4. Maria: Ten hemel opgenomen en medeverlosseres?

 <<<<<

Paus Pius XII zette Maria op een nog hoger voetstuk door de lichamelijke ’ten hemelopneming’ van Maria tot dogma te verklaren in de volgende woorden:

  • “Op het gezag van onze Here Jezus Christus, van de Apostelen Petrus en Paulus en op ons eigen gezag, verkondigen, verklaren en definiëren wij, dat het een door God geopenbaard dogma is: ‘dat de onbevlekte Moeder van God, Maria, altijd Maagd gebleven, na de volbrenging van haar aardse levensloop met lichaam en ziel in de hemelse glorie is opgenomen…”

Dit dogma is voor Rome een logisch gevolg na de dogma’s van het ‘goddelijk’ moederschap van Maria, haar ‘onbevlekte’ ontvangenis, haar ‘genadevolheid’ en haar ‘lichamelijke ongeschondenheid’. In 1950 werd deze uitbreiding van de dogma’s over Maria omlijst met allerlei artikelen van protest in protestantse tijdschriften en bladen. Dat protest is intussen allang weer verstomd en dezelfde bladen juichen nu over de geest van toenadering en van verdraagzaamheid, die nu overal tussen protestanten en roomsen openbaar wordt. Wat een vreemde wereld! Maar wij gaan er niet mee akkoord, op grond van de Bijbel blijven we protest aantekenen. 

Ten hemel opgenomen?

Elke opnieuw geboren christen gelooft op grond van de Woorden van God dat eens zijn geest en ziel met een nieuw geestelijk lichaam herenigd zal worden (1 Cor.15). Het roomse speculatieve denken heeft voor Maria een uitzondering gemaakt. Wat een zekerheid in de toekomst is voor elke gelovige die in Christus ontslapen is, is nu al werkelijkheid voor Maria. Maria is nu al uit de doden verrezen, zo leert de rooms-katholieke kerk en zij is nu met lichaam en ziel in Gods tegenwoordigheid, doordat zij ’ten hemel is opgenomen’. Daar is Maria als ‘Koningin van de hemel’ gekroond en zit zij nu aan Jezus Christus’ rechterhand. Deze leer is als het ware het sluitstuk van het ‘mariale dogma’, maar zet tegelijkertijd weer de deur open voor allerlei andere dingen, die men Maria zou kunnen gaan toeschrijven. De lichamelijke hemelvaart van Maria wijst naar de parallel, die er heel vaak gemaakt wordt tussen Jezus (de nieuwe Adam) en Maria (de nieuwe Eva).

  • ‘Jezus is de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand kan tot de Vader komen dan door Hem’ (Joh.14:6).

Maria, die ons met lichaam en ziel is voorgegaan, is ook de weg, de waarheid en het leven en buiten haar om kan niemand komen tot de Heer Jezus Christus. Jezus is de Weg naar de Vader; Maria is de weg naar Jezus (zo leert Rome).

Zonder Bijbelse grond

Paus Pius XII heeft in zijn dogmaverklaring gezegd dat de lichamelijke ten hemelopneming van Maria ‘een door God geopenbaard dogma is’. Waar en hoe God dat geopenbaard zou hebben, wordt niet gezegd. De roomse theologen geven echter eensgezind toe dat de Bijbel deze leer niet uitdrukkelijk bevat! Sommige roomse fantasten proberen toch nog een Bijbels ‘bewijs’ te fabriceren door bijvoorbeeld de verschijning van God in het brandende braambos erbij te slepen, zoals bij Mozes gebeurde, maar in het algemeen wordt toch zonder meer toegegeven, dat deze leer elke Bijbelse grond mist. Dat vinden rooms-katholieken echter niet erg: De Bijbel is voor hen niet de enige bron waaruit Gods openbaring geput kan worden. De ‘overlevering’ of de ‘traditie’ is er ook nog:

  • “Als de Paus zegt, dat God het geopenbaard heeft, dan is het zo, want hij kan niet dwalen in geloofszaken. Staat het niet in de Bijbel, dan staat het in de overlevering of de traditie…!”

Dat er in de geschriften van het christendom geen enkel spoor van deze leer te vinden is, maakt ook niet uit:

  • “Roma locuta, causa finita: als Rome een uitspraak heeft gedaan, dan is het een uitgemaakte zaak…!”

Er is een tijd geweest dat de rooms-katholieken vrij waren om Maria’s ten hemelopneming wel of niet te aanvaarden. Pas sinds 1950 is het niet aanvaarden een doodzonde en verliezen zij het eeuwige leven als ze er niet in geloven, want toen werd dit leerstuk tot dogma verheven – een ‘parel aan de kroon van Maria’, die aan bijna 1,4 miljard(!) rooms-katholieken het eeuwige leven kan kosten! In de tijd die aan de dogmaverklaring voorafging, werd er in de roomse theologische bladen herhaaldelijk geschreven over dit leerstuk. Er waren ook zeer geleerde heren theologen, die dit leerstuk niet aanvaardden en die zich uitspraken tegen een dogmaverklaring. Die verklaring kwam echter toch en van die dag af moesten zij geloven. De paus heeft deze dogmaverklaring namelijk beëdigd met de volgende verschrikkelijke woorden:

  • “Als iemand uit vrije wil durft te ontkennen of in twijfel trekken, wat wij hebben gedefinieerd, hij weet, dat hij volkomen is afgevallen van het goddelijk en katholiek geloof….”

Over roomse terreur en gewetensdwang gesproken!

Roomse argumenten

De ten hemelopneming van Maria is is gebaseerd op menselijke redeneringen. Als eerste trekt men een parallel met Christus’ verlossingswerk. Jezus’ sterven voor de zonde werd namelijk bekroond met de opstanding uit de doden. Logisch dat het werk van Maria als ‘medeverlosseres’ op dezelfde wijze bekroond werd met een opstanding uit de doden en een glorievolle ten hemelopneming. Daarnaast zegt men dat het niet passend zou zijn, dat het lichaam van de ‘onbevlekte moeder van God’ bederf zou ondergaan. En het zou niet passend zijn dat Maria naar het lichaam van haar Zoon Jezus gescheiden zou zijn. Dit laatste is met name een argument, dat in roomse ogen bijzonder sterk is: sinds de zesde eeuw werd dit leerstuk geloofd, daarom kan het nu niet meer ontkend worden, ook al kan het niet vanuit de Bijbel bewezen worden.

  • “VOLKOMEN AFVALLIG van het waarachtig christelijk geloof…” noemt de paus iedereen, die deze sentimentele verzinsels niet aanvaardt.
  • “Kom allen tot Maria!…” zegt Rome. Maria, zittend aan Jezus’ rechterhand, als eersteling uit de doden opgestaan en ten hemel opgenomen, is het levende symbool voor de rooms-katholiek voor de waarheid van Jezus’ beloften.

Maria heeft als het ware de weg gebaand, nee sterker nog, zij is dé weg naar Jezus. Door Maria tot Jezus, zo is de slogan in Rome. Daar, aan Jezus’ rechterhand, is zij de voorspreekster voor al haar ‘kinderen’. Maria wordt de moeder van alle (geestelijk) levenden genoemd. Zij wordt ook de moeder van de goddelijke genade genoemd. Elke genade van God en van Jezus Christus komen tot de mens in en door Maria…, zo leert de kerk van Rome.

>>>>>