
Door de twee offers van Kaïn en Abel ontstaan twee werelden: de profeet staat tegenover de valse kerk. Tussen deze werelden ontstaat de vijandschap. De ene wereld is het Koninkrijk van God met vrede en gerechtigheid, de andere is het rijk van de duivel met slavernij, duisternis en dood. In het Koninkrijk van God kun je je verheffen. Abel liep met een opgewekt, opgeheven hoofd. In orthodoxe kringen zul je dat niet zien, ze kijken meer naar de grond dan dat ze met opgeheven hoofd lopen. Hun blik is verduisterd. Maar Abel wist dat hij een rechtvaardige was, hij kon omhoog kijken en God danken. Kaïns gezicht verduistert, hij kijkt niet omhoog omdat hij kwaad en jaloers is. Hij is jaloers op de rust, vrede en zekerheid die Abel uitstraalt. Bij Kaïn is er altijd twijfel: ‘Zo gemakkelijk gaat het niet!’ Hij kan nooit genoeg doen om zijn eeuwige schuld in te lossen. Kaïn wordt ontzettend kwaad.
‘U zult door allen gehaat worden’

God gaat hem waarschuwen voor vrome geesten, ze staan aan de deur om hem te belagen. In de eerste hoofdstukken van Genesis wordt al beschreven hoe de duivel te werk gaat. Hij blijft maar op Kaïn inpraten: ‘Hoe kan Abel nou zo blij rond lopen? Hij heeft helemaal niet veel gedaan en toch is hij blij’. Kaïn wordt jaloers gemaakt, Kaïn mist het innerlijke getuigenis dat Abel heeft. Nog nooit bekeerde naamchristenen zonder Bijbels Fundament, missen die innerlijke getuigenis ook. Ze ontzeggen zich van alles, ze moeten heel veel en nóg weten ze niet of ze een kind van God zijn. Altijd blijven daar de ‘wet op wet’ en ‘eis op eis‘. Hopeloze en nutteloze inspanningen, al 18 eeuwen lang! De haat tegen de Abels van vandaag is ook enorm, kijk naar de geschiedenis. God spreekt tot Kaïn, misschien in een droom zoals bij Nebukadnezar, misschien in een gezicht of door inspiratie, want helemaal fout was Kaïn nog niet. Hij was nog geen gebonden mens, de duivel woonde nog niet IN hem. God waarschuwt:
- ‘Denk er aan, je staat op het punt om een tweede zonde te begaan. De belager staat aan de deur, heeft een voet tussen de deur gezet, hij begeert jou, hij wil jou tot zijn bezit maken. Maar jij bent nog een vrij mens, Kaïn, houdt hem buiten je leven, heers over je belager, wijs hem de deur en ga er niet op in. Dan kun jij ook je hoofd opheffen. Je kunt jezelf veranderen, je geest is nog sterk, ook voor jou is er ontkoming, jij bent niet voor eeuwig verworpen. Laat de duivel jou niet tot bezet gebied maken, jij zou de eerste gebonden mens zijn’!
Adam had gezondigd van buitenaf, de eerste zonde, maar Kaïn begaat de twééde zonde, de duivel komt IN hem. Daarvoor waarschuwt God. Dan is het niet meer gehoorzamen aan de satan buiten hem, zoals bij Adam, maar aan de satan in hém. Dat is veel erger, want het is veel moeilijker om hem weer naar buiten te krijgen. Dan is er niet meer een keus om iets te doen, maar dan moét hij het doen. Net zoals bij Judas:
- ‘Toen voer de satan in hem en hij was een duivel’.
Kaïn was nog een vrij man, maar door de satan toe te laten, was hij gebonden en kon niet meer bevrijd worden. Want bevrijd worden kan alleen in de naam van Jezus Christus en die was er nog niet (ook niet als 1/3e godheid uit Rome). Er was geen mens die Kaïn nog kon bevrijden.
Zonde tot de dood

Johannes zegt: ‘Er is een zonde waar je niet voor kunt bidden, daar kun je niet van bevrijd worden, dat is een zonde die een onoverbrugbare kloof maakt tussen God en de mens’. Alleen Jezus Christus heeft ons autoriteit gegeven om mensen, die buiten hun wil gebonden zijn, te bevrijden.
Geweld

Kaïn was jaloers en haatte Abel. Hij sloeg Abel dood. Het is de vrome geest die in Kaïn kwam. Vrome demonen brengen altijd een geest van geweld mee: je zult, je moet, anders… De geest van God werkt echter altijd met overtuigende liefde, met de waarheid die je vrijmaakt. Kaïns nageslacht is ook vol van geweld. Zo is daar Lamech:
- ‘Ik doodde een man om mijn wond en een jongen om mijn striem. Kaïn wordt zevenvoudig gewroken, maar Lamech zeventig maal zevenmaal’ (Gen.4:23,24).
Het geweld in Lamech is 11 maal zo sterk geworden. Mensen moeten uitkijken voor geweldgeesten, m.n. mensen uit vrome kringen. Geweldgeesten kunnen enorm beschadigen, doordat die mensen in een toestand komen waarin ze maar blijven doorgaan. Als ze wat tot rust zijn gekomen, realiseren ze wat ze hebben gedaan. Maar de geweldgeest zal niet snel loslaten, de mensen vallen steeds maar weer terug in hun gewelddadig gedrag: roepen, schreeuwen, handtastelijk worden. Zo’n macht overheerst hen en brengt hen in een schemertoestand. Die macht ontneemt de mens zijn wil en wat hij wil dat kan hij niet meer, maar wat hij niet wil, doet hij (1 Joh.2:18-23).
Als in de dagen van Noach

Geweld en drift zijn demonen die in Kaïn konden komen door zijn eigen haat tegen Abel. Niemand kan hem daarvan bevrijden door de kracht van Gods Geest, omdat Jezus Christus nog niet gekomen was. Daarom kan Kaïn zeggen: de straf is te zwaar voor mij, ik kan hem niet dragen, ik kan er niet meer onderuit. Het is dan ook geen wonder dat God zegt dat zulke mensen maar beter dood kunnen zijn, Hij kan er niets meer mee beginnen. Daarom kwam de zondvloed over de aarde, omdat de hele aarde verdorven was en vol geweld. Alleen Noach en zijn gezin ontkwamen.
De geschiedenis herhaalt zich

In de eindtijd is het wéér zo. Ook nu is de aarde vol geweldgeesten. De door mensen opgeroepen demonen uit de afgrond laten zich dagelijks zien. Gecamoufleerd als engelen met vrouwenhaar (Op.9:7-10). Geweld is een teken van ook deze tijd. Wij zien hoe het geweld opkomt. Hele continenten voeren vandaag oorlog om de macht. Hun corrupte overheden zijn door en door slecht; zeer geraffineerde schatrijke heersers over massa’s onschuldige mensen. Ook hen wacht het oordeel!

Wij bidden voor onze kinderen dat ze niet ten ondergaan in al dat bewust gekweekte geweld. Het zal zijn als in de dagen van Noach: wetteloosheid, geen enkele eerbied meer voor het leven, zeker niet voor het ééuwige leven. De gewelddadige staat tegenover de geweldloze. De gewelddadige praat net als Kaïn: ‘Ben ik mijn broers hoeder?’ Hij heeft de ander al in gedachten gedood, zelfs al begraven. Gedachten als ‘wat heb ik met hem te maken?’ of ‘wat kan mij dat schelen’ zijn al tekenend voor de dood. Kaïn heeft dan wel Abel het zwijgen opgelegd, maar God zegt: ‘Zijn bloed roept, hij spreekt nog nadat hij gestorven is’. Want hij spreekt nog in ons, zodat wij de gedachten van God willen overnemen en deel krijgen aan de schuldvergeving.
Door Abel zeggen ook wij:
- ‘Heer, ik geloof in het bloed van het Lam, ik geloof in dat offer als schuldvergeving, dat maakt mij een rechtvaardige’.
Wij gaan niet gebukt onder schuldbesef, omdat wij geloven in Jezus Christus, die ons gered heeft en ons de overwinning geeft. Hij heeft ons gedoopt met Gods Geest zodat wij als een rechtvaardige kunnen leven. De woorden ‘Ik ben met je’ en ‘Mijn Geest woont in je’ gelden voor de opnieuw geboren christen. Een opnieuw geboren christen hoeft op geen mens jaloers te zijn, want hij/zij is een erfgenaam van God en mede-erfgenaam van Jezus Christus. Hij hoeft zich met niemand te meten of te vergelijken. Als iemand net als hij/zij dat ook kan zeggen, dan kunnen zij hen mijn broer of zuster noemen, zij zijn dan koningszonen/dochters. Zij weten dat zij koningen zijn, priesters, op wie zouden zij jaloers moeten zijn? Dat tijdelijke is niet meer belangrijk, want dat is maar een korte periode vergeleken met de eeuwigheid.
Kaïn en Israël

De valse kerk heeft alle profeten en Gods Zoon vermoord, hen het zwijgen opgelegd. Ze hebben hen gemarteld. Maar God zegt: Hoor het bloed van Abel roept om wraak. Daarom wordt Kaïn vervloekt. Eerst werd de aarde vervloekt, nu wordt de mens vervloekt. God geeft hem prijs aan de demonen, Hij kan hem niet bevrijden. De macht van geweld drijft Kaïn op, hij is één en al onrust, hij kan niet meer rustig zitten, zoals zoveel ‘godsdienstige’ mensen worden opgejut.
Kaïn is vervloekt:

- ‘Nu dan, u bent vervloekt, weg van de aardbodem, die zijn mond heeft opengedaan om het bloed van uw broer uit uw hand op te nemen’.
- Dit is eigenlijk niet goed vertaald, er staat namelijk: ‘Je bent vervloekt ver bóven de aardbodem’. Met andere woorden: Kaïn is vervloekt in de geestelijke wereld, prijsgegeven aan de machten van de duisternis.
Prijsgegeven, zoals Jezus de aardse tempel prijsgegeven heeft, zoals Hij tot het volk Israël zegt: je huis wordt prijsgegeven. Heel die godsdienst van het volk Israël is prijsgegeven aan de demonen van de duisternis. Nooit zal God meer in een stenen tempel wonen. Nergens meer, ook niet in een stad als Jeruzalem. Israël werd ook opgejut en opgejaagd en heeft Gods Zoon gedood, omdat Hij zei: ‘Ik ben een rechtvaardige’. De haat van Israël kwam naar boven, bij de farizeeërs en de Schriftgeleerden. Jezus zegt:
- ‘Zodat over u al het rechtvaardige bloed zal komen dat vergoten is op de aarde, vanaf het bloed van de rechtvaardige Abel tot het bloed van Zacharia, de zoon van Berechja, die u gedood hebt tussen de tempel en het altaar. Voorwaar, Ik zeg u: Al deze dingen zullen komen over dit geslacht’ (Matth.23:35,36).
Met Israël gebeurt precies hetzelfde als met Kaïn. Ze zwerven rond en zijn rusteloos, de eeuwig wandelende Jood. De Jood is het type van Kaïn. Kaïn weet dat er voor hem geen redding mogelijk is, zijn schuld is zwaarder dan dat ze vergeven worden. Al zou de schuld vergeven worden, dan nog blijft de macht in Kaïn. Kaïn weet dat (net als de apostel Judas): ‘Mijn zonde is onvergeeflijk, ik heb samengewerkt met de vijand’.
Jezus heeft de macht om demonen uit te werpen. Hij heeft aan het vloekhout gehangen, zodat de mens die in Hem gelooft, nooit meer vervloekt en prijsgegeven zal worden. Jezus toont de weg hoe je de mens kunt verlossen en bevrijden: ‘In Mijn Naam.’ Kaïns straf is zwerven en onrust. God onttrekt hem aan het aardse recht. Als Kaïn bang is voor anderen die hem zullen doden, zegt God: ze zullen jou niet doden, jij blijft leven, je bent een bijzonder geval. Later wordt het heel duidelijk gezegd: Degenen die het bloed van de profeet gedood hebben, zullen op aarde niet gewroken worden. Jezus zegt: Hoe zal je ontkomen op de dag van het eeuwig oordeel? Dit heeft te maken met de daad van Kaïn.
Trek weg uit het grote Babylon!

De satan heeft Abel niet zomaar gedood, maar hij heeft hem gedood op grond van zijn geloof. Kaïn komt daarmee aan de verkeerde kant van het oordeel. Al die mensen die de christenen hebben vervolgd worden niet in hun natuurlijke leven gestraft, maar ze ontkomen niet aan het oordeel van de hel. Zoals de antichrist en het beest uit de zee waarvan staat dat zij levend in de vuurpoel worden geworpen (Op.19:20). Zij komen zelfs niet in het dodenrijk. God neemt hen voor hun eigen rekening. Het bloed van de rechtvaardigen komt over alle schijnkerken. De Heer doet daarom via de apostel Johannes de oproep:
- ‘Trek uit Babylon, vlucht weg van Babel, ga er uit, zodat je geen deel hebt aan het oordeel’.
Het oordeel is (nog niet) onafwendbaar, het staat niet vast. Nee je kán er nog altijd uittrekken, je kán altijd nog de valse kerken in Babylon verlaten.
Twee werelden
Kaïn zegt: Ze zullen mij doden. God zegt: Nee ze doen dat niet, je krijgt een teken. De Heer gaf hem een teken. In dit begintijdperk waren de mensen nog volkomen vrij, Kaïn was de enige die gebonden was, bezet gebied. Als de vrije mensen hem passeren, dan zien ze iets aan hem. Zelfs een klein kind zal opmerken dat Kaïn anders is. In die man zit iets wat niet van God is, dat deugt niet. Zo wordt Kaïn door de mensen ontdekt. Ze willen niet in zijn klimaat zijn, daarom mijden ze hem. Kaïn isoleert zich van de mensen, hij gaat een stad bouwen waar hij zich met zijn familie vestigt. Zo ontstaat er een geslacht van gebonden mensen. Er ligt een vloek op die familie. Zoals andersom er een zegen ligt op de gezinnen die God dienen, zo ligt er een vloek op dat gezin. Er komt niemand meer uit die familie die vrij is en God dient.
- Hoe anders is dat met het geslacht van Seth, daar komen Noach en Henoch, de man van God uit. Bij Kaïn claimden satans demonen zijn hele geslacht en tenslotte de hele wereld. Daarom zei God: ‘Ik zal een zondvloed brengen over de aarde, want het gaat niet meer. Zij kunnen niet verlost worden, Ik zal ze door de dood wegnemen. Dan kan ik weer opnieuw beginnen met die ene uit het geslacht van Seth’.
Zo zie je de kerk in haar ontwikkeling. Er komt altijd weer een scheiding tussen de hoererende kerk en de ware gemeente. Er komt altijd verzet. ‘U verzet zich altijd tegen Gods Geest’, zei Stefanus (Hand.7:51). Zo gebeurt het telkens weer dat er mensen zijn die mee optrekken, maar na een poos komt er een scheiding van geesten (1 Joh.2:18-23). Dat is niet tegen te houden, je kunt iemand die het jarenlang alleen maar aangehoord heeft, niet meer overtuigen van de waarheid:
- Al die jaren heeft het bij die persoon anders gewerkt.
- Hij is nooit helemaal uit de wereld getrokken.
- Hij heeft nooit helemaal de zonde losgelaten.
- Hij wil zich niet laten bevrijden.
Dan komt er een moment waarop zij een andere weg kiezen. We kunnen ze waarschuwen, want zij kunnen wel bevrijd worden, in tegenstelling tot Kaïn.
Uit ons midden weggegaan

We zijn er ons van bewust dat we hen misschien nooit meer kunnen bereiken, vooral die mensen, die in de macht van vrome, religieuze geesten zijn. Zo kunnen er bomen (leidinggevende mensen) in de gemeente zijn die eruit gaan, omdat de wortels ontbreken. Ga er niet achteraan om de boom opnieuw te planten, want de boom heeft geen wortels. Het is een zaak tussen God en die persoon zelf:
- ‘Wee hen, want ze zijn de weg van Kaïn opgegaan’ (Judas:11).
Dan wordt openbaar wat in 1 Johannes 2:19 staat:
- ‘Ze zijn van ons uitgegaan, maar zij waren niet van ons’.
- Die scheuringen moeten er zijn, zegt de Heer, ‘zodat geopenbaard zal worden wie werkelijk van Hem is’ (1 Cor.11:19).