Bekeerd of geprogrammeerd?

Jezus riep tijdens zijn leven op aarde zijn volgelingen op om zich te bekeren. Dat hield meer in dan alleen maar een appél op het geweten of een oproep tot uiterlijke levensverandering. Bekering heeft te maken met de houding van het hart. Jezus kwam, net als Johannes de Doper:

  • ‘Om het hart van de vaders te bekeren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de bedachtzaamheid van de rechtvaardigen, om voor de Heer een toegerust volk gereed te maken’ (Lucas 1:17).

Door die bekering zijn ‘goede werken’ het gevolg. Zij zijn echter geen doel op zichzelf.

Verkeerde, vrome motieven

Mensen denken dat de zich christelijk noemenden bekeerd zijn. Er zijn echter massa’s redenen voor de kerkbewoner om zich alleen maar in een gebouw te voegen. Er is dan ook geen sprake van een beslissing om werkelijk tot Jezus te komen. Men voldoet liever aan door mensen verzonnen eisen en fata morgana’s. Er is daarom ook geen sprake van echte bekering, laat staan het leggen van het enige Bijbels fundament. Men zou dan een outcast of paria worden in de kerk! Deze dode gebouwen hebben immers hun eigen rituelen, dogma’s en beschouwingen. Het verstand en geweten van de vele kerkbewoners worden daarbij graag dichtgeschroeid. Daarom kon Johannes de Doper tegen de uitgekookte Joden die zich wilden laten dopen, zeggen:

  • ‘Wie heeft u voorgespiegeld dat u de komende toorn kunt ontlopen?’

Een andere keer zei Jezus tegen de Joden die meegemaakt hadden dat Hij 5.000 mensen te eten gaf:

  • ‘Waarachtig, Ik verzeker u: u zoekt Mij niet omdat u tekens hebt gezien, maar omdat u volop hebt kunnen eten’ (Joh.6:26).

Toen de Heer tien melaatsen genezen had, kwam er maar één terug om ‘God eer te geven’. Alleen tot hem zei Jezus:

  • ‘Sta op, ga heen, uw geloof heeft u behouden’.

Bevrijding van de angst voor ‘de toorn van God’, wonderen, genezingen en bevrijdingen van storende gebondenheden, kunnen redenen zijn waarom mensen besluiten zich bij een organisatie of gemeente aan te sluiten. En dat is op zichzelf niet verkeerd. Het is prachtig dat Jezus de mens ál deze dingen geven wil. Maar dan is er nog geen échte bekering! Zelfs niet wanneer men zich daarvoor onderwerpt aan het speciale gedragspatroon van de groep. Men kan zelfs leider zijn van een zich ‘christelijk’ noemende, politieke partij zonder bekeerd te zijn, laat staan het enige Bijbels Fundament hebben gelegd in eigen leven. Jezus zal op de laatste dag tegen hen zeggen: ‘Ik ken u niet’.

Bij het gebruik van de Woorden van God zal men onderscheid moeten maken tussen bekering en programmering. Iedere kerk en iedere organisatie heeft haar eigen leuzen, leerstellingen, haar eigen stokpaardjes en haar eigen jargon uit de Bijbel. Wanneer iemand om welke reden dan ook wil toetreden tot een gemeenschap, is het mogelijk dat hij het taalgebruik, de dogmatiek en de ideeën letterlijk overneemt. De leiding van de organisatie kan daarmee heel tevreden zijn. Vooral wanneer ‘de waarheid’ het sjibbolet is van de waarachtige gemeenschap óf de ware christenheid.

Dode werken

De buitengewone waarde die men hecht aan de ‘zuiverheid van de boodschap’ kan ook een diepere grond hebben. Men gelooft dan dat het juiste gebruik van de Woorden van God ‘automatisch’ het denken en daardoor de totale mens vernieuwen zal. Zulke mensen hebben de behoefte de dingen nauwkeurig te formuleren, de leerstellingen duidelijker te analyseren. Iedere fout kan immers de vernieuwing van de mens in de weg staan. Hij spant zich in om het goede, positieve woord (het juiste jargon) steeds weer te gebruiken. Maar als je alleen maar met de feiten van de Woorden bezig bent, zonder dat het je innerlijk raakt, kom je zeker niet tot werkelijke levensverandering. God wil niet alleen zijn wetten in het verstand schrijven, maar ook en vooral in het hart.

Bekering

Wat is nu die werkelijke bekering waar de Heer over spreekt en oproept? Petrus schrijft:

  • ‘Eens dwaalde u als schapen, nu bent u teruggekeerd naar Hem die de Herder is, naar Hem die uw ziel behoedt’ (1 Petrus 2:25).

Als Petrus het heeft over bekering, spreekt hij niet in de eerste plaats over het ophouden met zondigen. De mens zonder God volgt de weg van zijn eigen gedachten en opvattingen. En dat is de grootste fout die de mens kan maken. Dat was de fout van Adam en Eva toen zij in de hof van Eden wijzer wilden zijn dan God Zelf. Zij lieten zich niet langer leiden door hun Schepper. Jezus gaf aan het kruis zijn leven, zodat de mens weer opnieuw met Hem zou kunnen leven, zodat hij opnieuw de Heer tot herder en bewaarder van zijn leven zou kunnen erkennen. Daarom betekent bekering in de eerste plaats: de Heer laten zeggen wat je doen moet.

De enige weg

Bekering is een omkering van 180 graden. Waar men voorheen eigen genoegens, welzijn en plezier navolgde, is vanaf het moment van de bekering het oog gericht op Jezus Christus. Op wat Hij wil en op wat Hij denkt. De liefde voor Hém gaat boven alles. Bekering is de beslissing om Jezus Christus, Heer van het leven te maken, de Koning die het voortaan voor het zeggen heeft. Bekering heeft niet tot doel er zelf beter van te worden, maar om Hem te verheerlijken (Op.16:9). Het is niet verkeerd Jezus te zoeken om alles wat Hij geven wil. Velen zullen op die manier tot het geloof komen. Echt bekeerd is iemand echter pas als hij de leiding van zijn leven overgeeft aan Hem en Hem boven alles plaatst. Wie Jezus Christus de Heer van zijn leven maakt, zal daarom met heel zijn hart een einde willen maken aan al het verkeerde dat daar heerst. Dat scheidt hem immers van Hem (Jes.59:2). Paulus zegt:

  • ‘De Heer kent de zijnen’ en ‘Ieder, die de naam van de Heer noemt (als Heer van zijn leven), breekt met de ongerechtigheid’ (2 Tim.2:19).

Hij zal de zonde niet alleen willen laten omdat die zo lastig voor hemzelf is, maar omdat het de Heer verdriet doet. Dat geeft hem ook het verlangen te kappen met allerlei zonden.

Opnieuw geboren worden

Het aannemen van een nieuwe levensstijl verandert de mens niet. Het inprenten van allerlei christelijke formules en dogma’s, maakt niet nieuw. Wanneer de mens zich tot God keert, is het de Heer zelf die de mens wil veranderen (als deze als onbekeerde daar echt voor open staat). Hij legt nieuw leven in hem door de nieuwe geboorte. De bekeerde mens ervaart een innerlijke vernieuwing. Zijn geest wordt tot nieuw leven gewekt, waardoor hij de dingen heel anders gaat begrijpen, voelen en ervaren. Hij leeft in een ander klimaat. Het klimaat van het Koninkrijk van God. En als vanzelf zal op die manier ook de zonde verdwijnen uit het leven van de oprecht bekeerde mens. Niet door dwang van buitenaf, maar als een ‘natuurlijk’ gevolg van het nieuwe leven dat in hem gelegd is. Vanuit de geest; het klimaat en de harmonie die bij het Koninkrijk van God horen. Vanuit die nieuwe geest zal er ook een ‘natuurlijk’ verlangen naar de Woorden van God ontstaan.

De vernieuwde mens

Wanneer Paulus in Efeziërs 4:23 schrijft over de vernieuwing van denken, zegt hij ook niet dat men veranderd wordt door andere gedachten of catechismussen, leerstellingen en dogma’s te verzamelen, maar door de ‘geest van het denken’. Door de geest die op de Vader is gaan lijken, onderkent men wat van God is en wat niet. Natuurlijk zal de nieuwe gelovige de dingen herkennen die tegen de Bijbel ingaan, wanneer hij of zij zich werkelijk bekeerd. Maar ook wanneer de Woorden van God geciteerd worden, zal hij moeten weten of deze uit God zijn. Immers ook de satan en zijn demonen gebruiken ook de woorden van God, zoals blijkt b.v. uit de verzoeking in de woestijn (Matth.4). Het zal de vernieuwde geest zijn die weet uit welke geest de woorden gesproken worden. Daarom kon de apostel Johannes zeggen:

  • ‘Ook u bent gezalfd door de Heilige. Wat uzelf aangaat, de zalving die u van Hem ontvangen hebt blijft u bij, u hebt geen andere leraar nodig’ (1 Joh.2:20).
  • ‘Omdat u weet dat Hij rechtvaardig is, moet u inzien dat ieder die de gerechtigheid doet, ook uit Hem geboren is’ (1 Joh.2:27,29).

In de christen bij wie het Woord van God werkelijk geest en leven is geworden, is een ruim hart voor andere opnieuw geborenen te vinden. De gelovige die van binnenuit veranderd is en die de Geest van God in zich heeft, hoeft nooit bang te zijn dat hij verliest wat hij heeft. Hij herkent de geesten met zijn eigen vernieuwde geest. Op die manier kan hij begrip hebben, respect opbrengen, liefhebben, zonder zijn eigen (geestelijke) identiteit te verliezen.

Redding voor de falende christen

Wie nu tot de ontdekking gekomen is dat hij zich eigenlijk nog nooit echt bekeerd heeft (en dat zijn er zéér velen!), mag weten, dat de Heer met open armen op hem wacht. Als het eeuwig evangelie verteld gaat worden aan hen die nu nog verloren kunnen gaan, moet men beginnen bij het begin: bij de ‘bekering van dode werken’, om zo het enige fundament te leggen voor een waarachtig leven met God.

Veel christenen hebben nog te kampen met zonden en gebondenheden. Hieraan kunnen allerlei oorzaken de oorzaak zijn. Eén ding is echter zeker. Wanneer iemand tot geloof komt, ook al is hij gebonden, hij zal zijn zonden moeten belijden (1 Joh.1:9). Ook het aanbidden van moderne afgoden en het goedpraten van hedendaagse, satanische ideologieën, zullen zij moeten loslaten. Het is immers onmogelijk om de satan én zijn demonen te pleasen én God. Hij zal het verlangen kenbaar moeten maken voortaan de Heer op de eerste plaats te willen stellen. Hij zal zijn zonde moeten laten en heel zijn hart tot God moeten bekeren. De Bijbel zegt immers: ‘Kom daarom tot inkeer en bekeer u, zodat uw zonden worden uitgewist’ (Hand.3:19). Daarop zal de Heer het werk van bevrijding en vernieuwing kunnen doen. Het is daarom belangrijk om te onderzoeken of u werkelijk bekeerd bent of als een zombie maar wat meeloopt in satans systemen. Allemaal verloren tijd en dode inspanningen.

Misschien is iemand nog veel te veel bezig met zijn eigen gemak en zijn eigen genot in plaats van God boven alles te stellen. Het kan zijn dat hij zich depressief en terneergeslagen voelt, omdat hij niet genoeg gerespecteerd en geaccepteerd wordt. Dat probleem wordt vanzelf opgelost als hij die ommekeer van 180 graden maakt. Als hij, in plaats van zijn blik introvert op zichzelf gericht te houden, de eer en glorie van de Heer gaat zoeken. En als hij daarbij ook nog gaat denken aan het welzijn van opnieuw geboren christenen met een goed gelegd fundament in hun leven.

De Woorden van God zijn waardevol! Een mens kan zich nooit bekeren als men hem niet verteld heeft wie God werkelijk is. Als hij niet weet van wat Jezus voor hem deed. Het nieuwe leven zal zich nooit kunnen ontplooien als het niet gevoed wordt door het Woord van God. Maar het Woord van God is geen automatisme waardoor het vanzelf wel goed komt. Het leven moet er (door de nieuwe geboorte) eerst ingebracht zijn, wil het kunnen groeien.