
- ‘Zeker, er zal geen donkerheid blijven voor het land waarin benauwdheid is. Zoals Hij in vroeger tijd minachting heeft gebracht over het land van Zebulon en over het land van Naftali, zo zal Hij in later tijd eer bewijzen aan de Weg van de zee, de overkant van de Jordaan, het Galilea waar de heidenvolken wonen. Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. Zij die wonen in het land van de schaduw van de dood, over hen zal een licht schijnen’ (Jesaja 8:23).
Spiritisme en afgoderij
De profetieën van Jesaja spreken over de geboorte van Jezus en zijn optreden als Messias. De kerk van het oude verbond was ondergegaan in het occultisme. Er wordt gesproken over het ondervragen van de geesten van doden, dus van spiritisme. Men ging zelfs in de graven zitten om maar contact met het dodenrijk te hebben (65:4). De waarzeggers lispelden allerlei toverformules, terwijl ze op de grond lagen. De piepende en fluisterende geluiden verwezen naar het contact met de demonen van satan, die de verborgen en toekomende dingen zouden openbaren (Jes.8:19).

Het gevolg was dat het volk van God depressief en moe was, het volk was ellendig en hongerig. In haar vertwijfeling zag de massa het niet meer zitten. Het volk was radeloos en vol woede. Daarom gooide zij alles weg wat God hen geleerd had. Het volk vervloekte haar leiders én God. Het volk riep om hulp, maar alles was donker en overal heerste het klimaat van de dood. Wanneer men omhoog keek, kwam men in de duistere kant van de geestelijke wereld terecht. Als men naar de grond keek, bleef alles donker en angstaanjagend.

Toen Jezus langs de steden en dorpen trok en het volk van God in de synagogen onderwijs gaf, was de situatie net zo. Hij zag de mensenmassa en had medelijden met hen omdat zij voortgejaagd en afgemat waren, als schapen die geen herder hebben. Jezus zag het juk dat hen drukte, de stang op hun schouder en de zweep van de drijver die hen opjaagde. Zij waren afgemat en depressief, want niemand verbond hun wonden en niemand verzorgde deze vermoeide kudde. Wat was er na zoveel eeuwen van Gods volk terecht gekomen? Toen Jezus in de geest dit resultaat van eeuwenlange duisternis zag, zei Hij ontroerd:
- ‘De oogst is wel groot, maar er zijn weinig werkers. Bidt daarom de Heer van de oogst, dat Hij werkers uitstuurt om te oogsten’ (Matth.9:36-38).
En vandaag?

Hoe is het nu? Net als in de tijd van Jezus worden er ook vandaag in de kerken dwalingen gebracht. Bijna nergens wordt de leer over het Koninkrijk van de hemelen gebracht. Het enige Bijbelse Fundament wordt massaal afgewezen; mensen luisteren liever naar hun vele antichristenen (1 Joh.2:18). Niemand wijst op de weg van overwinning op zonde, ziekte en leugen. Er zijn daardoor veel zieken, gebonden en verleugende mensen. Eeuwenlang al worden de gestorven ‘heiligen’ aangebeden, dus geesten van doden; maar er komt geen redding. Men vergadert in de graven, men begraaft de doden in de kerk en voelt zich met dit voorgeslacht zeer nauw verbonden. Deze voorvaders waren zwaar gebonden net als hun nakomelingen vandaag. Zij koesterden de belijdenisgeschriften en hun Roomse leerstellingen en deze geschriften krijgen meer gezag dan wat in de Bijbel geschreven staat. Dit giftige gezag hebben ze ook nu nog op weg naar het dodenrijk.
Stenen voor brood

- ‘Een maat tarwe voor een penning en drie maten gerst voor een penning’ (Op.6:5,6)
Men krijgt in de kerken niet het juiste voedsel en de juiste leer. Daarom worden zij niet geholpen. In armoede en ellende zoekt men tegenwoordig zijn toevlucht in oosterse godsdiensten met hun transcendente meditatie en Yoga. Deze zijn echter synoniemen van het rijk van de duisternis. Daarom grijpen christenen, die opnieuw geboren en met Gods Geest vervuld zijn, naar het licht dat door de profeet werd voorspeld. Zij geloven in de leer van Jezus Christus die enkel redding en herstel brengt. Er is ontzaglijk veel werk te doen. Zij bidden daarom om werkers die bezig zijn in de hemelse gewesten en die doen wat Jezus deed.
Het licht breekt door!

Vanaf Jesaja 8:23 breekt echter het licht door: Een rest van de grote massa zal behouden worden. Juist in het meest occulte gedeelte van het land Israël, in het Galilea van de heidenen, wordt de boodschap van het Koninkrijk van de hemelen het eerst gehoord. ‘De heidense landstreek’ is het stamgebied van Aser, Naftali, Zebulon en Issaschar. Het licht begint niet te stralen uit de tempel van God te Jeruzalem, zelfs niet vanuit Bethel, maar aan de zelfkant, bij de ‘randkerkelijken’, waar geen goeds vandaan kon komen. In de grensgebieden van het afgodische Fenicië met de steden Tyrus en Sidon (Jes.14; Ez.28:11-17), waar de Kanaänieten en Amorieten woonden, ‘over de zeeweg’, de Via Maris, dat is de kustweg van Damascus naar Egypte, begint de verlossing en zegening zich te openbaren.
Aan deze route lagen Nazareth en Kapernaüm. Hier zat Mattheüs in zijn tolhuis en over deze weg reisde Saulus; ‘dreiging en moord blazend tegen de leerlingen van de Heer’, totdat hij het grote licht uit de hemel zag. Dit randgebied was lang geteisterd door de Syriërs en de Assyriërs in de natuurlijke wereld en door de occulte geesten in de onzienlijke wereld. Maar waar in het verleden smaad en verachting was, zal nu het grote licht gaan schijnen. Deze streek krijgt op bijzondere wijze deel aan de genade. De tegenstellingen zijn heel erg duidelijk: gevangenschap wordt vrijheid, verachting wordt eer, diepe duisternis maakt plaats voor een groot licht.
Jezus bevrijdt!

Jesaja 9 vertelt over de situatie in Jezus’ dagen:
- ‘U hebt dit volk vermenigvuldigd, maar U hebt de blijdschap niet groot gemaakt. Toch zullen zij blij zijn, zoals men blij is met de oogst, zoals men blij is als men de buit verdeelt. Want het juk van hun last, de stok op hun schouders, en de knuppel van hun slavendrijver hebt U verbroken als eens op Midiansdag. Ja, elke laars, stampend met gedreun, iedere soldatenmantel, gewenteld in bloed, zal verbrand worden, voedsel voor het vuur’ Jes.9:2-4 .
Bij het begin van de nieuwe tijd, na het Pinksterfeest zijn er veel mensen toegevoegd die het evangelie ván Jezus aanvaardden. Maar de geschiedenis van de kerk leert dat de blijdschap niet blijvend was: de voorvaders waren geen blije christenen, want zij misten de leer van Jezus, de leer van bevrijding en verlossing. En zo is het nu nog steeds in de kerken. Zoals tijdens het leven van de Heer op aarde, zo komt ook nu door het wereldwijd verspreiden van het evangelie van het Koninkrijk van de hemelen, de redding onder ieders handbereik. Als men maar uit zijn eigen gevangenis wil komen!
Nee, de daden van de Zoon die eens in een broodbak van Bethlehem lag, hebben niets kinderlijks. De stille velden van Efratha doen misschien romantisch aan, maar in de profetie zijn de plaatsen van Jezus’ optreden slagvelden. Er zijn dreunende soldatenlaarzen, bloed doordrenkte mantels van gesneuvelde soldaten, een veld bezaaid met lijken, snel weggeworpen wapens en verder brandstapels, waarop men alle buit prijsgeeft aan het vuur. De komst van de Heer in het heidense Galilea, maar ook in de hele wereld, wordt vergeleken met Midiansdag, toen Gideon zo’n wonderlijke overwinning op de Midianieten behaalde. Alle romantiek is in de strijd ver te zoeken. Het is het begin van een strijd waarin het leger van de vijand wordt neergeslagen. Het is juist deze ontzaglijke worsteling in de hemelse gewesten, die in deze tekst wordt uitgebeeld, maar deze worsteling wordt in alle kerken verzwegen. Waar men het eeuwig evangelie loslaat (áls zij al ooit bekeerd waren) zal men deze worsteling in de hemelse gewesten met allerlei vrome redeneringen verdoezelen.
- ‘Een Zoon is ons gegeven en de heerschappij is op zijn schouder’ (Jes.9:5)
De profeet spreekt over het eeuwig plan van God in de voltooid tegenwoordige tijd: er is een Kind geboren en er is een Zoon gegeven en de heerschappij is op zijn schouder, hoewel alles nog toekomende tijd was. Zo zal later Johannes van de afgevallen kerk getuigen: ‘Gevallen, gevallen, is de grote stad Babylon! Zij is geworden een woonplaats van duivels, een schuilplaats voor alle onreine geesten’ (Op.18:2). Jesaja dacht niet in de eerste plaats aan een ‘hulpeloos kind’, want ‘een Zoon is ons gegeven’. Dit klinkt als een overwinning. Hij is de Man die de ereplaats inneemt en die optreedt tegen de vijand. Het plan van God wordt hier geopenbaard. Een Kind is geboren en een Zoon is gegeven en Hij is overwinnaar. Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde!
Strijd in de hemel

De profeet tekende de strijd in de onzienlijke wereld. Eerst liep men onder een zwaar juk, al zuchtende. Dan volgt de strijd in de hemelse gewesten: de zweep van de drijver die de slachtoffers opjoeg, wordt verbroken. De profeet zag eeuwen van tevoren wat Jezus deed en wat diens volgelingen zouden doen. Denk aan: Maria van Magdalena, uit wie zeven demonen werden geworpen; of aan de maanzieke jongen, die telkens door de boze geesten gegrepen werd, zodat hij zich aan het vuur brandde of in het water terechtkwam. Dan volgt de gelovige dochter van Abraham die achttien jaar lang vreselijk gebonden was, zodat zij zich niet kon oprichten. Wat een geweldige overwinning werd er behaald bij de bezetene van Gadara, waar een legioen demonen naar de afgrond werd verwezen. Denk ook aan het werk van de apostelen. Ook nu weten opnieuw geboren christenen dat zij ook bij deze strijd zijn betrokken en de overwinning zullen behalen.
De toekomst voor satan, zijn demonen en alle mensen die deze massaslachters hebben geholpen op aarde; als het zand van de zee (Op.20:7,8)

De schoen die dreunend stampt en de soldatenlaars. Zij zijn beelden van de overheersing door de demonen van satan. Zij worden nu op de aarde geworpen. De in bloed geverfde mantels van de demonen, die als vampiers alle leven en blijdschap weg roofden, worden verbrand. Zij komen in gevangenschap en zij worden gebonden met eeuwige banden van donkerheid, totdat zij op de dag van het oordeel worden verwezen naar de vuurpoel.
Wie onder het zachte juk van Jezus Christus leeft, wordt verlost uit de handen van al zijn vijanden. Dit is het evangelie van ware redding, verlossing en bevrijding, dat niet alleen bestaat in woorden, maar in kracht en daden. Zonen van God mogen ook nu doen wat Jezus deed en langs deze weg zal het rijk van de duisternis bezwijken, tot het er niet meer zijn zal. Onder Jezus’ heerschappij zal het rijk van God de hemel en aarde gaan vervullen!