Sommige kinderen zijn nooit jarig!

  • ‘Jullie zijn toch geen Jehova’s Getuigen…?’

Dit is de meest gehoorde, angstige vraag van mensen die we proberen te benaderen met het evangelie van Jezus Christus. Waarschijnlijk is bijna elke volwassen Nederlander meer dan eens met de blinde bekeringsijver van de aanhangers van deze Amerikaanse sekte in aanraking gekomen. Met opzet spellen wij ‘Getuigen’ met een hoofdletter, in tegenstelling tot degenen die bij deze religieuze organisatie horen.

Jehova getuige moét zijn quotum halen!

Hun ijver en doorzettingsvermogen wordt door kerkmensen zelfs bewonderd:

  • “Wat deze valse profeten doen, zouden wij eigenlijk moeten doen. Waren wij maar wat actiever geweest, dan zat die pas gedoopte Jehova Getuige nu niet in de Koninkrijkszaal, maar in onze kerk. Trouwens wat dit betreft, we zitten toch barstensvol goede voornemens, we hoeven het niet bij plannen alleen te laten…”

En zo praat men zichzelf nóg een schuldgevoel aan. De schuld wordt voor hen ‘dagelijks groter’, want ze vinden ook al dat ze zondaar zijn en blijven tot hun dood.

Totale vernietiging

Zowel kerkmensen als Jehova’s Getuigen kennen geen enkele vrijheid. Zij brengen beiden geen boodschap die aardse mensen transformeert tot geestelijke mannen en vrouwen; met maar één verlangen, namelijk om zo zuiver mogelijk de gezindheid van Jezus Christus in deze wereld uit te dragen. Dit vraagt een menselijk hart dat heel onbewust verlangt naar licht, vrede, blijdschap en gerechtigheid. Een geploegde akker, waarin het uitgestrooide zaad kan ontkiemen. Nee, zij brengen een boodschap van totale vernietiging. Zij leven allemaal in onzekerheid of de hemel wel voor hen weggelegd is.

Het nieuwe leven echter laat zich kenmerken door vrijheid en ontspannenheid. Dit zijn begrippen die voor de meeste Jehova’s Getuigen geen enkele inhoud hebben. In het boek ‘Herders zonder erbarmen’ beschrijft Josy Doyon op dramatische wijze hoe de mensen door de Amerikaanse organisatie van Jehova worden opgejaagd en gedwongen om langs de deuren te lopen. Zij beschrijft al haar spanningen, die tot een climax komen als er een nieuwe baby op komst is: ‘Ik sta nu al duizend angsten uit hoe ik na de geboorte al mijn werk zou kunnen doen.’ En dat werk is niet de verzorging van de baby of het huishouden. Wanneer Josy Doyon – tien jaar Jehova’s Getuige – de kans krijgt om te verhuizen en de spanningen te ontlopen, schrijft ze: 

  • ‘Maar dit keer komt mijn geweten niet in verzet tegen het verlangen om weg te trekken. Ik wil de koude blikken van de broeders en zusters, de rapportstaten, de verkondigerskaarten, de lijsten van nalatige boodschappers, de gemeentelijst met cijfers en de onvermijdelijke dienstcentra eenvoudig ontlopen.’

Dit is geen geestelijk leven, dit is ambtenarij in zijn meest dorre gedaante.

Van Katholiek naar Jehova’s Getuige

Hieronder een observatie vanaf een openbare basisschool in het zuiden van het land. Juist in dit deel van het land weten de Jehova’s Getuigen aardig successen te boeken bij katholieken die het niet meer zo zien zitten. De Getuigen van het Wachttorenconcern hebben een waterdicht systeem dat op alle vragen een duidelijk antwoord geeft. Eigenlijk ruilt men de ene paus in voor de ander. Wat doet het ertoe, of deze dwaalleraar nu in Rome of in Brooklyn woont. Als je maar met klem verzekerd wordt dat je ‘goed zit’, is het wel best. Bovendien hebben de meeste katholieken van een bepaalde leeftijd nog nooit van hun leven een Bijbel in handen gehad, zodat het niemand hoeft te verbazen dat zij klakkeloos accepteren wat de Wachttoren hun voorschotelt. De directeuren in Brooklyn denken voor de gelovigen. Hun leer en beleid worden gekenmerkt door onverdraagzaamheid en kortzichtigheid. Als katholieken (of wie dan ook) Jehova’s Getuigen worden, krijgen ze te maken met allerlei regels m.b.t. de opvoeding en het onderwijs van hun kinderen.

Hieronder dan de genoemde observatie:

Geen verjaardagen

Alle gebeurtenissen die het het wat saaie en onaantrekkelijke schooljaar opvrolijken, zijn voor deze leerlingen taboe, in de meest letterlijke betekenis van het woord. Zo zijn alle verjaardagen uit de boze. Als u verwonderd vraagt waarom, dan is de argumentatie dat Johannes de Doper op het geboortefeest van Herodes werd omgebracht. Zulke motieven zijn voldoende om een sociale gewoonte als de viering van het een-jaartje-ouder-worden finaal om zeep te helpen. Voor volwassenen is dit misschien geen probleem, maar voor kinderen is het een ramp.

Als je jarig bent word je in de klas in het zonnetje gezet, toegezongen en je mag trakteren. (Vroeger was dat snoep of chips, maar nu een appel of stukje kaas op een prikkertje). Als vader en moeder Jehova’s Getuigen zijn, gaat dit leuke feest echter mooi aan je neus voorbij. Bovendien zijn de kinderen zo geïnstrueerd dat zij ook de traktaties van een jarig vriendje moeten afwijzen en vervolgens mogen ze ook niet komen op het verjaarfeestje zelf. En dan hebben we het nog niet eens over de cadeautjes die bij zo’n feest horen.

De meester of juf is jarig…

Dan het grote feest op school: de meester of juf is jarig. Dagen van tevoren heeft men het er al over. Er wordt geheimzinnig gefluisterd. Er wordt geld ingezameld voor een cadeau of de kinderen zoeken zelf iets uit om als cadeau te geven. De klas wordt versierd. En dan komt er een jongetje vragen:

  • ‘Moeder vraagt wanneer ‘het’ wordt gevierd, want dan moet ik thuisblijven…’

Dit zijn geen verzonnen of van anderen gehoorde verhalen, deze toestanden beginnen al in de kleuterjaren.

Hét kinderfeest bij uitstek is in ons land toch wel het Sinterklaasfeest. We gaan nu even voorbij aan de belachelijke, nieuw communistische hetze om dit feest af te schaffen. Dit evenement betekent een prettige tijd voor de kinderen. Alle lessen staan allemaal in dit teken. Misschien zijn er nog christelijke scholen in het land waar men op Bijbelse gronden meent dit heidense feest – wat het ongetwijfeld is – buiten de deur te moeten houden, de niet aan belijdenisgeschriften gebonden scholen kunnen hier alle registers opentrekken.

Wat is het dan weer sneu dat er in alle klassen enige leerlingen zijn die dit alles met spijt aan hun neus voorbij zien gaan. Is er een moment waarop Sinterklaasliedjes gezongen worden, dan moeten deze kinderen maar zo lang in een ander lokaal een boekje gaan lezen. Zo gaat het met Kerst, Pasen, het schoolreisje en zelfs in de tekenles, waar een leerkracht, die zijn klas de opdracht gaf om een mooie tekening te maken over de ruimtevaart, tot zijn verbazing moest meemaken: “dat mag ik niet.”

Bewondert u nu nog die blinde ijver? Nee, ze verschrompelt en het enige dat overblijft is een nare smaak in je mond. Zijn de kinderen op school, dan is moeder in het veld en propageert ze deur aan deur de (ge)weldaden van het genootschap. Uit eigen waarneming kunnen we verklaren dat bovengenoemde Josy Doyon niet de enige was die overspannen raakte. Wij weten dat kinderen geborgenheid nodig hebben en vooral ontspannen ouders. We weten ook dat kinderen er een hekel aan hebben om anders te zijn dan hun leeftijdsgenootjes en het liefst net zo doen als de kinderen met wie ze dagelijks optrekken. Hoe oneindig veraf staat deze dictatuur van de boodschap van Jezus Christus, die ons geroepen heeft tot vrijheid en die ons Gods Geest geeft, zodat wij kunnen leven in vrede, blijdschap en gerechtigheid.