Een onberekenbare God?

Godsbegrip

Als er ergens in de kerken problemen zijn, is dit zeker met betrekking tot het godsbegrip. In de loop van de kerkgeschiedenis heeft een volkomen leugenachtige en heidense gedachtegang miljoenen slachtoffers gemaakt (Openb.6:5,6). En nóg is deze besmettelijke volksziekte in de denkwereld van velen niet uitgeroeid. Wat is dan die ondermijnende en verlammende bacil? Het is een gedachte:

  • “Komt van de Allerhoogste niet het kwade en het goede..?”

Deze vraag wordt door ontelbaar veel mensen met een overtuigend ‘ja’ beantwoord. In gesprekken met ongelovigen is dit voor hen dan wel weer een moeilijk onderwerp, want men wil enerzijds niet zijn god verloochenen, maar tegelijkertijd ook niet duidelijk met hem voor de dag komen. Je zal tenslotte zo’n god hebben, die, om welke duistere reden dan ook, gespecialiseerd is in het creëren van ongelukken, rampen en vroegtijdige sterfgevallen. Of, en dat is dichter bij het gemeenteleven, je zal een god hebben die allerlei gebeden niet verhoort en je zelfs uit liefde straft. Gek genoeg zal een buitenstaander daar niet eens zoveel moeite mee hebben. Welke god je ook neemt, welke religie op aarde je ook kiest, alle goden zijn in principe gelijk. Ongrijpbaar, niet te controleren, onbegrijpelijk en zo nu en dan gevaarlijk. Een verterend vuur. Voor uitverkorenen iets gunstiger, want die hebben tenminste het partijdig voorrecht verkregen ‘binnen te zijn’.

Een onberekenbare God?

Is dit bovenstaande niet te sarcastisch, sterker, te on-Bijbels benaderd? De Bijbel karakteriseert de god van de christenen toch duidelijk als een Heer die doodt en doet herleven, of als Eén die doof en stom maakt – ziende en blind? Het Oude Testament staat er vol van. En zal men het goede wel van Hem aannemen en het kwade niet? Hoe durft een mensenkind zijn god zo tegen te spreken? Alsof ieder mens maar ‘aan zijn hand met gesloten ogen naar het onbekende land’ lopen. Wat Hij doet, is altijd goed, om redenen in zichzelf (al ervaart menig mens dat in zijn hart vaak als afschuwelijk).

In het Oude Testament ontmoet men inderdaad een godheid met dubbel gezicht. Zij zien hem bestraffend, dodend en ziekteverwekkend optreden, terwijl er ook veel hulpverlenende wonderen gebeuren. Deze tegenstrijdigheid komt men in het Nieuwe Testament helemaal niet tegen. Daar openbaart Hij zich door Jezus Christus: enkel en alleen goeddoend, bevrijdend en genezend. Nergens worden bliksems naar de aarde gesmeten of mensen door ziekte of ongeluk door Hem getroffen. Deze conclusie kan getrokken worden uit het feit dat Jezus deze nare dingen nooit heeft gedaan.

Jezus Christus, de afstraling van Gods heerlijkheid

Is het doen en laten van de Zoon van God dan representatief voor God? Zeker. De Heer deed en sprak immers alleen die dingen die Hij van de Vader zag en hoorde. Hij voerde op aarde precies de wil van zijn Vader uit. Al die werken waren redding brengend, mens opbeurend en genezend. Jezus Christus is de enige mens die God én voor het eerst én volledig kende. Niemand had vóór zijn tijd ooit God gezien. Daarom moet iedereen die de onbekende en verre God echt wil leren kennen, naar de Zoon van God kijken. Wie Jezus ziet, hoort en begrijpt, ontvangt dan pas een zuiver en volkomen godsbegrip. Jezus alleen en niemand anders toont ons als een betrouwbare getuige wie en hoe de eeuwige God is, wat Hij denkt en wat Hij doet.

Is de God uit het Oude Testament dan een andere? Nee, want weer is het Jezus zelf die van de hemelse Vader spreekt als een God van Abram, Izaäk en Jacob. Het is dezelfde God. Daarbij vermeldt de Bijbel op een andere plaats dat er bij Hem geen verduistering of verandering van denken is waar te nemen (Jac.1:17). Hij is en blijft van eeuwigheid tot eeuwigheid dezelfde, onveranderlijke God. Wilt u Hem leren kennen? Zonder de vergiftiging van een eeuwenlange theologische verleugening? Let dan eens op Jezus uit de evangeliën. Want wat de Vader doet, deed en doet de Zoon net zo.

Nooit heeft de Jezus Christus enig mens ziek gemaakt, ongelukken veroorzaakt of gedood. Waren deze slechte zaken wel uit goddelijke bron, dan zou de Zoon met zijn goede werken recht tegen God in hebben gewerkt. Juist het tegendeel is waar. Overal waar de Heer kon, hielp Hij, genas, verloste en wekte zelfs doden op, omdat God zo is. Daardoor kon men getuigen dat God naar zijn volk had omgezien. Door Jezus Christus begrijpt men eindelijk het ware wezen van God. Hij is een perfecte afbeelding van de Onzienlijke, een volmaakte weergave van de Godheid. Nooit mag een redelijk denkend gelovige zich een godsbeeld meer voorstellen buiten Jezus Christus om.

Het verdraaien van de waarheid

Maar waar komt het kwaad dan wél vandaan? Alle ellende komt van de duivel. Hij is de mensenmoordenaar én de leugenaar vanaf het begin. Er is naast de stoffelijke, waarneembare schepping namelijk een tweede wereld van geesten, de hemelen met al hun legers. Daar wonen naast God ook veel geesten met krachten en werkingen. Deze geesten hebben grote invloed op het wereldgebeuren zowel ten goede (door engelen van God) als ten kwade (door demonen). Deze demonen liegen, moorden, verslinden en vernietigen. En dat doet God niet.

Dit geestelijk inzicht is vanaf de grondvesting van de wereld verborgen gebleven. Een mysterie. Vandaar dat schrijvers van het Oude Testament alles wat onverklaarbaar was, toeschreven aan God. Al het bovennatuurlijke, goed of kwaad, moest wel van Hem komen. Door gemis aan geestelijk inzicht, door het ontbreken van Gods Geest, spraken volksleiders, koningen en profeten toen over een zegenende óf vervloekende God. Wat een genade dat Jezus de verborgenheden voor Gods kinderen heeft geopenbaard. Door de vernieuwing van denken hebben zij nu zicht op satan en zijn demonen. Zo ontdekken zij de bronnen van goed en kwaad.

Gods bronnen van levend water

Een goede bron kan nooit tegelijkertijd verziekt water geven. God is en blijft enkel goed! De duivel is en blijft enkel slecht. Geen tweeslachtige God die de ene dag een ramp op de mensheid afstuurt en de andere dag een reddende troost of oplossing komt aanbieden. Dit is schizofreen, terwijl God juist één is. Geen God meer om bang voor te zijn, die willekeurig represailles neemt. Ook niet als men tekort schiet. Zelfs over slechten en bozen laat Hij de zon opgaan en de regen neerdalen, in de hoop dat er een verandering zal komen. Hij is niet ja en nee tegelijk. Zijn goedheid is tot in eeuwigheid. Zuivere goedheid, liefde, licht en leven met overvloed. Dit zonder uitzondering van personen voor iedereen die gelooft.

Moet God – zoals de heidenen doen met hun humeurige en onbetrouwbare afgoden – steeds weer gunstig gestemd worden met allerlei offers en rituelen? Nee, God en zijn volk zijn totaal onvergelijkbaar anders. Daarom komt er uit zijn Vaderhart ook het goede, eeuwig evangelie dat gericht is op het opvoeden van goede, gewillige en volkomen mensen. Hiervoor hoeft men zich niet te schamen en niet bang te zijn, maar men kan er erg blij mee zijn.

Een eeuwige samenwerking met de mens

Tot slot. Naar aanleiding van dit onderwerp wordt dikwijls de volgende opmerking gemaakt:

  • “Als God dan werkelijk goed is, waarom verhindert Hij dan niet het uitbreken van oorlogen, rampen en ongelukken..?”

Het Bijbelse antwoord erop is: Als de mens van al deze ellende absoluut verlost wil worden, moet hij de veroorzaker van de ellende uitschakelen. Men moet God niets verwijten, maar de veroorzaker van het kwaad op non actief stellen. Zo krijgt men echte verlossing. Jezus leerde dat als de demonen worden verdreven uit de mens en van deze aarde, het Koninkrijk van God met zijn vrede, blijdschap en gerechtigheid over ons komt. Dat is de kern van de oplossing.

Maar God doet dit werk beslist niet alleen. Al zijn plannen en werken realiseert Hij in en door de mens heen. Een eeuwige samenwerking. De mens Jezus is mensen voorgegaan in de hemelen en heeft een voorbeeld voor ons nagelaten. Gods kinderen willen Hem volgen, met Hem een plaats in de hemelse gewesten, de oorsprongen van goed en kwaad, innemen en van daaruit satans demonen uitschakelen. Zo zal deze planeet een vruchtbare tuin worden en zeer zeker nooit verwoest worden. Elke vorm van destructie wordt door God en zijn volk uitgeroeid, zodat allen in veiligheid en gerustheid zullen wonen. Hij heeft het beloofd, Hij zal er in slagen. Dit is de toekomst.

En als vandaag, door welke oorzaak dan ook, een bepaalde ellende u toch treft, komt u dan alsnog om? Zeker niet, want de Bijbel zegt dat u uit elke ramp wordt gered. U hebt een grote, almachtig God!