Christus is de Eerste

Christus is de Eerste van hen, die ontslapen zijn

  • ‘Als de doden niet opgewekt worden, is ook Christus niet opgewekt. En als Christus niet is opgewekt, is uw geloof zinloos; u bent dan nog in uw zonden… Maar nu, Christus ís opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn’ (1 Cor.15:16,17 en 20).

De dood is de grote vijand van de mens. De gave van God in het paradijs is de levensboom, waardoor de mens in volkomenheid had kunnen leven tot in eeuwigheid. De dood is gekomen als loon op de zonde, maar in wezen is de zonde iets vreemds.

Veel mensen hebben de gedachte aan een eeuwig gelukkig voortleven zelfs losgelaten. Het is voor hen vanzelfsprekend dat zij, net als de dieren, een korte tijd leven, groeien, verouderen en uiteindelijk verdwijnen. Heel verschrikkelijk dat zij zo denken. Deze duistere ontkenning van alle toekomstig leven zou er nooit geweest zijn als de zonde niet in de wereld was gekomen en de mens innerlijk verzekerd was van eeuwig leven. Een eeuwig leven waar geen plaats is voor zonde, haat, wreedheid en anarchie. Een mens die geen spijt heeft van en nooit vergeving vraagt voor zijn zonden, zal altijd bang blijven voor de dood.

In de kerken wordt wel gesproken over eeuwig leven en zelfs over schuldvergeving, maar door de dwaling van de erfzondeleer zijn ze niet in staat de mens gelukkig te maken. Om met Paulus te spreken: ‘Als zij zeggen dat Christus de zonden heeft vergeven, maar toch niet de overwinning over de dood kunnen behalen, blijven hun preken leeg en zonder inhoud’. Want God zou geen rechtvaardig God zijn als Hij de mens vanwege de zonde overgaf in de dood, maar hem daar zou laten zelfs nadat de schuld was betaald. Ja, als Christus niet was opgewekt, zouden we geen enkel bewijs hebben dat inderdaad de losprijs betaald is. Daarom zegt de Bijbel uitdrukkelijk dat Christus niet alleen is overgeleverd om onze overtreding, maar ook opgewekt om onze rechtvaardigmaking (Rom.4:25). Zijn opstanding was het enig afdoende bewijs dat alle zonden die Hij op Zich nam door Zijn sterven tot het laatste is betaald. Maar dan is zij ook het bewijs dat wij eeuwig zullen leven. Want nu wij volkomen vrij zijn van alle schuld, heeft de dood geen recht meer op ons.

In de opstanding van Christus is onze opstanding gegarandeerd. Als Christus niet opgestaan zou zijn, hadden we geen enkel bewijs van onze verlossing. Dan zouden we tevergeefs geloven en zouden we niet eeuwig leven, maar eeuwig dood zijn. Paulus breekt met deze uitzichtloze gedachten, als hij uitroept:

  • ‘Maar nu, Christus ís opgewekt uit de doden en ís de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn’.

Ieder die in Hem gelooft is volkomen gereinigd en vrij. Dit bewijst Christus’ opstanding. Door Hem hebben wij het eeuwige leven. Niet als een gave van God naast andere gaven, maar als God Zelf. Gods eigen levenskracht, die in Christus werd geopenbaard toen Hij opstond uit het graf, doorstroomt ons voor eeuwig. God geeft Zichzelf in Christus, zoals Gods Geest niet alleen maar ons kracht geeft, maar ook in ons woont. Er is geen eeuwig leven denkbaar buiten God. En hoe meer wij verbonden zijn met de opgestane Heer, hoe meer de kracht van Gods geest ons zal vervullen.

Christus de eerste

Christus leeft voor eeuwig. De dood zal over Hem niet meer heersen. Zo zullen wij straks voor eeuwig in volle levenskracht opstaan. Zonder deze troost zou ons leven zinloos zijn. Want in ieder leven komt op een bepaald moment de scheiding, de rouw. Zonder dit heerlijke vooruitzicht zouden wij gelijk zijn aan al die mensen die niet geloven in een eeuwig leven na de dood. Als wij geen troost vinden in het vieren van het Paasfeest, wie zou ons dan nog kunnen troosten?

Eeuwig leven!

Eeuwig bij onze Heer zijn. Deze zekerheid geeft ons kracht om in deze moeilijke tijd door te leven. In een wereld waar alles wordt vernietigd, waar het goede kwaad en het kwade goed wordt genoemd, mogen wij troost vinden in de kracht van Jezus’ opstanding. Wij kunnen zeggen met Paulus:

  • ‘Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw prikkel? God zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Heer Jezus Christus’ (1 Cor.15:55).

Eeuwig leven! Nog een korte, maar moeilijke tijd en het is zover. Dan zullen we ons aansluiten bij de feestelijke vergadering van eerstgeborenen. Dat is de beloning van onze strijd hier en nu. Alle miskenning, minachting, strijd en haat weegt niet op tegen deze heerlijkheid. Daarom:

  • ‘Wees standvastig, onwankelbaar, steeds overvloedig in het werk van de Heer. Want wij weten dat ons werk niet vergeefs is in de Heer’ (1 Cor.15:58).