2. De geschiedenis van de kerk

‘Het ene volk zal tegen het andere strijden en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen hongersnoden zijn en besmettelijke ziekten en aardbevingen in verschillende plaatsen’ (Matth.24:7).

Bij deze tekst denken wij aan de scheuringen die tussen de kerken zijn ontstaan. In de wereldkerk zijn tal van nationale kerken, die genoemd zijn naar het land waarin haar leden wonen. Er zijn volkskerken, waar de koning het hoofd van de kerk is, maar ook familiekerken, waar complete families samen de kerkdienst bijwonen. Al deze kerken ‘vechten’ om hun eigen bestaansrecht. Hierdoor ontstaan dus scheuringen. In 1054 was er zo’n grote scheuring, ook wel het ‘grote, oosterse schisma’ genoemd: de oosters-orthodoxe kerk werd gescheiden van de rooms-katholieke kerk, nadat de paus de patriarch van Constantinopel excommuniceerde. Deze scheuring bracht een verwijdering tussen miljoenen zich christelijk noemenden. Vanaf toen kwamen er nog veel meer afscheidingen, die geestelijke ‘aardbevingen’ op aarde veroorzaakten:

  • Denk aan de geestelijke structuurverandering tijdens de Reformatie in 1517.
  • In ons land ontstond daardoor bijvoorbeeld de Nederlandse Hervormde Kerk.
  • In Engeland de Anglicaanse Kerk of Engelse Kerk.
  • In Duitsland en Noord-Europa de Lutherse Kerk.
  • In de Hervormde Kerk, de Afscheiding en de Doleantie
  • Daarna in de 19e eeuw nog meer verdeling: de Pinksterbeweging kwam rond 1.900 op in Nederland.
  • Zie verder de 352 verschillende kerkgenootschappen vandaag…  

En halverwege de vorige eeuw vond de zogenaamde ‘Vrijmaking’ plaats, wat een scheuring veroorzaakte onder de gereformeerden. Ook toen werden gezinnen uit elkaar gerukt, ouders vervreemdden van hun kinderen en mannen van hun vrouwen. Al deze kerkscheuringen in ons land zijn geen uitzondering t.o.v. de rest van de wereld. Overal vertoont de kerkgeschiedenis hetzelfde patroon van losmaking en opstand tegen elkaar.

De Bedelingenleer (Tijdperkenknippers)

In de 19e eeuw ontstond een leer die nu ook in ons land, m.n. in de vorige eeuw kerken uit elkaar scheurde. Het gaat hier om de Bedelingenleer van Darby en Scofield (tijdperkenknippers). De mensen die hieraan vasthouden, zeggen dat ze de Bijbel liefhebben en ‘voedsel in het goede seizoen’ uitdelen. Maar deze dwaling over de toekomst belemmert de kinderen van God om de hoge weg door de hemelse gewesten te gaan. Deze leer werd vanuit Amerika en Engeland in ons land geïmporteerd. Haar aanhangers vullen hun websites met eindeloos gevarieerde artikelen over het natuurlijke volk Israël, maar ontkennen tegelijkertijd dat de belofte van de late regen aan de gemeente van God gegeven is. Zij loochenen daarmee de bedoeling van God met de gemeente. Zij aanvaarden niet de belofte van God dat de ‘vrouw van het Lam’ zich gereed zal maken om haar ‘man’ te ontmoeten. Zij geloven immers niet in geestelijke gaven als middel om dit doel te bereiken. De beweging die het gevolg was van deze leer, bouwde daarom geen gezonde gemeenten op, hoewel de apostel gezegd had:

  • Dat door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid van God bekend zou worden’ (Efeze 3:10).

Ook ontneemt deze toekomstleer aan de christenen van de eindtijd juist het boek Openbaring, dat hun in het bijzonder tot onderwijs en troost gegeven is. De hoofdinhoud ervan is volgens haar aanhangers, niet voor de opnieuw geboren kinderen van God. Nee, de Openbaring is voor de nooit bekeurde Joden! De uitspraak van Paulus: ’Want besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is’ (Galaten 6:15), wordt daarmee verkracht. De Tijdperkenleer laat het Nieuwe Testament in tweeën uit elkaar vallen. Het ene gedeelte is voor de christenen uit de heidenen en het andere voor het natuurlijke Joodse volk zonder Jezus Christus! De geweldige belofte uit Handelingen 2:17 dat God in de laatste dagen van zijn Geest zal uitstorten, wordt als een zuiver Joodse aangelegenheid gezien en dus aan de gemeente ontnomen. Zo aanvaardt deze beweging ook niet de Bergrede, maar verschuift deze naar een verre, vage toekomst. De toespraak van onze Heer op de Olijfberg zijn volgens hen ook grotendeels alleen voor de Joden bedoeld. Wat het modernisme onder Gods volk niet heeft kunnen bereiken, heeft deze leer gedaan door grote gedeelten van de Bijbel voor de kinderen van God krachteloos te maken.

Het grote Babylon. Moeder van de hoeren. Dronken van het bloed van de heiligen.

Als men het zo druk heeft met de leer, met ruzies en meningsverschillen, is geen tijd om de hongerige zielen te voeden. Johannes zag in dit verband de ruiter op het zwarte paard uitrijden (Op.6:5,6). Deze geeft geen leven, maar veroorzaakt de dood, omdat hij het Woord van God, het brood van het leven, niet uitdeelt. Kerkmensen hadden zelf eeuwenlang geen Bijbel. Wel werd in de kerk de ‘leer van de voorvaders’ gebracht, maar die was (en is) in strijd met de doelstelling van de leer van Jezus, namelijk de volkomenheid. Daarom spreekt Jezus hier over hongersnoden. Door het schamele voedsel dat gebracht werd en wordt, kan niemand ‘de mannelijke volwassenheid’, waarover Efeziërs 4:13 spreekt, bereiken. Logisch dat de nood van de honger steeds groter wordt onder christenen, omdat het ware levensbrood – waardoor de kinderen van God moeten groeien – geheel of gedeeltelijk onthouden wordt. Het eeuwig evangelie zoekt de volle waarheid en geeft deze met al haar rijkdom aan beloften weer terug aan de gemeente.

Occultisme

In Lucas 21:11 worden naast hongersnoden ook besmettelijke ziekten genoemd. In Openbaring 6:8 wordt gesproken over ‘de zwarte dood’, ook wel pestziekte genoemd. Het wijst op een kwaadaardige en besmettelijke ziekte, die dodelijk en vernietigend is. De Bijbel spreekt over een ‘zonde tot de dood’. Zij is de zwarte magie of het occultisme. In Babylon wordt iedere vorm van occultisme gevonden: spiritisme, waarzeggerij, astrologie, magnetisme, telepathie en hypnose. ‘Heiligen’ worden vereerd en aangeroepen, men zoekt contact met met lijken of botten. Men blijft verbonden met het voorgeslacht door middel van het handhaven van voorvaderlijke instellingen en valse leringen. Net als bij de primitieve volken oefenen de geesten van de voorvaders hun invloed uit, terwijl de mens van God geleid moet worden door Gods Geest! We kunnen concluderen dat in de voorbijgegane eeuwen alle profetieën van Jezus over verleidingen, opstanden, oorlogen, hongersnoden, aardbevingen en besmettelijke ziekten in de kerk in vervulling zijn gegaan.

Begin van de weeën

‘Maar al die dingen zijn nog maar een begin van de weeën’ 8.

De gemeente van Jezus Christus eindigt niet in mineur, maar in majeur. De gemeente heeft alle eeuwen door in het geestelijke Babylon geleefd. Zij is als het trouwe overblijfsel in het oude verbond, dat met het ongehoorzame volk naar Babel gevoerd werd, maar dat hunkerend uitzag om terug te keren naar eigen land en bodem. Profeten als Daniël en Ezechiël waren ook in ballingschap net als het dwalende volk, waartussen zij zich bevonden. De ware kerk leeft in het verborgene. Wat men vandaag wél ziet, is voornamelijk de luister en grootheid van de schijnkerk. Maar de Heer spreekt over weeën.

De gemeente is als een kind dat nog in de schoot van de moeder verborgen is. De weeën brengen haar tevoorschijn in de zichtbare wereld. ‘De vrouw was zwanger en schreeuwde in haar pijn om te baren’ (Op.12:2). De eigenlijke weeën begonnen bij de vijfde bazuin. Deze kondigt het eerste wee aan (Op.9:12). Bij de zesde bazuin begint het tweede wee (Op.11:14), terwijl het derde wee direct volgt na het klinken van de laatste bazuin. Wanneer deze bazuin geblazen wordt, zal de wereld een volkomen herstelde gemeente zien, die naar geest, ziel en lichaam tot volmaaktheid gekomen is. Het derde of laatste wee brengt de nageboorte voort. Het wezen van de antichristelijke kerk wordt dan duidelijk zichtbaar als de zeven schalen van Gods toorn over haar uitgestort worden. In vers 8 is echter sprake van een ‘begin van de weeën’, de eerste pijnen die de geboorte aankondigen. Hiervan lezen wij in Openbaring 6 bij de opening van de zes zegels.

‘Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en u doden. U zult door alle volken gehaat worden vanwege Mijn Naam. Velen zullen dan struikelen en zij zullen elkaar overleveren en elkaar haten’ 9,10.

In Lucas 21:12 staat: ‘Maar vóór dit alles zullen zij de handen aan u slaan en u vervolgen, door u over te leveren in de synagogen en gevangenissen en u voor koningen en stadhouders te leiden om Mijn Naam’. Hier wordt net als in Mattheüs 24:9 en 10 gesproken over de verdrukkingen, waar de eerste christenen al mee te maken kregen en die de kinderen van God al de eeuwen door van de valse kerk hebben ondergaan. De uitdrukking: ‘Zij zullen u voor koningen en stadhouders leiden’, wijst erop dat de valse kerk de wereldlijke overheid zou inschakelen om de kinderen van God te vervolgen en te doden.

De martelaren onder het altaar

De opening van het vijfde zegel in Openbaring 6:9-17 doet ons zien, dat de ontrouwe kerk wel de lichamen van de kinderen van God kon doden, maar de zielen van de martelaren, hun levens, werden bewaard ‘onder het altaar’. In de hemel representeert dit altaar de aarde. Op deze aarde bracht ook Jezus het offer van zijn uitwendig leven. Ook zijn ziel werd uitgegoten in de dood (Jes.53:12). Zoals de aarde het bloed opnam en bedekte, zo was hun leven voortaan alleen in de onzienlijke of verborgen wereld. Er is sprake van ‘elkaar’ haten, ‘elkaar’ overleveren en ‘elkaar’ slachten. De valse kerk duldt geen ware volgelingen van Jezus Christus in zich. Dezen worden door allen gehaat vanwege Zijn naam. Zij zijn de outcast, die buiten geworpen worden en geëxcommuniceerd. De overwinning op aarde wordt behaald door hen die ten ónrechte de waarheid voor zich opeisen. De onomstotelijkheid van een ontzaglijke waarschuwing wordt hiermee onthuld:

  • ‘Laat je er niet door de meerderheid toe overhalen iets onrechtvaardigs te doen en als je in een rechtszaak getuigt, verdraai het recht dan niet door je naar de meerderheid te richten’ (Ex.23:2).

De haat van de kerken

De echte kinderen van God zijn nooit in het grote Babylon geaccepteerd. Het bloed en het lijden van:

  • Donatisten,
  • Katharen,
  • Waldenzen,
  • Hussieten,
  • Lollarden,
  • Dopersen,
  • Mennonieten,
  • Reformatorische christenen,
  • Hugenoten,
  • Quakers,
  • Stundisten,
  • Ketters,
  • Independenten, 
  • Afgescheidenen,
  • En zoveel andere vervolgden.

Allen getuigen van de vervulling van Jezus’ woorden. Deze regel is nooit doorbroken en wanneer wij, als navolgers van Jezus, wél aansluiting zoeken bij de menigte, zullen ook wij met haar ondergaan. Paulus schreef:

  • ‘Trouwens, allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden’ (door de afgevallen kerken! – 2 Tim.3:12).

De grote revisie van de historische processen in de afgevallen kerk zal gebeuren als Babylon ondergaat en de menigte bloedgetuigen met Christus als koning zal gaan heersen.

De haat van de valse kerk is vanwege de naam van Jezus (vers 9). In deze naam worden de gelovigen gedoopt IN water, met Gods Geest en vuur en drijven zij duivelen uit, doen zij krachten, leggen zij de zieken de handen op ter genezing, zegenen zij de kleine kinderen, ontvangen zij vergeving van zonden. Deze Naam heiligen zij door in waarheid een woonplaats van God in de geest te zijn, verheerlijken zij door Hem te prijzen en vanwege deze naam weigeren zij enige concessie te doen of een compromis te sluiten met de machten van de duisternis. Wie de hoge weg gaat, wordt niet begrepen door hen die zich bezig houden met de dingen van de aarde: gewijde plaatsen, ceremoniën, voorvaderlijke gebruiken, soepjurken, paarse petjes, Ufo’s en een natuurlijk volk Israël. Het is begrijpelijk dat velen onder zo’n dwang ‘ten val komen’ (vers 10).

Valse profeten

‘En er zullen veel valse profeten opstaan en die zullen er velen misleiden’ 11.

In vers 11 spreekt de Heer over veel valse profeten die velen misleiden. Deze dwaalleraars leiden de christenen van de hoge weg af en belemmeren hen het voorgestelde doel te bereiken. Wij moeten daarbij niet alleen aan bepaalde groeperingen denken, die aangeduid worden met ‘sekten en stromingen’. Het gaat hier over de massa, die altijd ongelijk heeft en over de enkelen, die door de enge poort de hoge weg opgaan en waarvan gezegd wordt: ‘Weinigen zijn er, die hem vinden’ (Matth.7:14). Het gevaar ligt niet bij de zogenaamde extreme groepen, maar bij de vele naamchristenen die massaal door verkeerde geesten geleid worden.

Jezus zelf had in eigen kring ook met verleidende geesten te maken gehad. Wij denken aan het voorval dat twee van zijn geliefde leerlingen, Johannes en Jacobus, boos waren, omdat men in een gehucht van de Samaritanen weigerde Jezus onderdak te verlenen. Dus zeiden zij: ‘Heer, wilt U, dat wij zeggen, dat vuur van de hemel neerdaalt en dezen verslinden, zoals ook Elia gedaan heeft?’ Deze leerlingen bezaten een groot geloof, omdat zij wisten dat het hun mogelijk was dingen te doen, die Elia ook gedaan had. Zij hadden ook veel liefde tot hun Heer. Toch bestrafte Hij hen met de woorden: ‘U weet niet uit welke geest u spreekt’ (Luc.9:54,55). Geloof en liefde tot de Heer moeten gepaard gaan met het juiste inzicht, anders komt ook de leerling van de Heer op dwaalwegen. Zo wist ook Petrus niet, ‘van welke geest hij was’, toen de Heer tegen hem zei: ‘Ga terug, achter mij, satan! Je zou me nog van de goede weg afbrengen. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen’ (Matth.16:23).

Het grote Babylon telt massa’s mensen die geleid worden door verkeerde, huichelachtige geesten. Johannes schreef hierover:

  • ‘Geliefde broers en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen’ (1 Joh.4:1).

De apostelen hebben later al het begin van de vervulling van deze profetie gezien, wanneer Paulus, Petrus en Judas over de dwaalleraars schrijven. Het gaat dan steeds over mensen, die wel de Christus brengen, maar dit doen met bijbedoelingen, waarbij ze het doel van het evangelie niet willen bereiken. De ware profeten hebben het doel van God, de volkomenheid van de gemeente, wel als doel. Door hen spreekt Gods Geest en zij brengen de gezonde leer.

>>>>>