
‘Dit zegt God: Ga op de kruispunten staan, denk na, kijk naar de oude wegen. Welke weg leidt naar het goede? Sla die in en vindt rust. Maar zij zeggen: Dat doen wij niet’ (Jeremia 6:16).
Deze tekst doet het goed in de ‘zware’ kerken in Nederland. Er zijn massa’s kerkgangers die deze bekende woorden van Jeremia graag citeren. Met ‘de oude wegen’ bedoelen ze dan de wegen van de voorvaders, de weg die via Dordt en Heidelberg naar Genève loopt. Men vraagt zich niet af of de voorvaders zich bekeerd hebben, zoals het Nieuwe Testament dit aangeeft. Nee, men neemt klakkeloos aan dat de voorgeslachten de goede weg genomen hebben.
Maar Jeremia dacht niet aan Heidelberg of Dordt. Hij heeft het ook niet over de paden van Luther, Calvijn of Menno Simons. Als een kind van God aangespoord wordt om oude paden te bewandelen (omdat deze rust geven aan hun zielen) gaat het over de weg van Jezus Christus, de profeten en apostelen. Iedereen die het eeuwig evangelie gelooft – dat is de boodschap die Jezus en de apostelen hebben gebracht – zal de oproep van Jeremia daarom kunnen beamen.
Wie de kerkgeschiedenis kent, zal zich – als hij eerlijk is – schamen en niet trots zijn op ‘het ‘erfgoed van de voorvaders’. Dit zijn namelijk de paden, die bewandeld worden door een naamchristendom. Zij hebben geen enkel inzicht in de Bijbel, met name het Nieuwe Testament is voor hen gesloten. Daarnaast hebben zij ook geen kennis van de historie. De eeuwenoude paden zijn het fundament van de apostelen en profeten, waarop ook de muur van het hemelse Jeruzalem rust, de gemeente van Jezus Christus. Opnieuw geboren en Geestvervulde christenen hebben dit Bijbelse fundament in hun leven gelegd. Ook ten aanzien van de doop in de naam van Jezus Christus. Met deze doop wordt geen filosofie van mensen nagevolgd, maar de leer van Jezus en zijn apostelen.
Bijbehorende artikelen: