Twee soorten juk

  • ‘U hebt het juk op hun schouders gebroken’ (Jes.9:3)…
  • ‘Neem mijn juk op u … Want het juk dat Ik u opleg, is zacht’ (Matth.11:29,30).

De verlossing die God geeft, is voor wijzen en verstandigen verborgen. In Mattheus 11:25-30 zegt Jezus dat de verhouding ‘vader kind’ de enige voorwaarde is om erfgenaam te zijn van de hemelse goederen. Met andere woorden: men moet eerst een kind van God zijn om de verlossing te kunnen ontvangen. God heeft Zijn plan uitgevoerd: Zijn Geest kan in de mens wonen. Mensen kunnen vol zijn van Gods Geest, vol van liefde en kracht; van wijsheid en genade. Het is te vergelijken met een weg waarop men loopt. Men kan vrede en geluk vinden door te accepteren dat ‘het dwaze van God’ wijzer blijkt te zijn dan het verstand van mensen. Wie vermoeid is van de oude weg waar men alleen maar tot in de uiterste perfectie aardsgericht bezig is, vindt bij Jezus een totaal andere weg. Jezus wil het juk dat op de mens drukt, wegnemen en verbreken. Hij nodigt uit om een ander juk op te nemen dat hem verbindt met de kracht van Gods Geest. Kom daarom: allen die vermoeid en belast zijn van het oude juk en neem zijn juk op u, dat sterk is en licht als een veertje.

Het juk

Wie in het Oosten een akker wilde omploegen, gebruikte hiervoor een paar ezels of een paar runderen. Over de nek van beide dieren legde men een houten paal. Dichtbij de uiteinden zaten aan iedere kant twee houten pennen, de jukhaken, die aan weerszijden van de nek vielen. Met riemen of banden werden deze dan weer onder de keel van het dier verbonden. In het midden van het juk zaten twee leren lussen, die aan het trekhout van de ploeg bevestigd waren. De boom van het juk drukte zwaar op de lastdieren en daarom bogen de dieren de nek onder dit gewicht. Het juk is dan ook teken van dienstbaarheid. Dieren die onder één juk liepen, moesten bij elkaar passen en aan elkaar gewend zijn. Daarom werden in het Oosten deze dieren per juk verkocht. De onwillige bruiloftsgast zei: ‘Ik heb vijf span ossen (runderen) gekocht en ik ga die keuren’ (Lucas 14:18). Men telde zijn vee bezit per juk. Aan de hand van dit eenvoudige beeld kan men zien, hoe de Bijbel ons de geestelijke verbondenheid van de mens tekent, die hem óf de duisternis invoert, óf hem dichtbij de troon van God brengt.

Het juk van zonde en ziekte

Elke zonde die de mens doet, is het gevolg van een verbinding met een demon van satan. Satan zet zijn ploeg in de ‘akker van het vlees’ om tot verderf te gaan zaaien. Zijn dienstknecht, een demon, wordt door hem ingespannen om het kwade in de zichtbare wereld te openbaren. Deze heeft hiervoor een verbinding nodig met de geest van de mens, zodat door deze de wetteloosheid geopenbaard kan worden. In veel gevallen veroorzaakt zo’n juk slechts tijdelijke schade. Waar mens en demon samen een span vormen, is de sterkste altijd de leider. De geest van de mens is soms sterker dan de demon. Zolang hij nog de leider van het span is, speelt hij met de kwade macht. Hij is op een brede weg en deze laat heel wat capriolen toe.

De demonische geest wordt krachtiger

Al snel merkt men dat het juk steviger wordt en de demon sterker. De menselijke geest verliest de leiding in het span en omdat hij gekoppeld is aan het kwaad, wordt hij gedwongen dingen te gaan doen die hij eigenlijk niet wil. Al snel drukt het juk zo zwaar, dat hij geheel gehoorzamen moet aan de macht waaraan hij gebonden is. De demon voert hem steeds verder op een weg, die hij niet wil. Satan, de grootste duivel, prikkelt zijn knecht tot steeds sterker prestatie en degene die mee onder het juk loopt, moet in de pas blijven lopen. Soms kan hij niet meer, maar het kwade is hem te sterk geworden.

Het allerergste is, wanneer de geest van de mens tenslotte helemaal uitgeschakeld wordt. Hij moet de demon dan van stap tot stap volgen, hem is geen eigen koers meer toegelaten en hij is een willoos instrument van Satans demonen. Dit is het trieste beeld van de mens, die geheel in de macht van de duisternis leeft. Jezus is echter gekomen om het juk dat op de mens drukte, de band met het rijk van de duisternis, te verbreken. God bevrijdde zijn volk uit Egypte, het beeld van verlossing van de dienstbaarheid van de zonde. Toen zei Hij tegen het volk:

  • ‘Ik heb de stangen van uw juk verbroken en u rechtop laten gaan’ (Lev.26:13).

Ook Jezus verbreekt de pennen van het juk, zodat de mens zich weer vrij kan bewegen. Mathijs 11 begint met de beschrijving van dit werk van Jezus Christus. De Heer zegt daar:

  • ‘Ga Johannes vertellen wat jullie horen en zien: blinden zien, verlamden lopen, melaatsen worden rein, doven horen, doden worden opgewekt en het evangelie wordt gebracht aan de armen (de blijde boodschap van verlossing en vrijmaking)’.

‘U hebt het juk op hun schouders gebroken!’

Hoewel het in Israël nooit gebruikt werd, spreekt de Bijbel zelfs in sommige gevallen van een ijzeren juk. Er zijn ziekten van de geest, waar de vijand een mens zo overweldigd heeft, dat hij volkomen in zijn macht is. Hij is een willoos werktuig en wordt door de macht naast hem volkomen beheerst. Deze zieken zijn meestal buiten hun schuld overweldigd door de duivel. Maar ook voor deze bezetenen had Jezus een blijde boodschap.

Wij bidden dat de tijd niet ver meer mag zijn, dat ook deze ongelukkige schepsels bevrijd worden door de naam van Jezus en door het woord van zijn kracht. Zij horen bij de laatste genodigden, die gedwongen moeten worden in te gaan. Hierin zal de grootste en heerlijkste kracht van het ware evangelie geopenbaard worden.

Het toegevoegde (!) juk van de wet verbroken

De toegevoegde (!) wet van de Sinaï is ook zo’n juk (Galaten 3:10). Miljoenen mensen hebben dat juk op zich laten leggen en allen zijn eronder bezweken. Tot aan vandaag:

  • Het is het juk op de hals ‘dat noch onze voorvaders, noch wij hebben kunnen dragen’ (Hand.15:10).
  • Paulus spreekt over ‘arme en zwakke wereldgeesten’ (Gal.4:9).

Het enorme juk van satan

Deze demonen kunnen nooit het goede doen, het zijn ultra vrome ploerten. Daarom drukt de totale last op de mens die zijn doel wil bereiken; de rechtvaardigheid die naar de wet is. De perverse demonen kunnen zelf geen goed doen, maar zij remmen ook nog de menselijke geest af, die wél het goede wil. Daarom zegt de apostel over deze duivelen:

  • ‘Ik wil het goede doen, maar ik bereik alleen het kwade’ (Rom.7:21).

Hoewel de mens van nature toch al niet de wet kan uitvoeren, belemmert zij de mens. En dan wel zo erg, dat hij of zij (om het doel nog in het oog te houden) zich zo gigantisch moet inspannen, dat men eronder bezwijkt:

  • ‘Ik begon te sterven…’

Waar de mens verzwakt, ‘begint de zonde te leven’ (Rom.7:9). Men kan niet van een analfabeet eisen een universitair examen af te leggen. Zo kan men ook niet van een mens, die het juk van de wereldgeesten met zich meezeult, eisen de wet uit te voeren. Deze wereldgeesten doen alsof zij een lotgenoot zijn van de natuurlijke mens. Zij spreken zijn geweten aan dat hij alle wetten moet houden. Zij doen dit echter op zo’n manier dat de mens eronder bezwijkt. Hij is een slaaf van satan geworden! Paulus zegt in Romeinen 7:11:

  • ‘Want de zonde kreeg door het gebod juist de kans om mij te verleiden en te doden.’

Tenslotte gaat de mens het gebod van God devalueren tot iets wat hij nog wél doen kan: hij pleegt godsdienst. Hij voert allerlei verzonnen, menselijke inzettingen uit en leeft volgens eeuwenoude, traditionele regels. Zijn vrome en huichelachtig gedrag is een aanstoot voor de wereld. Complete dorpen en steden zijn hiermee vergiftigt tot aan vandaag. Daarmee is hij dan ook geestelijk dood.

Het lichte juk

Wij danken Jezus Christus, dat Hij ook dit juk verbrijzeld heeft. Het handschrift van de wet werd door Hem aan het kruis genageld in zijn lichaam (Col.2:14). Door zijn sterven werd de band met deze demonische machten verbroken en luidt de waarschuwing voor iedere christen:

  • ‘Als u met Christus gestorven bent en zo bevrijd bent van de machten van de wereld, waarom laat u zich dan de wet voorschrijven’ (Col.2:20).

U bent buiten hun bereik en de Heer biedt u zijn juk aan! Daarom komt nu door Jezus Christus de uitnodiging tot allen die vermoeid en belast zijn door het juk dat satan hen oplegt. Door dit juk wordt men immers slaaf! Demonen kennen geen medelijden en zij dwingen, drijven en jagen de mens op, die zij vrijwillig of onvrijwillig onder hun juk gekregen hebben.

Het juk van Jezus echter, neemt de mens vrijwillig op zich. God dwingt hem niet. Hij mag komen en hij mag het juk op zich nemen. En het gevolg:

  • ‘Wie zich hecht aan de Heer, wordt geestelijk één met Hem’ (1 Cor.6:17).

Hoe neemt nu de mens dit ‘juk’ op zich? Dit doet hij door het geloof in het vaste vertrouwen op het Woord van de Heer, dat wanneer hij met Jezus verbonden is, hij ook inderdaad zal ontvangen wat de Heer belooft, namelijk volkomen rust voor zijn ziel.

Wat is nu dit lichte juk, waarover de Heer spreekt? Wat is die zachte, maar toch zo sterke band waardoor onze geest verbonden wordt aan de Geest van de Schepper van hemel en aarde. Het is het juk van de liefde. ‘Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, heb Ik ook u liefgehad; blijf in mijn liefde’ (Joh.15:9). Zo worden wij dus samen ingespannen:

  • De Geest van God en onze geest.
  • De Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen van God zijn.
  • Hij spreekt met ons en bouwt ons op in het geloof.
  • Zijn kracht is onze kracht.
  • Zijn wijsheid is onze wijsheid.
  • Zijn kennis is onze kennis.
  • Hij bidt met onze geest en zingt met onze geest (1 Cor.14:15).
  • ‘Hij zal Mij verheerlijken, want alles wat Hij u bekendmaakt, heeft Hij van Mij’ (Joh.16:14).

Gods Geest is de Sterkste in het span. Hij wil dan ook dat wij Hem de leiding geven. Hij leidt ons op een smal pad, maar feilloos en zeker in alle waarheid. De weg, waarop Hij ons voert, is het spoor van de gerechtigheid.

Door ongehoorzaamheid en weerspannigheid wordt Zijn werk echter bemoeilijkt. Maar wanneer wij ons aan Hem overgeven, zullen wij hoe langer hoe meer dat machtige juk leren waarderen, waardoor wij aan Hem verbonden zijn. Het zal blijken sterk te zijn, want ‘de liefde is sterk als de dood.’ Het zal ook blijken licht te zijn, want door de liefde richt de machtige Geest van God zich naar onze stappen:

  • Door deze gemeenschap en dit samengaan, leren wij Hem hoe langer hoe meer kennen.
  • Wij kunnen onder andere van Hem leren dat Hij zachtmoedig is en nederig van hart.
  • Al de gaven die Hij bezit stelt Hij in onze dienst.
  • Wanneer wij zwak zijn, Hij is machtig.
  • Wanneer ons wijsheid ontbreekt, Hij geeft mild en verwijt niet.
  • Wanneer wij de opdracht van Jezus: ‘Genees de zieken, drijf de boze geesten uit, spreek in nieuwe talen’ niet nog niet geheel kunnen voldoen, Hij doet het voor ons. Hij ziet ons hart.
  • Blijvend onder zijn juk kunnen wij met Hem doen, wat Jezus hier op aarde deed, want met Hem zijn wij overwinnaar over zonde en ziekte.
  • Samen trekken wij over de smalle weg naar de volmaaktheid, naar de top van de berg Sion, waar onze Heer Jezus al is aangekomen (Op.14:1-5).
  • De bedoeling van de hemelse landman is duidelijk. Hij wil dat ‘de mens van God: ‘volkomen is en tot alle goede werken volkomen toegerust’ (2 Tim.3:16).
  • Hij wil dat ook wij rondgaan, gezalfd met Gods Geest en met kracht, weldoend en allen genezend, die door de duivel overweldigd zijn (Hand.10:38).

Zo trekken wij als span de ploeg op de akker van Gods Geest, om ‘uit de Geest eeuwig leven te oogsten’ (Gal.6:8). Verlossing en barmhartigheid zullen ons dan volgen. De grote opdracht voor ons is om onder dit juk te blijven. Jezus van zijn kant is trouw en niets zal ons van zijn liefde scheiden.

Hoe blijft u trouw in zijn liefde?

  • ‘Als u mijn geboden bewaart, zult u in mijn liefde blijven, zoals Ik de geboden van mijn Vader bewaard heb en blijf in zijn liefde.’ ‘Dit is mijn gebod, dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad’ (Joh.15:10,12).

Zijn geboden bewaren of in zijn woorden blijven betekent: in de pas lopen met de ander, Gods Geest. Deze leidt ons in het licht en in de waarheid. Wie zich door deze Geest laat leiden en in de pas loopt, is een beminde van de Vader.

Op de smalle weg is het niet mogelijk veel capriolen te maken, maar Gods Geest leidt ons op een recht en vast spoor. Het grote geheim is, dat broers en zusters die zich op dezelfde manier laten leiden, allen dezelfde koers hebben. Ook zullen er dan geen botsingen ontstaan. Wie met Gods Geest wandelt, leeft in harmonie.