6. Oordeel over de wereld

<<<<<

De uitleg op de Olijfberg geeft een profetische visie op de ontwikkeling van de ware kerk en de valse, van de tarwe en het onkruid die beide tot rijpheid komen. De parousia (de komst of tegenwoordigheid van Jezus Christus in zijn volk) zal zijn als de bliksem, die licht van het oosten tot het westen. De gemeente is dan als een stad op een berg, waarvan ieder de heerlijkheid zien kan. De valse kerk zal echter deze aanwezigheid van de Heer loochenen. Men zal ontkennen dat God in de laatste dagen van zijn Geest zal uitstorten en dat dan de ‘kostbare vrucht van de aarde’ gezien zal worden. Men zal zelfs zingen: ‘Hoe men ook zijn toekomst verachte…’ en tegelijkertijd zelf een diepe afkeer hebben van de boodschap over de parousia. De massa van het onbekeerde kerkvolk heeft dan wel nooit de zichtbare terugkomst van de Heer ‘op de wolken van de hemel’ publiekelijk veracht, maar die terugkomst leeft absoluut niet voor hen.

De uitdrukking ‘vanwaar Hij terugkomt om de levenden en de doden te oordelen…’ wordt als belijdenis algemeen aanvaard. Maar als het zondags opgedreund wordt in de kerken, heeft het geen enkele betekenis voor de gemiddelde kerkbewoner. Jezus sprak al over de ‘levenden’: ‘Nu gaat er een oordeel over deze wereld’ (Joh.12:31). Oordelen is scheiding maken tussen goed en kwaad. Zowel het goede als het kwade groeien in het kerkdom op. In de eindtijd zal de scheiding tussen rechtvaardigen en weerspannigen voltooid worden. Dan zullen de zonen van God en de zonen van het verderf duidelijk zichtbaar zijn en een diepe kloof zal hen scheiden. Van een eindoordeel is pas sprake ná het duizendjarige rijk, wanneer er een grote en witte troon gezien wordt (Op.20:11).

In de komst of parousia van de Mensenzoon gaat het echter allereerst om het in bezit nemen van de opnieuw geboren mens door Gods Geest: ‘Wij; de Vader en de Zoon (geen 2/3e deel van een verzonnen Drie-eenheid) zullen tot hem komen en bij hem wonen’ (Joh.14:23). Hierdoor wordt het mogelijk dat de mens van God de volwassenheid bereikt, de mannelijke rijpheid, de eenheid van de volmaakte mens, tot de mate van de grootte van de volheid van Christus’ (Efeze 4:13). Paulus schreef in 1 Thessalonicenzen 5:23:

  • ‘En Hij, de God van de vrede, heiligt u heel en al en heel uw geest, ziel en lichaam mag bij de komst (parousia, tegenwoordigheid) van onze Heer Jezus Christus blijken in alle delen (naar de innerlijke en uiterlijke mens goed functionerende) onberispelijk bewaard te zijn. Die u roept is trouw; Hij zal het ook doen!’

’De vrouw heeft zich gereed gemaakt’

Jezus is trouw en Hij zal dit doen. Gelooft u dit? Hij zal u zo veranderen door Gods Geest, dat het onmogelijke, mogelijk wordt. Voor hen die de terugkomst van onze Heer met de wolken van de hemel willen meemaken, geldt: ‘Streef naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Heer zal zien’ (Hebr.12:14). Daarom is de leer dat de Heer deze nacht nog terug komen kan om de zijnen tot zich te nemen, on-Bijbels.

Verzonnen sprookjes over een plotselinge, voortijdige opname

De Heer maait geen halfrijp graan op de akker van de wereld! Veel mensen die zich met de toekomende dingen bezig houden, hebben ‘de komst van de Heer’ verengd tot ‘een punt van de tijd’. Zij omvat echter een tijdperk waarin de Heer zich heerlijk in zijn gemeente openbaart en dat zijn hoogtepunt bereikt in de verandering van ons vernederd lichaam in een verheerlijkt. Dan doet in een ondeelbaar ogenblik het vergankelijke lichaam onvergankelijkheid aan en het sterfelijke lichaam onsterfelijkheid (1 Cor.15:50-54). Er staat: ‘De vrouw heeft zich gereed gemaakt’ (Op.19:7). De komst van de Heer is de machtige inwoning van Gods Geest in de gelovigen in de laatste dagen. Dan komt de Rechter om recht te geven tegenover de tegenpartij (Lucas 18:8; Jacobus 5:9).

Het donderend geweld van de zee en de branding

‘Waar het aas is, daar zullen de gieren zich verzamelen’ Matth.24:28.

Ook het onkruid wordt rijp, zoals er staat: ‘Laat beide (tarwe en onkruid) samen opgroeien tot de oogst’ (Matth.13:30). Wanneer het onkruid rijp is, komt de periode dat het verbrand wordt. Het aas is de dode kerk, waar iedere vorm van goddelijk leven geweken is. De gieren zijn het beeld van de occulte demonen, die uiteindelijk de antikerk na de slag van Armageddon zullen verscheuren. Deze demonen zullen zich verzamelen ‘om te eten van het vlees van koningen en het vlees van oversten over duizend en het vlees van sterken en het vlees van paarden en van hen, die daarop zitten en het vlees van allen, vrijen en slaven, kleinen en groten.’

De zon zal verduisterd worden

‘En meteen na de verdrukking van die dagen (de tijd waarin de ware en de schijnkerk voorgoed uit elkaar gaan) zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn licht niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen wankelen’ 29.

Hier tekent Jezus het resultaat van de totale verleugening van de ontrouwe kerk, die allerlei dwalingen verspreidt. Er komt dus iets voor de zon, het beeld van God. De duistere machten schuiven zich als een donkere wolk tussen God en het gedegenereerde christendom. Over de aarde trekken de duivelse legers, die de doorwerking van het licht van Gods genade beletten. De maan is het beeld van Jezus Christus, ‘de afstraling van Gods heerlijkheid’, het licht dat schijnt in de donkere nacht. Dit licht schijnt niet meer in de leugenachtige kerken: er is daar geen redding, heling, verlossing, genezing en géén vervulling met Gods Geest. Terwijl Gods volk leeft door de machtige uitstorting van Zijn Geest, komt ook uit: ‘De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed’ (Hand.2:20).

Het beest uit de zee, Apóllyon en DÉ antichrist

Er is sprake van een invasie van de onreine engelen uit de hemelse gewesten. De valse profeet (dé antichrist) ‘sleepte een derde van de sterren van de hemelen mee en wierp die op de aarde’ (Op.12:4). Ook wordt de put van de afgrond geopend en de legers van occulte demonen onder aanvoering van Apóllyon, verspreiden zich over de kerk en overweldigen degenen die geen afweer hebben. Zij die de leugen liever hadden dan de waarheid.

Doodsangst onder de volken

In Lucas 21:25,26 is sprake van een doodsangst onder de volken. Zij zijn radeloos door het donderende geweld van de zee en de branding. De mensen zullen verstijven van angst voor de toekomst, voor wat de wereld gaat overkomen; want de krachten van de hemelen zullen worden geschokt. De zee is het beeld van het geestelijk leven van mensen, zoals de aarde het beeld is van hun natuurlijk leven. De branding is de grens tussen de zee en de aarde en is dus beeld van het leven van de mensen, waarin het natuurlijke en het geestelijke elkaar raken. Vanuit de geestelijke wereld wordt ook het natuurlijke leven overstroomd en vergiftigd door de beïnvloeding van satans demonen, die de geesten van de mensen hebben overweldigd. De hele onzienlijke én zienlijke wereld wordt bewogen.

In de dagen van Noach werd alleen de aarde omgekeerd en ging het natuurlijke leven onder. Nu komt er een zondvloed van vuur, een beeld van de demonische machten, die ook de geest van de mensen zodanig aantast, dat zij ‘wat de geest betreft’ niet ‘zouden leven’ (1 Petrus 4:6). Een van de eerste gevolgen die op aarde zichtbaar worden, is het wankelen van de wereldgeesten. De geordende maatschappij wordt in standgehouden door het gezag van de samenwerkende menselijke geesten, die de Bijbel wereldgeesten noemt. Zij zijn hiërarchisch ingesteld, zoals trouwens de hele geestelijke wereld. Zij vinden hun hoogste gezag in de topfunctionarissen en in normaal werkende overheden (voor zover die er nog zijn). Hun taak is het goede te accentueren en zij, die het goede doen, te beschermen; en te oordelen en te wreken die het kwade doen (Rom.13:1-7).

Ook deze machten in de onzienlijke wereld zijn de eersten die gaan wankelen. Zij zijn niet geschikt om hun taak uit te voeren en hun verantwoording te dragen. Zij blijken tegen de opkomende vloed van wetteloosheid niet bestand. Paulus sprak al van ‘die zwakke en armelijke wereldgeesten’ (Gal.4:9). In 2 Thessalonicenzen 2:7 spreekt hij over het feit, dat deze tegenwerkende macht verwijderd wordt en bezwijkt voor de wetteloosheid. De wereld is niet bestand tegen de demonische invasies die zij zelf hebben binnengehaald en inmiddels ook fanatiek aanbidden en promoten.

Het teken van de Mensenzoon

‘En dan zal het teken van de Mensenzoon verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen van de aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Mensenzoon zien komen op de wolken van de hemelen, met grote macht en heerlijkheid’ 30.

Het teken van de Mensenzoon is niet een kruis op de wolken, zoals men vroeger dacht, want dit spreekt van vernedering en lijden. De kanttekenaars van de Statenvertaling wezen er al op, dat het hier de ’tekens van Zijn heerlijkheid’ betreft. Wanneer de Heer komt, is zijn verschijning met grote macht en heerlijkheid. Deze grootheid bevindt zich in zijn gemeente. Door haar heeft Hij immers zijn vijanden onderworpen en ‘in de veelheid en in de adel van zijn onderdanen ligt de heerlijkheid van de Koning’. Bij zijn eerste komst was Jezus gezet tot ‘een teken, dat tegengesproken’ werd (Lucas 2:34). Bij zijn terugkomst zijn de zonen van God het teken van macht en heerlijkheid en met hen gaat onze Heer de hele schepping bevrijden van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid (Romeinen 8:19-21). Het teken van de Mensenzoon is dus zijn gemeente. Waar zij is, is Hij ook.

De vrouw op de maan

Johannes schreef: ‘En er werd een groot teken in de hemel gezien: een vrouw’ (Op.12:1). Onze Heer is de man en de gemeente is zijn vrouw en zij zullen voor eeuwig samen gezien worden. Jesaja profeteerde:

  • ‘Kijk, de Heer zal komen met kracht en zijn arm (Gods Geest in de gelovigen) zal heerschappij oefenen; zie, zijn loon is bij Hem’ (Jes.40:10).

Dit loon dat bij zijn komst bij Hem is, is zijn gemeente. Het zijn de mensen die de Vader Hem uit deze wereld gegeven heeft (Joh.17:4). Dit loon is groot en heerlijk. Met de parousia beginnen de tijden van het herstel en van de verademing (Hand.3:19). Dit herstel begint met de gemeente die haar volkomenheid bereiken zal, die voltooid is bij het verschijnen van de Mensenzoon in de zichtbare wereld. Voordat het grote Babylon afgebroken zal worden, zal deze valse kerk, de Mensenzoon zien komen op de wolken van de hemel:

  • ‘En ik zag een witte wolk en op de wolk zat een Mensenzoon met een gouden kroon op zijn hoofd’ (Op.14:4).

Bij zijn hemelvaart werd Jezus door een wolk aan de zichtbare wereld onttrokken. Vanaf dat ogenblik ging de onzienlijke realiteit functioneren. De profetieën, die steeds ‘letterlijk’ in een natuurlijk volk vervuld waren, werden vanaf dat ogenblik verbonden aan het geestelijke Israël. Het aards Jeruzalem werd vervangen door het nieuwe, de aardse hogepriester door de hemelse en de aardse priesterschap door een geestelijke. Wie meent dat Jezus op een wolk naar de hemel voer langs een traject van miljarden lichtjaren, gemarkeerd door de sterrenstelsels, denkt er liever maar niet over na dat zo’n natuurlijke wolk al bij het begin van de ‘ruimtevaart’ opgelost is. In dit opzicht zien velen domheid aan voor een soort kinderlijk geloof. De hemel-’vaart’ was niet anders dan een overgang (verhoging) van de zichtbare naar de onzichtbare wereld. Men kan de geestelijke wereld of de hemelse gewesten niet in aardse dimensies uitdrukken. Men komt nooit in de hemel door een lange reis, waarbij men een aantal sterren voorbij zou schieten. Daar is geen sprake van tijd, plaats en afstand.

De terugkomst

Er blijft nog een belofte dat onze Heer op dezelfde manier zal terug komen als Hij naar de hemel gegaan is. Dit betekent dat de Heer vanuit de onzienlijke wereld of geestelijke wereld terug zal komen in de zienlijke of natuurlijke wereld. Velen denken dat dan zijn voeten op een natuurlijke regenwolk zullen staan, dus op een steunpunt in het luchtruim. Zij denken er niet aan dat zo’n wolk juist de Heer aan het oog onttrekken zal. Een vliegtuig dat op of boven de wolken is, wordt vanaf de aarde niet gezien. De inhoud van de Bijbel is ons te groots en te heilig om de Heer voor te stellen als een soort parachutist. Wij hebben gebroken met alle valse romantiek en onlogische gedachtegangen, die bij dieper nadenken tot de grootste dwaasheid voeren.

Lezen wat er staat of verstaan wat men leest?

Het verstaan van de woorden van God vereist een geestelijke instelling. Wanneer de Heer op aarde terugkomt, is dit met zijn volk. Nooit mogen wij Hem van zijn volk scheiden, hetzij nog in leven of al gestorven. Wij zouden in Bijbelse beelden kunnen zeggen:

  • Het Hoofd komt met zijn lichaam;
  • de Ruiter op het witte paard komt met zijn legers;
  • de Herder komt met zijn kudde;
  • de Man met zijn vrouw;
  • de eerstgeboren Zoon met zijn broers en zussen;
  • het paradijs van God daalt neer met de Levensboom.

Jezus komt met wolkenformaties, dat is met zijn rijk geschakeerde en veelkleurige gemeente. Zoals miljoenen waterdruppels één wolk vormen, zo zijn de leden in de gemeente een eenheid. De wolk is dus beeld van de gemeente en haar plaats aan de hemel beeldt de aanwezigheid van het volk van God uit in de hemelse gewesten. De ‘stammen van de aarde’ vertegenwoordigen de valse kerk die haar domicilie niét in de hemel heeft, maar op aarde. Zij is immers ongeestelijk en van deze wereld. Deze kerk zal bij de terugkomst van de Heer te laat tot de erkenning komen, dat zij haar doel gemist heeft en dat zij de leugen heeft liefgehad in plaats van de waarheid. Haar leden zullen zich op de borst slaan, zoals de prijsgegeven kerk van het oude verbond dit deed bij het sterven van onze Heer. Zij zullen moeten erkennen:

‘Werkelijk, dit is de Zoon van God. Samen met de zonen en dochters van God’

>>>>>