De opstanding van Jezus

‘De Eerstgeborene uit de doden – Onze zekerheid en hoop’

De opstanding van Jezus Christus uit de doden is iets wat niet bij de eerste schepping thuishoort of bij het natuurlijke leven past. Het is een gebeurtenis die essentieel deel is van de nieuwe schepping. Op de Paasmorgen komt de Heer Jezus uit de grafspelonk tevoorschijn en daarmee begint een nieuw tijdperk, want Hij is ‘de Eerstgeborene uit de doden’. Zijn opstanding houdt de belofte in van een toekomst, waarin er geen dood meer zal zijn. De dood is een overwonnen vijand en heeft geen claim meer op ieder, die met Christus is opgestaan tot een nieuw leven.

Bij het begin van de Romeinenbrief schrijft Paulus dat Jezus, wat het natuurlijke leven betrof, tot het geslacht van David gerekend moest worden. Maar naar zijn heilige, innerlijke of geestelijke mens werd Hij geopenbaard als de Zoon van God, toen Hij door een machtsdaad van de Vader, uit de doden werd opgewekt. Tijdens zijn lijden en sterven aan het kruis, had Jezus Christus de schuld (de straf van het hele universum) gedragen. Hij was ‘tot zonde gemaakt’, maar uit zijn opstanding bleek dat het Lam van God een voldoende offer had gebracht om de schuld (die de wereld had aan de satan, Lucas 4:6) weg te nemen.

De dood kon Hem niet vasthouden

Omdat Jezus met zijn leven vrijwillig en volledig voor alle zonden had betaald, was Hijzelf ook van de zondelast bevrijd en daarom was Hij weer heilig als vóór zijn lijden. Het was duidelijk dat Hij de Zoon van God was, want zijn innerlijke mens was afgescheiden van het kwaad en volkomen gaaf. De dood had geen recht meer op Hem, want dat recht is het loon op de zonde. De dood vond in Hem niets waarop hij recht kon laten gelden, dus was het niet mogelijk, dat Jezus door de dood werd vastgehouden. Ook opnieuw geboren christenen worden zonen van God genoemd. Ook zij hebben geen enkele zondeschuld en zijn net als Hij rechtvaardig. Dit is het mysterie van de opstanding van Jezus Christus. Het is het geheim van een overwinnend leven, want Hij leeft en Gods zonen met Hem.

  • ‘Als wij delen in zijn dood, zullen wij ook (nu al), delen in zijn opstanding’ (Rom.6:5).

In zijn eerste brief zegt Petrus hierover:

  • ‘Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop. Er wacht u, die door Gods kracht wordt beschermd omdat u gelooft, in de hemel een onvergankelijke, ongerepte erfenis die nooit verwelkt. U ziet de redding tegemoet, die aan het einde van de tijd zeker geopenbaard zal worden’ (1 Petr.1:3-5).

De opstanding van de Heer heeft (oprechte) christenen opnieuw geboren doen worden tot een nieuw leven. De dood heeft geen enkele claim meer op hen. Hij mag hen niet meer ‘uitkeren’ met ellende, ziekte of dood. Hij mag hen niet meer klein houden of onder druk zetten. Opnieuw geboren christenen zijn gerechtvaardigd door dit geloof in Jezus’ opstanding. Zij weten ‘dat zij uit God zijn’. In het door de satan bezette gebied (de wereld die in het kwaad ligt), zijn zij als verzetsstrijders actief die het contact met de bezetter hebben verbroken. Zij weigeren zich te vereenzelvigen met de erfzondeleer die zegt:

  • ‘Je bent slecht, je bent een zondaar en je blijft dit tot de dood…’

De regel in het Koninkrijk van God is dat niemand in de zichtbare wereld een rechtvaardige blijkt te zijn, als hij niet eerst gelooft en belijdt dat hij in de onzienlijke wereld een rechtvaardige IS. Op het Paasfeest zijn opnieuw geboren christenen blij, omdat zij een nieuwe schepping van God zijn, een nieuw ras van koningen en priesters, een volk, eigendom van God.

‘Onze Hoop’

Petrus spreek niet alleen van opnieuw geboren zijn, wat een verandering van denken veroorzaakt, maar ook van ‘een leven van hoop’. Het woordje ‘leven’ wijst erop dat opnieuw geboren kinderen van God tot God teruggebracht zijn en naar lichaam, ziel en geest naar Zijn wil, goed mogen functioneren. Zij kunnen weer leven in gemeenschap met de Vader en zijn Zoon. Zij denken niet dat er van hen niets terecht komt, maar zij verwachten deel te krijgen aan de totaliteit van de rijkdom van genade: de aanneming tot kinderen, de doop met Gods Geest, de redding en de heerlijkheid.

Door het geloof in de kracht van God wordt de hele erfenis toegeëigend. Deze erfenis ligt als belofte in de onzienlijke wereld voor Gods volk klaar. Zij zijn immers erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Jezus Christus. Wat Hij heeft ontvangen, is ook voor hen: zijn goddelijke natuur, zijn kracht, zijn liefde, zijn wijsheid, zijn heerlijkheid. De kracht die Jezus uit de doden opgewekt heeft, woont in allen die met Gods Geest gedoopt zijn. Deze redding en verlossing ligt voor hen klaar om in de laatste tijden geopenbaard te worden. Zij zien en beleven die dingen, waarvan hun voorgeslachten zelfs niet durfden dromen.

De laatste vijand door Jezus Christus onttroond

Door de opstanding van Jezus is ook de overweldiging van de dood – de grootste gevallen seraf, Dood hemzelf met zijn gevangenisbewaarders – als laatste vijand weggenomen. De dood heeft geen macht meer over opnieuw geboren christenen, want zij zijn met Christus uit de doden opgestaan. Zij leven in de hemelse gewesten, waar hun wandel is en bij hun sterven blijven zij wat de innerlijke mens betreft – waar zij zijn, namelijk in Christus. Voor hen is er geen dood en dodenrijk meer. Jezus beloofde zelf:

  • ‘Waarachtig, ik verzeker u: als iemand mijn woord bewaart zal hij de dood nooit zien’ (Joh.8:52,53).

Wanneer men dan sterft, zijn er geen doodsengelen (cipiers / gevangenisbewaarders) die hen opwachten en in hun kerkers opsluiten. Zij ontslapen in de Heer, dat wil zeggen: functioneren alleen in de onzienlijke wereld van de Vader (1 Thess.4:15). Dit blijde Paasevangelie laten zij zich niet afpakken door leugengeesten, die de opnieuw geboren mensen voorhoudt, dat zij de dood zullen sterven.

In een ondeelbaar ogenblik veranderd worden

Er is echter nog een andere hoop. Van Jezus staat geschreven dat de weeën van de dood door Hem verbroken werden. Wanneer een vrouw weeën krijgt, is het ogenblik aangebroken dat zij van haar kind gescheiden wordt. Bij het sterven wordt het lichaam van de innerlijke mens gescheiden en dit is een pijnlijke zaak. Bij de opstanding wordt de scheiding opgeheven en ziel en geest weer verbonden met een (verheerlijkt) lichaam. Dit is met Jezus gebeurd, maar zal ook gebeuren met hen die in Christus ontslapen zijn. Dan zullen zij met Hem heersen over al de werken van Gods handen. Het evangelie van Jezus Christus is een blijde boodschap van opstanding, hoop en heerlijkheid.

  • ‘Ook zag ik tronen en aan hen die erop zaten werd recht gedaan. Het zijn de zielen van hen die onthoofd waren omdat ze van Jezus hadden getuigd en over God hadden gesproken; zij hadden het beest en zijn beeld niet aanbeden en ook zijn merkteken niet op hun voorhoofd of hun hand gekregen. Zij waren tot leven gekomen en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang’ (Openb.20:4).