
- ‘Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft, maar u zult de kracht van Gods Geest ontvangen, Die over u komen zal en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde. En nadat Hij dit gezegd had werd Hij opgenomen op genomen terwijl zij het zagen en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. En toen zij – terwijl Hij van hen wegging – hun ogen naar de hemel gericht hielden stonden er twee mannen bij hen in witte kleren, die zeiden: Galilese mannen, waarom staat u omhoog te kijken naar de hemel? Deze Jezus Die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan’ (Hand.1:7-11).
On-Bijbelse voorstellingen en opnamesprookjes
Voor hen die zich met de laatste dingen bezighouden, is de overheersende vraag: wat is de eerste grote gebeurtenis in het plan van God die christenen mogen verwachten? In een sector van de zogenaamde fundamentalistische kringen luidt het antwoord, dat de gemeente weggenomen wordt vóór de grote verdrukking en haar Heer tegemoet zal gaan in de ‘lucht’ en dit dan in de letterlijke en natuurlijke betekenis van het woord. Deze verplaatsing van de gelovigen zou elk ogenblik van de dag en van de nacht kunnen gebeuren en er is niets dat haar in de weg zou staan….
Een ruimtereis langs Pluto ?

Maar die ‘lucht’ is geen recreatieruimte, want daar zijn juist ‘de geestelijke machten in de lucht’ en daar is dan ook nog het hoofdkwartier van ‘de overste van het kwaad in de hemelse gewesten, de satan zelf’ (Efeze 6:12). Deze is dan juist in die tijd bezig een antichristelijk rijk op aarde te vestigen dat door zijn satanische horden bestuurd wordt. Wat moeten die gelovigen die van geen eindstrijd willen weten, daar dan doen? Niet opnieuw geboren kerkgangers die deze voorstelling van zaken hebben, zijn helemaal niet bij het herstelplan van God met de mens betrokken. Zij komen er niet aan toe om juist in de eindtijd het eeuwig evangelie van het Koninkrijk van de hemelen tot de uithoeken van de aarde te brengen. Ook niet om het heerlijke resultaat ervan – een niet te tellen menigte van geredden en verlosten – binnen te mogen brengen.
De Openbaring van Johannes niet relevant voor Oudtestamentische letterknechten
Bij de bestudering van de eindtijdprofetieën komt men met de fundamentalistische zienswijze tot de conclusie, dat het boek Openbaring (waarvan de inhoud duidelijk aan de gemeenten gegeven is) met het doen en laten van de gemeenten eigenlijk niets te maken heeft. De uitzonderingen zouden dan de hoofdstukken 2 en 3 vormen, waarvan de adressering niet geloochend kan worden (Op.1:11; 22:18,19). In deze eindtijddwaling heeft het christendom zéker deel aan de grote afvalligheid, maar niet aan de grote zegen van een vernieuwingsproces vanwege de uitstorting van Gods Geest, die als een late regen het koren in de aar doet rijpen, dus de gemeenten tot volmaaktheid brengt (Joël 2:28). Het vóórtijdig wegnemen van christenen kan men vergelijken met het sterven van een kindje, dat aan zijn levenstaak niet is toegekomen. Deze armoedige aardse visies delen wij niet, wij willen deze leugen weerleggen met de Bijbelse visie.
Door alle hemelen
De twee ‘engelen’ die bij de hemelvaart aan de leerlingen verschenen, deelden mee dat Jezus op dezelfde manier zou terug komen als zij Hem naar de hemel hadden zien gaan. De uitdrukking ‘op dezelfde manier’ vinden we ook in Judas 7, waar staat dat de steden Sodom en Gomorra op ‘gelijke wijze’ zondigden als eenmaal de engelen die aan hun oorsprong ontrouw werden. Men kan dus bij de terugkomst van Jezus Christus dezelfde gebeurtenissen verwachten als bij zijn heengaan. Het ‘naar de hemel gaan’ betekende voor Jezus dat Hij als ‘de grote hogepriester de hemelen is doorgegaan’ (Hebr.8). Hij doorliep een drietal fasen waardoor Hij de troon van God bereikte:
- De losprijs aan satan

Aan het einde van zijn aardse loopbaan sprak Jezus er al over dat de Mensenzoon zou ‘heengaan’ zoals geschreven was (Matth.26:24). Hij kwam tijdens zijn lijden in het domein van satan. Jezus had al vaak gezegd dat de Mensenzoon van de aarde verhoogd moest worden (Joh.3:14; 8:28; 12:32,34). Aan het kruis hing Hij tussen hemel en aarde, dus in de ‘lucht’. De dampkring stelt de onzienlijke wereld voor, die nauw met de aarde is verbonden en waar de satan werkt. In deze eerste hemel is Jezus binnengegaan om daar de strijd aan te binden met ‘de stieren, de buffels van Basan, de brullende leeuw en de honden’, die alle beeld zijn van vijandige demonen (Ps.22:13-17). Hij kocht toen de mensheid vrij uit de claim van de overste van deze wereld (verg. Matth.13:44).
- Het evangelie in de gevangenis

‘Ook is Jezus heengegaan om voor de geesten in de gevangenis te spreken’ (1 Petr.3:19). Hij ging de tweede hemel binnen, de onzienlijke wereld van het dodenrijk om daar zijn overwinnend, eeuwig evangelie bekend te maken.
- Opstanding tussen de doden uit

Bij de fase van de opstanding nam het inmiddels verheerlijkte lichaam van Jezus, zijn niet ontbonden natuurlijk lichaam dat in het graf een schuilplaats had gevonden, in zich op (Hand.2:27). De Geest van God had Hem uit de doden opgewekt en Hem doen heengaan uit het dodenrijk naar de ‘lucht’-sfeer. Hij kreeg hierbij zo’n enorme kracht, dat Hij Zich in de natuurlijke wereld telkens in een andere gedaante kon manifesteren (Marcus 16:12). Hij kon dus zijn verheerlijkt lichaam in een stoffelijk lichaam transformeren. Hij zei tegen zijn leerlingen:
- ‘Kijk naar mijn handen en voeten, Ik ben het zelf! Raak me aan en kijk goed, want een geest heeft geen vlees en beenderen zoals jullie zien dat Ik heb’ (Lucas 24:39).
Op deze manier verscheen Hij aan zijn leerlingen en was Hij lichamelijk bij hen. Toen Hij echter naar de onzienlijke wereld van de ‘lucht’ terugkeerde, werd zijn stoffelijk lichaam weer omgezet in een hemels, onzichtbaar lichaam. Hij kon immers uit het midden van zijn leerlingen verdwijnen ondanks dat de deuren gesloten waren (Joh.20:19). Hij ging dan weer bij hen weg. Veertig dagen lang was Hij in de ‘hemel’ die bij de aarde hoort en die door de apostel Paulus later vergeleken werd met de onzichtbare lucht. De hemelvaart van Jezus was het einde van zijn lichamelijke tegenwoordigheid onder zijn volk op aarde. Hij ging toen heen om voor hen een plaats te maken in het Koninkrijk van God. Paulus schrijft in 2 Corinthiërs 12:2, dat het hem één keer toegestaan was (of het met het geestelijk lichaam of met het natuurlijk lichaam geweest was, wist hij ook niet) ook zo’n hemelvaart mee te maken.
Aards denken
- ‘De tien dagen tussen hemelvaart en Pinksteren waren voor Jezus niet nodig om zijn troon te bereiken…’

Wie zo ongeestelijk denkt, begrijpt niets van de onzienlijke wereld van de hemelen, die niet aan tijd, ruimte, plaats of afstand gebonden is. Eén dag is in de hemelen als duizend jaar. In dit tijdsbestek konden de volgelingen van Jezus zich echter bezinnen op al de woorden, die de Heer tot hen had gesproken en op alle dingen die waren gebeurd. Het geweldige pinksterfeest dat volgde, werd de realisering van de belofte van de Vader, waarvan Jezus in zijn onderwijs had gesproken en werd het sluitstuk van zijn heengaan naar het Koninkrijk van God. Vervuld werd: ‘Wanneer Ik heengegaan ben, kom Ik terug (in een verheerlijkt lichaam) en zal u tot Mij nemen, zodat u mag zijn, waar Ik ben’. Zij waren nu immers rechtvaardigen voor God vanwege het lijden en sterven van Jezus. Zij werden dus naar de innerlijke mens overgeplaatst naar het Koninkrijk van God. Daar mochten zij zijn heerlijkheid zien, want zij zagen Jezus met heerlijkheid en eer gekroond (Ef.2:6; Hebr.2:9).
De onbegrepen opstanding
Het sterven van Jezus ging gepaard met de opstanding van veel ontslapen heiligen uit het oude verbond en ook uit de voortijd. Bij zijn heengaan naar het dodenrijk beefde de aarde, scheurden de rotsen en gingen de graven open. In Mattheüs 27:53 staat dat deze heiligen pas ná de opstanding uit hun graven gingen. Toen verschenen deze ‘krijgsgevangenen’ aan velen en daarna voeren zij met Jezus naar de hemel, naar de heilige stad, het hemelse Jeruzalem (Ef.4:8). Zij verschenen NIET in het hemelse Jeruzalem, zoals sommige vertalingen suggereren, maar aan de mensen op aarde. Alle andere vertalingen hebben ‘en zij zijn velen verschenen’ en niet ‘WAAR’ zij aan velen verschenen’. De geestelijke lichamen van de heiligen werden opgewekt, zoals dit op de jongste dag bij de grote opstanding van de doden, massaal zal gebeuren. Bij deze ‘voor-opstanding’ gaven de dood en het dodenrijk al veel doden terug die in hen waren (verg. Op.20:12).
Het geestelijk lichaam

Het merkwaardige van deze opstanding was, dat de heiligen onmiddellijk opstonden toen Jezus het dodenrijk binnendrong. Bij hen was het geestelijk lichaam waarvan Paulus in 1 Corinthiërs 15:44,45 spreekt, al tijdens hun aardse leven tot een bepaalde ontwikkeling gekomen, hoewel er toen nog geen sprake was van een wandel van dit lichaam in de hemel. Aan hen werd al vervuld, dat het uur komt, dat allen die in de graven zijn, naar de stem van de Heer zullen horen (Joh.5:28). Deze heiligen waren de rechtvaardigen uit het oude verbond, die tijdens hun aardse leven ‘een hemels vaderland zochten’ (Hebr.12:8-10). Zij waren steeds intensief met het plan van God bezig geweest en zij verwachtten, dat de schaduw waarin zij leefden, spoedig zou wijken voor de hemelse werkelijkheid.
Toen Jezus bij zijn aankomst in het dodenrijk zijn stem verhief om het eeuwige evangelie te brengen, aanvaardden de heiligen onmiddellijk deze boodschap. Het geloof in de beloften, de hoop op de opstanding en de liefde tot God waren in hen gebleven tijdens hun verblijf in het dodenrijk (1 Cor.13:13). De kracht van Gods Geest die bij Jezus aanwezig was, deed hen niet alleen opstaan, maar vervulde ook hun geestelijk lichaam. Hun opstanding was een getuigenis dat zij in hun leven voor hún tijd God hadden gediend. Zij bleven nog drie dagen in het dodenrijk en beluisterden de boodschap van Jezus en hoorden de reacties van de doden.
De doden uit de dagen van Noach

Petrus, die waarschijnlijk in de veertig dagen na de kruisiging ook het een en ander van Jezus geleerd had, schreef zelfs over het feit, dat de Heer zich ook tot de geesten had gericht, die vroeger ongehoorzaam waren geweest in de dagen van Noach. Na de drie dagen verlieten de heiligen met Jezus het dodenrijk om ook veertig dagen lang in de ‘lucht’ te zijn. Hun opstanding; hun vervulling met Gods Geest en hun kennis van de onzienlijke wereld maakten hen immuun voor satans demonen die hen omringden. De naam van de Heer maakte hen onaantastbaar (Spr.18:10).
Symboliek van de werkelijkheid

De uitdrukking ‘de graven werden geopend’ duidt symbolisch aan wat er werkelijk gebeurd was. Zo was het geopende graf van Jezus ook een beeld. De grafsteen vormde voor Jezus en voor de heiligen geen enkele belemmering om op te staan. Hun geestelijk lichaam kon zich immers door deuren en muren heen verplaatsen. De geopende graven waren slechts een teken voor de kring van leerlingen en vrienden. Het bewijs van de opstanding van deze heiligen lag in hun verschijningen. Zij namen contact op met veel broers en zussen, die van hetzelfde geestelijke niveau waren als degenen van wie Paulus schreef, dat Christus verschenen was aan meer dan 500 broers en zusters tegelijk (1 Cor.15:6). De heiligen die met Jezus naar de hemel vaarden, vormden symbolisch de wolk die de verheerlijkte Meester aan de ogen van zijn geliefden op aarde, onttrok. Paulus schreef hierover: ‘Opgevaren naar de hoge, voerde Hij krijgsgevangenen mee’ (Efeze 4:8).
Jezus nam dus uit het dodenrijk (dat ook wel gevangenis wordt genoemd) velen mee. Ook daar was Hij dus gekomen om gevangenen vrijheid te schenken en het aangename jaar van de Heer te brengen. Deze heiligen waren in hun strijd tegen satans demonen tot krijgsgevangenen gemaakt, omdat het hun aan de geestelijke wapenuitrusting ontbrak en zij geen overwinnaars waren geworden. Zij misten Gods Geest, omdat Deze in het Oude Testament nog niet was uitgestort. Deze rechtvaardigen uit het oude verbond werden nu naar het Paradijs gevoerd, of om een ander beeld te gebruiken: ‘Zij kwamen in de heilige stad’.
De moordenaar aan het kruis

Ook de moordenaar aan het kruis, die zijn geloof in het Koninkrijk van Jezus uitgesproken had, zal hier bij zijn geweest.
Jezus’ terugkomst wordt allereerst voorafgegaan door een onderwijs aan zijn volgelingen over het Koninkrijk van de hemelen en door een krachtige uitstorting van Gods Geest in de laatste periode van de gemeente van Jezus Christus. De tijd komt dat Jezus verheerlijkt zal worden in zijn heiligen en met verbazing gezien zal worden in allen, die tot geloof gekomen zijn (2 Thess.1:10). De Heer zal terugkeren tot een gemeente die gaaf is en waarin het evangelie krachtig heeft gewerkt.
Michaël en zijn engelen

In 1 Thessalonicenzen zegt de apostel dat Jezus zal terug komen op een signaal, namelijk een oorlogsroep van een aartsengel. Michaël en zijn engelen komen meestrijden tegen de draak en zijn demonenhordes (Op.12:7,8). Ook wordt de Heer vergezeld door de gestorvenen naar het domein van de ‘lucht’, waar de overste van deze wereld (satan) zijn laatste woonplaats heeft. Jezus komt met de wolken, een beeld dat de verheven positie van deze gestorvenen die bij Hem hun intrek genomen hadden, weergeeft. Hun opstanding wordt door de gemeente op aarde geconstateerd, omdat zij met hun geestelijk, onvergankelijk lichaam in staat zijn door een transformatie in de zichtbare wereld te functioneren.
De grote verdrukking

Dit herinnert aan de heiligen die met Jezus opstonden en die ook aan velen verschenen. Ze komen in de huizen en de samenkomsten van de achtergebleven christenen om hen aan te moedigen, te vertroosten en op te wekken om stand te houden in de grote verdrukking en zich gereed te maken voor de laatste oorlog in Armageddon. Deze grote wolk van getuigen zal zich dan met Jezus in grote heerlijkheid openbaren. Paulus schreef: ‘Wanneer Christus verschijnt die ons leven is, zult ook u met Hem verschijnen in heerlijkheid’ (Col.3:4). Ongeveer tien jaar daarvoor had hij nog verwacht, dat hij de terugkomst van de Heer zou meemaken. Toen schreef hij: ‘Wij levenden, die achterbleven’ (1 Thess.4:17). Maar in dezelfde tijd dat hij vanuit de gevangenis aan de Colossenzen schreef, getuigde hij in zijn brief aan de Filippenzen: ‘Ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste’ (Fil.1:23).
Bemoediging en vertroosting in de grote verdrukking
Ook de Heer Jezus zelf zal zich bij zijn terugkomst machtig openbaren onder zijn volk, dat naar Hem uitziet. Hij zal aan hen ‘die het waard zijn te staan voor de Mensenzoon!’, instructies geven hoe zij zullen handelen en ze belangrijke posten toevertrouwen in zijn hemelse leger. Voor hen allen geldt: ‘Gelukkig is hij, die waakt en zijn kleren bewaart, zodat hij niet naakt wandelt en zijn schaamte gezien wordt’ (Op.16:15). Zijn volgelingen op aarde worden dan op bijzondere wijze erbij bepaald, dat ze radicaal met alle zondemachten zullen breken, zodat ze in de laatste strijd het witte kleed van de gerechtigheid vrijmoedig kunnen dragen. Deze waarschuwing wordt immers gevolgd door de mededeling: ‘En Hij verzamelde hen op de plaats, die in het Hebreeuws genoemd wordt Armageddon’. Ook de hemelse boodschappers en de beschermende engelen zullen in die dagen net als in de periode rond de opstanding van Jezus veelvuldig worden gezien. De engelen van God gaan dan weer op zeer bijzondere wijze met de mens om. Zo vertroost en bemoedigt Jezus zijn volk met de woorden:
- ‘Omdat u het woord van Mijn volharding hebt bewaard, zal Ik ook u bewaren voor het uur van de verzoeking, die over heel de wereld komen zal, om hen die (graag) op de aarde (willen blijven) wonen, te verzoeken (Op.3:10).
Uitzicht op de overwinning

In 1 Thessalonicenzen 4:17 wijst Paulus erop dat de levend achtergebleven christenen in een ondeelbaar ogenblik veranderd zullen worden:
- ‘Vervolgens zullen wij, die in leven blijven, tegelijk met hen in de wolken worden opgevoerd, de Heer tegemoet in de lucht’.
Het geestelijk, onvergankelijk lichaam van deze achtergebleven christenen ontwikkelt dan zo’n kracht dat het natuurlijk lichaam erin wordt geabsorbeerd. Het sterfelijke doet daarmee onvergankelijkheid aan. Er gebeurt dan met hun lichaam hetzelfde als met het lichaam van Jezus in het graf. Het wordt verzwolgen in de overwinning (1 Cor.15:54). Op deze manier gaan de laatste christenen op aarde naar de onzienlijke wereld die de aarde omringt en die met de ‘lucht’ wordt aangeduid, om door hun Heer naar de strijd te worden gevoerd.
Armageddon – ‘Plaats van troepen’

De antichrist verzamelt ook zijn legers in de lucht, het domein van de overste van deze wereld. Hij wordt daarbij ondersteund door de demonische legioenen met hun koning Apollyon, die uit de afgrond opgeroepen worden en door tien occulte koningen uit het Oosten (Op.13:1; 16:12). Zij maken het mogelijk dat ook de antichristelijke gemeente in een grote spiritistische seance naar het terrein van de strijd wordt overgeplaatst. In deze periode is er dan sprake van de grootste ‘lucht’-vervuiling aller tijden. Geen wonder dat op aarde een groot deel van de bomen (beeld van de leiders van de volken) verbrandt, net als al het groene gras (beeld van de jeugd) dan een prooi wordt van satans demonen. Iets wat vandaag steeds duidelijker gezien is door hen die de ogen open hebben!
Na zijn lijden aan het kruis wordt dus de Heer Jezus in de ‘lucht’ opnieuw geconfronteerd met een samenbundeling van demonen uit het rijk van de duisternis. Nu is Hij echter omringd door een sterk en overwinnend volk dat zijn beeld draagt en Hem geheel gelijkvormig is geworden. Zoals Hij eenmaal aan het kruis de overwinning op zijn vijanden behaalde, zo gebeurt dit ook nu:
- ‘En ik zag de hemel geopend en zie een wit paard (beeld van de kracht van Gods Geest) en Hij die daar op zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid … En de legers van de Heer, die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, gehuld in smetteloos fijn linnen. En uit zijn mond komt een scherp zwaard, om daarmee de heidenen te slaan’ (Op.19:11-15).
In het hemelse Armageddon zal de Mensenzoon door het verblindende licht van zijn verschijning (epiphaneia) tijdens zijn tegenwoordigheid (parousia) de antichrist met zijn leger machteloos maken (verg. 2 Thess.2:8). ‘Want zoals de bliksem komt van het Oosten en licht tot het Westen, zo zal de tegenwoordigheid (parousia) van de Mensenzoon zijn’ (Matth.24:27). Hij zal de wetteloze doden door de adem uit zijn mond. Zijn mond wordt gevormd door zijn volk, want Hij spreekt door hen. Zo waren vroeger de oude profeten ‘de mond van de Heer’.
Het beest en zijn profeet overwonnen

De adem ziet op de grote kracht van Gods Geest, waarmee de legers van de heiligen de Woorden van God hanteren. De leugen dat de mens nietswaardig zou zijn (die vandaag ook veel christenen misleid) wordt in Armageddon ontmaskerd. De mens naar Gods beeld en als zijn gelijkenis wordt daar in heerlijkheid gezien.
Jezus wierp tijdens zijn leven op aarde, dagelijks demonen uit, verbrak de werken van de duivel en genas allen, die door de duivel waren overweldigd (Lucas 13:32; 1 Joh.3:8; Hand.10:38). Zijn gemeente, die in de laatste tijden óók deze strijd geleerd heeft, zal dan de wereld door trekken om de zuchtende schepping te verlossen van de nog inwonende machten van de duisternis bij de volken, want God is ook bij hen en in hen. Zij zullen met hun Heer ten goede regeren tot herstel van de hele schepping:
- ‘En ik zag tronen en zij zetten zich daarop en het oordeel werd hun gegeven’ (Openb.20:4).