
Wat het grote Babylon gemaakt heeft van het enige Bijbelse Fundament:
“Geliefde broeders en zusters,
U bent hier verschenen om voor het aangezicht van God en voor Zijn heilige gemeente belijdenis te doen van uw geloof. Na gehouden onderzoek heeft de kerkenraad u aan de gemeente voorgesteld. Nu tegen niemand van u wettige bezwaren zijn ingebracht, willen wij u in de gelegenheid stellen belijdenis af te leggen en verzoeken u daartoe in dit plechtige ogenblik van uw leven voor vele getuigen oprecht antwoord te geven op de volgende vragen: …”
Het ‘vooronderzoek’
In veel kerken is het zo dat de belijdenis-‘kandidaten’ jarenlang de catechisatie hebben bezocht. Vanaf 12 of 13-jarige leeftijd wordt elke week een deel van de Heidelbergse Catechismus uitgelegd. Elke week wordt ook de kennis van de catechisant getoetst, d.w.z. elke week moet de catechisant een zondag van de Heidelberger opzeggen. Dit gaat zo een paar jaar door, waarna het accent in de loop van de tijd wordt verlegd naar de andere 3 Formulieren van Enigheid.

Dit vooronderzoek wordt meestal door de dominee en enkele ouderlingen gedaan. Het bestaat vooral uit informeren naar de kennis van de formulieren (dus ter voorbereiding kan de kandidaat gewoon iets uit het hoofd leren). Daarnaast wordt ook nog wel naar de persoonlijke motivatie gevraagd, maar als je een standaard antwoord geeft, is men al tevreden. Wordt de kandidaat te persoonlijk, dan voelt men zich al snel enig ongemak. Iedereen gelooft toch al eeuwen hetzelfde? Dat hoef je toch niet zo persoonlijk te maken?
Er worden drie vragen gesteld aan het aspirant kerklid:
Ten eerste:
- ‘Gelooft u dat de waarheid van God die in het Oude en Nieuwe Testament geopenbaard en in de artikelen van het christelijk geloof beleden is en in de christelijke kerk hier geleerd wordt, de waarachtige en volkomen leer van de zaligheid is, en is het uw voornemen in de belijdenis daarvan door de genade van God standvastig te blijven in leven en sterven?’
Het geloof van de kandidaat bestaat dus uit het kennen van de God die zich kenbaar gemaakt heeft in de Bijbel. Opvallend dat dit meteen gekoppeld wordt aan ‘de artikelen van het christelijk geloof’. Met dit ‘begrip’ worden de al eerder genoemde Drie Formulieren van Enigheid bedoeld, bestaande uit:
- Heidelbergse Catechismus, opgesteld door Zacharias Ursinus en Caspar Olevianus in 1563
- Nederlandse geloofsbelijdenis, opgesteld door Guido de Brès in 1561
- Dordtse Leerregels, opgesteld door de Synode van Dordrecht in 1618 en 1619. Deze worden ook wel de Vijf Artikelen tegen de Remonstranten genoemd
Verder worden daarbij apart ook nog wat variaties op het thema genoemd. Deze drie geschriften zijn enigszins ‘afwijkend van de leer’, maar worden toch getolereerd in de gereformeerde kerken. Dit vaak als zoethoudertje en om te voorkomen dat de gemeente voortijdig in slaap valt…
- De geloofsbelijdenis van Nicéa
- De geloofsbelijdenis van Athanasius
- De Apostolische Geloofsbelijdenis
De kandidaat gelooft dus in een aantal geschriften, die daarmee gelijkgesteld worden aan de Bijbel als één op één. Sommige kerkgangers kennen zelfs nog beter de Heidelbergse Catechismus dan het Nieuwe Testament. Juist daarom hebben de kerken een totaal vertekend beeld van de enkel goede God. Leugens als de drie-eenheid en de uitverkiezing worden geleerd, door een verkeerde uitleg van de Bijbel. Deze leugens zijn absoluut Godlasterend.
Ten tweede:
- ‘Getuigt u dat u uzelf haat vanwege uw zonden, dat u zich daarom voor God verootmoedigt, uw leven buiten u zelf in Jezus Christus zoekt en de wens hebt om de dood van de Heer te verkondigen tot versterking van uw geloof?
Door ja te zeggen op dit punt, aanvaardt de belijdeniskandidaat ook de dwaling van de erfzonde. Deze verderfelijke leer is al vroeg aangeleerd. Ieder mens moet zich bekeren door Jezus Christus, maar dat komt niet door aangeboren zonden. De Satan blijft bij deze kerken zoals altijd buiten beeld met alle gevolgen van dien. Door de satan niet te noemen, wordt God voorgesteld als de veroorzaker van alle ellende. Met ‘de dood van de Heer verkondigen’ wordt het vieren van het Avondmaal bedoeld. Het gaat te ver om deze ‘gewoonte’ hier uitgebreid te bespreken, maar net zoals het doopformulier en het formulier wat we hier bespreken, is Avondmaal vieren meestal niets meer dan een dode, nietszeggende formaliteit.
Ten derde:
- ‘Belijdt u dat u de wens hebt, door de kracht van de Heilige Geest, God de Here lief te hebben en Hem te dienen naar Zijn Woord, u als trouw lid van de gemeente van Christus te openbaren, mee te werken aan de opbouw van Zijn gemeente, Zijn Naam te belijden in de wereld en u gewillig te onderwerpen aan het herderlijk opzicht en de tucht van de kerk?’
De Geest van God wordt hier apart genoemd, alsof – en dat gelooft men in de kerk – Gods Geest 1/3e persoon is van een godheid. God bestaat niet uit 3 personen. Daarom wordt God ook Here genoemd, waar men ook Here Jezus zegt, want die is immers volgens de kerk ook God! Het gebruik van de term HEERE, HERE of Heer is erg misleidend.
Van ‘dooplid’ naar ‘belijdend lid’
Door het ‘belijdenis doen’ wordt het lidmaatschap van de kerk automatisch omgezet van ‘dooplid’ in ‘belijdend lid.’ Men mag aan het Avondmaal en er wordt verwacht dat je actief in de kerk mee gaat draaien, lid wordt van een bijbelstudieclub, enz. Voor de meesten is dit een vanzelfsprekendheid. Zo vanzelfsprekend dat men zelf niet nadenkt, maar gewoon meedoet omdat het zo hoort. Praten over je geloof is niet nodig, je hebt immers al belijdenis gedaan! Kortom ook nu geldt: Iedereen gelooft toch hetzelfde?
Afwijkende mening? Huisbezoek…

En als je eens mocht afwijken van wat men normaal vindt, dan zal je je onderwerpen aan de kerkelijke vermaning en tucht. Dan krijg je de ouderlingen (in het uiterste geval: de dominee zelf) op bezoek om te vertellen wat er zoal niet goed gaat. En verrassend: mocht je je uiteindelijk toch niet aan de regels houden, dan is er – jawel – ook een formulier wat voorgelezen wordt in de kerk, waarbij verteld wordt dat jij niet meer in de kerk thuis hoort. O ja, er wordt nog opgeroepen om voor je te bidden (ook daar is een formuliergebed voor gemaakt), maar eigenlijk ben je al opgegeven…
Na deze drie vragen stelt de dominee de volgende vraag aan de kandidaten:
- Wat is hierop uw antwoord?
- Antwoord: “ja.”
Hoe persoonlijk is deze belijdenis? Helemaal niets! We hebben zelf meegemaakt dat we met zijn twaalven belijdenis deden in de kerk. Na het voorlezen van het formulier vroeg de dominee aan ieder: ‘Wat is hierop uw antwoord?’ ‘Ja’ zeggen was al genoeg en dát was voor sommigen al heel spannend… Maar een persoonlijk getuigenis? Nee, dat werd niet gegeven. We kunnen u vertellen dat niemand wist wat we persoonlijk geloofden.
Tot slot wordt de zegen uitgesproken:
- ‘Nu u deze belijdenis hebt uitgesproken deelt u als leden met alle rechten en plichten in de gemeenschap van de kerk. De almachtige, barmhartige God en Vader van onze Here Jezus Christus sterke u door Zijn Heilige Geest! Amen.’
Opvallend is dat gesproken wordt over ‘u als leden’. Ineens wordt er in meervoud gesproken, het is dus heel gewoon om met een grotere groep jongeren op hetzelfde moment ‘belijdenis te doen van je geloof’. Hoogstwaarschijnlijk zijn deze mensen allemaal samen al jaren naar de catechisatie gegaan en doen belijdenis omdat het ‘nu eenmaal zo hoort’.
Het enige Bijbelse Fundament!

Wij willen al die mensen, die dit herkennen vanuit hun eigen kerk, oproepen: denk zelf na, maak nu nog zelf een keus en vooral: bekeer je van je dode werken! Dan krijgt je geloof echte inhoud, dan kun je je laten dopen IN water en met Gods Geest. Je ondergaat dan ook de doop met vuur (de haat van velen), maar je hebt deel aan de opstanding en staat vrij in het eeuwig oordeel. Kortom, leg het Bijbels Fundament in je leven!