
Een plotselinge opname – Hysterie en angst
Velen vragen zich altijd af: ‘Zal de Heer vannacht komen?’ Het is echter de vraag of de mens zich met de ‘wanneer’ vraag moet bezig houden. Opvallend trouwens dat men Hem altijd in de nacht verwacht. Waarom kan Hij niet overdag komen? Is dat niet spannend genoeg voor de vele ‘eindtijdprofeten’ met hun hysterische websites? Als men al de Heer verwacht in de nacht, verwacht men dat men plotseling wordt weggenomen; het is een passieve zaak. Een man mist ineens zijn vrouw, een kind mist zijn ouders. De treinmachinist is opgenomen, waardoor de trein zich te pletter rijdt met de mensen erin. Wie achter deze terreurverhalen zit, is duidelijk: de satan.

Er zijn genoeg horrorscenario’s, maar het is belangrijk om te weten, dat de Heer nooit iets buiten de mens om zal doen. Ten eerste maakt Hij het bekend aan zijn profeten, aan hen die Zijn woord geloven (Amos 3:7). Bovendien zijn de mensen nergens passief bij betrokken. Een bekering is niet passief, evenmin als opnieuw geboren worden. De mens moet zelf vernieuwd worden in zijn denken en zich bewust inzetten voor zijn herstel, zijn heiligmaking. Zo is de terugkomst ook geen passieve zaak, in de trant van: ‘dat zullen we wel een keer zien…’.
Het is voor opnieuw geboren christenen belangrijk om zich op de goede manier voor te bereiden op de terugkomst. Daarom richten zij zich steeds meer op de volmaaktheid van de gemeente. Veel kerkmensen verwachten deze volmaaktheid niet op aarde, maar de Bijbel zegt: ‘om uw harten te versterken, zodat u onberispelijk bent in heiligheid voor onze God en Vader bij de komst (parousia) van onze Heer Jezus met al zijn heiligen’ (1 Thess.3:13). Het gaat hier niet om een onberispelijk wórden, maar zijn. Dit staat ook in 1 Thessalonicenzen 5:23:
- ‘En Hij, de God van de vrede, heiligt u geheel en al en geheel uw geest, ziel en lichaam mag bij de komst (parousia) van onze Heer Jezus Christus blijken in alles onberispelijk bewaard te zijn’.
Elk deel van geest, ziel en lichaam is dus onberispelijk. Opnieuw geboren christenen zien niet alleen uit naar de opname van de gemeente, maar ook dat de Heer een machtig werk onder hen doet. De Thessalonicenzen hadden in dit opzicht hun verstand verloren. Zij dachten dat het een gebeurtenis zou zijn die in sneltreinvaart zou gebeuren. Maar Paulus zegt dat ze niet onrustig moeten zijn. Er zijn zoveel zaken die daarmee in verband staan, dat dat echt niet zomaar ineens gebeurt: ‘…dat u niet snel uw verstand verliest of onrustig wordt, hetzij door een geestesuiting, hetzij door een lering, hetzij door een brief, die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag van de Heer (al) aanbrak’ (2 Thess.2:2).
Paulus gebruikt hier de woorden die Jezus ook gebruikt: ‘Wees niet bang’. Ze moeten niet onrustig worden door een leer, een profetie of een openbaring, ook niet door de woorden die Paulus zelf geschreven heeft: ‘Want dit zeggen wij u met een woord van de Heer: ‘Wij, levenden, die achterblijven tot de komst van de Heer, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan’ (1 Thess.4:15). Paulus gebruikt hier het woord ‘wij’, het lijkt er dus op dat hij zichzelf ook bij de levenden rekent. Maar nu zegt hij duidelijk in 2 Thessalonicenzen 2:5: ‘Herinnert u zich niet, dat ik, toen ik nog bij u was, u dit meerdere keren gezegd heb?’
De zieke Bedelingenleer van de tijdperkenknippers

In de eerste christengemeente was men wel bezig met de terugkomst van Jezus. Tegenwoordig is men er nog steeds erg druk mee. Het opvallende is dat dit de mensen toen en vandaag onrustig maakt. In Lucas 21:8 waarschuwt Jezus de mensen die zeggen: ‘De tijd is gekomen, de tijd is dichtbij’. Hij roept die mensen op om hen niet te geloven en achterna te gaan, want zij zoeken de tekens van de tijden in de natuurlijke wereld: ze zien van alles gebeuren met vooral Israël en verder nog een hele waslijst. De mens moet echter zijn verstand gebruiken. Dat verstand wordt geïnformeerd door het geloof. Dat geloof haalt zijn kennis en zekerheid uit het onderwijs over het koninkrijk van de hemelen. Als dat onderwijs goed is, wordt men niet bang, maar leert men actief de komst van de Heer te verwachten.
Ook Paulus roept op om vast te houden aan wat hen geleerd is. Het gerucht ging dat de dag van de Heer aanstaande was of zelfs onmiddellijk aanbrak. Als men dat gelooft, zijn veel dingen niet meer nodig. De Thessalonicenzen hielden op met werken, zoals tegenwoordig mensen ophouden met plannen te maken voor de toekomst. Men leeft nu – 2.000 jaar na de paniek van de Thessalonicenzen – met de gedachte dat het nu toch echt niet lang meer zal duren voor de Heer komt. Men houdt er hele theorieën op na op welke plek en wanneer dat zal zijn, men bestudeert de sterrenhemel om het één en ander bevestigd te zien. Er zijn groepen die alles verkopen en afreizen naar de Olijfberg om daar, in tenten en met nachtkijkers van de Lidl, te wachten tot het zover is. Velen van hen komen berooid weer terug, teleurgesteld omdat het niet doorgegaan is. Al deze profetieën waren gebakken lucht.
De oogst

De dag van de Heer is de dag van de oogst. Het is een tijdperk waarvan de parousia een onderdeel is. De oogst van de aarde wordt binnengehaald: ‘De aarde werd gemaaid’ (Op.14:6). Het gaat dus niet alleen maar om uitzien naar de komst van de Heer, want: ‘…eerst moet de afval komen en de mens van de wetteloosheid zich openbaren’ (2 Thess.2:3).
In vers 9 wordt ook gesproken over een komst, een parousia, namelijk over de komst van dé wetteloze (Op.13:11,12). Jezus zal de wetteloze door de adem van zijn mond (dat is Zijn woord) en machteloos maken door zijn verschijning, als Hij komt. De vertaling van vers 8 is niet helemaal correct, eigenlijk staat er: Jezus zal de wetteloze machteloos maken door Zijn parousia. Jezus’ komst, dat is de kracht en de tegenwoordigheid van de Heer, zal de tegenstander verlammen. Denk aan de berg van de verheerlijking. De leerlingen zagen daar iets van de tegenwoordigheid van de Heer, toen Jezus van gedaante veranderde: zijn gezicht straalde als de zon. Door die kracht maakt Jezus die andere parousia, die van de wetteloze, onmachtig.
Twee soorten parousie (terugkomst)

Er zijn dus 2 soorten van parousie, die van Jezus Christus en die van de wetteloze. Die 2 gaan samen en de ene komst houdt verband met de andere. Daarom kan men niet heel simpeltjes zeggen: ‘De Heer komt vannacht’, maar men moet de komst van de Heer verbinden met de komst van dé wetteloze mens. ‘Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de natiën, maar over u zal de Heer opgaan en zijn heerlijkheid zal over u gezien worden’ (Jes.60:2). Het licht komt over Gods volk en de duisternis komt over de wetteloze. Op het toppunt van ontrouw zal men de openbaring van dé zoon van het verderf meemaken. Dé zoon van het verderf staat daar dan in de plaats van de zonen van het verderf, zoals de Zoon van God er staat voor de zonen van God.
Er komt een hoogtepunt van heiliging, mensen leven volkomen wetmatig naar geest, ziel en lichaam, waarin de Heer zijn kracht en genade kan bewijzen, waardoor de zonen van God geopenbaard worden. Tegelijkertijd is er de afval, waarin de zonen van de wetteloze geopenbaard worden. Dat moment is nog niet gekomen, omdat het over ‘de grote afval’ komen gaat: ‘Want die dag zal komen, voor alle bewoners van de hele aarde’ (Lucas 21:35). Daarom geeft Jezus zijn leerlingen de opdracht om altijd te ‘waken, biddende, dat u in staat zult zijn te ontkomen aan alles wat gebeuren zal staan voor de Mensenzoon’.
Niet alleen de wetteloze, maar ook de Heer komt over heel de aarde. Zijn komst wordt in Lucas 7 beschreven als de bliksem. De bliksem gaat dezelfde loop als de zon (van het oosten naar het westen), alleen de bliksem doet er veel sneller over, het is een lichtflits, zo zal de aanwezigheid van de Mensenzoon zijn. De situatie in de wereld is bijzonder duister: ‘Waar het aas is, daar zullen de gieren zich verzamelen’ (Matth.24:28), maar het wek van Gods Geest wordt verveelvoudigd. Door de Geest van God komt er a.h.w. een spanning in de geestelijke christenen. Deze spanning ontlaadt zich in de kinderen van God als een licht dat over de hele aarde verschijnt. Door de geweldige krachtsexplosie van Gods Geest komt het licht als een bliksemschicht tevoorschijn. Eerst gebeurt er iets wat kracht toevoegt. Het licht komt na de explosie.
- ‘Immers, u weet zelf zeer goed, dat de dag van de Heer zó komt, als een dief in de nacht … Maar jullie, broers, zijn niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief overvallen zou: want jullie zijn allen zonen van het licht en zonen van de dag’ (1 Thess.5:2,4).
Deze zonen vormen het overwinningsvolk, zij staan tegenover de zonen van het verderf, de zonen van de duisternis.
De afval
Wat houdt deze afval of ontrouw in? Ontrouw worden is: ‘met het denken uit de geestelijke wereld vallen.’ In Openbaring 2:4-6 wordt gewaarschuwd: ‘Bedenk van welke hoogte u gevallen bent. Zo niet, dan kom Ik tot u zal Ik de kandelaar van u wegnemen’. Het is een geestelijke wet dat men ergens boven is, op een hoogte en men valt van boven naar beneden. De kandelaar, als onderdeel van de 7 kandelaars, bevindt zich in de hemelse gewesten. Als deze kandelaar weggenomen wordt, is er geen wandel meer in de hemelse gewesten.
Een nagemaakte kandelaar blijft wel bestaan, de kerk functioneert nog steeds, maar dan alleen op aards, natuurlijk niveau. Veel kerkgangers hebben niet eens door dat hun kandelaar uit de hemelse gewesten al eeuwen geleden is weggenomen of nooit heeft bestaan. De Heer kan immers niet verder met een onbekeerd kerkvolk dat weigert om het Bijbelse Fundament in eigen leven te leggen. Dat is de tragiek van de ontrouw: hun plaats in de hemelse gewesten wordt niet meer gevonden, maar ze hebben het niet eens door. Ze zijn een dode kerk op aarde geworden en zeggen:
- “Och, ze functioneren allemaal nog wel aardig…”
Het fundament aangetast

Let op deze tekens van de tijd. Richt u niet op aardse zaken, maar op hemelse zaken. Openbaring spreekt ook over: ‘zij, die op de aarde wonen’ (3:10). Vraag u af of u bij een gemeente hoort die in de hemel is of op de aarde woont. Daarbij gaat het om de leden van de gemeente; het zal duidelijk worden wie er in de hemel zijn wandel heeft en wie aardsgericht bezig is. Er zal een zuivering komen in de gemeente, een scheiding omdat anders het fundament wordt aangetast. Het fundament betreft het hemelse Jeruzalem, de stad met fundamenten door God gelegd (Hebr.11:10).
Allereerst is er sprake van bekering van dode werken. Dit zijn werken die door mensen gezien worden, zij maken plaats voor bezig zijn in de hemelse gewesten. Er is geloof in een enkel goede God die achter je staat in de geestelijke strijd. Je laat je in water en met Gods Geest dopen, beide zijn een zuiver geestelijke zaak. En zo zijn er meer aspecten van het fundament genoemd in Hebreeën 6, die alleen maar in de geestelijke wereld gebouwd kan worden. Als iemand dit fundament loslaat, valt hij op de aarde. Over hen schrijft Paulus in de Hebreeënbrief:
- ‘Het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht zijn geweest, van de hemelse gave genoten hebben en deel gekregen hebben aan Gods Geest en het goede woord van God en de krachten van de toekomende eeuw gesmaakt hebben en daarna afgevallen zijn, weer opnieuw tot bekering te brengen’ (Hebr.6:4-6).
Het grote Babylon

Als men dus de fundamenten van het hemelse Jeruzalem loslaat, is er geen bekering meer mogelijk:
- ‘Maar Gods Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen’ (1 Tim.4:1).
Door ontrouw ontstaat een kerk op aarde, genaamd Babel. Babel is een aards denken die losgemaakt is van het geestelijk denken. En elke keer komen er telkens nieuwe wijken in Babel bij, een roomse wijk, vervolgens een protestantse wijk en uiteindelijk een door en door occulte wijk. Ga zo maar door. Deze stad groeit wereldwijd, het is een langdurig proces, waarbij het evangelie van Jezus Christus al lang geleden is losgelaten. Er is veel tijd nodig om het evangelie van Jezus Christus over de aarde te brengen, zo is er ook veel tijd nodig om het grote Babylon te vormen.
Iedereen in Babel mist de gedachten van God en ieder voor zich is bezig met zijn eigen, aardse pretpakket. Babel is wereldwijd geworden, van oost naar west vind men de dwalingen van Babel. Het is een woonplaats voor demonen geworden, een schuilplaats voor iedere onreine geest. De gedegenereerde kerk is wereldwijd, het is inmiddels een ongelooflijk grote toren geworden, met eigenschappen van alle verschillende richtingen. Babel kenmerkt zich door allerlei uiterlijkheden waar men op aarde aan gehecht is: liturgieën, soepjurken, ceremonieën, formulieren, de organisatie en huichelachtige vroomdoenerij, enz., enzovoort.