
Sinaï of Sion
In het vorige artikel had het volk Israël te maken met de Sinaï. En vandaag de dag? Wij hebben toch niets meer te maken met de berg Sinaï? Die zijn we toch ontgroeid? Lees maar wat er in Hebreeën 12:22 staat:
- ‘Maar u (als gemeente van Jezus Christus, het geestelijk Israël) bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God’.
God verscheen op de Sinaï, maar God wóónt op de geestelijke berg Sion. Dat is nogal een groot verschil of iemand langs komt, of er al woont. Wij zijn gedoopt IN water én met Gods Geest en nu naderen wij de berg om die te beklimmen. We mogen in de stad van de levende God leven; het liefst willen we ook in de tempel wonen. De schoot van Abraham (het beeld van de rechtvaardigen) komen in de stad van de levende God. De gemeente van de eerstgeborenen zijn verbonden met de triaden, dat zijn miljarden heilige engelen. Wat een feest om zo die goede engelen te zien! We zijn genaderd tot dé Eerstgeborene, Jezus Christus. Zijn bloed is krachtiger dan dat van Abel.
- Sion is een lieflijk iets in veel kerkgangers. Zij gaan die berg op om Jezus te ontmoeten zoals je een berg beklimt in de vakantie. Als je geen berg in je eigen tuintje hebt, ga je toch naar de Alpen? En passant kun je dan de berg Sion beklimmen. Kost misschien een kaartje voor een kabelbaan, maar je hebt je rugzak bij je met je favoriete podcast op je oren. Al met al is het een gezellige charismatische klimtocht met elkaar. Dan hebben we het bloed van verzoening, dus er is vrij verkeer, halleluja! En Jezus is de Bemiddelaar van het Nieuwe Verbond, nou dat hebben ze toch maar goed voor elkaar. Ze zeggen dan ook: ‘Hij zal het doen…!’
Maar dan zegt de schrijver van de Hebreeënbrief opeens:
- ‘Zorg ervoor dat je Hem, die spreekt, niet afwijst. Want als zij niet zijn ontkomen die Hem verwierpen doordat zij bang waren en de berg niet wilden beklimmen, dan zal met ons hetzelfde gebeuren, als wij ons afkeren van Hem Die vanuit de hemelen spreekt. Toen heeft Zijn stem de aarde doen wankelen, maar nu heeft Hij een belofte gegeven’.
Oké, maar mooi toch met die belofte op zak kan je toch zeker de berg beklimmen… God belooft immers herstel, redding, genezing, gezondheid. Maar let erop wat er dan geschreven wordt:
- ‘Ik zal nog eenmaal niet alleen de aarde, maar ook de hemel doen beven!’
Meelopers gaan het niet redden

Bij de Sinaï waren het alleen natuurlijke verschijnsels, maar wat de nooit bekeerde mens niet ziet, is dat nu ook de geestelijke wereld wordt bewogen. De meeste kerkbewoners kunnen niets met deze uitspraak. Zij zien niet dat de satan hen aanvalt en dat de bergbeklimming helemaal niet een leuk vakantie-uitje is. God laat de wankele dingen beven, zodat er alleen maar stabiele dingen overblijven. En die stabiliteit zijn de mensen die zich bekeerd hebben en opnieuw geboren zijn. Als wij de geestelijke berg beklimmen, davert niet alleen de aarde maar ook de hemel. Mensen die nog steeds het enige Bijbels Fundament afwijzen (en dat zijn er velen) zullen allen het doel van God missen (Openb.8 en 9).
Om de top van de berg Sion te bereiken, zullen we ons moeten inspannen. Niet op een wettische manier, zoals de Farizeeërs en de Schriftgeleerden of zoals de kerkgangers vandaag met hun wetten en wetjes. We zullen moeten streven naar de heiligmaking, zonder welke niemand God zal zien. Hou daarbij rekening met het feit dat we zeker op tegenstand zullen stuiten. Johannes zegt over Jezus:
- ‘Hij zal u dopen met Gods Geest en met vuur’.
- Jezus zegt: ‘Vuur ben Ik komen werpen op de aarde’.
Werpt Jezus dat vuur zelf? Nee, Zijn komst zórgt voor vuur, want de duivel zorgt voor tegenstand. Hij wil niet dat Jezus de mensen bevrijd, want híj is de overste van deze wereld. Jezus zegt: ‘Denk je dat Ik ben gekomen om vrede te brengen? Nee, er komt verdeeldheid, vader tegen zoon, enzovoort’. Wie de weg met Jezus wil gaan, zal strijd moeten leveren. Voor de natuurlijke mens is dit niet mogelijk. Hij leeft alleen op de aarde.
Uiteindelijk moet het wankele in ons weg, het natuurlijke moet geestelijk worden. Het doel is dat wij een onwankelbaar Koninkrijk ontvangen. Dat betekent dat we de berg moeten beklimmen en vuur en duisternis moeten trotseren. Een strijd in de geestelijke wereld moeten wij voeren tegen de demonen. Veel mensen kunnen ons daarom niet volgen, zij hebben niet dat doel en die wens. Zij willen niet hogerop komen. Maar de strijd is voor ons reëel. De schrijver citeert Haggaï (hoofdstuk 2):
- ‘Nog één ogenblik en dat is een korte tijd, dan zal Ik de hemel en de aarde, de zee en het droge doen beven. Ik zal alle heidenvolken doen beven.’
‘Aha’, zeggen dan veel mensen: ‘alle volken, dat willen we wel’. Maar vergeet niet: het oordeel begint bij het huis van God. De demonen die de mens bedreigen, zijn niet alleen actief bij mensen die niet geloven, ze proberen ook en vooral de gemeente binnen te dringen. Maar God zegt: ‘Als alles beeft, zal Ik dit huis vullen met heerlijkheid en de heerlijkheid van dit toekomstige huis zal groter zijn dan die van het eerste’. Daarvoor zul je wél de berg moeten beklimmen. Onze profeten spreken vaak over de machtige en heerlijke berg Sion, maar hou in gedachten dat dit niet zonder tegenwerking gaat.
Volhouden in de beproeving

Hebreeën 12 begint met de beschrijving van een wedloop, met alle aandacht voor het volhouden ondanks de tegenstand. De renners worden aangemoedigd door de wolk van getuigen. Ze zijn gefocust op Jezus, de Grondlegger en Voltooier van het geloof. Jezus is de Voltooier omdat Hij het einddoel bereikt heeft. Hij zit bovenop de berg op Zijn troon naast de Vader. Zijn weg, een geloofsweg, eindigde op de troon. Ook wij moeten daarop letten omdat wij als zonen van God dat einddoel ook willen bereiken. Jezus heeft om de blijdschap die Hem in het vooruitzicht was gesteld, het kruis verdragen en de schande veracht. Hij wilde het loon ontvangen: al die mensen die de Vader Hem gegeven had. De schrijver zegt in vers 4 tegen zijn lezers: ‘Maar u hebt nog niet tot bloedens toe weerstand geboden in uw strijd tegen de zonde’. Jezus zei al dat hij door veel lijden heen moest om Gods heerlijkheid in te gaan. Paulus schrijft dit ook in Handelingen 9:
- ‘Jullie zullen veel verdrukkingen moeten meemaken.’ ’Jezus waarschuwt ook nog in Mattheüs 13: ‘Maar als jullie die verdrukkingen en dat lijden meemaken, zullen velen zich er direct aan ergeren’.
Zij willen de Heer dan wel volgen, maar hebben het lijden er niet voor over. Zij kiezen het pretpakket.
Waarom moeten we door het vuur heen?

Sommigen roepen:
- ‘Voor het meemaken van de overwinning in Armageddon moet ik door het vuur heen. De Heer verzamelt de mensen die Hem volgen, daar wil ik bij horen want ik wil met Hem heersen in het duizendjarig rijk en zelfs op de nieuwe hemel en aarde.’
Maar zo gemakkelijk gaat het niet! Dit betekent dat je nu óók al door het vuur heen moet. De Heer zegt: ‘De strijd begint nu al, dus ook nu zul je al de berg moeten beklimmen. In je eigen omgeving, op je werk, in je familie. Geloof en blijf staan in dat geloof. Erger je niet en kom niet tot zonde, want wat moet je anders in Armageddon doen zonder eerst de stormbaan te hebben gelopen? Als je het nu al laat afweten omdat het te donker is en er teveel vuur is, heb Ik niets aan je bij de eindslag. Trek je niet terug in je tent, ga niet eten, drinken en spelen, maar beklim de berg’!
Hebreeën 12 sluit af met – en nu de juiste vertaling:
- ‘Ook onze God (en dan komt er een bijstelling!) – een verterend vuur’.
Het woord ‘IS’ staat niet in de oorspronkelijke tekst. Je kan beter zeggen: Ook onze God betekent een verterend vuur. God zelf is geen verterend vuur, maar wil je de top van de berg bereiken, dan zul je door een verterend vuur heen moeten. De doop met vuur is verbonden met de doop met Gods Geest. Jezus stuurt die demonen niet, maar je zal er mee geconfronteerd worden en de strijd mee aan moeten binden. Jezus is boven dat vuur maar wij zullen door die duisternis en dat vuur moeten om tot Hem te komen.
‘En er kwam oorlog in de hemel’

Jezus vraagt zich af: ‘Zal Ik nog hét geloof vinden op aarde?’ Hij vond het niet in het volk Israël, maar zal Hij het nog in de eindtijd vinden? Hij vroeg zich dat af in verband met die weduwe die voor de rechter stond. Die weduwe vroeg: ‘Doe mij recht’. Dat zeggen wij ook: ‘Doe mij recht’. Maar het volk komt in barensnood voordat de zonen van God tevoorschijn komen (Openb.12). Dit beeld geeft dezelfde strijd en verdrukking weer. De machten van de duisternis belemmeren de mens om de berg te beklimmen.
De drie hemelen

Paulus wilde zich verheffen en de berg beklimmen. Hij spreekt over een eerste, tweede en derde hemel. Je komt nooit in de tweede hemel als je niet in de eerste geweest bent. Die eerste hemel is de situatie waar wij de strijd hebben tegen de demonen van de duisternis; de afgevallen engelen in de hemelse gewesten. Heb je die overwonnen, dan kom je in de tweede hemel. En ben je daar door gegaan, dan kom je uiteindelijk in de derde hemel. God neemt de strijd niet weg; tegen Paulus zegt Hij: ‘Dat is een engel van satan, een doorn in je vlees. Maar Mijn genade is je genoeg. Mijn kracht en Mijn Geest is sterk genoeg. Je hebt genoeg aan de geestelijke gaven en de kennis van Mijn koninkrijk’ (verg. 2 Cor.12:7). Als wij de tegenstand van de demonen en satan merken, gebruiken wij Gods Geest om weerstand te bieden:
- Onze kennis van de waarheid moet sterk genoeg zijn om de leugens en dwalingen te ontmaskeren.
- De kennis van de hemelse gewesten is zo groot, dat het aardse leven maar bijzaak is.
- Als wij aangevallen worden door ziektemachten, vertrouwen we op Gods Geest die ons kracht geeft.
- We bedenken die dingen die boven zijn, we zijn bezig met onze hemelse erfenis.
- De nieuwe mens gaat zich in ons ontplooien.
- Als er geestelijke spanning in de lucht is, weten we dat de demonen zich verzamelen boven ons.
- Ze schieten hun pijlen op ons af, maar Gods Geest helpt ons door die strijd heen.
Het is belangrijk om je goed op te stellen

Hoe reageren we als we in moeilijkheden komen in ons gezin? Leggen we dit voor aan bijvoorbeeld de buurvrouw? Of gaan we naar een psycholoog? Nee, wij gaan die moeilijke weg met God, we strijden in de hemelse gewesten (Ef.6:10-18)!
We moeten oppassen voor polarisatie, waarbij verschillende oplossingen worden geboden om om te gaan met geestelijke spanning. In z.g. ‘vrije, charismatische gemeenten’ is het heel gewoon dat de één de natuurlijke weg wil gaan, terwijl de ander het alleen wil doen met de Heer. Is zo’n gemeente groter, dan komt er een tweedeling en ontstaat er spanning en zelfs scheuring. De natuurlijke mensen willen het zelf oplossen en weigeren om de oudsten erbij te roepen. Degenen die de weg met de Heer willen gaan, voelen zich niet begrepen en zo ontstaat er verdeeldheid. Zo ontstaat ook daar vuur en duisternis en er is wijsheid voor nodig om toch de berg te gaan beklimmen, want negatieve gedachten kunnen zomaar als vonken overspringen. Dat is het werk van satan, hij wil niet dat je de top van de berg bereikt. Hij zorgt voor spanning, terwijl óntspanning past bij de sfeer van God. Wie gespannen is, hoort de stem van God niet.
We moeten er op letten dat niemand achterblijft. Wie achterblijft en voor het natuurlijke kiest, zaait verdeeldheid in de gemeente. Zo komen wereldse of vrome geesten binnen. Mensen die achterblijven, hebben een opschietend kruit van verbittering, oftewel een ‘wortel van bitterheid’. Het veroorzaakt onrust, er wordt een gif van verbittering uitgestrooid (de antichrist, de ster Alsem, Op.8:11; 13:11,12). Je beklimt de berg niet, maar veroorzaakt verwarring in de gemeente. Mensen worden opstandig en verzetten zich.
Mozes tegen een weerspannig volk in de woestijn

Denk aan Massa en Meriba, daar was het volk verbitterd. Het volk werd na de Sinaï weer een slavenvolk die een wet nodig had om te functioneren op aarde om de zonden te beperken. Uiteindelijk ging dit helemaal fout, want ook de Farizeeërs geloofden later niet in Jezus. Omdat het volk bij de Sinaï het beklimmen van de berg aan Mozes overlieten, koos God voor Mozes, voor priesters en profeten. Ook bij Massa en Meriba spanden ze weer vol bitterheid, Mozes voor hun karretje. En Mozes werd kwaad en sloeg uit frustratie op de rots om water te krijgen. Als het volk niet verbitterd was geweest, had God hen in de woestijn voor voorzien van goed voedsel. En Hij had honingbeken uit de rotsen laten vloeien, dat is wel wat meer, gezonder en lekkerder dan water.
Hef dan de slappe handen en strek de knikkende knieën als je de berg gaat beklimmen. Denk aan Paulus. Hij ondervond heel erg veel tegenstand, maar hij is nooit omgekomen. Wees moedig. Ga door de doop van vuur, trek samen solidair op. Let op elkaar om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken. Zo ontvangen wij het onwankelbare koninkrijk. Als wij de weg willen gaan door vuur en duisternis, komen we tot God. Als je tot Hem komt, zal water je niet overstromen en vuur zal je niet beschadigen. Ook al moet je er door heen, het zal je geen schade brengen. Het is niet gemakkelijk, maar geloof en wees niet bang!