Gaat Jezus’ gemeente door de grote verdrukking? – Ja!

Het is goed – om in het kader van de verwarring rond het tijdstip van de opname van de gemeente – te luisteren naar het getuigenis van dr. Oswald Smith, Canada. In de evangelische wereld is hij geen onbekende. Zijn People’s Church zond ruim 350 zendelingen naar de diverse zendingsvelden, men beschouwde hem als een van de grootste, toen levende mannen van God. Zijn boeken ‘Bewogenheid voor zielen’ en ‘De opwekking die wij nodig hebben’ werden ook in ons land door velen met grote zegen gelezen:

Een persoonlijke getuigenis – Dr. OSWALD J. SMITH:

“In mijn eerste boek over het profetisch woord stelde ik de vraag: ‘Zal de gemeente door de grote verdrukking gaan of zal zij voor die tijd worden opgenomen?’ Als antwoord gaf ik toen: ‘Ik heb altijd geloofd dat de gemeente niet door de grote verdrukking gaan zal. Maar toch wil ik er geen dogma van maken. Als God mij op zekere dag van het tegendeel zou overtuigen, zal ik dat graag aanvaarden.’ U ziet dat ik openstond voor alles wat God mij wilde tonen.

Nu, na jaren van studie en gebed, weet ik zeker dat de opname van de gemeente niet vóór de grote verdrukking zal gebeuren, maar dat de gemeente met de antichrist zal worden geconfronteerd. Christus zal niet aan het begin, maar pas aan het einde van de grote verdrukking komen. De theorie van de opname vóór de grote verdrukking geloofde ik omdat het mij geleerd was door de Scofieldbijbel, conferentiesprekers en op Bijbelscholen. Maar toen ik zelf de Bijbel begon te onderzoeken, ontdekte ik dat die theorie door geen enkele Bijbeltekst wordt gestaafd. Integendeel: Het Woord van God laat zien dat de opname zal gebeuren nà de grote verdrukking.

Ik kwam voor het eerst in aanraking met deze belangrijke Bijbelse waarheid, toen ik enkele dagen in Stoney Lake, Ontario logeerde. Ik was daar onder andere samen met Frank Edmonds. Op een dag vroeg hij mij of ook ik van mening was dat de gemeente zou worden opgenomen vóór de grote verdrukking. ‘Hoe kun je daar aan twijfelen!’ riep ik uit. ‘En de Bijbel dan? Gods Woord spreekt toch duidelijk over een opname vóór de grote verdrukking!’

Toch verzekerde mijn vriend me heel rustig dat ik het mis had en hij wees mij op de waarheid van de laatste bazuin (zie 1 Cor.15:52 en Op.11:15). Maar natuurlijk was ik allerminst overtuigd. Ik maakte zelfs de mogelijkheid van een opname na de grote verdrukking belachelijk. En daar bleef het voorlopig bij.

Waar komt de bewuste theorie vandaan?

Eens hield ik lezingen over het profetische woord. Zonder moeilijkheden was ik door het boek Daniël heen gekomen. Toen kwamen Marcus 13 en Lukas 21. Maar o wee, zodra Mattheus 24 en 25 aan de beurt waren, raakte ik in moeilijkheden. Ik had beloofd dat ik in de volgende dienst Mattheus 24 zou behandelen. Honderden mensen waren aanwezig. Ik plukte dan hier, dan daar een tekst uit het te behandelen Bijbelgedeelte en probeerde mijn luisteraars op die manier tevreden te stellen. Maar wat moest ik de volgende dag vertellen? Het was mij duidelijk geworden dat in Mattheüs 24:29 en 30 de komst van de Heer onmiddellijk ná de grote verdrukking zal gebeuren:

  • ‘En meteen ná de verdrukking van die dagen (de tijd waarin de ware en de schijnkerk voorgoed uit elkaar gaan) zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn licht niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen wankelen. En dan zal het teken van de Mensenzoon verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen van de aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Mensenzoon zien komen op de wolken van de hemelen, met grote macht en heerlijkheid’.

Toen ik dan ook weer voor mijn luisteraars stond, liet ik doorschemeren dat ik de juistheid van mijn vroegere opvatting betwijfelde, zodat de opname klaarblijkelijk zou plaats vinden ná de verdrukking. Later kreeg ik een boek over Mattheüs 24 in handen van dr. Henry W. Frost, directeur van de China Inland Mission. Het telde driehonderd bladzijden, maar ik las het in één adem uit. Sommige gedeelten las ik tot tweemaal toe. Het bepaalde mij er opnieuw bij dat de opname van de gemeente pas ná de grote verdrukking zou gebeuren. Tal van andere boeken heb ik sinds die tijd aan de Bijbel getoetst en alle wezen mij dezelfde weg. Het meest van alles trof mij een passage uit het boek van H. A. Baker ‘Via verdrukking tot de glorie’. Hij schreef namelijk:

  • ‘Achttien eeuwen lang waren alle opnieuw geboren christenen ervan overtuigd dat de kerk via de grote verdrukking in Gods heerlijkheid zou worden opgenomen. In het begin van de negentiende eeuw vernam echter een ‘profetes’ uit de Irvingiaanse kerk in een ‘rechtstreekse openbaring’ dat de gemeente vóór de grote verdrukking zou worden opgenomen. Deze theorie, die volkomen indruiste tegen wat Gods kinderen 18 eeuwen lang geloofd hadden, werd gretig overgenomen door John Nelson Darby, samen met Scofield, de ‘uitvinder’ van de Scofieldbijbel. Op die manier werd de ‘openbaring’ van die Irvingiaanse profetes al snel overal geloofd en deze visie werd ontzettend populair. Mannen als George Müller  (de vader van de weeskinderen) protesteerden, maar het hielp niets. God zij dank dat tegenwoordig veel van onze Bijbelleraars deze grote leugens en verzonnen sprookjes, afwijzen.

Wereldevangelisatie – juist nu

Bij het bestuderen van de Bijbel ontdekte ik dat er in verband met de opname van de gemeente nooit één bepaald tijdstip wordt genoemd, behalve de opstanding. En de opstanding gebeurd als de laatste bazuin klinkt (1 Cor.15:51-54). Deze bazuin klinkt aan het einde van de grote verdrukking, want er wordt nergens over een achtste bazuin gesproken. Het ‘geheimenis van God’ is dan voltooid (Op.10:7) en de heiligen ontvangen hun loon (11:18). Welnu, de opstanding gaat onmiddellijk aan de opname vooraf volgens 1 Thessalonicenzen 4:16.

Vroeger vormde 2 Thessalonicenzen 2:7 een probleem:

  • ‘Want het geheim van de wetteloosheid werkt al. Alleen is er iemand die hem nu weerhoudt, totdat hij uit het midden ‘verdwenen’ is.’

Ik leerde uit de Griekse grondtekst dat ‘verdwenen’, het ’verwijderen’, geboren te midden van’, of ‘geopenbaard te midden van’ betekent. De wetteloosheid kan nog door de samenwerkende wereldgeesten in bedwang gehouden worden, maar de tijd is dichtbij dat de wetteloze (de antichrist) ’geboren’ wordt en ‘zich openbaart te midden van’, de gemeente van Christus (1 Joh.2:19). De eenmaal door God ingestelde en ordenende wereldgeesten, zullen dan niet langer de komende, vreselijke wetteloosheid van de eindtijd tegenhouden (Gal.4:3,9; Col.2:8,20).

Ook Gods Geest en de gemeente blijven tot aan het einde van dit tijdsperk. In deze komende verdrukking zal juist de gemeente te midden van het vuur (de komende, opgeroepen occulte demonenhordes uit de afgrond, Op.9:1-3), worden gelouterd tot zuiver goud. Alleen een gemeente vervuld met Gods Geest zal daarin stand kunnen houden en niet zoals de Scofieldbijbel leert, de onbekeerde Joden zónder Jezus Christus en zónder Gods Geest (Zach.13:9; Op.7:1-3)! Allen die dan niet verzegeld zijn met Gods Geest zullen geen stand houden en gaan ten onder. In dit verband zou ik nog heel veel teksten kunnen noemen.

Wanneer wij alle boeken van het Nieuwe Testament onderzoeken, kunnen wij geen enkele aanwijzing vinden voor een terugkomst van de Heer in ‘twee etappes’. Er is in de hele Bijbel geen enkele tekst die spreekt over een opname vóór de grote verdrukking. Want dat is een puur menselijke theorie. Onderzoek het zelf maar maar. Er is geen enkele tekst die erover spreekt. Het is mij opgevallen dat praktisch alle evangelische zendingsleiders geloven dat vertegenwoordigers van alle volken, natiën en talen deel moeten uitmaken van de kerk van Christus (en niet alleen uit de zogenaamd beschaafde wereld), voor de Heer komt. Daarom kunnen wij de terugkomst van de Heer alleen versnellen door het evangelie te brengen aan alle mensen die het nog niet gehoord hebben. De Redder en Verlosser liet ons daarover niet in twijfel:

  • ‘En aan alle volken moet éérst het evangelie gebracht worden’ (Marcus 13:10).
  • ‘En dan zal het einde komen’ (Matth.24:14).

Daarom is de terugkomst van de Heer de grootste stimulans voor zending en wereldevangelisatie.

Pas op voor een betoverd ‘welvaartchristendom’

Ik ben ervan overtuigd dat ieder oprecht kind van God zich niet zal afvragen of het prettig is wat ik beweer, maar of het wáár is. Waarom zouden wij er tegen in gaan als de Woorden van God het ons laten zien? Is zijn weg niet volmaakt? Trouwens, wat maakt het voor verschil als wij er klaar voor zijn? De satan heeft de gemeente in slaap gesust met een valse zekerheid en een gemakkelijke, goedkope ontsnapping voorgeschoteld, terwijl de gemeente zich juist moet voorbereiden op de grootste vuurproef! Onze boodschap hoort de gemeente te harden voor het vuur van de verdrukking. Wat voor soort soldaten trainen wij eigenlijk?

Wij hebben mannen en vrouwen nodig met de geest van de martelaren. De tijd van de grote inquisitie staat voor de deur en wee de christenen die dan niet voorbereid zijn, omdat zij dachten dat zij zouden worden opgenomen vóór de moeilijkheden kwamen. De gemeente zal gereinigd en geheiligd worden in het vuur van de verdrukking.

Jezus komt spoedig

Een lijst met meer dan zeventig vooraanstaande mannen van God die bovenstaande visie zijn toegedaan, is in mijn bezit. Van George Müller, via dr. Adolph Saphir, dr. A. E. Simpsen (de stichter van de Christian and Missionary Alliance) en dr. H. J. Ockenga tot en met dr. Campbell Morgan. Allen verwerpen de leer van de opname vóór de grote verdrukking. In onze dagen worden de schaduwen langer. Het wordt donker op de aarde! Het is zaterdagavond in de geschiedenis van de gemeente. De tijden van de heidenen zijn bijna verstreken.

Apollyon, de geest van de antichrist

Alles gaat naar het einde. De antichrist zal snel geopenbaard worden. Zijn beest uit de afgrond, Apollyon, is vandaag al fanatiek aan het voorwerken met zijn helpers op aarde. Maar nog belangrijker is dat Jezus Christus terugkomt. Zijn wij klaar om Hem te ontmoeten? Eén ding is zeker: Hij komt! Laten wij zó uitzien naar:

  • ‘De verschijning van de heerlijkheid van onze grote God en onze Redder Jezus Christus’ (Titus 2:13).