Hertrouwen na echtscheiding

De vraag die wij regelmatig horen en op zich christelijke noemende websites tegenkomen is:

  • ‘Mag iemand die gescheiden is, hertrouwen?’ Er staat toch: ‘Wie de verlatene of weggezondene trouwt, pleegt overspel’ (Mattheüs 5:32) en:
  • ‘Een vrouw is gebonden, zolang haar man leeft’ (1 Corinthe 7:39) en:
  • ‘Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel; en als zij haar man verstoot en met een ander trouwt, pleegt zij overspel’ (Marcus 10:11,12).

Er zijn gemeenten waar men op grond van deze teksten verbiedt dat een gescheiden man of vrouw hertrouwt, of zij nu schuldig zijn aan het stranden van hun huwelijk of niet. Iedereen kan begrijpen dat een voorganger wel zeer zeker van zijn zaak moet zijn om zulke krasse uitspraken te doen, die zo diep in het menselijk leven ingrijpen. Veronderstel dat een gescheiden jonge vrouw van net twintig jaar tot bekering komt, moeten wij dan, wanneer zij de wens te kennen geeft om zich bij de gemeente te voegen, tegelijkertijd meedelen: ‘Maar hertrouwen mag je niet!’? Of zouden we eerst recherchewerk moeten doen en gaan uitzoeken wie nu eigenlijk de schuldige in het huwelijksdrama geweest is? Men zal dan op zijn minst de twee partijen moeten horen.

Met welk recht zouden we ons voor intieme informatie kunnen wenden tot iemand, die in het geheel niet bij onze gemeente hoort? En als een vrouw haar gezin in de steek laat of er met een ander van doorgaat? Mag zo’n verlaten man hertrouwen? En als hij nog kleine kinderen heeft, wie moet daarvoor zorgen? Moet dan de gemeente of de voorganger daarvoor de verantwoordelijkheid op zich nemen, wanneer de man verboden wordt te hertrouwen? Is zo’n warboel dan de oplossing die de Heer geeft?

Stadhuis of notariële acte?

Er is bovendien nog iets anders. Wanneer is er in de Bijbel eigenlijk sprake van een huwelijk en van echtbreuk? Is iemand voor God getrouwd wanneer hij of zij naar het stadhuis geweest zij of een notariële, financiële acte hebben getekend? Of is het zo dat twee mensen man en vrouw worden, als zij seksueel contact hebben met elkaar? Dit laatste is doorslaggevend en het huwelijk wordt verbroken wanneer de man of de vrouw met een ander ‘één vlees’ geworden is. In Mattheüs 19:5,6 zegt de Heer:

  • ‘Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw en die twee zullen één worden; ze zijn dan niet langer twee, maar één. Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’

Velen menen dat hier bedoeld zou zijn, dat God man en vrouw samenvoegt, wanneer zij bijvoorbeeld elkaar liefhebben, wanneer zij elkaar ondersteunen en met elkaar harmoniëren. Hoe noodzakelijk deze zaken in het huwelijk mogen zijn, toch zijn ze het axioma niet. God heeft door de geslachtsdaad een eenvoudige en altijd geldende wet ingesteld, die voor alle volken duidelijk is en ook dezelfde.

Huwelijksceremonieën mogen in veel landen verschillen, maar de normale ‘scheppingsorde’ maakt voor God twee mensen tot man en vrouw. Nooit heeft God een krankzinnige LHBTIQ+ gemeenschap voor ogen gehad! Dit is een uitvinding van Satan zelf. Zijn (nog komende) antichrist heeft zelfs een afkeer van vrouwen (Daniël 11:37). Dit kan ook niet anders want het huwelijk tussen man en vrouw is een beeld van God en de mens(heid). De antichrist wil dat onze identiteit verdwijnt. Hij haat God en de mens en daarom gebruikt hij alle kracht van het beest uit de afgrond (Op.13:1).

Aantasting van het huwelijk

Het huwelijk wordt in zijn wezen aangetast en verbroken als een van de partijen met een ander seksuele gemeenschap heeft. Daarom is het aardse huwelijk een beeld van de geestelijke gemeenschap tussen Christus en de christen, want: ‘wie zich met de Heer verenigt wordt met Hem één geest’ (1 Cor.6:17). Dit geestelijk huwelijk wordt verbroken, wanneer een mens gemeenschap zoekt met de demonen van satan. God wil dit niet (1 Corinthe 10:20).

Wanneer man en vrouw uit elkaar gaan, kunnen hiervoor (Schriftuurlijk gezien) twee redenen zijn. De eerste is vanwege overspel van een van de partners en de andere is, omdat zij het niet meer met elkaar kunnen vinden: men gaat heen of wordt (zoals in vroeger jaren) weggezonden. De vraag is nu: mag een vrouw of man van wie de partner overspel gepleegd heeft en die gescheiden is, hertrouwen ja of nee? In Leviticus 20:10 staat:

  • ‘Wie overspel pleegt met een getrouwde vrouw, een vrouw die een ander toebehoort, moet ter dood gebracht worden. Beide echtbrekers moeten worden gedood’ (O.T.)!

Wanneer dan de desbetreffende man gestenigd werd (dit bezien in dat tijdperk waar Gods Geest niet was uitgestort en men geen onderscheid had tussen Gods heilige engelen en satans demonen), was zijn vrouw weduwe en volgens de wet niet meer gebonden aan haar man. Zij was dan vrij om te hertrouwen (Rom.7:2). Wanneer men de wet van Mozes niet uitvoerde vanwege onverschilligheid (of omdat men daartoe niet de macht had)  is het toch moeilijk aan te nemen dat Jezus dan bedoeld zou hebben, dat de vrouw niet mocht hertrouwen, omdat het leven van de man ten onrechte gespaard was.

‘Is het geoorloofd zijn vrouw weg te zenden om allerlei redenen?’

De huichelachtige Farizeeën kenden de wet van Mozes waar zij zich altijd op beriepen te goed, om niet te weten hoe de zaak bij echtbreuk lag. Zij stelden Jezus daarom de uitgekookte vraag om Hem te verzoeken:

  • ‘Is het geoorloofd zijn vrouw weg te zenden om allerlei redenen?’ (Lucas 19:3).

Ook de Heer maakt in zijn uitspraken duidelijk onderscheid tussen ontucht of hoererij en het wegzenden om andere redenen (Mattheüs 5:32). De conclusie kan daarom zijn: de vrouw is vrij om te hertrouwen, wanneer haar man overspel gepleegd heeft en de man is vrij, wanneer zijn vrouw zich op deze wijze misging. Door de daad van het overspel wordt het huwelijk voor God verbroken. De mens heeft dan moedwillig gescheiden wat God samenvoegde.

In Mattheüs 5 stelt Jezus het geval, dat een man zijn vrouw wegstuurt ‘om een ándere reden dan ontucht of overspel’. Hij wil dus van zijn vrouw af zonder dat het huwelijk verbroken is, omdat zij hem niet meer bevalt. Nu zegt de Heer dat zo iets niet mag voorkomen en nooit goed gepraat kan worden. Ook niet via een sms’je of whatsappje… Waarom niet? Omdat zo’n man die zijn vrouw zonder reden wegstuurt de oorzaak wordt dat er echtbreuk met haar gepleegd wordt. Let erop dat de Heer zich niet liet leiden door ‘vrome’ geesten en kerken. Dezen spreken zo graag over de schuld van de vrouw. De Heer legde de volle verantwoordelijkheid op de man die eerst met de verlatene trouwde. Er staat:

  • ‘De man maakt dat er echtbreuk met haar gepleegd wordt en iedereen die een weggezondene trouwt, pleegt echtbreuk’.

Geen woord over de schuld van de vrouw zelf. De Heer wist ook wel dat een weggezonden vrouw rechteloos was en nergens beschutting vond. Er was geen bijstandswet die in haar armoede kon voorzien; ze was afhankelijk van het medelijden van haar verwanten en kennissen als dezen zich nog met haar wilden bemoeien.

De overspelige vrouw

In de geschiedenis van de overspelige vrouw in Johannes 8:11 brengen de huichelachtige, orthodoxe leiders een vrouw bij Jezus, die op ‘heterdaad betrapt was bij het plegen van overspel’. Waarom hadden ze de hoofdschuldige, de man, niet meegebracht? Deze moest dan toch ook betrapt zijn? Alleen wanneer de vrouw vrijwillig haar man verlaat en een ander trouwt, pleegt zij echtbreuk (Marcus 10:12). Paulus beval hun, die getrouwd zijn, dat een vrouw haar man niet mag verlaten, dus om allerlei oorzaak en als dit toch gebeurd was, dat zij ongehuwd moest blijven of zich met haar man moest verzoenen. Dit huwelijk was immers nog niet voor God verbroken.

Ook mocht een gelovige man zijn ongelovige vrouw niet wegzenden en een gelovige vrouw mocht haar man niet verstoten. Voor beide partijen gold echter, dat als de ongelovige haar man of zijn vrouw verliet en verstootte, de gelovige dan vrij was: ‘De broer of zuster is in dit geval niet gebonden; tot vrede heeft God u geroepen’. Ze zijn even vrij alsof de partner gestorven was. ‘Niet gebonden’ zijn betekent vrij zijn om al of niet met een ander te trouwen (1 Cor.7:39). Zo’n man of vrouw moet ook niet blijven, omdat hij of zij meent de ongelovige partner tot bekering te kunnen brengen, want ‘tot vrede heeft God u geroepen’ en niet tot allerlei ruzies en moeilijke verwikkelingen:

  • ‘Want hoe kunt u weten, vrouw, dat u uw man zult redden? Of hoe kunt u weten, man, dat u uw vrouw zult redden?’ (1 Cor.7:10-16).

Paulus geeft behalve echtbreuk dus nog een reden meer om fatsoenlijk te scheiden, namelijk wanneer een ongelovige partner de gelovige verstoot.

Enkele praktische raadgevingen

Wanneer mensen zich bekeren en zich bij een gemeente voegen, is het verstandig om van het standpunt uit te gaan: het oude is voorbij, het is alles nieuw gekomen. Paulus zegt tot de Corinthiërs:

  • ‘En sommigen van u zijn dat gewéést!’, namelijk ontuchtplegers, afgodendienaars, overspeligen, schandknapen, knapenschenders enzovoort.
  • Hij vervolgt: ‘Maar u bent gereinigd, u bent geheiligd, u bent rechtvaardig verklaard in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God’ (1 Cor.6:10,11).

Speuren in het verleden?

Bij een huwelijksinzegening is het niet nodig eerst het nodige speurwerk in het verleden van de partners te veroorzaken. Om de gedachten van Paulus in onze tijd over te zetten: misschien hebben bruidegom of bruid in fluctuerende contacten al meerdere malen gemeenschap gehad, of mogelijk zelfs in bloedschande met familieleden geleefd, of contact gehad met prostituees. In de praktijk van het leven maakt men in dit opzicht de ongelofelijkste dingen mee. Maar na hun intrede in de gemeente zijn zij een nieuw leven begonnen en hebben een nieuwe weg gekozen. De apostel schreef in Efeziërs 5:3:

  • ‘Laat er bij u geen sprake zijn van ontucht of zedeloosheid, of van hebzucht – deze dingen horen niet bij de heiligen’.

Het mag in de gedachte van een echtpaar (dat de Heer oprecht dient) niet opkomen om uit elkaar te gaan of te kijken naar een andere man of vrouw om deze te begeren. Ook niet om financiële constructies door vrijblijvend samen te wonen. Hun huwelijk is immers een afbeelding van de band die er in de geestelijke wereld is tussen hen en Jezus Christus. De onverbrekelijke banden zijn:

  • ‘Christus is het hoofd van de man, de man het hoofd van de vrouw en God het hoofd van Christus’ (1 Corinthe 11:3).