3. Maria is altijd maagd gebleven?

De kerk van Rome leert:

  • Maria was maagd vóór de baring;
  • Maria was maagd tijdens de baring;
  • Maria was maagd ná de baring.

Kortom: “Maria is altijd maagd gebleven”, al had Jezus ook latere broers en zusters van Maria en Jozef. Ook dit is weer een leerstuk opgelegd aan de rooms-katholieken, die dit gewoon móeten geloven:

  • Verdoemd zijn zij die dit niet aanvaarden!

Het Concilie van Lateranen heeft iedereen verdoemd verklaard die dit leerstuk niet aanvaardt (Denz. 256). Toch mist ook dit dogma elke Bijbelse basis. Erger nog: deze leer gaat in tegen de waarheid van de Bijbel. Ook de opnieuw geboren christenen prijzen Maria omdat zij Jezus gebaard heeft, maar de Bijbel zegt verder niets over een maagdelijkheid tijdens. Wat de Bijbel wel zegt past echter niet bij de hysterische Mariaverering van de rooms-katholieken.

Eniggeborene en Eerstgeborene

In het Nieuwe Testament wordt het woord ‘Eniggeborene’ verschillende keren gebruikt. Allereerst wordt Jezus Christus tot vijfmaal toe de eniggeboren Zoon van de Vader genoemd (Joh.1:14,18; 3:16,18; 1 Joh.4:9). Jezus Christus is de Enige, die de Vader heeft verwekt (Psalm 2:7). Het is daarom ook belangrijk om op te merken, dat Jezus de Eniggeborene van de Vader genoemd wordt. Het betreft hier de verhouding: Vader – Zoon (voor verdere uitleg zie: Jezus Christus en de Pré-existentieleer). Toch is er nog meer sprake van ‘Eniggeborene’ in de Schrift. De weduwe van Naïn droeg haar eniggeboren zoon naar het graf (Lucas 7:12). Het was het eniggeboren dochtertje van Jaïrus, dat uit de dood werd opgewekt. De bezetene was de enige zoon van zijn vader. Ook Izaäk wordt de enige zoon van Abraham genoemd in Hebr.11:17. In al deze gevallen is het niet mis te verstaan wat er door dat Griekse woord momogénès (in het Latijn unigenitus) bedoeld wordt. Voor een ‘Eniggeborene’ kenden de evangelisten een uitdrukking, die ze gebruikten ook daar waar het van pas kwam.

Des te opvallender is het dan ook, dat in bepaalde gevallen ook het woord ‘Eerstgeborene’ door de geïnspireerde schrijvers van de Bijbel gebruikt wordt. Dat Griekse woord prototokos (in het Latijn primogenitus) betekent dat er geen andere zoon aan vooraf gegaan is, zodat de jongen viel onder de voorschriften van Exodus 13:2: de eerstgeborenen zijn Gods eigendom. Omdat deze twee termen door elkaar worden gebruikt, ontstaat al snel het misverstand dat de eerstgeborene ook meteen het enige kind is. Er zouden dan niet meer kinderen in dat gezin zijn geboren. Als de evangelist Lucas zelf geloofd zou hebben in de blijvende maagdelijkheid van Maria, zou hij geen uitdrukking gebruiken die tot een misverstand kan leiden. Lucas spreekt wél over ‘Eerstgeborene’ als hij in Lucas 2 m.b.t. Maria schrijft: ‘…en zij baarde haar eerstgeboren zoon…’ Hij suggereert hier duidelijk geen blijvende maagdelijkheid van Maria.

De evangelist Mattheüs schrijft over het huwelijk van Jozef en Maria: ‘…en hij had geen gemeenschap met haar, voordat (of: totdat) zij een zoon gebaard had’. De bijzin ‘totdat zij een zoon gebaard had’ was totaal overbodig geweest, als Mattheüs geloofd had in een blijvende maagdelijkheid van Maria. Dan was het voldoende geweest om te schrijven: ‘en hij had geen gemeenschap met haar’. Maar die bijzin staat er wel, zodat het meest-voor-de-hand-liggende is dat – na de geboorte van Jezus – Jozef en Maria wel gewoon als man en vrouw geleefd hebben.

Wit dat zwart genoemd moet worden: ‘Maria-semper-virgo…/altijd maagd gebleven…’

Deze slogan is een fanatiek, rooms dogma geworden. Door deze en andere dogmatische uitspraken is de roomse Bijbeluitleg door de kerk van Rome on-Bijbels. De Bijbel mag van Rome niet suggereren dat Jozef en Maria nog andere kinderen hadden. Ook al zegt de Bijbel uitdrukkelijk dat Jezus broers en zussen had:

  • Mattheüs 12:46-50 en 13:55,56;
  • Marcus 3:31-35;
  • Lucas 8:19-21;
  • Johannes 2:12 en 7:3-10;
  • Handelingen 1:14;
  • 1 Corinthiërs 9:5;
  • Galaten 1:19.

Rome moest dus snel op zoek naar een verklaring dat die broers geen broers en die zussen geen zussen zijn.

De tirannie van Rome 

Een ‘gewone’ rooms-katholiek mag niet zelf nadenken over bovengenoemde teksten van het Nieuwe Testament. Zijn kerk verplicht hem bij het lezen van de Bijbel het standpunt van de kerk te geloven. Omdat de blijvende maagdelijkheid van Maria een ‘onaantastbaar’ dogma, een verplicht geloofspunt is, mag het begrip ‘broer van Jezus’, zoals dat herhaaldelijk in de Bijbel voorkomt, niet in letterlijke zin verstaan worden. De roomse Bijbeluitleggers zijn verplicht om dit duidelijke getuigenis van de Bijbel het zwijgen op te leggen. Daarom beweren zij dat in bovengenoemde teksten de neven en nichten van Jezus bedoeld worden, of halfbroers en halfzussen uit een ‘eerste’ huwelijk van Jozef. Men beroept zich dan op het Hebreeuws en het Aramees, die echter geen woord hebben voor neef en nicht. Dit kan ook niet doorgetrokken naar Bijbelteksten waarover ‘broers’ en soms ook ‘zussen’ wordt gesproken: 

  • Mattheüs 4:21; 10:2; 20:20;
  • Marcus 1:19 en 29; 3:17; 10:35;
  • Lucas 9:54.

Hier gaar het steeds over broers en zussen in letterlijke zin, dus met dezelfde vader en moeder. Het ligt dan ook het meest voor de hand dat het om de Griekse woorden ‘broer’ en ‘zus’ gaat. Het Grieks heeft wél een apart woord voor ‘neef’, Paulus gebruikt dat woord bijvoorbeeld in Colossenzen 4:10. Ook heeft Paulus het over de ‘broer van de Heer’ in Galaten 1:19. Paulus heeft Jacobus persoonlijk in Jeruzalem ontmoet. Twintig jaar daarna schrijft Paulus over deze persoonlijke ontmoeting aan de gemeenten ver weg (Galatië en Corinthe). Hij heeft het dan specifiek over een broer van Jezus. Als Paulus geweten had, dat Jacobus eigenlijk een neef van Jezus was, had hij zeker een verklaring bij dit woord gevoegd of het Griekse woord ‘anepsios’ zou dan gebruikt zijn, net als in Colossenzen 4:10. Op geen enkele manier laat Paulus aan deze gemeente weren, dat hij hier met ‘adelfos’ neef bedoeld zou hebben. Integendeel: het feit, dat hij Jacobus, de werkelijke broer van Jezus, die zo’n bijzondere plaats in de eerste gemeente had, ontmoet had, terwijl hij toch niet aan die ontmoeting zijn apostelschap te danken had, is voor Paulus een bewijs van zijn rechtstreekse roeping door Jezus. Tot slot: psalm 69 is volgens Johannes 2:17 een Messiaanse psalm. In het negende vers zegt de Messias in deze psalm:

  • ‘Om U werd ik voor mijn broers een vreemde, een onbekende voor mijn moeders kinderen.’

Al met al is hier heel duidelijk te zien hoe de gehoorzaamheid aan de valse kerk van Rome dwingt tot een onjuiste uitleg van het Woord van God!

‘En zij baarde’

De Bijbel zegt dat Maria haar eerstgeboren Zoon baarde (Lucas 2:7; Matth.1:25). De kerk van Rome heeft dit echter zo verdraaid tot een dogma dat zij leren dat Maria Jezus gebaard heeft, terwijl zij maagd bleef! Haar ontvangen was een wonder en haar baren was een tweede wonder. De kerk van Rome leert – zonder enig bewijs uit de Bijbel – dat Maria op een wonderbaarlijke manier Jezus ter wereld bracht. Hij zou uit de schoot van Maria tevoorschijn zijn gekomen zonder haar fysieke maagdelijkheid te schenden. Thomas van Aquino redeneert als volgt:

  • ‘Christus kwam om de ongeschondenheid van de menselijke natuur te herstellen. Het was niet passend, dat Hij de fysieke maagdelijkheid van Zijn moeder schond. Christus is het, die ons bevolen heeft vader en moeder te eren en daarom was het passend dat Hij de eer aan Zijn moeder verschuldigd niet verminderde door bij zijn geboorte haar maagdelijkheid te vernietigen ….’

Dergelijke nonsens uit de pen van de grootste roomse geleerde toont hier heel duidelijk aan hoe heel het roomse denken en gevoel beheerst wordt door dit afschuwelijke roomse dogma. Uit die verheerlijking van de maagdelijkheid, wat samenhangt met het ascetisch denken in de oude schijnkerk, spreekt heel duidelijk een minachting voor de geslachtsgemeenschap. Bovendien wordt het bijzondere van een vrouw door deze ziekelijke zucht tot Mariaverering gemaakt tot een ontluistering en schending van de vrouw, waarvoor Maria gelukkig gespaard zou zijn gebleven.

De vrije keuze van ruim 1,4 miljard katholieken

Ook dit dogma maakt duidelijk hoe het duivelse roomse leerstelsel wereldwijd haar tentakels over het denken en redeneren van miljoenen volgelingen en slaven. Vanuit dit besef moeten rooms-katholieken benaderd worden, wetend dat hun denken en hun oordeel vergiftigd is door de vele valse roomse dogma’s. Maar als zij de bovengenoemde, Bijbelse inzichten bewust afwijzen en zich bij hun roomse leugens lekkerder voelen – zonder de Bijbel te raadplegen en zelf ernstig onderzoek te doen naar de waarheid (Hebr.11:6), geldt voor ons de opdracht: ‘Schud het stof van je voeten en ga naar de volgende stad’. Hun ingeschapen geweten zal daarom de doorslag geven, ook wanneer uiteindelijk de laatste de boeken worden geopend (Op.20:12).

>>>>>