Gods Geest op alles wat (voor God) leeft

  • ‘Daarna zal het gebeuren, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op alles wat (voor God) leeft’ (Joël 2:28; Handelingen 2:17).

Het orthodoxe kerkvolk wil en kan maar niet wennen aan de gedachte, dat ook de gemeente van Jezus Christus haar eindgeschiedenis is ingegaan, die vol is van grote geestelijke problemen. Dit vraagt om een totale vernieuwing en overgave van ieder gelovige. De Bijbel wijst er duidelijk op, dat er aan het einde én een afvallige, ontrouwe kerk zal zijn én een voorbereide bruid van Christus, die zich getooid heeft met de sieraden van geestelijke gaven:

  • ‘Op de dag van de strijd zal uw volk voorbereid zijn’ (Psalm 110:3).

Petrus zegt dat de belofte van Joël zich speciaal zal vervullen in de laatste dagen. Opnieuw geboren christenen, die gedoopt zijn met Gods Geest, krijgen zicht op het christelijke leven. Zij profeteren, hebben dromen of visioenen en beleven een daarmee gepaard gaande ‘onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde.’ Veel kerkgangers zijn daar niet mee bezig, zij hebben in hun leven geen Bijbels fundament gelegd en hebben daarom ook nooit gestreefd naar de doop met Gods Geest. Het ontbreekt hen daardoor aan inzicht in de geestelijke wereld. Dat is bijvoorbeeld te merken als we met hen spreken over het boek ‘Openbaring van Johannes’. Het is ‘veel te moeilijk’ en daarom vindt men er geen enkele troost in voor wat de eindtijd betreft. Liever let men op uiterlijke tekens.

Waarom een uitstorting van Gods Geest?

Jezus zei dat Hij zijn leerlingen wilde bekleden met kracht uit de hoogte. Zijn volgelingen waren eenvoudige mensen. Het ontbrak hun vaak ook nog het natuurlijke talent dat ondersteund wordt door ontwikkeling en studie. Toch kregen zij een indrukwekkende opdracht. Zij moesten het evangelie doorvertellen en tegelijkertijd mensen winnen voor het koninkrijk van God. Zij moesten in het rijk van de duisternis dringen; zij stonden tegenover heidense magie en toverkunsten, wereldse wijsheid en Joods wetticisme. Er kwamen mensen naar hen toe die bezeten en gebonden waren. Ook kwamen zieken naar hen toe, plus een door de eeuwen heen volkomen misleide menigte. Deze apostelen bezaten niets en toch moesten zij een wereld veroveren, terwijl ze te maken kregen met vervolging en laster. Zij moesten bewaard blijven, terwijl hun hele volk onderging.

Zo is het nu nog: er is een nieuwe tijd aangebroken. Er is – net als toen – grote nood, maar kinderen van God zullen ook nu ervaren dat God hen, net als de leerlingen, bewaard tijdens de jaren van geestelijke droogte. Zonder een machtige uitstorting van Gods Geest, kan men zich nooit losmaken uit een eeuwenlange traditie of een kerkelijk systeem, waarbij de mens het vermogen verloren heeft om het Woord van leven te voelen. Het is als het ware of de vingertoppen verbrand zijn en de geestelijke tastzin daarmee verdwenen. Door de vervulling met Gods Geest ontvangen misleide mensen, die toch oprecht zoeken, weer sieraad in plaats van as en het lofgewaad in plaats van een benauwde geest. Zij zijn als de kinderen van Israël die uit het slavenhuis trekken, de vrijheid tegemoet om een nieuw leven te beginnen. Dan kan men weer zingen en ontvangt men wat Jezus zelf bezat:

  • ‘Toen God hem zalfde met Zijn Geest en met kracht, waarna hij het land doorgegaan is, goeddoende en allen genezende die door de duivel overweldigd waren’ (Hand.10:38).

Nieuwe zintuigen

Bij een natuurlijke geboorte ontvangt de mens natuurlijke gaven via zijn vader en moeder. Petrus zegt: ‘Bekeer u, laat u dopen en u zult de gave van Gods Geest ontvangen.’ Bij deze tweede geboorte ontvangen de kinderen van God ook gaven en talenten. Deze gaven van Gods Geest moeten niet verward worden met de vruchten van Gods Geest. Het is als in het gewone leven: een kind kan bijvoorbeeld grote muzikale gaven van zijn vader geërfd hebben en toch door zijn verkwistende levenswijze er met de pet naar gooien. Betrouwbaarheid en grote talenten gaan niet altijd samen, terwijl zij beide toch niet los staan van afkomst en omgeving. Wanneer het goed is, gaan gaven en vruchten van Gods Geest samen. Helaas, het komt voor dat een door Gods Geest gezegend mens geen vruchten van bekering voortbrengt.

De gaven van Gods Geest zorgen we voor dat de mens weer direct tot God kan spreken. Vroeger heeft God zich geopenbaard door profetieën, gezichten en dromen. Deze gaven waren door de zonde van Israël verdwenen, want in een tijdvak van grote ontrouw wordt geschreven:

  • ‘In die dagen was een woord van de Heer een zeldzaamheid en kwam een visioen niet dikwijls voor’ (1 Sam.3:1).

Zo is het ook nu. De mensen, waardoor God heeft willen spreken, werden in het verleden als ketters of heksen verbrand of op andere manier de mond gesnoerd. Ook nu hebben kinderen van God met intense haat tegen het eeuwig evangelie te maken.

Op alles wat (voor God) leeft

Geestelijke gaven horen bij een normaal christelijk leven. Men hoeft niet tot de hemel op te klimmen of in de afgrond neer te dalen om deze gaven te ontvangen. Want de Heer heeft ze beloofd aan allen die zich bekeerd hebben en zich door de volwassen waterdoop bewust hebben afgezonderd van deze wereld. Streef daarom naar deze gaven. Daarom staat er: ‘Maak vooral werk van de liefde. Maar streef ook naar geestelijke gaven, allereerst naar de profetie’ (1 Cor.14:1). God wil weer verbindingskanalen hebben waardoor Hij spreken kan.

Ook in het Oude Testament waren er veel mensen tot en door wie God sprak. Denk aan koningen, priesters, profeten en rechters: kortom allen die door hun functie bijzondere wijsheid of kracht nodig hadden. God sprak tot Abel en tot Abraham, maar ook tot de Filistijn Abimelech in de droom (Gen.20:3). God sprak tot Daniël en Gods Geest rustte op Simson en op David. Deze mensen waren blij met deze bijzondere relatie met God en de kracht die zij kregen.

Gods Geest kan echter ook wijken of uitgeblust worden (1 Thess.5:19). Gods Geest week van Saul en een boze geest kwam over hem. David bad na zijn grote zonde: ‘Neem uw Geest niet van mij weg’ (Psalm 51:13). Tegelijkertijd openbaarde de kracht van Gods Geest zich in het leven van de Heer Jezus Christus zodat Hij daardoor zelfs uit de doden werd opgewekt. Deze kracht wordt ook nu uitgestort op alles wat (voor God) leeft. Daardoor ontstaat een rechtstreekse verbinding tussen de nieuwe schepping en haar Schepper. Zij wordt de gemeente tot een stroom van levend water.

Deze belofte voor allen en voor nu

God stort Zijn Geest uit op alles wat voor Hém leeft. Op zonen en dochters, die het eeuwig evangelie voorleven en doorgeven. Hij geeft Zijn Geest aan geestelijke en geheiligde christenen (de zonen en dochters). Paulus schrijft daarover aan de Corinthiërs:

  • ‘U bent nog vleselijk’ (1 Cor.3:3)?
  • Toch ontbrak het hun aan geen enkele geestelijke gave (1 Cor.1:7).

Gods Geest wordt uitgestort in het vlees, maar zonder heiligmaking zal niemand God zien. Let daarom goed op hoe u de geestelijke gaven gebruikt, want God kan ze ook weer wegnemen. Blus Gods Geest niet uit door een onheilig leven, want dan wordt het laatste erger dan het eerste; maar ook niet door ongeloof in het Woord van God, omdat u het beter meent te weten dan wat er (vooral in het Nieuwe Testament) staat. Wij zijn blij: de Heer geeft Zijn gaven aan de oprecht zoekenden!