
- Rome: “Jezus voor eeuwig dood aan het kruis. Wij hebben Maria..!”
Tijdens Jezus’ toespraak riep een vrouw naar Jezus: ‘Gelukkig de schoot die U heeft gedragen en de borsten waaraan U hebt gezogen’ (Lucas 11:27). Met deze oosters-plastische uitdrukking werd de moeder van Jezus gelukkig geprezen ten overstaan van haar eigen Zoon. In dit artikel willen we de lange rij van mensen uit alle eeuwen noemen, die de lofzang van Maria hebben bezongen. We willen graag meewerken om de profetie van Maria over haarzelf in vervulling te doen gaan:
- ‘Voortaan prijzen alle generaties mij gelukkig’ (Lucas 1:48).
Het is mooi om in de Bijbel te lezen hoe Maria zelf over haar voorrecht spreekt als moeder van de Heer Jezus. Bij het bezoek aan haar nicht Elisabeth wordt duidelijk dat Elisabeth op de hoogte is van het grote geheim, namelijk dat Gods Geest over Maria is gekomen. Zij erkent in de baby, die Maria krijgt, haar Heer. Maria is ontroerd en jubelt het uit:
- ‘Met al mijn adem juich ik om God, mijn Redder; want Hij heeft omgezien naar zijn dienares in haar geringheid.’
Hiermee leidt ze de aandacht van zichzelf af en eert God als haar Redder. Ze profeteert dat alle generaties haar gelukkig zullen prijzen vanwege de grote dingen die de machtige God aan haar gedaan heeft. Ook in deze profetie gaat het niet over Maria zelf, maar over de heilige God, de machtige van Jacob. Maria is echt gelukkig te prijzen, omdat uit wat in en aan haar is gebeurd, blijkt hoe groot en machtig God is. Ja, Maria is werkelijk gelukkig te prijzen, omdat zij de moeder van de Heer Jezus is (geen 1/3e deel van een verzonnen godheid, maar dé Zoon van God). Alles door een wonderlijk ingrijpen van God Zelf is zij de moeder van de ‘Eniggeborene’ van de Vader. Maria is de bij uitstek gezegende onder de vrouwen, omdat zij het leven mag geven aan de Verlosser van de wereld, aan de Koning van de koningen, voor Wie alle knie zich zal buigen.
Iedereen zal bevestigen dat God werkelijk grote dingen aan Maria heeft gedaan, maar dat neemt niet weg, dat Maria zelf maar één doel heeft: het groot maken van de Heer en het bejubelen van haar God, die zich over haar heeft ontfermd. Nooit heeft zij enige aanleiding gegeven om haarzelf te prijzen, te vereren en zelfs haar aan te roepen. Maria geeft alleen God de eer.
Als men de litanie van Maria echter leest, zoals de rooms-katholiek die leert, waarin aan Maria de ene glorietitel na de andere wordt gegeven, springt daar een heel andere geest uit naar voren als uit wat de Bijbel ons over Maria openbaart. De Bijbel laat ons Maria zien als dienares van de Heer. Net als het voor Paulus een eretitel was om de slaaf van Jezus Christus te heten, zo zag Maria zichzelf als de dienares van de Heer. Dat is heel wat anders dan Koningin van de hemel, Astarte, die geen weduwe zal zijn in eeuwigheid. Of als Koningin van de engelen, de moeder van God zelf, enz.
God heeft geen moeder!!
Rome merkt over Maria op:
- “Maria was de dienende geest, die op de bruiloft te Kana het wijngebrek opmerkte en zich dienstbaar maakte om in de ontstane nood te voorzien: zij ging naar haar Zoon met de vertrouwvolle opmerking: ‘zij hebben geen wijn meer…”
De Bijbel leert dat wie zich vernedert verheven zal worden. Maria heeft zich vernederd en Maria bleef op de achtergrond. Maria heeft bescheiden gediend en daarom mogen wij ook weten dat Maria verhoogd is geworden. Elke oprechte gelovige is ervan overtuigd, dat God Maria verhoogd heeft voor haar dienstbaarheid. Rome maakt er echter iets heel anders van. God heeft ons nooit ook maar één reden gegeven om Maria aan te roepen en haar te beschouwen als de bemiddelares van alle genade. God heeft zonder enige twijfel Maria verhoogd, maar Hij kan Maria nooit de plaats geven, die Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven:
- De Bijbel wijst Jezus Christus aan als de Deur, maar Rome noemt Maria dé deur van de hemel.
- De Bijbel wijst Jezus aan als de blinkende Morgenster, maar in de litanie spreekt men Maria aan als dé Stella Matutina, de morgenster.
- De Bijbel wijst Jezus Christus aan als Degene, die al onze ziekten gedragen heeft, maar de roomse kerk roept Maria aan als dé redster van zieken.
- Jezus’ bloed reinigt van alle zonden en Jezus is Degene, die de zijnen vrij is komen maken van de zonden, maar Rome geeft de eer die Jezus alleen toekomt, aan Maria en noemt haar: ‘toevlucht van de zondaars’.
Maria wordt aangeroepen als:
- moeder van dé goddelijke genade,
- als dé machtige maagd,
- als dé zetel van de wijsheid,
- als dé oorzaak van onze blijdschap.
De door God ongetwijfeld verhoogde Moeder van Jezus Christus, wordt hiermee door Rome verheven en op dé plaats gezet van de Heer zelf. Maria wordt tot dé heerseres gemaakt en tot dé bemiddelares, waardoor men de eer van de Heer aantast. Maria is met dit soort ‘eer’ niet gediend. Dit past niet bij het beeld dat de Bijbel schetst van Maria. De litanie van de rooms-katholieke kerk is allesbehalve een ‘Lofzang’ op Maria. Het is het aanbidden van demonen die zich achter de Maria-aanbidding verschuilen.
Rome heeft Maria tot een zeer sterke demon gemaakt

Maria wordt niet alleen ‘de moeder van God zelf’ (sic) genoemd, nee, Rome heeft deze afgoderij geüpgraded met ‘de litanie van onze lieve Vrouw’. Hier wordt een opnieuw geboren kind van God werkelijk ziek van (ik spreek uit eigen ervaring). Maria wordt in de litanie aangeroepen in allerlei benamingen, die ons een beeld geven van hoe Rome haar inzet in Gods verlossing- en reddingsplan. Hieronder geven we alleen de aanroepingen van Maria weer, terwijl in de praktijk na elke aanroeping het satanische mantra klinkt: “Bid voor ons…”. Vrome Roomsen kunnen deze satanische lijst eindeloos invullen tot hun eigen verderf. Wee hen!
Gelukkige vrouw, u die gelooft!
Elisabeth geeft de reden van Maria’s behoud duidelijk aan: ‘Gelukkige vrouw, u die gelooft! Wat haar namens de Heer is gezegd, zal in vervulling gaan’ (Luc.1:45). Gelukkig is Maria om haar groot geloof… Zij geloofde de geweldige boodschap:
- ‘Wees blij, gezegende, de Heer is met u … U zult zwanger worden en een zoon baren, die u de naam Jezus moet geven. Hij zal een groot Man zijn, en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. Hij zal eeuwig Koning zijn over het huis van Jakob, en aan zijn Koningschap zal geen einde komen … Gods Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken. Daarom zal het Kind heilig genoemd worden, Zoon van God’ (Luc.1:31-35).
Wat een boodschap voor een eenvoudig meisje van het platte land! En Maria geloofde. Zij bewaarde al deze woorden, die overwegende in haar hart. Simeon profeteerde:
- ‘Deze jongen zal velen in Israël ten val brengen of laten opstaan. Hij zal een omstreden teken zijn. Ook door uw ziel zal een zwaard gaan – en zo zal onthuld worden wat er in veler harten omgaat’ (Luc.2:34,35).
Maria geloofde en Maria was stil. Maria geloofde en Maria diende. Maria geloofde, zij ontving en al Gods woorden gingen in vervulling. Gelukkig zij, die geloofd heeft. En toen Maria geprezen werd, onderbrak zij haar nicht om de eer aan Hém te geven, die de énige Redder van al dat goede en wonderlijke was.
Daarom:
- Gelukkig is Maria omdat zij geloofd heeft. Maar daarin staat zij niet alleen. Gelukkig is iedereen, die de Woorden van God hoort en deze bewaart, dus ernaar leeft.
- Gelukkig is Maria en te prijzen omdat God haar heeft uitgekozen om de Moeder van Jezus te worden.
- Gelukkig is zij, omdat zij gelóófd heeft.
Er is maar één Maria, die de moeder kon worden van Jezus, maar er zijn er velen gelukkig te prijzen, net als Maria, omdat zij ook gelóófd hebben. De gelovige prijst Maria gelukkig, de opnieuw geboren christen zingt de lof van Maria. Maar hij bidt niet tot Maria, hij verwacht niets van Maria, omdat de Bijbel maar één Bemiddelaar aanwijst en omdat Jezus zelf ons maar één uitnodiging geeft:
- ‘Kom allen tot Mij!’