15. De apocalyptische ruiters – het zwarte paard

<<<<<

Openbaring 6:5,6

‘En toen het Lam het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag en zie, een zwart paard en hij die erop zat, had een weegschaal in zijn hand. En ik hoorde te midden van de vier dieren een stem zeggen: Een maat tarwe voor een penning en drie maten gerst voor een penning. En breng de olie en de wijn geen schade toe’ 5,6.

De ruiter op het witte paard geeft leven, omdat hij als het Woord van God het levensbrood uitdeelt. De valse kerk laten de mensen van honger omkomen. Eeuwenlang heeft men de Bijbel aan de gewone mensen onthouden. Er zijn zelfs tijden geweest dat de naam ‘Bijbel’ onbekend was of alleen in verband met het Oude Testament gebruikt werd. De eerste Bijbel die in de Nederlandse taal gedrukt werd, miste het Nieuwe Testament, het boek Psalmen en de profetische boeken. Is het een wonder dat de christenen in de grootste duisternis leefden? De reformatie gaf het volk de Bijbel weer terug. Het licht kon toen weer schijnen, maar al snel kwamen de belijdenisgeschriften, waarmee men moest instemmen en die men moest ondertekenen.

Zo ontstond de leer van de voorvaders en de doden regelden voortaan de inzichten en de visies van de levenden

Doordat men zich steeds aan uitspraken van reformatoren conformeren moest, werd het levende Woord van God krachteloos gemaakt. Zo verleende men in alle kerken, groepen en bewegingen gezag aan de inzichten van gestorven ‘heiligen’, die voor hun tijd de raad van God vervulden: Augustinus, Calvijn, Luther en nog velen na hen. Onze Heer gebruikte echter de uitdrukking: ‘In ieder seizoen op zijn tijd eten geven’ (Matth.24:45).

De ruiter op het zwarte paard hanteert geen groot zwaard, zoals de ruiter op het rode paard. Hij heeft een weegschaal in zijn hand. Hij weegt tarwe en gerst af en drijft de prijs ervan op. Door zijn acties krijgt hij invloed op de geestelijke voedselvoorziening en op de doorwerking van de Woorden en de Geest van God. Dit kan op meerdere wijzen vorm krijgen. Bijvoorbeeld door ‘zwarte’ werkingen bij de luisteraar: de blijde boodschap van leven en geluk bereikt het hart niet meer, iedere boodschap wordt ‘gewogen’ en te ‘licht’ bevonden. Ezechiël profeteert over de gevolgen van deze geestelijke hongersnood in het geestelijk Jeruzalem:

  • ‘Zij zullen brood eten, in afgewogen hoeveelheid, met kommer; water zullen zij drinken, in afgemeten hoeveelheid, in stomme smart. Zodat zij aan brood en water gebrek hebben, met elkaar verbijsterd staan en in hun ongerechtigheid wegkwijnen (Ez.4:16-17).

Toch werden alle eeuwen door aan de olie en aan de wijn geen schade toegebracht. Olie en wijn zijn beelden van Gods Geest. Hoewel de Woorden van God niet mee konden werken, hield Gods Geest nog leven in stand. Zoals in het oude Babel aan de Eufraat het volk van God van het oude verbond nog stand hield, zo leefde ook in het Nieuwtestamentische Babylon de ware gemeente in het verborgene voort. Zo werd door Gods Geest het leven nog in stand gehouden. De geschiedenis van de gemeente van Jezus Christus kan men met de groei van een plant vergelijken. Jezus zei: ‘Eerst komt de halm, daarna een aar, daarna het volle koren in de aar’. De halm en de aar bezitten het leven niet in zichzelf, maar geven dit slechts door. De vrucht echter heeft het leven blijvend in zich. Wanneer men de halm afsnijdt, verdort hij. Maar wanneer de vrucht rijp is, verliest hij ieder contact met de moederplant en met de aarde. Men kan de graankorrel zelfstandig bewaren en hij behoudt het leven.

Net als bij de opening van de vorige zegels wijst ook nu de kleur van het paard op een geestelijke realiteit. Zwart vormt de grootst mogelijke tegenstelling met wit. In diep zwart is niets te vinden van helder wit. Zwart wijkt dus nog verder af van wit dan rood. Zwart staat lijnrecht tegenover wit: het spreekt van duisternis in plaats van licht, van dood in plaats van leven. Het wijst op de geestelijke nacht in plaats van op de volle dag. Zwart is net als rood een kenmerkende kleur voor werkingen vanuit het rijk van satan en Dood. Zwart staat in de Bijbel voor alles wat bij de geestelijke duisternis en dood hoort. Het wijst op het ontbreken van licht en leven, blijdschap, hoop, ruimte en vrijheid en de totale afwezigheid van het klimaat van Gods Koninkrijk. Vandaag praten we over miljarden, door satan betoverde mensen! Jeremia zegt:

  • ‘Juda treurt, zijn poorten verkommeren, ze liggen in het zwart gehuld ter aarde en het gejammer van Jeruzalem stijgt omhoog’ (14:2).

Wereldwijde hongersnood

  • Zwart is verbonden met het negatieve denken en spreken.
  • De kleur zwart is verbonden met uiterlijke vroomheid en Farizeïsme.
  • Zwart is ‘knoet’ op het leven onder de (zélf gemaakte) wetten.
  • Het moeten voldoen aan allerlei geboden en verboden, zoals: raak niet, smaak niet, roer niet aan (Col.2:21).
  • Denk in dit verband eens aan de vele kerkbewoners die zich in het zwart (moeten!) kleden.
  • We kennen zelfs, zoals dat in de volksmond heet, ‘Zwartekousenkerken’. 
  • Met alles wat de schijn ophoudt, zoals gewilde nederigheid en kastijding van het lichaam (Col.2:18,23).
  • Het leven met God is er niet, integendeel (bij de uitspraken van Jezus, passen de Farizeeën en wetgeleerden in dit kader, Lucas 11:37-52).
  • Zwart wijst niet alleen op wetticisme maar ook op het onwettige (het ontduiken van de wet). Denk hierbij aan ‘zwart’ werk, de ‘zwarte’ markt, aan alles wat in het geniep gebeurt en het daglicht niet kan velen.
  • Zwart is ook de kleur van toverij: ‘zwarte magie’.
  • Je kunt door geesten die binnen het geheim van de wetteloosheid werken, ‘betoverd’ worden (Gal.3:1).
  • Deze werkingen verblinden en leiden tot ongehoorzaamheid aan de waarheid. Deze ‘zwarte’ krachten en machten nemen het Koninkrijk van God weg (Matth.21:43).

Vanuit de Bijbel zijn er nog meer symbolische betekenissen van zwart te ontdekken. De kleuren wit en zwart worden in de tijd van het Nieuwe Testament gebruikt bij de rechtspraak: een witte steen duidt op vrijspraak, een zwarte steen op veroordeling. Jezus geeft ons een witte steen met daarop onze nieuwe naam (Op.2:17). We leiden hieruit af dat satan alleen zwarte stenen uitreikt, met daarop onze oude naam. Hij klaagt ons dag en nacht aan (Op.12:10).

Het rode en het geelgroene paard

De ruiter op het zwarte paard trekt niet alléén uit in de hemel van mensen. Hij doet dit samen met de ruiter op het rossige (rode) paard en de ruiter op het vale (geelgroene) paard. De betekenissen en werkingen die we bij zwart kunnen onderscheiden staan niet los van die van rood en geelgroen. In het slechte en onwettige van zwart zien we een verbinding met de ongerechtigheid en het wetteloze van rood. In het doodse en betoverende van zwart ligt een koppeling met het verderfelijke en occulte van geelgroen. In de strijd tegen het witte paard vult het zwarte paard het rode paard naadloos aan. De ‘vermenging’ die door het rode paard wordt ingezet, wordt door de ‘verduistering’ van het zwarte paard verder aangezet; de tegenstelling met het zuivere ‘wit’ wordt verder opgevoerd. Nog meer dan rood, is zwart in staat om al het aanwezige wit te bedekken en uit te schakelen. Het vale paard voegt hier het ‘zijne’ aan toe.

De legers van satan

Jezus laat zien dat wij in het antichristelijke meerdere werkingen kunnen onderscheiden. Deze volgen elkaar op en versterken elkaar. Een ontwikkeling die vandaag wereldwijd steeds meer zichtbaar is in alle staatspropaganda. In de uitvoering van het geheim van de wetteloosheid voert de satan een leger aan dat niet alleen uit ‘rode’ divisies bestaat, maar ook uit ‘zwarte’ en ‘vale’. Door zijn ‘rode’ divisies zorgt hij voor wetteloosheid en verdeeldheid. Door de geestelijke lichtbronnen af te schermen zet hij aan tot een geestelijke zon en maansverduistering in de hemel van mensen (Hand.2:20; Op.6:12). Mede door dit zwarte paard staat hij aan de basis van de verduistering van zon, maan en sterren, zoals genoemd bij het blazen van de vierde bazuin, in de tijd van het zevende zegel (Openb.8:12).

De ruiter op het zwarte paard wil de mens van licht beroven en geestelijk (én letterlijk) ‘in het zwart doen gaan’. De geesten die Jezus aanwijst met het ‘zwarte paard’ zetten de mensen geestelijk onder druk, maken lusteloos en moe, ontnemen de blijdschap en vrede van Christus, doen het leven met Hem als ‘moeilijk’ en ‘zwaar’ overkomen. Ze willen de liefde laten verkillen, het geloof laten verflauwen, de mens lauw laten worden, door matheid van ziel laten verslappen (Matth.24:12, Rom.4:19, Op.3:16, Hebr.12:3). Zodat na verloop van tijd de eerste liefde wordt verzaakt en de mens van zijn hoogte valt (Op.2:4-5). De satan wil mensen sceptisch maken en negatief ten aanzien van de verdere ontwikkelingen van Gods koninkrijk. Kritiek en negativisme zijn bittere en besmettelijke wortels. Zij doen mensen verachteren van de genade van God (Hebr.12:15).

>>>>>