1. Het heiligdom verwoest

<<<<<

‘En Jezus ging weg en vertrok uit de tempel; en Zijn leerlingen kwamen naar Hem toe om Hem op de gebouwen van de tempel te wijzen. Jezus antwoordde en zei tegen hen: ‘Zien jullie dit allemaal? Voorwaar, Ik zeg jullie: hier zal niet één steen op de andere steen gelaten worden die niet afgebroken zal worden’ (Matth.24:1,2).

In Mattheüs 23:37 zegt Jezus dat het tempelhuis in puin zou blijven liggen. Toen zijn leerlingen Hem op de tempelgebouwen wezen, met hun machtige steenblokken en rijke gewijde voorwerpen, was zijn antwoord dat geen steen ervan op de andere zou blijven. Het bouwwerk leek wel voor de eeuwigheid opgericht. Er waren steenklompen voor gebruikt van meer dan vijf meter lang en breed. In de voorhof was een altaar van 25 meter in het vierkant en 7 meter hoog. Hier stroomde het bloed van duizenden offerdieren. De gewijde ruimte was omgeven door voorhoven met gigantische tempelhallen, waarvan er een was met 162 Corinthische zuilen. De grote en kleine leraren gaven er onderwijs en uitleg van de Thora en ook nog de 613 mitswot. Op de grote feesten kwamen er honderdduizenden pelgrims samen. Hier klopte het hart van het nationale bewustzijn van het Jodendom.

Jezus Christus in een aardse tempel volgens de Israëlaanbidders?

Maar Jezus vertelt hier wat er met de tempel gaat gebeuren. Hij verlaat voorgoed de tempel en geeft hem prijs. Daarom is iedere gedachte over een herbouw van de tempel tot eer van Jezus Christus een aantasting van het nieuwe verbond. Nadat de tempel in het jaar 64 voltooid was, werd hij 6 jaar later verwoest. De Romeinse soldaten slingerden hun brandende fakkels in het heiligdom; stromen bloed werden vergoten, terwijl de hulpkreten van de stervenden klonken en stapels lijken deze gewijde plaats schonden. Vanuit dit gebeuren is het goed om Mattheüs 24 te lezen en ons te verdiepen in de beloften van Jezus m.b.t. de toekomst. De antwoorden die Jezus Christus ons geeft, zijn als een licht dat schijnt in deze duistere tijden.

Drie vragen

‘Toen Hij op de Olijfberg zat, gingen de leerlingen naar Hem toe toen zij alleen waren en zeiden: Zeg ons, wanneer zullen deze dingen gebeuren? En wat is het teken van Uw komst en van de voltooiing van de wereld?’ 3.

De leerlingen stelden de Heer drie vragen:

  1. Wanneer komt het tijdstip dat de tempel verwoest wordt en dus het oude verbond verdwijnt?
  2. Wat is het teken van uw ‘parousia’ (aankomst of tegenwoordigheid)?
  3. Wat is het teken van de voleinding of voltooiing van de ‘aeon’ (eeuw)?

De antwoorden van Jezus aan zijn leerlingen zijn uiteraard niet los te maken van het doel, waarvoor Hij op de wereld gekomen was. Hij zei: ‘Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen.

Ieder die de waarheid lief heeft, luistert naar wat Ik zeg,’ dus naar zijn woord, dat is zijn evangelie (Joh.18:37). Waarheid is alles wat overeenstemt met het plan van God. Het doel van God is om zelf in de mens te wonen, hem op zijn troon te plaatsen en te stellen boven al de werken van zijn handen. De satan staat niét in de waarheid. Hij gaat niet akkoord met dit plan van God. Daarom is hij een mensenmoordenaar vanaf het begin (Joh.8:44).

Door zijn leugen is de mens gevallen, maar God had ook een weg of een plan tot herstel. Dit herstel begint voor de mens met zijn bekering en opnieuw geboren worden. In geloof aanvaardt hij het offer van Jezus Christus en wordt een rechtvaardige. Het plan gaat verder met de doop met Gods Geest en de heiligmaking, die leiden naar de volkomen volwassenheid. Jezus heeft het mogelijk gemaakt dat wij deze weg kunnen gaan. Zijn evangelie is: ‘Om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust (2 Tim.3:16). Jezus maakt waar wat Hij zegt, ook als Hij zegt: ‘Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is’ (Matth.5:48). Paulus schrijft:

  • ‘Zoals Christus de gemeente heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven om haar te heiligen, haar te reinigen met water en woorden en om haar in al haar luister bij zich te nemen, zodat ze zonder vlek of rimpel of iets dergelijks zal zijn, heilig en zuiver’ (Ef.5:25-27).
  • ‘Wie Hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon’ (Rom.8:29). 
  • Naar dat doel streefde de apostel: ‘Christus in ons, de hoop van de heerlijkheid’ (Col.1:29).

Zal dat doel door de gemeente bereikt worden? God zegt: ‘Ja!’ en de duivel zegt: ‘Nooit!’

Van de weg afgevoerd door valse leringen

De eerste christenen werden getypeerd door de uitdrukking: ‘Mannen en vrouwen, die van dé weg (en niet één weg) waren’ (Hand.9:2). Paulus trad in Efeze drie maanden lang vrijmoedig op, om hen te overtuigen van het Koninkrijk van God: ‘Maar toen sommigen verhard en ongehoorzaam bleven en ten aanhoren van de menigte kwaad bleven spreken van de weg, maakte hij zich van hen los en zonderde zijn leerlingen af’ (Hand.19:9). De duivel haat dit herstelplan. Paulus zelf had hem daarbij geholpen: ‘En ik heb deze weg ten dode toe vervolgd door mannen en vrouwen in boeien te slaan en gevangen te zetten’ (Hand.22:4).

De leerlingen stonden vóór de geschiedenis van de kerk. Zij wisten toen niet dat het doel, waarvoor Jezus gekomen was, volkomen genegeerd zou worden door een massaal nooit bekeerd naamchristendom zonder Bijbels Fundament. Men ontkent ook nu nog dit doel, omdat de meesten de kracht van Gods Geest niet willen kennen. Men brengt dwaalleringen waarvoor geen enkel geloof nodig is, namelijk dat een mens zondaar blijft tot de dood. Natuurlijk weet men dat Jezus gekomen is ‘om veel zonen en dochters tot heerlijkheid te brengen’ (Hebr.2:10), maar men zegt: ‘Dat gebeurt niet in dit leven!’ Men schuift de realiteit van herstel en heerlijkheid weg tot ná de dood. Men heeft daarbij geen idee hoe dat dan zal gaan, maar men noemt de dood wel ‘een doorgang tot het eeuwige leven’. Men gaat er dus blijkbaar van uit dat als de dood, de laatste vijand, zijn slag geslagen heeft, de ‘gelovige mens’ als bij toverslag verheerlijkt wordt.

Valse leraars

‘En Jezus antwoordde en zei tegen hen: Pas op dat niemand u misleidt. Want velen zullen komen in Mijn Naam en zeggen: Ik ben de Christus; en zij zullen velen (inmiddels hele continenten, Webb) misleiden. U zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen’ 4-6a.

Gods vleesgeworden Woord (Joh.1:1) is echter heel duidelijk. Hij spreekt van één weg van verlossing en één weg tot heerlijkheid. Deze toespraak begint daarom met de ernstige waarschuwing: ‘Let op dat niemand u verleidt’. Velen zullen de kinderen van God van deze weg van de waarheid afvoeren en ze op dwaalwegen brengen. Dat zien we ook nu om ons heen in kerken en kringen. Jezus heeft in zijn leven laten zien hoe een mens deze hoge weg door de hemelse gewesten in het geloof moet gaan om door de kracht van Gods Geest in hem het voorgestelde doel te bereiken. Daarom is Jezus dé weg en dé waarheid. Deze weg zal echter verlaten worden, ondanks dat men toch de naam van Jezus blijft noemen (Matth.7:22,23).

De ondergang van Babylon

Tegelijkertijd met de voorspelling over de ondergang van de afgevallen kerk van het oude verbond, tekent de Heer ook de opkomst van de dwaalkerk van het nieuwe verbond. Het Jeruzalem van het oude verbond, dat op het punt stond onder te gaan, is een schaduw van het grote Babylon in het nieuwe tijdperk dat nu zichtbaar wordt. Hoewel de leiders in Jezus’ dagen zich kinderen van Abraham noemden, waren zij in de hemelse gewesten kinderen van de satan (Joh.8:44). Zo zijn er velen geweest en zullen er nog velen komen ‘in de naam van Jezus’. Zij noemen zich ‘van Christus’ of ‘christelijk’, maar zij brengen het volk van de hoge weg af, zodat zij het doel, de volkomenheid, missen. Zij laten zich daardoor als medewerkers van de duivel kennen. Men zegt zelfs: ‘De tijd is nabij’ (Lucas 21:8), zonder dat het plan van God met de mens voltooid wordt. Men leert dat de Heer iedere dag kan terugkomen en niets Hem in de weg zal staan, ondanks het feit, dat de gemeente de volkomenheid nog niet bereikt heeft, maar bevlekt, gerimpeld en verkreukeld is. Jezus heeft geleerd:

  • ‘De grond brengt vanzelf vrucht voort; eerst een halm, daarna een aar, daarna het volle koren in de aar. Wanneer dan de vrucht rijp is, laat hij er direct de sikkel inslaan, omdat de oogsttijd aangebroken is’ (Marcus 4:28,29).

Men leert echter: ‘De tijd is nabij’ en ‘Jezus komt spoedig’, terwijl de vrucht nog niet rijp is. Jacobus schrijft echter: ‘Zie, de landman wacht op de kostbare vrucht van het land en heeft geduld, totdat de vroege en late regen erop gevallen is’ (Jac.5:7). Met het vallen van de late regen wordt dus geen rekening gehouden. Ook voor deze valse leraars die de bedoeling van God met zijn volk uit het oog verliezen, wordt gewaarschuwd: ‘Ga hen niet achterna!’ (Luc.21:8).

De ruiter op het witte paard

Wanneer het Woord van God als de ruiter op het witte paard uittrekt, wordt het vergezeld van drie andere ruiters (Op.6). Veel Bijbeluitleggers verwonderen zich over het feit, dat de ruiter op het witte paard zich in zulk slecht gezelschap bevindt. Maar deze ‘uitleggers’ zijn niet de enigen die zich verbazen moeten. Toen de Heer over de geheimen van het Koninkrijk van de hemelen sprak, gebruikte Hij in een gelijkenis het voorbeeld dat er onkruid tussen de tarwe gezaaid was. De slaven van de eigenaar zeiden vol verbazing: ’Heer, hebt u niet goed zaad in uw akker gezaaid? Hoe komt hij dan aan het onkruid?’ (Matth.13:27).

En ik verbaasde mij met grote verbazing…

Naast de ware kerk ontwikkelt zich ook de afvallige, ontrouwe kerk. In de Openbaring ziet Johannes naast het beeld van de ware vrouw van het Lam ook de hoer, het grote Babylon. ‘En hij verbaasde zich met grote verbazing’ (Op.17:6). Toen Jezus van zijn leerlingen afscheid nam, zei Hij: ‘Vrede laat ik u, mijn vrede geef Ik u’. Waar Hij overwint, komen harmonie, blijdschap en gerechtigheid. Het schijnlichaam van de Heer heeft echter geen vrede op aarde gebracht en heeft deze zelfs niet binnen de eigen muren kunnen houden. In de kerk hebben zij elkaar afgeslacht. De ruiter op het rode paard haalde de vrede weg.

Op de Olijfberg schildert Jezus geen wereldgeschiedenis, maar kerkgeschiedenis. Door de zonde zijn er altijd mensen geweest met een geest van geweld – zoals bijvoorbeeld in het begin Kaïn en Lamech – die de oorlogen veroorzaakten. Maar hier gaat het over ‘oorlogen en geruchten van oorlogen’ onder hen die zich ‘naar de naam van Jezus’ noemen. De Bijbel bemoeit zich niet met oorlogen van de koningen van de aarde, zoals wij die in de algemene geschiedenis tegenkomen. Maar de kerkgeschiedenis, in hoofdzaak de historie van Babylon, is vol ruzie, verdeeldheid en verwarring. Er wordt zelfs gesproken over ‘godsdienstoorlogen’. Het woord ‘geruchten’ wijst erop dat niet ieder kerklid bij al deze oorlogen rechtstreeks betrokken zal zijn.

Niet bang zijn

Dan volgt in vers 6b de merkwaardige vermaning:

‘Pas op, schrik niet, want al die dingen moeten gebeuren, maar het is nog niet het einde’.

Veel kerkmensen in onze tijd zijn bang. Zij houden zich in hun angst bezig met de verschrikkelijke situatie in de ontrouwe kerken om hen heen. Niet zijzelf, maar ánderen zijn slecht bezig. Ze schrijven websites vol over de slechtheid van bijvoorbeeld de rooms-katholieke kerk of de goddeloosheid van de oecumenische beweging. Je kunt ze vergelijken met Lot. Hij was ook bang vanwege de losbandigheid van de inwoners van Sodom (2 Petr.2:7). Maar wat bereikte deze rechtvaardige in zijn leven? Kon hij door zijn angst de zonde keren en één ziel redden? Daarom zegt Jezus: ‘Schrik niet, wees niet bang!’

Het gezin van Lot en zijn eigen laatste levensjaren zijn een waarschuwing voor allen die menen zich op deze manier in hun kerk te moeten bewijzen. Ze denken dat ze daar vooral moeten blijven om zogenaamd ‘mensen te redden’ die toch wel graag in Babylon willen blijven wonen. Deze afval moet komen, maar wees niet bang want de Heer zegt ook: ‘Dat moet gebeuren’ en in de Openbaring: ‘Trek uit, mijn volk, zodat u niet van haar plagen ontvangt en zelf ook omkomt.’ Lot hoort bij de geschiedenis van de kerk. Paulus profeteerde: ‘Eerst moet de afval komen en zijn toppunt bereiken in de openbaring van de mens van de zonde (2 Thess.2:3). De Vader in de hemel heeft dit alles gepland en getimed. ‘Er moeten verleidingen komen, maar wee die mens door wie de verleiding komt’ (Matth.18:7).

‘Maar het einde is het nog niet’

Dit is een heel belangrijke uitspraak van Jezus. Iedereen die maar wat graag spreekt over de ‘tekens van de tijden’ moet deze woorden goed laten doordringen. Oorlogen, geruchten van oorlogen, vervolgingen en afval zijn geen bewijzen dat het einde in het zicht is. Het einde voor de gemeente is nog niet gekomen. Het Griekse woord ‘einde’ is ‘telos’, dat ‘verwezenlijking van een doel’ betekent. Dit doel is immers het volmaken van de vrouw van het Lam, de volkomenheid van de gemeente, de openbaring van een kerk die aan haar doel beantwoordt. Wanneer het ‘einde’ van alle dingen nabij is (1 Petrus 4:7), zijn de heiligen ‘nog meer geheiligd en de vuilen zijn nog vuiler geworden’. Paulus gebruikt het woordje ‘telos’ als hij zegt: ‘Het doel van alle vermaning is liefde uit een rein hart’ (1 Tim.1:5) en Petrus zegt: ‘Wat zal het einde (’telos’) zijn van hen, die ongehoorzaam blijven aan het evangelie van God?’ (1 Petrus 4:17).

In Mattheüs 26:58 wordt dit woord met ‘afloop’ vertaald. Jezus bedoelt dus: dit is niet de afloop van mijn gemeente; deze chaos is niet haar einde. De ware gemeente zal zich van dit alles afzonderen en zich ontplooien als het licht van de wereld en als stad op een berg zal zij niet verborgen blijven. De leer dat de gemeente nu al opgenomen kan worden, als niet-toebereide individuen uit de chaos, is in flagrante strijd met de uitspraken van Jezus. Hij zegt:

  • ‘De Mensenzoon zal zijn engelen uitzenden en zij zullen uit zijn Koninkrijk alles verzamelen wat tot zonde verleidt en hen die de ongerechtigheid bedrijven zullen in de vurige oven worden geworpen; daar zal het gejank zijn en het tandengeknars’. 

De Heer zal dus met de ontrouwe kerk doen wat Hij met de tempel gedaan had: haar prijsgeven, nu niet aan het aardse vuur, maar aan satans demonen. Deze ploerten zullen hun greep op de opnieuw geboren en Geestvervulde christen dan totaal verliezen en ‘dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het Koninkrijk van hun Vader’ (Matth.13:41-43). In deze tekst staat niet, zoals velen geloven: ‘Verzamel eerst de tarwe door de opname in een punt des tijds….’, maar:

  • ‘Haal éérst het onkruid bij elkaar en bindt het in bossen om het te verbranden (overleveren aan satans demonen), maar breng het koren bij elkaar in mijn schuur’ (Matth.13:30).

Door de afschuwelijke eenheidsoecumene vandaag, wordt de valse kerk gebundeld en verzameld, maar de ware gelovigen worden bij elkaar verzameld in de ‘schuur’, beeld van de ware gemeente!

>>>>>