
- ‘Hij redt ons na twee dagen van de dood, de derde dag doet Hij ons opstaan: in zijn nabijheid zullen wij leven. Dan zullen wij Hem kennen, ernaar streven om de Heer te kennen. Even zeker als de dageraad zal Hij komen, Hij komt naar ons als milde regen, als de lenteregen die de aarde drenkt’ (Hosea 6:2,3).
Toen Jezus uit de doden opstond was dat het machtigste teken dat ooit is gebeurd. Het Nieuwe Testament is er vol van. Die opstanding was:
- Een grotere gebeurtenis dan héél de schepping van de aarde,
- een grotere gebeurtenis dan de verlossing van Israël uit Egypte,
- een grotere gebeurtenis dan de verovering van het land Kanaän,
- Het was zelfs een grotere gebeurtenis dan Jezus’ geboorte in Bethlehem.
De opstanding van Jezus beheerste dan ook het hele denken en getuigen van de eerste christenen. Hun getuigenis was het getuigenis van de opstanding. Die opstanding nam bij hen een veel grotere plaats in dan bij de Staphorster varianten van vandaag. Vooral Rome die Jezus Christus voor eeuwig, bewust en zichtbaar aan het kruis laat hangen.
Beelden van de opstanding in het Oude Testament

In het Oude Testament geeft God al schitterende beelden van Jezus’ opstanding. Eén van die beelden is de kandelaar in de tabernakel in de woestijn. Heeft u er wel eens bij stilgestaan, dat God in die kandelaar zo’n machtig mooi beeld heeft gegeven van de paasboodschap, van het getuigenis van de opstanding van de Heer Jezus? Een kandelaar bestond uit een centrale schacht, van waaruit 6 armen uitstaken, een machtig voorbeeld van Christus en zijn gemeente. Denk maar eens aan ‘de wijnstok’ en ‘de ranken’. In Exodus 25, waar die kandelaar wordt beschreven, staat in vers 36:
- ‘De knoppen en de armen zullen uit hem voortkomen.’ De eenheid van het geheel komt ook duidelijk uit in Exodus 25:31, waar we lezen: ‘De bloemkelken, met knoppen en bloesems zullen daarmee één geheel vormen.’
De kandelaar was van goud. Goud spreekt van de goddelijke natuur of wat hetzelfde is: van de liefde. Immers, God is enkel goed en liefdevol voor zijn hele schepping. Het was ook zuiver goud en dat betekent dat het door vuur was gegaan. Verder was het goud niet alleen zuiver, maar ook handmatig bewerkt. Ook is het opvallend dat de armen van de kandelaar niet ‘mechanisch’ met de schacht waren verbonden – zij waren er niet aan vastgeschroefd of vastgeklonken, maar zij waren er ‘organisch’ mee verbonden, doordat het geheel uit één klamp goud was gevormd.
Amandelbloesem

Maar het opvallendste zijn toch wel de ‘bloemkelken in de vorm van amandelbloesem, met knop en bloesem’. Wat hadden zij voor functie? Die hadden toch niets te maken met het licht van de kandelaar? Of waren ze er alleen maar voor versiering? Nee, integendeel! Elke Israëliet wist dat in zijn land de amandelboom de eerste boom was, die in het voorjaar bloeide. Daarom was de amandel het symbool van de naderende lente, het symbool van nieuw leven na een donkere winter, het symbool van de opstanding (denk bij ons aan de sneeuwklokjes en de krokusjes). En zo was de hele kandelaar met zijn bloemkelken, zijn knoppen en bloesems, één prachtige uitdrukking van ‘de lente’, van de opstanding.
Als de kandelaar op zichzelf een symbool is van het getuigenis, dan is de kandelaar in voorjaarspracht, met bloemkelken, knoppen en bloesems, het symbool van het getuigenis van de opstanding:
- ‘Daarom moet er van de mannen die steeds met ons zijn opgetrokken, al die tijd dat de Heer Jezus onder ons verbleef, vanaf het begin, vanaf de doop van Johannes, tot de dag waarop Hij van ons is weggenomen, van hen dus moet er één samen met ons getuige worden van zijn opstanding’ (Hand.1:21,22).
Deze woorden staan in verband met de apostel, die de plaats van Judas moest innemen. ‘Getuige worden van zijn OPSTANDING’, was echter de opdracht van de hele gemeente in die tijd – en nu nog. Die gemeente was toen een stralende kandelaar in lentetooi. Terwijl men nu in het algemeen de nadruk legt op het feit dat Jezus voor onze zonden is gestorven – zoals vooral de Roomse kerk hierbij stil blijft staan en de protestanten betoverd zijn door hun ‘Passion-hysterie‘, legde men er toentertijd veel en veel sterker de nadruk op dat Jezus uit de doden was opgestaan. Aan alle kanten was er een bruisend getuigenis van het machtige feit van de opstanding. Neem die bezielende toespraak van Petrus op de pinksterdag, uit Handelingen 2. In vers 24 spuit het als het ware bij hem eruit:
- ‘God heeft Hem echter uit de doden opgewekt.’
- In vers 31 klinkt dat machtige woord: ‘David sprak met vooruitziende blik over de opstanding van de Messias.’
- En alsof hij er nog niet genoeg de nadruk op heeft gelegd, voegt Petrus er in vers 32 aan toe: ‘God heeft deze Jezus laten opstaan; daarvan zijn wij allen de getuigen.’
Dit staat alleen al in de Pinksterboodschap, maar door het boek Handelingen heen vindt u steeds weer opnieuw deze machtige ‘kandelaar’ terug, met zijn ‘bloesemkelken’, zijn ‘knoppen’ en ‘bloesems’. Onderaan dit artikel vindt u nog een aantal teksten, die u zelf kunt opzoeken.
Het eeuwig evangelie
Petrus bracht op de pinksterdag het eeuwig evangelie, hij sprak onder de leiding en in de kracht van Gods Geest. En de opgestane Heer wil overal en altijd dat mensen getuigen worden van zijn opstanding in zijn kracht. Wanneer mensen in hun ‘getuigenis’ altijd eenzijdig de nadruk leggen op het lijden en sterven aan een kruis (ten koste van het machtige getuigenis van zijn opstanding) dan is er alle reden om te twijfelen of ze werkelijk wel vervuld zijn met Gods Geest (laat staan het Bijbels fundament in eigen leven hebben gelegd). De eerste christenen zijn echt niet alleen in de nacht bij het kruis gaan staan om daar naar vrome musicals te luisteren. Helaas. Over Jezus’ opstanding wordt vandaag geen enkele massashow gegeven en dáár wordt de satan juist blij van!
Het was bij Jezus opstanding niet zo maar ‘iets’ wat zij vertelden. Zij waren ‘armen’ aan die centrale ‘schacht’ van de ‘kandelaar’. Zij waren levend, organisch verbonden met de opgestane en levende Heer – daarom konden zij niet anders dan ‘getuigen worden van zijn opstanding’. En hun getuigenis was dan ook veel en veel meer dan het uitdragen van een boodschap in woorden – het was een openbaring van de opstandingskracht van hun verheerlijkte Heer. Zij waren in heel hun vernieuwde wezen een ‘kandelaar’ in ‘lentetooi’.
Jezus’ opstanding
- Wat zou het machtig mooi zijn als al die kerkgangers Hem vragen om ook in hén een totaal nieuwe en innerlijke openbaring te geven.
- Wat zou het groots zijn als zij een totaal nieuw en geestelijk inzicht ontvangen in het diepste wezen van de opstanding van hun Redder en Verlosser.
- Wat zou het geweldig zijn als zij op dezelfde manier zo werden beheerst door het bijzondere feit van zijn opstanding.
- Wat zou het heerlijk zijn wanneer ook zij zo’n ‘kandelaar’ worden ‘in lentetooi.’
- Wat zou het grandioos zijn wanneer de wereld niet alleen woorden óver Jezus van hen hoorde, maar wanneer zij daadwerkelijk kon zien, dat ook zij die hemelse opstandingskracht bezitten om ook te gebruiken.
- Mogen er velen ‘getuigen worden van zijn opstanding’. Een ‘kandelaar in lentetooi!’
Hier volgen nog enkele teksten uit de Handelingen, waaruit blijkt wat een nadruk er destijds op de opstanding werd gelegd:
- Hand.3:15,26; Hand.4:2,10,33; Hand.5:30; Hand.10:40,41; Hand.13:30,32,34,37; Hand.17:3,18,31,32; Hand.25:19; Hand.26:8,23.