms-katholiek te wijzen op de leer van Rome. Als men al wil praten over ‘het geloof’ zal het enige uitgangspunt moeten zijn: De Bijbel. Anders praat men langs elkaar heen. Wie tot een rooms katholiek zegt: ‘Hoe kan je dat toch geloven, daar staat immers niets van in de Bijbel’, kan het laconieke antwoord verwachten: ‘Nou, wat geeft dat…?’ De rooms-katholiek zal niet snel zijn geloof loslaten.
Het geloof van de kerk van Rome: de traditie

- ‘Wij moeten de waarheden geloven die God geopenbaard heeft en die de Heilige Kerk ons voorhoudt te geloven..!’
- ‘Deze waarheden zijn samengevat in de heilige Schrift of de Bijbel én in de overlevering of traditie..!’
Dat zijn twee antwoorden uit de roomse catechismus. De opnieuw geboren en Geestvervulde christen baseert zich op de Bijbel alléén (en zeker niet op de belijdenisgeschriften), maar de rooms-katholiek leunt naast de Bijbel ook op de traditie. Het argument: ‘dat staat niet in de Bijbel’, maakt daarom geen enkele indruk op een rooms-katholiek. De traditie is even geloofwaardig als de Bijbel zelf. Zij hebben theoretisch allebei evenveel gezag, hoewel praktisch de traditie zelfs boven de Bijbel staat, omdat de traditie de Bijbel uitlegt.
Nu heeft Jezus Christus nog veel méér gezegd en gedaan dan door de apostelen is opgetekend (Joh.21:25). En ook Paulus schrijft aan Timotheüs, dat hij datgene, wat hij van Paulus gehoord had onder veel getuigen, moest toevertrouwen aan andere leraars (2 Tim.2:2). Er zijn dus meer waarheden buiten de Bijbel om. Maar deze hebben niet het gezag van de Bijbel. De traditie van Rome is echter gebaseerd op zelf verzonnen waarheden, die als onfeilbaar en als door God geopenbaard worden beschouwd. En daar gaat Rome de mist in. Door de traditie zelfs boven de Bijbel te stellen, ontstaat er tirannie i.p.v. vrijheid.
Alleenheerser

Typerend voor het Roomse stelsel is dat Rome alleen via de paus mag uitmaken wat de inhoud is van de mondelinge overlevering.
- Alleen Rome heeft het exclusieve recht om te putten uit de bronnen van haar eigen openbaring.
- Alleen Rome mag bepalen wat door God is geopenbaard, zo leert de roomse catechismus.
Dit recht van Rome is in de Bijbel echter nergens te vinden. Men kan dan wel Bijbelteksten aanhalen om dit te verantwoorden, maar het is opnieuw de traditie die de geloofwaardigheid van deze roomse Bijbeluitleg moet ondersteunen. Rome heeft mateloze pretenties. Daarbij beroept zij zich op de traditie als bewijsmateriaal. Wat echter de inhoud van de traditie is, heeft Rome zelf alleen te bepalen, uiteindelijk alleen de paus. Zo is men dus, voor wat de inhoud van het geloof betreft, overgeleverd aan de willekeur van zondige, nog nooit bekeerde mensen. Ook al noemen zij zich ‘dienaar van de dienaren’ en ook al worden zij aangesproken als ‘heilige vader’.

- ‘Datgene moet voor gezaghebbend worden aangenomen wat door allen, wat altijd en wat overal als waarheid werd aangenomen…’
Maar wat is echter overal, altijd en allen? De kerk? Maar wat is de kerk? Alle mensen samen of alleen de gezamenlijke bisschoppen? Eeuwenlang kwam men er niet uit, totdat men in 1870 de onfeilbaarheid van de paus tot een dogma verklaarde. Toen had de kerk van Rome een zelfgemaakt houvast. Van toen af stemde het roomse systeem altijd overeen met zichzelf. Men vertelt er niet bij dat er 150 bisschoppen tégen het leerstuk van de onfeilbaarheid van de paus stemden. Toch werd dit dogma doorgedrukt, wat men probeerde te bewijzen vooral uit de traditie. Dus: eerst maakt de traditie uit dat de paus onfeilbaar is, daarna bepaalt de paus wat onfeilbare traditie is.
Rome bepaalt ook welke uitspraken van de kerkvaders wel of niet geloofd moeten worden. Daarbij bepalen ze ook wat het meest gezag heeft: de traditie of de Bijbel. Bijbel en traditie hebben volgens Rome theoretisch evenveel gezag. De goddelijke Openbaring is immers volgens Rome samengevat in Bijbel én traditie, zodat beiden even geloofwaardig zijn. Maar vergeet niet: het geschreven woord van God staat vast. De inhoud van wat door Rome ‘de traditie’ genoemd wordt, wordt door Rome zelf verzonnen en veranderd.
Maria’s verzonnen hemelvaart

Elke keer komen er nieuwe dogma’s bij die door Rome als door God geopenbaard worden vastgesteld en die elke rooms-katholiek moet geloven. Denk aan de onfeilbaarheid van de paus, de onbevlekte ontvangenis (het zonder erfzonde geboren zijn van Maria), de lichamelijke hemelopneming van Maria als moeder van God Zelf!
Elk jaar opnieuw doet de paus verschillende ‘onfeilbare’ uitspraken m.b.t. de heiligheid van ‘bepaalde afgestorvenen, waarin elke rooms-katholiek moet geloven. Wie ook maar één van die ‘onfeilbare’ uitspraken van de kerk van Rome afwijst of vrijwillig betwijfelt, wordt door Rome gezien als ‘volledig afgevallen van het goddelijk en katholieke geloof’. Uiteindelijk is de kerk van Rome de enige norm geworden voor het geloof van de rooms-katholiek. Rome hecht meer waarde aan verzonnen leerstellingen dan aan de Bijbel. Een ‘gewone’ rooms-katholiek gelooft dan ook niet omdat de Bijbel het leert, maar omdat Rome het zegt.
Leugens vermengd met verzonnen tradities

Al vanaf de eerste gemeente waren er dwaalleraars (antichristenen, meervoud). De apostelen waarschuwen er al voor in hun brieven. Dit betekent: hoe oud een traditie ook is, ze kan nooit betrouwbaar zijn. Bepaalde gebruiken en leerstukken die niet te vinden zijn in de Bijbel, worden wel aangetroffen in de alleroudste christelijke geschriften. Maar dit is geen garantie voor de apostolische oorsprong daarvan. Het zuurdesem was al tijdens het leven van de apostelen overal doorgedrongen (Op.6:5-8). Gebruiken en dwalingen moeten altijd getoetst worden aan het enige betrouwbare uitgangspunt: de Woorden van God. Al in het Oude Testament liet God het getuigenis van de profeten vastleggen. Ook Jezus wees de traditie, die dat geschreven woord vergezelde, uitdrukkelijk af (Matth.15:6; Marc.7:8).
Paulus verwijst aan het einde van zijn leven niet naar de traditie, maar naar de Bijbel (2 Tim.3:14-17). Niemand kan met zekerheid zeggen wat de inhoud is van de mondelinge overlevering. Een pauselijke uitspraak is geen garantie dat men inderdaad met een door Christus ingesteld dogma te maken heeft. De traditie is dus een niet controleerbare geloofsbron, waar alleen de paus van Rome uit kan putten. Dankzij de traditie heeft de kerk van Rome zich buiten de controle van de Bijbel geplaatst, zij heeft de traditie zelfs bóven de Bijbel geplaatst. Want uiteindelijk oordeelt alleen de paus over wat de traditie zegt over de Bijbel. Daardoor zijn de Woorden van God van zijn kracht beroofd en ondergeschikt geworden aan tradities, die door zondige mensen zelf worden aangewezen.
De algenoegzaamheid van de Schrift
Het is verschrikkelijk dat Rome het eeuwige behoud laat afhangen van haar verzonnen, on-Bijbelse dogma’s. De ‘gewone’ rooms-katholiek is niet vrij om deze on-Bijbelse dingen te belijden of af te wijzen. Hij moet het geloven, anders gaat hij naar de hel. Hier gaat Rome lijnrecht tegen de Bijbel in.
Uiteindelijk is de inhoud van het christelijke geloof terug te brengen tot dit ene: Jezus Christus is Heer (Fil.2:11). Op het geloof in Jezus Christus als de Zoon van God is de gemeente van Christus gebouwd (Matth.16:16-18). De Bijbel leert ons daadwerkelijk Jezus Christus te erkennen als Heer, als Redder, als de Weg, de Waarheid en het Leven:
- ‘zodat u zult geloven dat Jezus de Messias is, de Zoon van God en zodat u door te geloven, leven zult bezitten in zijn naam’ (Joh.20:31).
- ‘Wie in de Zoon van God gelooft, heeft het eeuwige leven’ (Joh.6:47).
- ‘Wie niet gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft’ (Joh.3:18).
De kerk van Rome maakt dat eeuwige leven echter afhankelijk van het geloof in de dingen, die zij volkomen oncontroleerbaar uit de traditie verzonnen heeft. Rome vervloekt iedereen die haar leer verwerpt. Alle Roomse dogma’s lasteren de leer van Jezus Christus.
Het Vaticaan: ‘Roma locute, causa finita…’ (Rome beslist, zaak afgedaan!)

Rome verplicht elke rooms-katholiek tot dingen, die in feite een verloochening zijn van de volkomen verlossing door Jezus Christus. God zelf heeft ons, tijdens de verheerlijking van Jezus op de berg, duidelijk gemaakt wat en Wie wij moeten geloven: ‘Luister naar Hem’. De rooms-katholiek luistert echter uitsluitend naar zijn kerk en verwaarloost zelfs het lezen van de Bijbel. De kerk van Rome zegt immers: ‘luister naar mij…’. De doorsnee rooms-katholiek zal daarom elke keer beweren: de kerk leert anders dan u zegt. De kerk is de basis waarop het geloof van de rooms-katholiek steunt. ‘Roma locute, causa finita’ (als Rome een uitspraak heeft gedaan, dan is de zaak afgedaan) is een bekend gezegde. Dit is dé werkelijkheid in het leven van een gewone rooms-katholiek. Omdat ‘de kerk’ iets leert, daarom is iets waar.