De Bergrede

  • ‘Ik zal vertellen wat sinds de grondvesting van de wereld verborgen is gebleven’ (Mattheüs 13:35).

Jezus sprak de zogenaamde Bergrede uit toen Hij net begon met Zijn werk op aarde. De Bergrede sluit aan bij de boodschap van Johannes de Doper. Jezus wilde het volk losmaken van het oude tijdperk en hun ogen openen voor de mysteries van het Koninkrijk van de hemelen. Hij had er ook in Galilea al over gesproken. In Mattheüs 4:23-25 staat dat Hij in de synagogen van Galilea het evangelie van het Koninkrijk had gebracht. Zijn bekendheid had zich verspreid en men bracht Hem allerlei zieken, die aan verschillende ziekten en kwalen leden, ook bezetenen en ‘lijders aan vallende ziekte’ en verlamden; en Hij genas ze allen.

Jezus sprak op de berg over God, de Vader die in de hemelen is, een voor hen onbekend begrip. De toespraak op de Olijfberg aan het einde van Jezus’ leven op aarde vertelt ons wat ná zijn opstanding en in de verre toekomst zou gebeuren. Jezus sprak Zijn woorden uit met groot gezag, hoewel Hij inging tegen allerlei uitspraken, wetten en tradities van de leiders in zijn tijd. Jezus sprak niet als de Schriftgeleerden (Matth.7:29). Jezus hield zich bezig met het wezen en de volkomen vervulling van de wet. Hij liet zien wie God is: enkel goed, rechtvaardig, volmaakt, trouw en barmhartig. Hij riep de mensen op om voor de enkel goede God te leven, zoals Hij het bedoeld had. Jezus ging ervan uit dat dit mogelijk was (een mens is goed geschapen!). Jezus sprak ook over Gods Geest, die op hun gebed aan Gods kinderen zou worden gegeven.

De woorden van Jezus zijn voor ons nog steeds van grote betekenis om ze te horen, te verstaan en te bewaren. Zonder inzicht in het Koninkrijk van de hemelen – o.a. de kennis van geestelijke wereld – wordt de Bergrede een soort sociaal evangelie, dat vrede op aarde zal brengen. De Bergrede is echter niet bedoeld voor een humanistisch goedvolk, maar een volk van God dat de dingen wil gaan bedenken die boven zijn. De Bergrede is bedoeld voor hen die zich willen losmaken van iedere geestelijke slavernij, om de levende God te dienen in waarheid en gerechtigheid. 

De Bergrede is niet gegeven voor een bepaalde periode, die men wel ‘de eeuw van het Koninkrijk’ noemt, alsof de Bergrede pas bekend gemaakt mag worden in het duizendjarige rijk, wanneer de satan gebonden is. Nee, deze toespraak van Jezus is onderdeel van het eeuwig evangelie, dat bedoeld is voor de mensen met wie Hij toen sprak, voor de mensen die nu leven en voor hen die in de toekomst leven.

Mattheüs 5

1,2: ‘Toen Jezus de groep mensen zag, ging Hij de berg op en nadat Hij was gaan zitten, kwamen Zijn leerlingen bij Hem. En Hij opende Zijn mond en onderwees hen. Hij zei:…’.

Jezus gaat niet, zoals beschreven wordt in Marcus 3:13, de berg op om Zich terug te trekken, om met zijn leerlingen alleen te zijn en een rustig gesprek met hen te hebben. Nee, Hij richt Zich nu tot de mensen (7:28). Hij onderwijst hen in de open lucht, gezeten op een berghelling, terwijl zijn leerlingen in een kleine groep om Hem heen staan. Iets verderop staan en zitten duizenden luisteraars die een grote kring om hen vormen. Het evangelie van Jezus is niet bestemd voor een kleine elite, zoals gebeurt bij de meeste heidense godsdiensten. Het wordt bekend gemaakt aan een groep mensen, met wie de Farizeeën geen contact willen hebben. Zij komen niet luisteren naar de voorlezing van de wet. Jezus, de Zoon van God, brengt hier de volmaakte wet van de vrijheid. 

Wat de naam van de berg is weten we niet, maar uit Lucas 6:17 blijkt de plaats waar Jezus sprak een bergplateau te zijn, waarschijnlijk in de buurt van Kapernaüm. Naar de gewoonte van die tijd ging Jezus bij zijn onderwijs zitten (Lucas 4:20). Dan ‘doet Hij zijn mond open’, een Semitische uitdrukking om de belangrijkheid van het gesprokene aan te geven (vergelijk Hand.8:35 en 10:34).

Artikelen:

Mattheüs 5:3-5 Armen van geest, treurenden, zachtmoedigen
Mattheüs 5:6-7 Geestelijk behoeftigen en barmhartigen
Mattheüs 5:8-9 Heiligen van hart – Vredestichters
Mattheüs 5:10-12 Vervolgd om de gerechtigheid en waarheid
Mattheüs 5:13-16 Het zout van de aarde en het licht van de wereld
Mattheüs 5:17 De vervulling van de wet
Mattheüs 5:18-20 De wet is geestelijk
Mattheüs 5:21 Wetten van het Koninkrijk van de hemelen
Mattheüs 5:22-24 Zelfbeheersing
Mattheüs 5:25-26 Zicht op de tegenstander
Mattheüs 5:27-28 Zuiver leven in en buiten het huwelijk
Mattheüs 5:29-30 Bedreigingen voor het huwelijksleven
Mattheüs 5:31-32 Schending van het huwelijksleven
Mattheüs 5:33-37 Gebruik en misbruik van de eed
Mattheüs 5:38-42 Hemelse rechtsorde
Mattheüs 5:43-48 Volmaakte liefde
Mattheüs 6:1-5 Bezig zijn in de onzienlijke wereld
Mattheüs 6:6-8 Regels voor het bidden
Mattheüs 6:9 Voorbeeld om te bidden
Mattheüs 6:10a Bidden om de komst van Gods Koninkrijk
Mattheüs 6:10b Gods wil zal gedaan worden
Mattheüs 6:11 Bidden voor het brood van vandaag
Mattheüs 6:12 Bidden om vergeving
Mattheüs 6:13-15 Gebed om bescherming tegen verleiding en het kwaad
Mattheüs 6:16-18 Aanwijzingen voor het vasten
Mattheüs 6:19-21 Schatten verzamelen in de hemel
Mattheüs 6:22-24 Aards of hemelsgezind leven
Mattheüs 6:25-26 Wees niet bezorgd
Mattheüs 6:27-34 Zoek allereerst Gods Koninkrijk
Mattheüs 7:1,2   Oordeel niet!
Mattheüs 7:3-6 De splinter en de balk – Parels voor de zwijnen
Mattheüs 7:7,8 Bid en u zal gegeven worden
Mattheüs 7:9-12 Goddelijke vrijgevigheid
Mattheüs 7:13,14 De smalle poort en de smalle weg
Mattheüs 7:15-20 Kijk uit voor valse profeten!
Mattheüs 7:21-23 Voorwaarden om het Koninkrijk binnen te gaan
Mattheüs 7:24-29 Slotopmerkingen Bergrede