
- ‘Over twee dagen is het, zoals jullie weten, Paasfeest. Dan wordt de Mensenzoon uitgeleverd om gekruisigd te worden’ (Mattheüs 26:2).
Jezus had zijn toespraken op de Olijfberg beëindigd. In deze profetische toespraak wees Hij op de tempel, die – als met goud omstraald – in het licht van de avondzon lag. Nog steeds was men bezig dit gigantische gebouw af te bouwen. De pelgrims waren al van ver gekomen om te Jeruzalem te aanbidden. De heidenen hadden respect voor het heiligdom en beschermden het. Wie dacht aan een ondergang of aan een ramp van verwoesting? Maar Jezus voorspelde dat de heilige stad ontwijd zou worden en het imposante bouwwerk tot een puinhoop zou vervallen. Veertig jaar later is inderdaad gebeurd wat de Heer van tevoren gezegd had.
Jezus had ook over het einde van de wereld gesproken. Hij schilderde een panorama van bloed en vuur en sprak over een catastrofe, waarbij de onzienlijke wereld uit haar voegen gerukt zou worden en over de gevolgen ervan op aarde (Joël 3:15-21; 2 Petr.3:10; Op.6:12,13). De zon (beeld van God) zou verduisterd worden en de maan (beeld van Gods Zoon) haar glans niet meer geven; de sterren (ontrouwe christenen) zouden van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zouden wankelen. In die apocalyptische tijd zal Jezus blijken de waarachtige en trouwe getuige te zijn:
- ‘Let op, ik heb jullie dit van tevoren gezegd!’
De profetieën, uitgesproken op de Olijfberg, gingen echter niet alleen over een verre toekomst, maar ook over wat vlakbij was.
- ‘Toen Jezus deze laatste toespraak had uitgesproken, zei hij tegen zijn leerlingen: ‘Over twee dagen is het, zoals jullie weten, Paasfeest. Dan wordt de Mensenzoon uitgeleverd om gekruisigd te worden’.
Dit was duidelijke taal, die geen enkel misverstand konden opleveren voor de leerlingen. Na twee dagen konden zij constateren dat de woorden van Jezus uitkwamen en wat Hij gezegd had de waarheid was. Dit geldt niet alleen voor een profetie over een tijdsbestek van twee dagen, maar zal ook waar worden over een tijdsduur van duizenden jaren. Bij God zijn immers twee dagen gelijk aan tweeduizend jaar. Daarom verwachten wij ook dat de aankondigingen over de eindtijd even nauwkeurig vervuld zullen worden als die over Jezus’ lijden en sterven.
Na twee dagen zou in de tempel in Jeruzalem een Paaslam geslacht worden en buiten op de heuvel Golgotha zou het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt, vrijwillig sterven. In het paleis van Kajafas vergaderden de overpriesters en oudsten. Zij beraamden een plan om Jezus te doden, maar zij zeiden: ‘Niet op het feest, want dan komt het volk in opstand’. Men wilde Hem later in alle stilte liquideren.
Het verraad van Judas

Judas verraadt Jezus – National Gallery of Ireland, Dublin (Caravaggio 1573-1610)
Judas stelt zich open voor de duivel en deze geeft hem in het hart zijn Meester te verraden. De duivel wacht niet, want een geest is altijd actief. Waar een zwakke plek is, moet hij doordringen. De raad kan wachten en uitstellen, maar satan kent alleen de totale oorlog. Hij neemt elke gelegenheid waar om winst te behalen. Jezus weet dat satan in het hart van Judas gekomen is. Dan zegt de Heer: ‘Wat je wil doen, doe het snel’. Daarmee neemt Jezus de laatste menselijke reserves van Judas weg. Iedere omtuining valt weg en satan kan zijn barbaarse werk via Judas uitvoeren. Deze werd een duivel, een zoon van het verderf. Hij moet zich haasten, want het Paasfeest nadert en dan moet de Mensenzoon overgeleverd worden.
Na twee dagen is de voorspelling van Jezus vervuld. Buiten de Damascuspoort ziet de menigte op Golgotha dat het kruis opgesteld wordt. Zij ziet de zichtbare dingen: het lijden, het klagen, het bloed, de angst en het sterven. Maar in de onzienlijke wereld doemen de demonen op en zij legeren zich om het kruis. Jezus is overgeleverd aan de overheden en aan alle demonen van satan, totdat aartsvijand nummer één, de dood, zijn werk gedaan heeft. Zo werden ook de Schriften vervuld.
Omdat David een profeet was, schilderde hij dit vijandelijke leger allang tevoren in al haar haat en bloeddorstigheid.
- ‘Een troep stieren staat om mij heen, buffels van Basan omsingelen mij, roofzuchtige, brullende leeuwen sperren hun muil naar mij open. Red mij uit de muil van de leeuw, bescherm mij tegen de horens van de wilde stier’ (Psalm 22:13).
Jezus zei: ‘Breek deze tempel maar af en Ik zal hem in drie dagen weer opbouwen’. Daarom verzegelden de Joden het graf en dachten met deze daad de woorden van Jezus te verijdelen. Diep in hun leugenachtig hart leefde echter de angst voor de waarheid.
Overwinnende en om te overwinnen

Met Pasen trok het Woord van God uit, overwinnende en om te overwinnen (Op.6:2). Ditzelfde Woord overwint nu in de harten van de opnieuw geboren en Geestvervulde christenen. De Heer is werkelijk opgestaan. Hij leeft. Hij is met ons. Hij is dezelfde, gisteren en vandaag. Hij is het Woord dat herstelt, verlost en geneest. Achter dit Woord volgen de legers van de hemel die mét Hem overwinnen (Op.19:11-16). Het Woord van God keert niet vruchteloos terug, maar wat Hij wil, wordt uitgevoerd. Het voert uit, waarvoor Hij het stuurt!
- ‘En Hij was bekleed met een in bloed gedoopt bovenkleed en Zijn naam luidt: Het Woord van God. En de legers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed in fijn linnen, wit en smetteloos’ (Op.19:13,14).