De tien geboden

Zondag na zondag (of zaterdag) luisteren duizenden naar de wet van de tien geboden omdat men deze als leefregel probeert te houden. Waarom is deze inspanning nutteloos en hopeloos?

  • ‘Omdat de wet niet gegeven is aan rechtvaardigen die haar kunnen houden, maar aan goddelozen en zondaars’ (1 Timotheüs 1:9-11).

Bent u gerechtvaardigd?

De wet is er niet voor de rechtvaardige, maar voor wetteloze mensen, voor goddelozen en zondaars. De wet is er voor ieder die tegen de Bijbelse leer en het menselijk geweten ingaat. Bij welke categorie hoort u? Een rechtvaardige is iemand die naar het recht van God leeft. In zo’n persoon functioneert de wil van God. Abraham was een rechtvaardige. Opvallend is dat de tien geboden 430 jaar ná hem gegeven werden en tóch werd hij een vriend van God genoemd. Abraham leefde met God en kreeg zijn opdrachten door de Geest van God. Abraham bezat geen wet, maar hij ontving beloften en geloofde dat God deze zou waarmaken. Abraham geloofde en dit werd hem tot gerechtigheid gerekend. Deze gerechtigheid liet hij zien door zijn manier van leven.

De wet is erbij gevoegd vanwege de wetteloosheid van het volk

De Israëlieten hadden ook beloften. Ook voor hen was Kanaän het land van de belofte. God beloofde hen dat Hij hen brengen zou naar het land dat Hij Abraham, Izak en Jacob onder ede beloofd had. Israël geloofde deze beloften echter niet. Als een lastig kind moest God het daarom bij de hand nemen om het uit Egypte leiden (Hebr.8:9). Omdat Israël niet geloofde, kreeg het de wet:

  • ‘Om de overtredingen te laten blijken, is zij erbij gevoegd!’ (Gal.3:19).

Het volk gedroeg zich vijandig t.o.v. God. Daarom had het een bemiddelaar nodig. Mozes stond tussen God en het volk in. Hij ontving van God de wet, waar het volk zich aan moest houden. Een volk dat buiten God leefde, dat zich bezig hield met eten en drinken, met dansen en overspel, met het dienen van andere goden. Dit volk moest zich vanaf toen aan de wetten houden (1 Cor.10:7,8).

De leugen van zondag 4 vraag 9

Catechismus vraag 9 (een geloofsleer uitgelegd…) zegt dat God Adam zó geschapen had, dat deze zich aan de wet kon houden. Wij corrigeren dit: Adam kende de wet helemaal niet, de wet werd pas veel later gegeven aan een volk dat niet in staat was om het goede te doen. Zij waren geneigd naar het kwade. Zij geloofden niet en waren geen rechtvaardigen, daarom moest men volgens de regels van de wetten leven (Rom.9:31). Wie vandaag ook nog op die manier leeft en zich druk bezig houdt met regels, komma’s en wetten maar geen geloof heeft, staat buiten de genade:

  • ‘Als u probeert door God als een rechtvaardige te worden aangenomen door de wet na te leven, bent u van Christus losgemaakt en hebt u Gods genade verspeeld’ (Gal.5:4).

De rechtvaardige leeft echter uit zijn geloof. Jezus Christus heeft Zijn verzoeningswerk gedaan aan het kruis en op grond daarvan heeft de Vader beloften gegeven. Door het geloof houdt de opnieuw geboren christen zich vast aan zowel de verzoening als aan die beloften. Het eerste wat hij ontvangt is de rechtvaardigheid. De vijandschap tussen God en de mens is hierdoor weg gedaan: ‘Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Heer Jezus Christus.’ God heeft in Christus de wereld met zichzelf verzoend en wij aanvaarden dit in het geloof. Hij heeft het gezegd; dus is het zo. Waar ‘dit geloof werkt’, zijn er geen twee vijandige partijen meer, maar een vader-kind verhouding.

Waarom worden de Tien Geboden dan nog steeds opgedreund? Zondag na zondag na zondag…

De wet werd op de berg Sinaï gegeven. Deze berg ligt in Arabië, het erfdeel van Ismaël, de zoon van de slavin Hagar. De tien geboden staan daarom in verband met slavernij. De zondaar wordt iets opgelegd, dat hij niet doen kan. Het juk is hard en de last is zwaar. Wie deze berg met inspanning van alle krachten beklimmen wil, zal merken dat hij al aan de voet bezwijkt. De Bijbel spreekt over ‘de bediening van de dood met letters op stenen gegrift’ (2 Cor.3:7). De tien geboden staan dus in dienst van de dood, dat is van de zonde. De gebondene wordt nog meer gebonden en de zondaar wordt nog meer tot zonde aangezet:

  • ‘Het gebod dat ten leven meest leiden, bleek voor mij juist ten dode te zijn’ (Rom.7:10).

Het volk Israël geldt als waarschuwing voor nu. Waarom moet de mens weten hoeveel en hoe groot zijn zonden zijn? Door slechts één zonde draagt men de kiem van totale wetteloosheid in zich, want: ‘wie op één punt struikelt, is schuldig aan alle geboden’ (Jac.2:10). Jezus heeft in het zoveel betere, nieuwe verbond, een geheel andere weg geopend. Hierin is geen plaats meer voor de Sinaï: ‘Want u bent niet genaderd tot een tastbaar en laaiend vuur, met duisternis, donderwolken en stormwind’ (Hebr.12:18). Men moet er dus zelfs niet bij in de buurt komen! Maar het weerspannige kerkvolk doet dat juist wel door steeds-maar-weer de tien geboden als een soort mantra op te hoesten. Zondag na zondag na zondag…

Ismaël, de slaaf

De naam Sinaï is verbonden met Ismaël, de slaaf. Hij is verbonden met het natuurlijke geslacht dat wel in de tent van Abraham woont, maar gebonden is aan zonden, dat geen overwinning kent over het rijk van de duisternis. Deze naam is verbonden met hen die de profeten doden, omdat deze door de Geest van God geleid worden. Door de nieuwe geboorte zijn mensen echter ‘net als Izaäk, kinderen van de belofte’ (Gal.4:28). Door de nieuwe geboorte is de potentie (het verborgen vermogen) tot het goede in de mens aanwezig.

De wet activeert de demonen

  • ‘Ik nu leefde vroeger zonder wet, maar toen de geboden kwamen, is de zonde weer springlevend geworden’ (Rom. 7:9).

Zonde is uit de duivel. Iedere zonde wordt door demonen veroorzaakt, hetzij deze van buitenaf de de mens verleiden en onder druk zetten of in de mens wonen en hem daardoor onderdrukken en overweldigen. Wanneer hij gaat proberen om de wet te onderhouden, worden al deze demonen in hoge mate actief, want zij willen niet in aanraking komen met iets dat heilig en goed is. Het is te vergelijken met de onreine geest die met Gods Geest geconfronteerd werd toen Jezus de synagoge binnenkwam. De demon werd onrustig en  begon te schreeuwen (Mark 1:23). Zo verzetten ook de machten van de zonde zich in een mens, die het goede wil maar door deze demonen bezet gebied is:

‘O, van onszelf verlost te zijn..’

De natuurlijke mens is een slaaf. De wet maakt deze slavernij openbaar. Bid daarom niet: ‘O, van onszelf verlost te zijn…’, maar bidt: ‘Verlos ons van het kwaad.’ Kinderen van God zijn opnieuw geboren christenen. Zij zijn vrijgekocht uit de slavernij van satan. Zij horen bij Hem, die hen verlost door de kracht van Gods Geest (Rom.7:4). Zij zijn losgemaakt van de banden van satan.

De camouflage van satan

Demonen maskeren zich. Zij laten de mens hun smerige werken doen (zondigen), maar houden zichzelf schuil. Later beschuldigen zij de mens dat hij zelf de zonde gedaan heeft. Paulus zegt echter: ‘Ik doe het niet meer, maar de zonde die in mij woont’ (Rom.7:20). De wet is niet in staat deze werkers van de duisternis, die het lichaam beheersen en het gebod krachteloos maken, te ontmaskeren. Jezus wel, Hij heeft hen openlijk ten toon gesteld, zowel tijdens zijn leven op aarde als aan het kruis (Col.2:15). Hij heeft ook de zonde overwonnen. Daarom vullen opnieuw geborenen hun levenshuis niet met zonden, maar met Gods Geest. Ook u kunt bevrijd worden, u hoeft niet op uw verlossing te wachten tot na uw dood!

Schep een rein hart in mij God en verlos mij van de boze…’ 

Een doorsnee kerkgebed. Zij geloven echter niet dat dit ooit in hun leven een realiteit zal worden! Zij vinden het blijkbaar prettiger om tot de dood toe, iets van God te kunnen verlangen dan het direct te ontvangen. De kerkganger vindt het wél fijn dat hij moeite moét doen, maar hij weet ook dat hij nóóit zal kunnen voldoen aan de eis. Vreemd toch dat men deze sadistische gedachten graag vasthoudt. En de demonen die in de kerkgangers wonen, blijven dat gevoel maar aanwakkeren. God heeft zeker wel beloofd: ‘wie de wet doet, zal daardoor leven’ (Gal.3:12). Maar in het vers ervoor staat:

  • ‘Dat door de wet niemand voor God gerechtvaardigd wordt, is duidelijk: immers, de rechtvaardige zal uit gelóóf leven’.

De macht van de satan is sterker dan de wil en de vele inspanningen van de mens. Deze is overweldigd door de satan en iedere inspanning van de mens is vruchteloos. Toch is het onafhankelijk principe in hem zo sterk, dat hij ondanks alle fiasco’s, nog steeds iets wil doén. Er is geen kerkganger die durft zeggen:

  • ‘Alle dingen zijn mogelijk voor degene die gelooft! Ik dank God door Jezus Christus!’

De zegen van Abraham (Gal.3:14) was de gerechtigheid. Kinderen van God ontvangen ook deze zegen door het gelóóf in de vergeving van de zonde, dankzij Jezus Christus. Petrus zei: ‘U zult de gave van Gods Geest ontvangen, want voor u is de belofte’ (Hand.2:39). Wie dit gelooft en gedoopt is met Gods Geest, ontvangt Gods Geest door het gelóóf. Geloven is een eigenschap van de geest die een verbinding maakt met andere geesten. Hetzij met God en het goede, óf de demonen in de hemelse gewesten en andere menselijke geesten op aarde. Het ware geloof richt zich steeds op de woorden en de beloften van God, waardoor het mogelijk is Hem blij te maken, dat wil zeggen naar zijn wil te leven.

Zelfkastijding of leven met Gods Geest?

Wie iets probeert te doén wat boven zijn vermogen ligt, is een dwaas. Toen de Galaten terugkeerden naar de arme wereldgeesten, die hen via de wet tot dienen wilden dwingen, sprak de apostel over ‘dwaze Galaten’. Door hun wetticisme waren zij betoverd en occult gebonden aan de wereldgeesten. Wie de berg Sinaï wil bestijgen uit angst, traditie, menselijke wil of dankbaarheid(!), zal steeds beseffen: het is onmogelijk en de dood is ermee gemoeid!

  • ‘De wet van Gods Geest die in Christus Jezus het leven geeft, heeft u vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood’ (Rom.8:2).

Kinderen van God leven niet naar de wet van de tien geboden, maar naar de wet van Gods Geest: Bij de waterdoop begraven zij openlijk en zichtbaar voor God, mensen en engelen, de oude mens en houden hem voortaan voor dood. In de strijd tegen de zonde verwachten zij de belofte van Gods Geest. Die Geest ontvangen zij niet door wettische werken, maar door de boodschap van het geloof (Gal.3:2,3). Deze Geest waarmee hun geest nauw verbonden is, is de kracht waarvan zij alles verwachten. Gods Geest overtuigt hen van zonde, gerechtigheid en oordeel. Gods Geest doet zijn reinigend werk in hen. Gods Geest vervult hen, zodat hun ziel en lichaam, die door de zonde op de weg van de dood wandelden, nu levend worden en het pad van de gerechtigheid gaan.

Gods Geest drijft satans demonen uit en weerstaat ze. Gods Geest helpt opnieuw geboren christenen te luisteren naar de wil van God i.p.v. naar de wil van de demonen. Zij kijken niet meer om naar de Sinaï en het oude, want dat is voorbijgegaan. Jacobus spreekt over de volmaakte wet die naar de volmaaktheid streeft; dat is de wet van Gods Geest. De wet van de tien geboden hoort bij de het oude verbond.

De wet van Gods Geest zorgt ervoor dat er een gemeente zal zijn zonder vlek of rimpel. Deze wet wordt ook de wet van de vrijheid genoemd. Zij gaat uit van de gerechtigheid van de nieuwe mens en maakt werkelijk vrij. Dit is de basis: niemand wordt gedwongen om het goede te doen, maar dit gebeurt vanzelf. Het hoort bij de nieuwe natuur, want opnieuw geboren en met Gods Geest vervulde christenen zijn geschapen om goede werken te doen. Er wordt ook gesproken van de koninklijke wet, omdat zij geen slaven baart, maar koningen en priesters. 

Het schaduwtijdperk is voorbij

  • ‘Omdat men het verdwijnende(!) ‘met letters op stenen gegrift’ niet vast moet houden’ (2 Corinthe 3:7,11).

De wet van de tien geboden hoort bij het oude verbond. Als iemand in het zonlicht wandelt is er in het horizontale vlak zijn schaduw te zien. Deze geeft een onduidelijk en vaag beeld van de persoon die loopt. De Bijbel spreekt van een nieuw verbond. Daarmee is het oude verbond dat in vage vormen de geestelijke werkelijkheid afbeeldde, voor verouderd verklaard: ‘En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning’ (Hebr.8:13). Waarom laat men het oude dan niet verdwijnen? Waarom zou men bij een kaars gaan zitten, als er elektra bestaat?

Gods Geest is de kracht van het ware leven, de kracht uit de hoogte, waardoor het kind van God opgroeit tot een zoon. Wij verwachten alles van deze kracht van God voor het leven en ‘als wij ons door Gods Geest laten leiden, zijn wij niet onder de wet’ (Gal.5:18). Daarom kan men pas van de zonde verlost worden, als men eerst van de wét verlost wordt! De overwinnaars in de laatste dagen staan niet op de berg Sinaï, maar op de berg Sion. Op deze berg ligt de stad van God, het hemelse Jeruzalem!

‘God zij gedankt die ons altijd in Christus doet overwinnen’