1. Het ontstaan én de verdwijning van de waterdoop

<<<<<

In de tijd van Alexander de Grote werden veel Joden uit Palestina verdreven. Zij vestigden zich in de omliggende landen: Rome, Griekenland, Egypte en in de steden van Azië. Daar maakten zij hun geloof bekend aan de inheemse heidenen. Wanneer een heiden de God van Israël wilde gaan dienen, kon dit onder bepaalde voorwaarden:

  • Hij moest gedoopt worden;
  • Hij moest zich laten besnijden;
  • Hij moest – volgens zeer consequente Joodse kringen – een offer brengen.

De doop moest zonder meer toegepast worden. Dit was een zogenaamde ‘proselietendoop’. Door deze doop werd duidelijk gemaakt dat er bij de dopeling sprake was van een totale verandering van denken. Hij verliet de weg van zijn voorgeslachten en ging een nieuwe weg. Deze doop wordt door Johannes de Doper gehanteerd om de weg van de Heer te bereiden. Hij riep het volk op tot bekering, dus tot de noodzakelijke verandering om de komende Messias te kunnen ontmoeten en te herkennen. De bekering was de voorbereiding voor de doop in de Naam van Jezus, die op de doop van Johannes moest volgen (Hand.19:4). Deze doop was noodzakelijk voor een leven in de hemelse gewesten. De mensen moesten van aardsgezind, hemelsgezind worden, want het Koninkrijk van de hemelen was dichtbij gekomen.

In Mattheüs 3 wordt beschreven hoe Johannes doopte. De godsdienstige leiders uit Jeruzalem zullen hem ongetwijfeld een ketter gevonden hebben. Het was immers niet nodig dat een kind van Abraham gedoopt moest worden. De besnijdenis op de achtste dag was al voldoende. Het was de opname in het verbond. Zo redeneerden de leiders uit Jeruzalem. ‘Wij zijn kinderen van Abraham en wij hebben die doop niet nodig!’ Dezelfde argumenten hanteren de kerken van vandaag. Men gebruikt uitdrukkingen als:

  • ‘Geboren op het kerkelijk erf…’ (wie dit jargon niet kent, moet zich maar niet al te realistische voorstellingen maken).
  • ‘Van ons hoeft geen bekering gevraagd te worden, wij zijn immers verbondskinderen.’

Johannes de Doper, de (maximaal) 28-jarige excentriekeling met zijn kamelenharen mantel en zijn primitieve voeding, zei echter: ‘Beeldt u niet in, dat u bij uzelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham tot vader, want ik zeg u, dat God in staat is uit deze stenen kinderen van Abraham te verwekken’ (Matth.3:9). Omdat veel mensen uit Judea en Jeruzalem naar Johannes gingen, zagen de Schriftgeleerden en Farizeeën hun invloedrijke positie bedreigd en veranderden zij van tactiek. Ook zij wilden zich nu laten dopen, maar Johannes weigerde dit en eiste eerst bekering (vers 7).

Ook nu valt te verwachten dat de ‘leiders’ uit de kerken van tactiek zullen veranderen als hun leden de weg willen gaan die God hen wijst. Johannes doopte de Farizeeën echter niet. Dit bleek uit de woorden die Jezus tot hen sprak. Hij vroeg hen of de doop van Johannes uit de hemel of uit de mensen was. Ze wilden Hem niet antwoorden. Hun positie werd bedreigd (Matth.21:27)! Johannes weigerde de Farizeeën te dopen en zei: ‘Breng dan vrucht voort, die aan de bekering beantwoordt’. Door baby’s en kinderen te ‘besprenkelen’ wordt deze Bijbelse voorwaarde geschonden. De kinderbesprenkeling wordt uitgevoerd op grond van het Oudtestamentische(!) argument: ‘Wij zijn kinderen uit de voorgeslachten..!’

Heksenverbrandingen en kettervervolgingen

De voorgeslachten zijn op dwaalwegen van godsdienstoorlogen, kerkscheuringen, heksenverbrandingen en kettervervolgingen terecht gekomen. Het is duidelijk wat voor geest er in de grote reformatoren Calvijn en Farel huisde, toen Michael Servet als eerste een weerzinwekkende verbrandingsdood stierf in Genève. Calvijn is ook schuldig aan de vreselijke executie van 34 ongelukkige stakkers in het heksenproces van Peney in 1545. Tot ‘eer van God’ werd een van hen tot de vuurdood veroordeeld, nadat hij negenmaal met op de rug gebonden handen werd opgetrokken aan een wipgalg, die men dan neer liet ploffen, terwijl viermaal het vlees met gloeiende tangen uit zijn lichaam geknepen werd. Dr. N. J. Hommes (gereformeerd) schrijft in ‘Misère en grootheid van Calvijn’ o.a.:

  • ‘Heeft Pfister gelijk als hij, op grond van het heksenproces en Calvijns ingrijpen, concludeert dat Calvijn zeer wreed was? Bij de eerste indruk zijn wij geneigd de vraag bevestigend te beantwoorden en uit te roepen: wat een monster is deze man geweest!’

Verwarring en leugens

Het is geen wonder dat het in de kerken – waar de babybesprenkeling als normaal wordt beschouwd – een benauwend dode boel is. Niemand weet ook het precieze ervan. Elke dominee heeft hierover zijn eigen filosofie. Zo is er een dominee, die kinderen doopt op grond van het geloof van de grootouders. Hier spelen zelfs de ouders geen rol meer! Wanneer de kerken niet teruggaan naar de waarheid van het Nieuwe Testament, zal de geestelijke puinhoop er alleen maar toenemen. Men blijft tot aan vandaag vasthouden aan leringen van demonen. De babybesprenkeling is daarvan een van de grootste. Terecht verzuchtte een theoloog:

  • ‘Wij moeten uit deze donkere en duistere atmosfeer raken, waarin men niet eens precies weet, wat er nu eigenlijk gebeurt. De dopeling weet het niet, de ouders niet, en de gemeente die er bij zit en psalmen zingt, weet het ook niet’.

Dat kunt ook u ervaren. Als u met het probleem van de doop zit, kan niemand uit de kerk een verstandig en helder antwoord geven. De kerkleden verwijzen u naar een ouderling; de ouderling verwijst u naar de dominee en de dominee verwijst u naar een onafzienbare rij boeken; voorop de Institutie van Calvijn. Wie zich in deze boeken gaat verdiepen, raakt helemaal van de juiste weg af.

Zondag 26 uit de Heidelberger

Hoe duister, ondoorzichtig en verwarrend de leer over de kinderbesprenkeling is, blijkt wel uit de Heidelbergse Catechismus. In zondag 26 is het antwoord op vraag 69:

  • ‘Alzo, dat Christus dit uitwendig waterbad ingezet en daarbij toegezegd heeft, dat ik zo zeker gewassen BEN, als ik uitwendig met het water gewassen ben’. In het antwoord van vraag 74 (zondag 27) staat, dat kinderen ook gedoopt moeten worden, ’omdat hun door Christus’ bloed de verlossing van de zonden niet minder dan de volwassenen TOEGEZEGD wordt…’

Wie het vatten kan, die vatte het! In het eerste antwoord BENT u door de doop gewassen, in het tweede wordt het u BELOOFD (toegezegd). De adder onder het gras schuilt wel in het laatste woord. Het woord ‘toegezegd’ betekent ‘beloofd’. De catechismus suggereert dat het ‘aangezegd’ betekent. Dezelfde dubbelzinnigheid kan men ook vinden in een artikel op een website van de hervormde kerk, waarin het eeuwig evangelie wordt aangevallen. Daarin staat:

  • ‘Op wat de kinderen in de doop is toegezegd, wat ze in Christus hebben, wordt dikwijls niet gelet…’

De oppervlakkige lezer zal dit een mooi klinkende volzin vinden. Wat er echter gezegd wordt, is de dwaasheid gekroond. Er wordt bij de babybesprenkeling de kinderen BELOOFD (= toegezegd), wat deze HEBBEN. Maar een belofte wordt toch gedaan voor iets wat je nog niet hebt? De catechismus en zijn navolgers hebben niet zonder meer durven zeggen dat de kinderen alles al in Christus hebben. Daarom gebruikt men in deze kringen liever half vage toespelingen en mistig woordgebruik. Feitelijk komt het neer op verkrachting van Gods woorden. Geen wonder dat de kerkgangers, die bij zulke dwalingen worden opgevoed, nauwelijks Bijbelkennis hebben en vol bewondering opkijken naar hun dominees en pastoors, die graag in wollige taal hun dogma’s over het volk uitstrooien.

‘Begrip, kort begrip en onbegrip…’

De profeten en apostelen in het oude en nieuwe verbond hebben zich er altijd op toegelegd om het gebrek aan kennis te voorkomen. Bekend is de uitspraak van Hosea: ‘Mijn volk gaat verloren door gebrek aan kennis’ (4:6). De belofte van Jesaja is dat de aarde vol zal zijn van kennis van de Heer. Prediker was er op uit om kennis te verzamelen (7:25). Jezus verweet in zijn dagen op aarde de geestelijke leiders, dat zij het volk de sleutels van het koninkrijk van de hemelen ontnomen hadden. Zij konden hun heerserspositie alleen behouden door het volk systematisch dom te houden.

Rome…

  • ‘Als iemand beweert dat de mensen eigenlijk rechtvaardig zijn door de gerechtigheid van Christus, die zij vervloekt..’ (canon 10).

Hetzelfde is eeuwenlang door de rooms-katholieke kerk gedaan. Bijbel lezen was verboden! In sommige landen regeert de roomse kerk nog altijd bij de gratie van de onkunde.

Dordt…

Hetzelfde is terug te vinden in het protestantisme. Vooral dominees, die zo enthousiast zijn over het reformatorisch erfgoed, blinken vaak uit in het spreken van een taal, die niemand begrijpt en zijzelf ook niet. De kunst daar is niet zich verstaanbaar te maken, maar juist met veel gezwollen woorden zo te spreken, dat er nog net niets gezegd wordt. De dominee begint zelfs met de ‘zwakken’ aan te raden, niet met evangelische mensen in contact te treden. De zwakken – hij bedoelt mensen die de Woorden van God niet kennen – worden dan immers overrompeld met teksten, waar zij nog nooit een Bijbelse uitleg van hebben gehoord. In plaats van hen aan te moedigen om zelf de Bijbel te onderzoeken ‘of deze dingen ook zo zijn’, worden de kerkleden dom gehouden. Zij hebben in hun jeugdjaren trouw de vragen en antwoorden van het ‘kort begrip van de christelijke religie’ geleerd en weten het nu wel….

Jezus Zelf heeft naar woorden en beelden gezocht om het Koninkrijk van God te ‘verklaren’, de apostelen hebben zich in lange brieven uitgeput om de gelovigen een indruk te geven van de dingen in de geestelijke wereld. Dit alles is volgens deze dominee, terug te vinden in de belijdenisgeschriften…

De weg van de kerken

Herkent u deze weg (niet de ‘oude weg’ genoemd door Jeremia)? U bent jarenlang naar de catechisatie geweest (waarbij de Bijbel nooit op tafel kwam). U hebt eindeloze discussies gevoerd op de Bijbelstudie vereniging, met als hoofdmoot altijd weer de misleidende leer van de uitverkiezing. Wat is het resultaat? Een vage gevoelsmatige indruk van de Woorden van God, zonder ook maar enig werkelijk inzicht. Ook al was u een trouw catechisant, die zijn vragen altijd keurig netjes kende en had u zich vol toewijding aan het verenigingsleven gegeven, hierdoor hebt u niet echt God leren kennen.

‘Die heeft er voor geleerd…..’

Geen wonder dat men in zo’n situatie als ‘zwak’ getekend moet worden. De kracht die u dan rest is: de mensen die naar de kerk gaan – “zouden die het dan allemaal verkeerd hebben?” – en vooral een blindelings vertrouwen op de wijsheid van de dominee (“die heeft er voor geleerd..”) en een emotionele binding aan die voorgeslachten (“ik blijf bij wat ik van mijn moeder geleerd heb…”).

  • Wat zou het fijn zijn als u de Heer Jezus kunt nazeggen: ‘Wij spreken van wat wij weten’ (Joh.3:11). Dit is omdat u uit God geboren bent, van boven. Daarbij kunt u zich altijd op de Woorden van God beroepen. De beschuldiging dat oprecht gelovigen teksten uit elkaar rukken en gedeelten van het Woord overslaan, is uit de lucht gegrepen.

>>>>>