Kom, Heer Jezus!

  • ‘Door Hem bent u in elk opzicht rijk geworden. Alles wat u zegt en al uw kennis bewijst dat het getuigenis over Christus bij u verankerd is en hierdoor ontbreekt het u, terwijl u op de komst van onze Heer Jezus Christus wacht, aan geen enkele gave van Gods Geest’ (1 Corinthe 1:5-7).

Opnieuw geboren en met Gods Geest vervulde christenen, hebben de taak om het eeuwig evangelie te verspreiden. De Bijbel zegt dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen. Deze uitspraak wordt als waarschuwing aan de gemeente gegeven. Dit is voor de natuurlijke mens een onaangename zaak. Hij wil prettig en zonder zorgen leven. Hij wil niet opgeschrikt worden uit zijn valse rust, net zoals de wereldbewoners onder het getuigenis van Noach of de mensen van Sodom en Gomorra.

Ook het volk Israël wilde tijdens het leven van de jonge profeet Jeremia de boodschap van het komende oordeel niet accepteren. Liever dan zich te bekeren en voor te bereiden op de zware tijden die kwamen, luisterde het naar valse profeten, die van ‘vrede, vrede’ spraken. Het volk meende dat de tempel van de Heer niet aan verdrukking zou worden prijsgegeven.

Zonen van God hebben een moeilijke opdracht. Hoewel de mens van de wereld opmerkt, dat er zware en gevaarlijke tijden naderen, leeft de meerderheid van het kerkvolk ook nu nog in hun valse rust. Zij is vervreemd van de Bijbelse ervaringen en niet geïnteresseerd bij de leiding en de werkingen van Gods Geest, zoals de eerste christenen.

Maranatha – De Corinthische gemeente

Het woord Maranatha komt alleen in de Corinthebrief voor: ‘Als iemand de Heer niet liefheeft, hij is vervloekt. Maranatha (kom Heer)!’ God had machtig door Paulus in deze havenstad gewerkt. Velen die voor een ‘modern christendom’ onbereikbaar zouden zijn, waren tot de Heer gekomen. Wanneer Paulus in deze gemeente kwam zag hij ze zitten: de voormalige afgodendienaars, overspelers, dieven, dronkaards, lasteraars en oplichters. Zo’n kern uit de zelfkant van het leven moet wel een zwaar stempel op deze gemeente hebben gezet. Maar zij waren gekomen en hadden zich bekeerd. Paulus kon schrijven: ‘U bent gereinigd, u bent geheiligd, u bent rechtvaardig verklaard in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God’ (1 Cor.6:11).

Paulus had bij velen in de naam van Jezus demonen moeten uitwerpen en allen door de kracht van Gods Geest moeten bevrijden, voordat het voor deze zwaar gebondenen mogelijk was de Heer in vrijheid te dienen. Aan deze jonge gemeente die nog in de ontwikkelingstijd stond naar het echte, christelijke én geheiligde leven, schreef de apostel: ‘en hierdoor ontbreekt het u terwijl u op de komst van onze Heer Jezus Christus wacht, aan geen enkele gave van Gods Geest.’

Het openbaar worden van de zonen van God

Zij verwachtten in hun leven de openbaring van de zonen van God, want zij wisten, dat wanneer Hij geopenbaard zou worden, zij aan Hem gelijk zouden zijn (Rom.8:19 en 1 Joh.3:2). Paulus legde verband tussen het bezit van de geestelijke gaven (gegeven tot opbouw van het lichaam van Christus) en de verwachting van de openbaring van Jezus Christus. Ook opnieuw geborenen willen dit verband tussen de verwachting van Jezus’ komst en de geestelijke gaven onverminderd handhaven. Wanneer de Heer immers geopenbaard wordt, zullen zij met Hem geopenbaard worden.

De vrouw moet zich gereed maken voor de bruiloft van het Lam. De duisternis komt en donkerheid zal de aarde bedekken en er zal angst zijn onder de volken. Laat u nu niet misleiden door de Maranatha gedachte (Tijdperkenknippers) die u vrijwaart voor beproevingen en verdrukkingen, als een ongeheiligd en niet toebereid volk, een onbeproefde gemeente. Een kerk zoals deze zich vandaag aan de dag openbaart, kan onmogelijk verenigd worden met een heilige, hemelse Bruidegom.

Door mensen opgeroepen demonenhordes

De Bijbel spreekt over het ontketenen van de demonenhordes uit de afgrond. Wanneer deze vijanden de aarde gaan overdekken om te zoeken wie zij kunnen verslinden, zullen de zonen van God verzegeld moeten zijn met de Geest van de belofte. Ook moeten zij losgemaakt zijn van alle banden met de zonde, om met vlag en wimpel dit eindexamen te doen en staande te blijven en vol te houden tot het einde. Alleen de openbaring van de geestelijke gaven maakt het mogelijk dat een gemeente echt vrij komt, doordat satans demonen  worden uitgeworpen. Men zal gedoopt met Gods Geest moeten zijn en aangedaan moeten zijn met kracht uit de hoogte. Door middel van de gaven van profetie wordt men door Gods Geest geleid om zo de verdrukkingen te weerstaan en overwinnaars te worden (Ef.6).

Gaat de gemeente door de grote verdrukking? JA!

Wat voor de Corinthiërs gold, geldt zeker voor de gemeente van Jezus Christus. De verwachting van de komst van Jezus is verbonden met de doop in Gods Geest en de volheid van de geestelijke gaven. Waar deze Bijbelse associatie bij de tijdperkenknippers gemist wordt, ontbreekt de kracht en de geschiktheid om door duisternis, verschrikking en verdrukking heen te volharden tot het einde. Dan ziet men alleen een mogelijkheid om een verziekte en krachteloze gemeente te behouden door haar naar de hemel te laten gaan vóór de verdrukking komt. Het is toch alleen de gave van Gods Geest, die ook nu de kracht en troost geeft aan hen, die leven in landen waar de verdrukking bij Gods kinderen al begonnen is.

‘U zult door allen gehaat worden’

Via deze website bewandelen wij de Bijbelse weg. En daar hoort tegenstand bij (leerlingen staan niet boven hun Heer). Een verburgerlijkt en nooit bekeerd kerkvolk zónder Bijbels Fundament, schrikt voor de openbaring van de geestelijke gaven. Het schrikt ook voor de beproevingen en verdrukkingen. Maar men vergeet dat veel mensen door de aanvallen van satans demonen veel nachten niet slapen en veel dagen bang en opgejaagd worden.

  • Wij hebben een afkeer van de knusse en gezellige schijnchristelijke geest. Een geest die de reële strijd tegen het rijk van de duisternis niet aandurft of aan kan en daarmee het Koninkrijk van de hemelen voor de geteisterden maar liever afsluit.

‘Bent U gekomen om ons te vernietigen?’

Als de Heer Jezus geopenbaard wordt in de zonen van God, roept het demonenrijk opnieuw in een paniekstemming: ‘Bent U gekomen om ons te vernietigen?Dit heeft niets te maken met het kerkvolk dat opgevoed is bij een romantisch beeld van Jezus Christus, zoals men die heus niet alleen vindt op de bidprentjes van rooms-katholieken.

Wanneer wij profetieën horen over het naderende oordeel en een komende opwekking, spreken lezers over lust tot sensatie. Wanneer Gods volk massaal samen komt in een feestelijke vergadering om te naderen voor God en met elkaar daar blij over zijn, zou men toch meer gediend zijn met een plechtige stilte, met boetedoening en met treurigheid.

Wanneer in een zwembad de waterdoop van Johannes te midden van de menigte het meest benaderd wordt, zou men ook liever zien dat dit gebeurt in diepe ernst en onder doodse stilte, dan dat er blijdschap is omdat het oude is voorbijgegaan en het nieuwe gekomen.

Een plotselinge, gerieflijke opname?

Wanneer in artikelen duidelijk uit de Bijbel wordt aangetoond dat de gemeente niet zonder verdrukking opgenomen zal worden, maar daarin bewaard zal blijven, omdat de hand van God over haar is, gelooft men liever verklaringen van hen, die menen dat de gemeente wat gemakkelijker de eindstreep zal bereiken. Men heeft dan ook geen behoefte aan een wapenuitrusting van God zelf, die de ware gelovigen geschikt maakt om staande te blijven in de worsteling tegen de demonen in de hemelse gewesten.

Men voelt ook geen behoefte om losgemaakt te worden van iedere band die aan het rijk van de duisternis bindt, om te staan in de vrijheid waarmee Christus heeft vrijgemaakt. Men ziet niet in dat juist de geestelijke gaven noodzakelijk zijn om de gemeente toe te bereiden en te sterken voor het vandaag snel naderende verderf.

Wanneer wij met deze website op de noodzaak wijzen van de doop met Gods Geest, waarvan de gaven van de geest een uiting zijn, noemt men dit extreem en overdrijving van waarheden van God. Maar in het licht van de spoedige komst van Jezus Christus schrijft de apostel:

  • ‘Zodat u ten aanzien van geen enkele genadegave tekort komt.’
  • Jezus zei: ‘Wie geloofd zal hebben, zal duivelen uitwerpen, in talen spreken en op zieken de handen leggen.’

Vindt Hij juist dít geloof nog op aarde als Hij komt? Bij hen die over zijn toekomst spreken? Al deze dingen zullen de gelovigen doen door de kracht en de werking van Gods Geest, die Jezus ons heeft gegeven.