
- ‘Wie in mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven en ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet (naar de innerlijke mens) sterven; gelooft u dat?’
In de onzienlijke wereld zijn er twéé steden die overeenkomsten hebben én felle contrasten vertonen: de stad van de levende God (het hemelse Jeruzalem – Hebr.12:22) én de stad van de Dood (de necropolis). Wij kiezen voor het hemelse Jeruzalem, de stad van de levenden.
Niet onzeker zijn over het sterven
Vaak komen veel bijzondere momenten tegelijk: een begrafenis, een bruiloft en een verjaardag. Allemaal momenten waarbij men stil staat bij het leven. Tegelijkertijd staat men dan ook stil bij de eindigheid van het aardse leven. Niet iedereen bereikt de leeftijd van de zeer sterken (Ps.90) en ‘zolang de Heer nog niet terug komt’ zal ons aarden vat sterven. In 1 Thessalonicenzen 4:13 schrijft de apostel:
- ‘Broers en zussen, wij willen u niet in het onzekere laten over de doden, zodat u niet hoeft te treuren, zoals zij die geen hoop hebben’.
Sterven is de meest ingrijpende gebeurtenis in het leven en daarom heeft de Schepper in ieder mens ‘de eeuwigheidsbehoefte in het hart gelegd’ (Pred.3:11). Paulus schrijft dat opnieuw geboren christenen goed moeten weten wat er na hun sterven gebeurt, want zij alleen bezitten onafgebroken, eeuwig leven. Er staat dat dood noch leven, hoogte noch diepte ons kunnen scheiden van de liefde van God, die is in Christus Jezus, onze Heer. In Christus (zijnde) hebben wij het onvergankelijke leven.
De gemeente te Thessaloniki bestond uit levende, opnieuw geboren christenen, want hun geloof dat zich op God gericht had, was overal bekend geworden en zij zagen uit naar de terugkomst van de Heer (1 Thess.1:8-10). In Handelingen 17 lezen wij dat veel leden al voor hun bekering ‘God vereerden’. Zij waren belangstellende bezoekers van de synagoge geweest, maar werden niet tot de Jodengenoten gerekend, omdat zij zich niet hadden laten besnijden en niet naar Joodse wetten leefden. Ongetwijfeld bezaten deze christenen nog voorstellingen van het hiernamaals, die ze baseerden op Griekse en Joodse gedachten, die weinig hoop gaven. Maar hoe is dat nu: wat hebben de kerkmensen voor begrip van de toestand na het sterven? Wat weten zij van de hemel en het dodenrijk?
Artikelen:
- Het nieuwe Jeruzalem – de hemelstad
- De rijke man en de arme Lazarus
- Het hemelse Jeruzalem
- Het hemelse Jeruzalem daalt neer
- De halm, de aar, het volle koren in de aar
- De rijpende vrucht
- Een overzicht van de vervolging van christenen
- Parallel tussen de eerste en de toekomende eeuw
- Op de drempel van de nieuwe tijd
- Wie is onze moeder?
- De toekomende stad