
Simone was net 5 jaar toen ze – nu 65 jaar geleden – van de kleuterschool werd afgehaald. Haar moeder legde het als volgt uit: Op ons huis zit een zwart dak, op onze kerk zit ook een zwart dak, op je school zat ook een zwart dak, maar dat dak van de school hebben ze nu rood geverfd. Dus ons huis en de kerk passen nog wel bij elkaar, maar jouw school past daar niet meer bij. Simone begreep deze uitleg van haar moeder best wel en ging dus een jaartje niet naar school, ze bleef thuis bij moeder (er bestond toen nog geen leerplicht voor kleuters). Toen ze 6 jaar werd, ging ze naar de lagere school en natuurlijk had deze school een zwart dak. Dat was niet meer dan logisch. Alles met een zwart dak was veilig en goed.
Simone was 18 jaar toen ze tot de schokkende ontdekking kwam, wat dat zwarte dak inhield. Alles met een zwart dak geloofde in een straffende en strenge God, een God op afstand, die volgens de catechismus de hand had in alle rampen, groot en klein. Dus toen haar vader zomaar ineens overleed, zei haar moeder dat dat de wil van God was en dat God daar een bedoeling mee had. Hij zou ons daardoor sterker laten worden. Simone was ontdaan en bleef met veel vragen zitten. Maar er was niemand die van onder het zwarte dak haar antwoorden op kon geven, nou ja ze gaven wel antwoorden, maar het waren allemaal dezelfde soort antwoorden. En Simone? Ze begreep niets van zo’n wrede, strenge God.
Simone werd ouder, ging studeren, vond werk in een werkkring met een zwart dak. Allemaal heel veilig, zo leek het, maar het was maar een schijnveiligheid. Zolang ze geen vragen stelde, was het prima uit te houden. Moeilijke vragen waren er wel, heel soms werd daar aandacht aan besteed, maar alles werd weer toegedekt met het antwoord: God weet wat goed voor je is. Hij heeft het beste met je voor. Ook al komt van Hem al het goede, het slechte komt ook van Hem.

Ziekte, eenzaamheid, zorgen, pijn, het heeft een doel. En God weet wat voor doel het heeft. Je hoeft het niet zelf te begrijpen wat je overkomt, je moet daar maar in geloven.
Jaren heeft Simone gezocht. Preken over God, onze Vader, ze dronk ze in, maar kreeg geen antwoorden. Eén dominee durfde zelfs in een preek (onder het zwarte dak) te zeggen: ‘Vindt U God soms ook niet sadistisch? Hij zegt dat Hij onze Vader wil zijn, maar ondertussen…’ Was die dominee ook op zoek of zakte hij weer weg in apathie en berusting? Het maakte Simone niet meer uit, zij besloot in elk geval dat ze verder op zoek moest. Ze zocht het onder andere daken, maar ook daar kon ze het niet vinden.
Na een hele lange zoektocht kwamen er antwoorden, van de man met wie ze later zou trouwen. Hij zei: De kerken (ze hebben niet voor niets een zwart dak…) schrijven alles aan God toe, maar ze vergeten dat satan de veroorzaker is van al het kwaad. De satan heeft zijn werk goed gedaan, de kerken zien niet meer wat hij allemaal uitspookt. En daarom zeggen ze dat alle kwaad van God komt, maar God is juist enkel goed.
Simone hoorde voor het eerst over de hemelse gewesten en de geestelijke strijd. Over goede en slechte engelen. En ook over het enige juiste fundament uit Hebreeën 6. En alles wat Simone hoorde, het klikte, het klopte. Ze was al die jaren op zoek geweest naar eerlijke antwoorden, maar de zwarte daken hadden haar geen antwoord gegeven.
Toen zijn er heel veel dingen voor Simone veranderd. Ze wou niet langer meer onder het zwarte dak blijven. En dat had vérstrekkende gevolgen, zowel in familie- en vriendenverband, als ook in werkverband. Ze hoorde er niet meer bij, maar dat wou Simone ook niet meer.
Een nieuw dak!

Ze heeft een nieuw geestelijk thuis gevonden, ze heeft een ander dak, een beter dak boven haar hoofd. Ze probeert het dak nog wel eens een kleur te geven, het is zeker niet zwart, niet rood, maar wat dan wel? Een gouden dak komt nog het meest in de buurt, maar het maakt ook niet uit. Het uitzicht naar boven is in elke geval open. Het geeft uitzicht op de hemel die niet meer gesloten is, op de enkel goede God en op Jezus, zijn eniggeboren Zoon. Ze is maar wat blij en ze gunt ieder die een ander dak boven het hoofd heeft, eenzelfde plek als zij heeft gevonden. Wat is God goed!