
- ‘Hef daarom de slappe handen op en strek de knikkende knieën en maak rechte sporen voor uw voeten, zodat wat kreupel is, niet wordt ontwricht, maar veeleer genezen word’ (Hebr.12:12,13).
- ‘Jaag de vrede na met allen en de heiliging, zonder welke niemand de Heer zal zien. Let op dat niemand achterop raakt in de genade van God en dat er geen enkele wortel van bitterheid opschiet en onrust veroorzaakt zodat daardoor velen besmet worden. Laat niemand een ontuchtpleger zijn of een onheilige, zoals Ezau, die voor één enkele maaltijd zijn eerstgeboorterecht verkocht. Want u weet dat hij ook daarna, toen hij de zegen wilde erven, verworpen werd, want hij vond geen plaats van berouw, hoewel hij de zegen vurig en met tranen zocht. Want u bent niet tot een tastbare berg genaderd, en tot een brandend vuur, tot donkerheid, duisternis en stormwind, tot bazuingeschal en het geluid van woorden. Zij die dat hoorden, smeekten dat het woord niet meer tot hen gericht zou worden, want zij konden wat hun bevolen werd niet verdragen: zelfs als een dier de berg aanraakt, zal het gestenigd of met een pijl doorschoten worden. En wat zij zagen was zo verschrikkelijk, dat Mozes zei: Ik ben erg bang en sta te beven.

- Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem en tot tienduizendtallen van engelen, tot een feestelijke vergadering en de gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn en tot God, de Rechter over allen en tot de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid zijn gekomen en tot de Bemiddelaar van het nieuwe verbond, Jezus en tot het bloed van de besprenkeling (geen baby’s), dat van betere dingen spreekt dan dat van Abel. Let er dan op dat u Hem Die spreekt, niet verwerpt. Want als zij niet zijn ontkomen die hem verwierpen die op aarde aanwijzingen van God deed horen, veelmeer zullen wij niet ontkomen, als wij ons afkeren van Hem (Jezus) Die vanuit de hemelen spreekt. Zijn stem bracht indertijd de aarde aan het wankelen. Nu echter heeft Hij openlijk gezegd: ‘Nog eenmaal zal Ik niet alleen de aarde, maar ook de hemel doen beven’. Dit ‘nog eenmaal’ duidt op de verandering van de dingen die kunnen wankelen als van dingen die gemaakt zijn, zodat de dingen die onwankelbaar zijn, zouden blijven. Laten wij daarom, omdat wij een onwankelbaar Koninkrijk ontvangen, aan de genade vasthouden en daardoor God dienen op een Hem aangename wijze, met ontzag en eerbied. Want onze God is een verterend vuur’ (Hebr.12:14-29).
Er is al het één en ander geschreven over dit bekende Bijbelgedeelte. Nu willen wij er een gedachte aan toevoegen waar wij regelmatig mee te maken krijgen. Jacobus schrijft: ‘Nader tot God en Hij zal tot u naderen’ (Jac.4:8). Dat vraagt om een actieve houding van ons. Maar God benadert onszelf ook. Dat gebeurde al bij het volk Israël op de Sinaï en gebeurt nu nog steeds. Zorg er daarom voor dat u klaar bent om tot Hem te naderen!
Bijbehorende artikelen: