
Wat zou u doen als u een schat in handen had? Precies! U zou het met alles wat in u was beschermen. U zou het koesteren, u zou er heel veel voor over hebben om ervoor te zorgen dat het niet uit uw handen glipt. En u zou het met de mensen die u lief zijn willen delen, u zou er over vertellen en het laten zien. Omdat u er zo blij mee bent, omdat u zeker weet dat dit heel erg kostbaar is. En terwijl u het kostbare uitdeelt, waakt u ervoor dat dit kostbare niet in verkeerde handen terecht komt. Dit kostbare mag niet gestolen worden, het mag niet misbruikt worden. U hebt er een dagtaak aan. U hebt een zware verantwoordelijkheid die veel van u vraagt. Maar u wilt het kostbare nooit meer missen; u hebt er alles voor over.
Ik ken zo’n schatbewaarder, laten we hem Johan noemen. Als kleine jongen was hij al een beschermer. Toen zijn moeder niet voor het gezin kon zorgen en zijn vader in geen velden of wegen te bekennen was, nam hij de zorgtaak over. Hij beschermde zijn zusjes op weg naar school. Hij paste op hen als de moeder de deur uit was. Hij beschermde zelfs zijn moeder tegen zijn vader. En toen hij – om geld te verdienen – het huis uit ging, bleef hij altijd nog zorgen voor hen, zoveel hij kon. Want ze waren hem dierbaar, ze waren kostbaar.
Zo beschermde hij vele jaren later ook zijn eigen kinderen, hij zorgde ervoor dat zij veilig waren, elke dag weer. Hij wees hun de weg. Op het natuurlijke vlak snoeide hij letterlijk gevaarlijk overhangende takken op de weg van huis naar de lagere school. Daarnaast wees hij ze in de geestelijke wereld ook de weg, hij wees hen op dé enige weg, Jezus Christus. En ook toen de kinderen niet meer thuis woonden, bleef hij ze – voor zover hij dat kon – beschermen.
Roomse rampen

Johan leerde al vroeg te onderscheiden wat kostbaar en echt was en wat namaak was. Volgens de traditie bezocht hij de rooms katholieke kerk, maar als tiener kwam hij al tot de conclusie dat die kerk met al zijn pracht en praal totaal niets voorstelde. Hier zou hij geen schat vinden, hier was het allemaal vroomdoenerij en huichelarij. Hier was niets echts aan, laat staan dat de kerk iets waardevols, iets kostbaars, een schat in zich zou hebben. Johan koos er toen al heel bewust voor om nooit meer een stap in die huichelkerk te zetten.
En zo kwam hij jarenlang niet in een kerk. En toch en toch… hij wist dat er ergens een schat moest zijn. En die schat vond hij uiteindelijk ook wel. Maar voordat het zover was, heeft hij nog jarenlang er tegen aan geschopt. Hij kon maar niet geloven dat hij, door het erkennen van het bestaan van God, een schat in handen had. Maar toen hij ophield met schoppen, och wat was Johan blij. Hij ontdekte de schat, hij onderzocht de schat door veel boeken er over te lezen, hij deed navraag naar de schat bij verschillende mensen. En hij wist heel zeker: ik heb nu de allermooiste schat in handen. Dit wil ik hebben, dit wil ik delen, ik wil met mensen optrekken die ook deze schat in handen hebben.
De doop met Gods Geest

Hij kwam in een levendige gemeente terecht, het héle fundament werd gelegd, hij werd gedoopt in water en ontving Gods Geest. Dat was alweer een geweldig groot cadeau, want door Gods Geest kreeg hij inzicht in de hemelse gewesten, leerde hij de geestelijke wereld onderscheiden en vermeerderde hij zijn kennis. Zo ging hij bouwen op het fundament. De schat, het evangelie van het koninkrijk van de hemelen, wilde hij vooral delen. Op straten en pleinen, in de gemeente en in kleinere kring. Op hem was (en is nog steeds) van toepassing: waar het hart vol van is, daar stroomt de mond van over.
Uit ons midden weggegaan

Helaas waren er mensen om hem heen die de schat niet op zijn waarde schatten. Zij lieten het eerste onderwijs los, zij wilden wel bouwen, maar kozen daarvoor toch een ander fundament. Johan drong er bij hen op aan dat zij de rijkdom van het evangelie op de juiste waarde moesten blijven schatten. Het gevolg was dat zij Johan niet meer in hun midden wilden hebben, zo’n schatbewaarder wilden ze niet. Er was veel verdriet bij hem hierover, maar hij bleef de schat vasthouden. Ook bij verdere zoektochten naar gemeenten die het evangelie van het Koninkrijk van de hemelen wél op juiste waarde schatten.
De schat in de akker

De schat van het Koninkrijk van de hemelen, wat is die geweldig groot. Johan zal er tot het einde van zijn leven voor blijven strijden. Hij draagt het uit en laat anderen delen in zijn blijdschap om de boodschap van het evangelie. Hij hoeft de schat niet meer in de akker te verstoppen, want de prijs hiervoor is allang betaald (Op.5:9). Iedereen in de hele wereld zal er van horen. En niet alleen horen, hij hoopt oprecht dat velen dit evangelie geloven. Dat ze Jezus leren kennen. Dat ze God op waarde leren schatten, dat ze zien zoals Hij echt is. Daar wil hij alles voor doen en veel voor geven.
Haat

Maar Johan is ook een realist. Hij weet uit ervaring dat er veel haat zal zijn tegen de boodschap, vooral door de overste van deze wereld; de satan met zijn miljarden demonen. En daardoor zullen er mensen komen die het Johan heel erg moeilijk zullen maken om zijn werk voort te zetten. En toch gaat hij door. Hij heeft de allermooiste schat van de hele wereld gevonden. Die schat zal hij altijd blijven uitdelen, zodat ieder mens op aarde de boodschap van Jezus Christus óók kan uitdelen. Tot eer van onze enkel goede God!
- ‘Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn!’ (Mattheüs 6:21).