4. De ondergang van Babylon

<<<<<

Een prooi van de machten van de duisternis

In de dagen van de Heer op aarde, was Jeruzalem de afvallige kerk waarin de weinige werkelijk gelovigen in ballingschap leefden. Deze stad is een schaduw van de valse kerk in het nieuwe verbond, van het grote Babylon, waarin de ware gelovigen eeuwen lang ook in ballingschap leefden. Daarom is de ondergang van Jeruzalem beeld van de ondergang van Babylon en niet van het einde van de wereld, zoals velen menen. Ook van deze stad zal ‘geen steen op de andere gelaten worden die niet zal worden weggebroken’. Net als bij de verwoesting van Jeruzalem geldt voor Babylon dat er geen voortekens zullen zijn, die de valse kerk zullen waarschuwen. Zij zal leven in valse rust en zeggen: ‘Vrede, vrede en geen gevaar’. Alleen de ware kinderen van God zullen, net als in het jaar 70, de waarschuwende roep horen:

  • ‘Ga uit van haar, mijn volk, zodat u geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen’ (Op.18:4).

Tien koningen met één uur macht

Zoals Jeruzalem plotseling verwoest is, zo zullen ook Babylons’ plagen ‘op één dag komen’ en zij zal ‘in één uur verwoest’ worden (Op.18:8,19). Zoals de Romeinen door Palestina naar Jeruzalem optrokken, zo trekt eenmaal de antichrist met zijn tien koningen in de onzienlijke wereld op tegen Babylon:

  • ‘De tien horens die je zag en het beest zelf, zullen een afschuw krijgen van de hoer en ze zullen haar te gronde richten. Ze zullen haar uitkleden, haar vlees eten en haar in brand steken’ (Op.17:16).

Dé Antichrist

Zoals de Romeinen hun banier plaatsten op de tempelmuren, die eenmaal aan God toebehoorden, zo zal dé antichrist zijn verwoestende kracht gebruiken in wat een tempel van God in de Geest hoorde te zijn. Wie niet uit Babylon getrokken is, dit wil zeggen: zich blijft bezighouden met een religie van deze aarde en zich niet overgeplaatst weet in de hemelse gewesten om daar te leven als een geestelijk mens, komt om door het vuur. Hij wordt een prooi van de machten van de duisternis.

De grote verdrukking

‘Want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe en zoals er ook nooit meer zijn zal’ (Matth.24:21).

Hier wordt gesproken van een grote verdrukking, zoals er niet geweest is van het begin van de wereld tot nu toe en ook nooit meer zijn zal. Het opkomende rijk van de antichrist, die de valse kerk met vuur verbrandt, verschilt principieel van alle koninkrijken, die er geweest zijn (Dan.7:23). Het is de meest rechtstreekse openbaring van het rijk van de duisternis. De grote verdrukking ligt allereerst en boven alles op het geestelijke terrein. Daarin verschilt zij van alle voorgaande verdrukkingen, zoals de zondvloed of de verwoesting van Jeruzalem. Satans demonen zullen zich dan met grote kracht op de mens werpen en een oordeel veroorzaken dat begint bij het huis van God (1 Petr.4:17). De Heer zegt echter:

‘En als die dagen niet ingekort werden, zou er geen vlees behouden worden; maar vanwege de uitverkorenen zullen die dagen ingekort worden’ 22.

Het is mogelijk dat dit in tijdsduur is, maar wie zou dit kunnen opmerken, waar de Vader zelf de tijden van eeuwigheid heeft bepaald en in eigen hand houdt, zelfs zonder daar mededeling van te doen aan de Zoon (vers 36)? De Openbaring typeert deze grote verdrukking als weeën. Waarschijnlijker lijkt het daarom, dat het met deze verdrukking gaat als met weeën. Na iedere wee is er een adempauze, zodat nieuwe krachten verzameld kunnen worden. Zou dit niet het geval zijn, dan zou de pijn ondraaglijk zijn en de dood tot gevolg hebben.

Iedere keer zal de tegendruk van Gods Geest in Gods kinderen tijdens deze pauzes toenemen. Het is dan, zoals de apostel schrijft, dat God met de beproeving ook de uitkomst (de weg tot ontkoming) geeft, zodat men ertegen bestand is (1 Cor.10:13). Aan het laatste deel van de grote verdrukking zal de gemeente geen deel hebben, zoals het volk Israël in Egypte ook gevrijwaard was van de laatste plagen. De drie laatste weeën beschadigen alleen hen, die het zegel van God niet op hun voorhoofd hebben. Bij de eerste bazuinen in Openbaring 8 wordt ook het huis van God geoordeeld, waarbij de scheiding tot stand komt. Bij de laatste bazuinen gaan de geheiligden beschermd en bewaard door de kracht van God, door de verdrukking heen.

Valse antichristenen (meervoud!) en profeten

‘Als iemand dan tegen u zegt: Zie, hier is de Christus of daar, geloof het niet; want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekens en wonderen doen, zó dat zij – als het mogelijk zou zijn – ook de uitverkorenen zouden misleiden’ 23,24.

De weg naar de antichristelijke kerk wordt gebaand door valse antichristenen (meervoud!) en valse profeten (1 Johannes 2:18,19). Zij gebruiken de naam van Christus bij het verspreiden van hun valse leerstellingen zodat mensen er van onder de indruk raken. Zo brengen zij de christenen op een dwaalweg. Zij vervangen de waarheid door de leugen en voeren de mens niet naar het leven, maar naar de dood. Zij pretenderen de goede weg te wijzen, terwijl zij het doel van God, het einde van de weg, de volkomen volwassenheid, niet nastreven. 

Het woord Christus betekent gezalfde. Jezus was gezalfd ‘met Gods Geest en met kracht’ (Hand.10:38) en ook de ware gemeente kent deze zalving. Valse christussen zijn niet gezalfd met Gods Geest, maar zij worden geleid en leven uit kracht van Satans’ demonen. Deze verwording van de christelijke ‘leiders’ culmineert in de kerk van de antichrist, waar allen gedoopt worden met de geest van het beest uit de afgrond, Apollyon. Leugengeesten manifesteren zich in en spreken door valse profeten. De eerste vier bazuinen in Openbaring 8 spreken over de invloed van de leugengeesten in Babylon, de afvallige kerk. Hier deelt de Heer ook mee, dat deze valse christussen en valse profeten ‘grote tekens en wonderen’ zouden doen.

Bedrieglijke wonderen

Wat is nu het verschil tussen de wonderen, die Jezus deed en die in de komende tijden door de aanhangers van de antichrist gaan gebeuren? Jezus deed zijn wonderen alleen om de mens te herstellen, daarbij geleid door de liefde van God en zijn goddelijke opdracht. Zijn tekens waren daarom alle gericht op behoud en levensvernieuwing. Men heeft wel gezegd dat Jezus zijn wonderen en tekens alleen deed om te laten zien, dat Hij de Christus was. Als dit waar is, zou het doel van zijn wonderen hetzelfde zijn als bij de antichrist, namelijk de aandacht op zichzelf vestigen.

Paulus spreekt ten aanzien van de wonderen van de antichrist over ‘bedrieglijke wonderen’ (2 Thess.2:9). Wanneer een fakir zich een tijd lang levend laat begraven zonder dat hij sterft, wanneer hij zich met messen steekt zonder dat hij bloedt, zijn dit ‘bedrieglijke wonderen’, omdat deze niet gericht zijn op de bevrijding en de verlossing van de mens.

Wanneer een magnetiseur door de kracht van een occulte geest het lichaam geneest, maar de innerlijke mens door zijn invloed bindt, is dit ook een ‘bedrieglijke wonder’. Jezus genas de mensen en bevrijdde hen, zodat zij hierdoor in staat zouden zijn de weg naar de volkomenheid te gaan. Daarom zullen de tekens van de antichrist de ‘uitverkorenen’ niet ‘verleiden’, omdat dezen het goede doel continu vasthouden.

>>>>>