
Mattheüs 5:10-12
10: ‘Gezegend zijn zij die vervolgd worden om de gerechtigheid, want van hen is het Koninkrijk van de hemelen’.
Hoewel Jezus in vers 9 spreekt over vredestichters, blijft Hij realistisch, want de achtste zaligspreking gaat over de vervolgden. Wie als rechtvaardige leeft, moet er rekening mee houden dat hij onrecht zal lijden. Kinderen van God worden vervolgd om de waarheid, dat is het fundament van de gerechtigheid. Jezus zegt dat onze trouw aan God beantwoord zal worden met haat. Een opnieuw geboren christen zal geen sympathie ontmoeten. Hij wordt niet gewaardeerd, maar wordt tegengewerkt door de satan. Het is een georganiseerde negatieve kracht vanuit de wereld van gevallen engelen, die onder de macht van het beest zijn verenigd om de kinderen van God ‘met vuisten te slaan’. Zij worden door mensen die onder invloed staan van de satan. Paulus schreef in Efeziërs 2:2 over een ‘luchtmacht’ van geesten, die werkzaam is in de mensen die aan God ongehoorzaam zijn. Deze geestenwereld leidt de gedachten en handelingen van hen die de satan liefhebben. Zij doen de waarheid geweld aan (Rom.1:18).
Tegenover de zonen van God staan dus de zonen van de ongehoorzaamheid en het verderf. Hun leven wordt bepaald door de demonen. Daarom zal een christen het niet vreemd vinden, wanneer de vuurgloed van de beproeving over hem komt, want hij heeft deel aan het lijden van Christus en vult zelfs aan wat aan de verdrukkingen van Christus ten behoeve van zijn lichaam, dat is de gemeente, ontbreekt (Col.1:24). Het gaat hier dus over het resultaat van het leven met Christus. De opnieuw geboren christen wordt in deze wereld, ook in de ‘vrome’, gediscrimineerd als een andersoortig mens, want hij is ‘geheel anders’. De apostel schreef:
- ‘Als u door de naam van Christus smaad lijdt, bent u gezegend, omdat de Geest van de heerlijkheid en de Geest van God op u rust’ (1 Petrus 4:14).
De rechtvaardige Job en zijn ‘vrienden’

Vervolging brengt lijden met zich mee. Zo werd de rechtvaardige Job rechtstreeks door de satan in zijn lichaam en in zijn bezit aangevallen, hoewel hij geen kwaad had gedaan. Zijn vrienden werden bovendien gebruikt om zijn lijden te verzwaren. Jezus werd vervolgd en Hij vroeg aan zijn belagers: ‘Waarom probeert u Mij te doden? Om wat voor goede werken wilt u Mij stenigen?’ Hij werd vervolgd omdat Hij de wet van God ‘in zijn binnenste’ droeg. Hij leed vanwege de gerechtigheid en om de waarheid die Hij bracht. Een dienstknecht is niet meer en beter dan zijn Heer. Paulus constateerde:
- ‘Trouwens, allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden’ (2 Tim.3:12).
De haat tegen Jezus

Aan de vervolgde mensen wordt door Jezus beloofd: ‘Want van hen is het Koninkrijk van de hemelen’. De vervolgden horen niet bij de aarde maar bij het rijk van God. Aan hen is een plaats gegeven in de hemelse gewesten (Ef.2:6). Zij zijn gezegend, omdat zij leven in de tijd van het welbehagen van de Heer. Onder hen zullen uiteindelijk de zonen van God worden geopenbaard. Zij leven in de tijd van genezing en redding, van bevrijding en herstel. De apostel Paulus schreef al: ‘Nu is het de dag van de redding’ en hoeveel te meer kunnen wij dit na tweeduizend jaar beamen. Tegelijkertijd had hij echter als medewerker van God te maken met ‘veel moeten verdragen, verdrukkingen, noden, benauwdheden, slagen, gevangenschappen, oproeren, moeiten, nachten zonder slaap, dagen zonder eten’ (2 Cor.6:4,5).
De opnieuw geboren christen heeft een uitwijkmogelijkheid: de hemelse gewesten. Daar leeft, strijdt en overwint hij en bezit hij de rust en de vrede die het natuurlijke verstand te boven gaan. Laat dus niemand denken dat de Bergrede een aanvulling is op aardse wetten of zelfs de tien geboden. De Joden hadden, net als veel kerkgangers in onze dagen, een natuurlijke voorstelling van het Koninkrijk van de hemelen, maar onze Heer vernieuwt door Gods Geest het denken, zodat wij ons kunnen bezighouden met de geestenwereld waar God, die geest is, zelf woont. De vervolgden ervaren ‘in hun lichaam’, dat zij ver van de Heer in een vreemd land zijn’.
Let erop dat er niet staat: gelukkig zijn de vervolgden. Er worden heel veel mensen vervolgd en zelfs hele volken. Zij zitten in gevangenissen en concentratiekampen vanwege hun politieke overtuiging of hun activiteiten op maatschappelijk en cultureel terrein. Maar worden zij verdrukt om hun geloof in God? Ook staat er niet: gezegend zijn de christenen als zij vervolgd worden wegens hun gebrek aan wijsheid in hun getuigen of wegens het feit dat hun gebondenheden bij het belijden van hun geloof mee vibreren. Het gaat om de gerechtigheid en om de waarheid en niet om vooroordelen, menselijke tradities, kleinburgerlijke opvattingen, vanwege fanatisme of omdat mensen weigeren te gehoorzamen aan normale wetten van het land. In dit opzicht zullen zij voorzichtig moeten zijn als de slangen en oprecht zijn als de duiven.
Jezus zegt niet dat wij schade moeten lijden vanwege het onrecht dat wij anderen zouden aandoen, vanwege ons harde optreden en vanwege onze onverdraagzaamheid. In 1 Petrus 4:15 staat: ‘Laat dus niemand van u moeten lijden als een bemoeial’. Laat het altijd zijn als echte christen, zodat God wordt verheerlijkt.
11: ‘Gezegend bent u als men u lastert en vervolgt en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, vanwege Mij’.
Jezus zegt nu: je bent een bevoorrecht mens als je vanwege Mij – omdat je mijn denkwereld hebt overgenomen – bespot, verdrukt en vals beschuldigd wordt. Je zult altijd door de goddeloze en ‘vrome’ wereld in de beklaagdenbank worden gezet. De overste van deze wereld is immers de aanklager van de broers en zusters. Of dit dan terecht of onterecht is, doet er niet toe bij hem. Het persoonsbewijs van de christen zit daarom tussen de verachte, de geboycotte, de gesmade en de vogelvrij verklaarde mensen. Men mag ze opjagen als schadelijk wild en het uur komt dat men opnieuw meent God een dienst te bewijzen door ze te doden. De geschiedenis leert dat ze zijn behandeld als ‘het uitvaagsel van de wereld, als aller voetveeg’ (1 Cor.4:13). Vanaf de rechtvaardige Abel tot nu toe zijn ze beboet, gevangen gezet, verbannen, buitengesloten, gegeseld, geradbraakt, gepijnigd en als schapen naar de slachtbank geleid. Ook in het grote Babylon, ‘werd het bloed van profeten en heiligen en van allen gevonden, die geslacht zijn op de aarde’ (Op.18:24). Het was en is altijd een strijd tussen het zaad van de slang en het heilige zaad.
De vervolgden zijn vanwege de gerechtigheid gelijkgesteld met Jezus. Als volgeling van Jezus van Nazareth is hij niet beter dan zijn Heer van wie de profeet zei: ‘Zonder gestalte of luister, waar we naar opzien. Zonder gratie, die ons behaagt. Veracht en door mensen verstoten. Man van smarten, met lijden bezocht’ (Jes.53:2,3 Can. vert.). Men heeft Hem uitgescholden en van verachtelijke namen voorzien. Hij werd van dingen beschuldigd die Hij nooit had gedaan, zoals er staat: ‘Misdadige getuigen staan op, zij vragen mij naar wat ik niet weet’ (Ps.35:11). Uiteraard kan men de volgelingen van de Heer alleen maar wreed behandelen, als men ze eerst als zeer slechte mensen voorstelt. Het lijden van opnieuw geboren christenen blijft niet beperkt tot de goddeloze wereld waarin ze leven, maar de ergste vervolgingen, lastertaal en beschuldigingen gebeuren door de religieuze figuren. De haat tegen het volk van God komt vanuit de kerken, vanuit het naamchristendom.
Het einde van Babylon

De Farizeeën en de Schriftgeleerden waren de instrumenten in handen van de vorst van de duisternis. Met de oudsten van het volk hebben zij voor het gerecht de elkaar tegensprekende getuigen bijeengezocht. Zo heeft ook de rooms-katholieke kerk de ‘ketters’ vervolgd, terwijl ook de protestanten hun tegenstanders lasterden en zelfs vermoordden. Zij die vanwege Hem het zwaard trekken, zullen echter door het zwaard vergaan! Daarom zal ook het grote Babylon vallen en met geweld als een grote molensteen in de zee worden geworpen waar het beest uit Openbaring 13 woonde.
Het wezen van de haat tegen Jezus Christus en zijn volgelingen ligt in het verschil in gezindheid tussen de natuurlijke en de geestelijke mens: ‘Want de gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede’ (Rom.8:6). Daarom zei Jezus: ‘Wee u, wanneer alle mensen goed van u spreken; immers op dezelfde manier hebben hun vaders met de valse profeten gehandeld’ (Luc.6:26). Velen menen dat de volmaakte christen een aardige, populaire figuur is met wie men gemakkelijk als zijn gelijke kan omgaan. Maar de werkelijke christen lijkt op zijn Heer!
De rechtvaardige, geestelijke mens wordt vervolgd, omdat hij in doen en laten verschilt van mensen die met de satan heulen. Opnieuw geboren mensen, die hun burgerschap bewust in de hemel hebben, bezitten iets waartegen zij niets kunnen inbrengen. Men kan geen grip op hen krijgen en daarom zoekt men om iets te vinden om hen te beschuldigen. Zo deed men dit immers ook bij Jezus bij zijn verhoor aan het einde van zijn aardse leven. En zo kan het gebeuren dat de religieuze kerkganger een afkeer heeft van opnieuw geboren kinderen van God.
Het geestelijke Jeruzalem

Toen Jezus op aarde was, waren de geestelijke leiders met haat tegen Hem vervuld en zo zal men ook de zonen van God gaan haten. Om een echte christen te zijn, zal men op Christus moeten lijken en dit kan niet anders dan door een algehele metamorfose, waardoor men losraakt van de tegenwoordige wereld. De ware christen is altijd bezig met het geestelijke Jeruzalem dat boven is: ‘de stad met fundamenten waarvan God de ontwerper en bouwmeester is’ (Hebr.11:10). Hij zoekt de toekomende wereld en niet de tegenwoordige. Hij leeft daarom uit geloof in de dingen die hij niet ziet. Hij kiest bewust voor een leven in de woestijn. Hierdoor kan hij al de vervolgingen en laster verdragen en zijn innerlijke blijdschap en vrede bewaren!
12: ‘Wees blij, want uw loon is groot in de hemelen, want zo hebben zij de profeten vóór u vervolgd’.
Het resultaat van het evangelie dat Jezus brengt is dat het verdeeldheid brengt. Er komt een scheiding tussen zoon en vader, tussen dochter en moeder en de vijanden van de opnieuw geboren christen kunnen zijn eigen huisgenoten zijn. Het wordt duidelijk wie de geestelijke mens is en wie zijn geluk op aarde zoekt, de aarde die onderworpen is aan satan. Jezus zegt zelf over die scheiding:
- ‘Meen niet, dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard’ (Matth.10:34).
De ‘naamchristen’ openbaart zichzelf door de ware christen te verdrukken en aan te vallen.De vijandschap tussen het zaad van de vrouw en het onheilige zaad van de slang kan jarenlang sluimeren, maar ze komt tevoorschijn, wanneer de geestelijke mens de eindfase van zijn ontwikkeling bereikt.
Waarom wordt een oprecht christen vervolgd?

Omdat hij niet voor zichzelf leeft maar voor zijn Heer, zijn Redder, die hem voor een grote prijs kocht. Het karakteristieke van de christen is dat hij met zijn gedachten in de hemel woont en vanuit dit hoge niveau elke situatie beziet. In Hebreeën 11 wordt beschreven hoe oudtestamentische gelovigen ook al te maken hadden met lijden en verdrukkingen, omdat zij beleden vreemdelingen en gasten te zijn op aarde. Zij verlangden naar een hemels vaderland en verwachtten de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is. Hoewel ze geestelijk door hun beperkte inzichten afgeremd werden, waren ze toch vaak bezig met het bedenken van de dingen die boven waren, dus in de onzienlijke wereld.
- Kaïn vermoordde Abel, omdat Abel geloofde in het bloed van de verzoening en in zijn gerechtigheid die hij voor God in de hemelse gewesten had. Door zijn geloof hield hij zich vast aan de dingen uit een wereld die hij niet zag.
- Saul vervolgde David, omdat zijn troon was verbonden met die van God in de hemel, want hij zat ‘op de troon van het koningschap van de Heer over Israël’ (1 Kron.28:5 en 29:23). De troon van Saul was alleen maar van de aarde. Daarom werd bij zijn kroning gezegd, dat het volk niet Samuël maar God had verworpen (1 Sam.8:7). Vandaar de bezetenheid en redeloze haat van Saul tegen het Davidische koningschap.
Deze afkeer is alleen te begrijpen als wij zicht hebben op de geestelijke wereld. Jezus accentueert hier nog de animositeit van de ‘vrome’ leiders tegen de profeten. Dezen zijn immers mannen die bij uitstek bezig zouden moeten zijn om met een innerlijk oor naar de stem van God te luisteren.
Profeten hebben kennis van de verborgenheden van het Koninkrijk van de hemelen, ze hebben een radar die naar boven is gericht. Voor hen is een deur geopend in de hemel. Vandaar dat zij vervolgd en gedood worden door een volk wiens godsdienst bestaat uit uiterlijkheden, vormen en ceremoniën, een volk dat er op uit is om door mensen gezien te worden en die de eer van God niet zoekt (Joh.5:44). Jezus zei tegen de leiders: ‘Het gaat niet aan, dat een profeet buiten Jeruzalem omkomt. Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en stenigt wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen verzamelen, zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels en u hebt niet gewild. Zie, uw huis wordt prijsgegeven’ (Lucas 13:34,35). De kerkgeschiedenis eindigt met de ondergang van de ontrouwe kerk, want het bloed van de profeten en heiligen wordt in haar gevonden (Op.18:24).
Uw loon is groot in de hemel
- ‘Voorwaar, Ik zeg u: er is niemand die huis of broers of zusters of vader of moeder of vrouw of kinderen of akkers verlaten heeft vanwege Mij en het Evangelie, of hij ontvangt honderdvoudig, nu in deze tijd, huizen en broers en zusters en moeders en kinderen en akkers, met vervolgingen, en in de wereld die komt, het eeuwige leven’ (Marc.10:29,30).
Net als in de genoemde tekst uit Mattheüs 10, gebruikt Jezus ook nu een antagonisme (tegengestelde gezindheid). Het loon is groot, maar tussen alle beloftes van voorspoed staat ook ‘met vervolgingen’. Het loon is zo groots, dat wij niet ons geestelijk moeten laten neerdrukken. Vandaar ook de oproep: ‘wees blij, als u dit overkomt’. Laat uw blijdschap u niet afpakken door zorgen of problemen! Zie op uw loon in de hemel. Blijf naar Jezus kijken, die om de blijdschap, die vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtte en die nu zit aan de rechterkant van de troon van God (Hebr.12:2). Denk aan Christus en de profeten, die nu in eeuwige heerlijkheid leven. Alle beproevingen en verdrukkingen zijn het bewijs dat u geen bastaard maar een zoon bent. Er is loon in de hemel voor allen die om Christus’ wil slecht worden behandeld. Deze vergelding heeft te maken met ‘allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus’ (Ef.1:3). Paulus schreef over ‘de krans van de rechtvaardigheid, die op die dag de Heer, de rechtvaardige rechter, hem zou geven’ (2 Tim.4:8).
De martelaren onder het altaar

Zo ontvingen de zielen van hen, die geslacht waren om het woord van God en om het getuigenis dat zij hadden, een wit gewaad, dat hun statuur zou geven in het rijk van God (Op.6:9-11). Petrus kreeg de belofte dat zij, die alles hadden prijsgegeven om Hem te volgen, naast de Mensenzoon op tronen zouden zitten om de twaalf stammen van het Israël van God te berechten door middel van het evangelie dat zij hadden verspreid en waarvoor zij smaad leden (Matth.19:28). Paulus schreef vanuit zijn gevangenis: ‘Wees altijd blij in de Heer! Opnieuw zal ik u zeggen: Wees blij!’ (Fil.4:4). Alleen een positieve geest is in staat om dit loon te ontvangen dat aansluit op zijn manier van leven op de aarde:
- ‘Want de lichte last van de verdrukking van een ogenblik geeft u een alles verre te bovengaand eeuwig gewicht van heerlijkheid, omdat wij niet zien op het zichtbare, maar op het onzichtbare; want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig’ (2 Cor.4:17,18).
Zaligverklaringen…

Wie worden hier nu uiteindelijk zalig, de levenden of de doden? Voor aardsgezinde kerkgangers wordt de zaligheid een toekomstbegrip. Men spreekt bijvoorbeeld over “Zijn vader of moeder zaliger”, niet tijdens hun leven maar ná hun heengaan! Het loon in de hemel is voor hen niet de ontvangen geestelijke statuur met de daaraan verbonden beloften, maar een ondefinieerbare redding dat bij ‘de schatten van de kerk’ is gevoegd en waarmee de tekorten van andere ‘gelovigen’ kunnen worden aangevuld. De zaligverklaarden kunnen dan voor allerlei hulp in het dagelijkse leven worden aangeroepen. De tekortkomers proberen op hun beurt contact te krijgen met hen door ze aan te roepen, alsof deze ‘heiligen’ met hun geest overal tegenwoordig zijn. Zo zijn deze zaligverklaringen aanleiding geworden tot een occulte gemeenschap met een geestenwereld uit het dodenrijk. Men wordt niet zalig als men tijdens zijn leven niet zalig is.