
We zien in de geschiedenis dat de lijn die God in gedachten heeft om Zijn doel te bereiken, steeds afgebroken wordt door mensen die (ook met hun vrije wil) niét akkoord willen gaan met het plan van God. Elke keer als dit plan weer door de leugens van satan én mensen wordt afgebroken, begint God opnieuw en het zal Hem uiteindelijk lukken héél zijn plan uit te voeren. De (opnieuw geboren) mens blijft uiteindelijk koning en heerser. Dat is het vermogen van de mens: ‘U hebt hem bijna goddelijk gemaakt’ (Psalm 8).
Als een kind in de wieg ligt, is het bijna goddelijk. Als er geen belemmeringen zou zijn door de satan, hoeft de baby zich alleen maar te ontwikkelen en wordt het gelijk aan het beeld van God, bijna goddelijk. De mens is in essentie goed, maar als er iets verkeerds in komt, moet de mens gereinigd of gewassen worden. Vergelijk het met een vuile hand die schoongemaakt moet worden; misschien met een sterke zeep, maar die hand is op zich goed.
Het naamchristendom

In het naamchristendom wil men in zijn algemeenheid deze gedachte niet accepteren. Men gelooft, door het eeuwenlange onderwijs van satan, dat de mens door en door slecht is (Openb.6:3-8). De koninklijke waardigheid van de mens duurt zolang als de mens rechtvaardig is. Het woord ‘rechtvaardig’ komt heel vaak voor in de Bijbel. Iemand is rechtvaardig als hij de ingeschapen wetten van God in zich heeft en zijn geweten daar naar functioneert (Rom.2:14,15). Maar ook al lopen de kerken vandaag leeg, de inwonende demonen verhuizen gewoon mee met de mens. Zelfs als Godhater bestempelt de mens zichzelf namelijk nog steeds als zeer slecht. Het eindeloze mantra van de kerken: ‘God is rechtvaardig’ zónder de belijdenis dat God enkel goed is, geeft enkel huichelachtige vergezichten. Werkelijk alles wordt aan deze loze kreet opgehangen, terwijl de veroorzaker van al het kwaad niet God, maar de satan is. De laatste wordt nooit genoemd. Al het goede én het kwade komen volgens de kerken immers uit Gods vaderlijke hand.
Adam was geschapen als koning en heerser over de zienlijke en onzienlijke wereld. Nadat Adam gezondigd had, werd de mens prijsgegeven; losgelaten. Satan en zijn demonen speelden er meteen op in: De mens moet zwoegen om zijn brood te verdienen, er komen doorns en distels als tekens van de vloek die op de aarde ligt. Pas als de vloek opgeheven wordt, zal er voor een doorn een cipres en voor een distel een mirt opschieten (Jes.55:13). Elke zwangerschap zal met pijn en moeite gepaard gaan. De mens, die rechtvaardig is en een koning en heerser moest zijn, wordt slaaf van de zonde. Daarmee is hij zijn koninklijke waardigheid kwijt in de geestelijke wereld.
Toch blijft God altijd zoeken naar de rechtvaardige mens op aarde waar het bijna goddelijke, toch naar buiten komt. Deze mens, nog niet overspoeld door zonde, houdt zich aan de ingeschapen wetten van God, weet dat hij geschapen is naar Gods beeld en doet daarom goede werken. Deze rechtvaardige handelt vanuit zijn geweten. Zelfs een heiden kan naar zijn geweten handelen, want hij heeft de ingeschapen wet in zijn hart. Een rechtvaardige zoekt God, want hij heeft een ingeschapen verlangen naar God. Omdat hij de wetten van God wil naleven, wil hij ook de Bron van die wetten ontmoeten.
Het door God ingeschapen geweten gebruiken of dicht schroeien
Rechtvaardigen in de Bijbel zijn mensen die gelóóf hebben. Wie contact met God wil hebben, heeft ook geloof. Ieder mens heeft geloof. Als dat geloof zich richt op God, wil hij naar de wetten van God leven. Zijn ingeschapen geweten gaat dan weer werken. Door het geloof kan de mens zich verheffen in de geestelijke wereld en door de ontmoeting met God worden zijn gedachten geïnspireerd. Zo werd Abel door God geïnspireerd en wordt hij een rechtvaardige genoemd (Hebr.11:4). Kaïn werd door de satan geïnspireerd omdat hij deze grootste demon accepteerde in zijn hart. Hij werd daardoor een vervloekte.
Henoch en Noach

In de Bijbel zijn niet zo heel veel rechtvaardigen te vinden, omdat de mensen overspoeld werden met demonen. Maar bij een rechtvaardige denken we wel aan Henoch die tussen allemaal zondige mensen toch met God leefde. De gedachten van de mensen waren niet op God gericht, waardoor de zonde kon voortwoekeren. Wie de zonde wil overwinnen en de inspiraties van de duivel wil weerstaan, moet controle hebben over zijn denken. Hij moet zich bewust richten op God en Zijn gedachten. Elke keer worden de mensen die in zonde leven van God losgelaten. Maar er zijn altijd ook weer mensen die God zoeken ‘of ze het al tastende mogen vinden’. Bij het tasten worden de handen gebruikt om iets vast te pakken. In het geloof pakken mensen God vast. En gelukkig is God niet ver weg (Hand.17:27).
Noach was ook een rechtvaardige, God kon met hem spreken omdat Noach gelóófde. God weet dat de mens vatbaar is voor de inspiraties van de duivel en zei daarom na de zondvloed tegen Noach: ‘Het voortbrengsel van het hart van de mensen is boos van zijn jeugd af aan’ (Gen.8:21).
Geweld

Uit de rechtvaardige Noach werd een nieuw volk geboren. Al snel verviel het volk tot spiritisme toen ze een toren gingen bouwen. Het gevolg was dat ze over de aarde verstrooid werden. Bij Babel werden de geweldgeesten geopenbaard, zodat de aarde geestelijk(!) vernietigd wordt. Deze geweldgeesten werken naar het dodenrijk toe. De mensen werden overgegeven aan een verwerpelijk denken (Rom.1:18-32) en zo ontstond uit de chaos, een steeds zieker wordende volkenwereld tot aan vandaag. Een wereld met goed geplande massamoorden op miljarden onschuldige mensen.
Abraham, een rechtvaardige

Abraham leefde met God en hij was een rechtvaardige. Abraham kon zich ontwikkelen door zijn geloof, daardoor kon hij een heerser worden. Hij zocht de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is. God inspireert de rechtvaardigen om dingen te zien, die een ander niet ziet. Abraham leefde 400 jaar vóórdat de wet van Mozes kwam en toch was hij rechtvaardig! De wetten van God horen we niet op stenen tafels te hebben, die geeft God aan mensen die onrechtvaardigen zijn:
- ‘De wet is niet gesteld voor de rechtvaardige, maar voor mensen die zich niet storen aan wet of gezag, voor goddelozen en zondaars, voor verachters en bespotters van al wat heilig is, voor hen die zich schuldig maken aan vadermoord en moedermoord, aan doodslag en ontucht, voor knapenschenders, mensenrovers, leugenaars, meineedplegers en alles wat verder in strijd is met de gezonde leer’ (1 Tim.1:9-10).
De rechtvaardige mens is op zoek naar de eeuwigheid en de Eeuwige, want God heeft de eeuw in zijn hart gelegd (Spr.3). God zegt over Abraham:
- ‘Ik heb hem gekend, zodat hij gebieden zou, dat zijn zonen en zijn huis (weer een nieuw volk) na hem de weg van God zouden bewaren door gerechtigheid en recht te doen, zodat God aan Abraham vervult wat Hij over hem gesproken heeft’ (Gen.18:19).
Simeon, Anna en Jezus Christus, dé Rechtvaardige

God had rechtvaardigen nodig om dé Rechtvaardige voort te brengen. Als Jezus geboren wordt, wordt Hij omringd door rechtvaardige mensen zoals Simeon en Anna. Izaäk was het zaad van Abraham en hét zaad uit de rechtvaardige Abraham is Jezus Christus. Uit het geslacht van Jacob werd opnieuw een rechtvaardige geboren, Juda. Jacob zei tegen hem dat zijn broers hem zouden loven (Gen.49:8). De scepter (teken van koningschap) zou van Juda nog niet wijken, noch de heersersstaf tussen zijn voeten, totdat Silo (dit betekent vermoedelijk: heerser) komt en de volken zullen hem gehoorzamen. Paulus zegt dat alle knieën zich zullen buigen, oftewel gehoorzamen. Voor de gemeente van Jezus Christus geldt:
- ‘En u zult voor Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk’ (Ex.19:6).
- Vergelijk het met wat Petrus zegt: ‘U echter bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk, eigendom van God’ (1 Petr.2:9).
De mens is van nature goed, maar alle mensen die in zonde leven, zijn onnut of nutteloos gewórden. Eerst waren ze dus wél nuttig. Mensen die nutteloos zijn, moeten a.h.w. gerepareerd worden. Mozes gaf het volk daarom de wet om het volk tot rechtvaardigen te maken. En God gaf rechtvaardige leiders aan het volk: Mozes, Jozua, de Rechters. De Heerser is uit het volk Israël gekomen, maar wat heeft het volk gedaan? ‘Hij kwam tot de Zijnen maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.’
Jeruzalem verwoest door de heidenen

Toen het volk Jezus niet accepteerde heeft God het volk opnieuw prijsgegeven: ‘Zie, uw huis heb Ik prijsgegeven’. Het volk Israël wordt niet verstoten, maar prijsgegeven aan de satanische machten die het zelf diende: ‘Zodra u nu Jeruzalem door legerkampen omsingeld ziet, weet dan dat zijn verwoesting nabij is’ (Lucas 21:20,21).
- ‘De joodse verliezen waren ontstellend. Naar schatting vielen er 300.000 doden en werden er 100.000 mensen als slaven weggevoerd. Het XV Legio Fretum Sicilense bleef 60 jaar als bezettingsmacht op de puinhopen van Jeruzalem. De troosteloze puinhopen mochten ‘op straf van dood niet door joden, noch door aanhangers van Jezus de Nazoreeër worden betreden’. Hadrianus (117-138) stichtte later hier een Romeinse kolonie. Op de plaats van de tempel stond het beeld van… Jupiter. Uit dit alles kunnen wij opmaken dat het geen toeval of willekeur was dat God zijn eniggeboren Zoon op dit punt in de tijd heeft gezonden: De tijd was vervuld!‘
God moet het volk loslaten omdat het zijn Zoon heeft losgelaten en vermoord. Hij laat hen over aan hun eigen denken (en niet het denken van de vier soorten evangelie uit de verzonnen Tijdperkenleer van Darby en Scofield). God laat het volk los omdat zij de Koning van Israël niet accepteren. Het huidige Jeruzalem is een grote, wereldwijde schijnvertoning waardoor alle landen zijn betoverd. Voordat God het volk prijsgeeft, haalt Hij er eerst het goede uit wat er in zit, zoals de 120 op de Pinksterdag, later de 3.000 en nog later weer 5.000.
Het Koninkrijk van God is van het volk afgenomen en aan een ander volk gegeven (Matth.21). Op dat moment is het aardse Israël geen volk meer van heersers, van koningen en van priesters. Ook niet via (alweer) de bedelingenleer. ‘God heeft Zijn volk niet verstoten’, zegt Paulus, maar prijsgegeven. Het volk Israël werd een aards volk, maar God begon opnieuw met Jezus Christus, dé Rechtvaardige, van waaruit de rechtvaardigen moeten komen. Door het bloed van Jezus zijn wij rechtvaardig als wij in Hem geloven. En zo ontstaat er een nieuw volk:
- ‘Als Zijn ziel Zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben, zo zal Hij nakomelingen zien’ (Jes.53:10).
Dit volk van God leeft in de hemelse gewesten en verzamelt zich rondom de Rechtvaardige, Jezus Christus. Het volk zal uitgroeien tot wat God bedoeld heeft: koningen en heersers, eerst in de hemel, later op de aarde. De gemeente van nu is de schaduw van de gemeente in de hemel. Naar onze innerlijke mens met ons geestelijk lichaam, zijn wij in de onzienlijke wereld. Dit gaat over onze geestelijke oren en ogen, onze wandel in de hemelse gewesten. De schaduw van ons hemels burgerschap zien we terug in de gemeente, maar als de gemeente de eerste liefde loslaat, vallen ze op de aarde en wordt het een aardsgerichte gemeente (Op.2:4,5). God wil een volk dat zich niet met de aardse, maar met de hemelse zaken bezig houdt. Dat betekent dat we vernieuwd moeten worden in ons denken, gericht op het plan van God met de mens.