
Engelen
Bij de geboorte van de nieuwe schepping, Jezus Christus (en in Christus is het Israël van God inbegrepen) juichen de engelen: ‘Eer aan God, in de mensen van goede wil’. Dat is heel wat anders dan wat demonen zeggen. God heeft ons niet afgeschreven, Hij heeft de demonen afgeschreven. Bij de eerste schepping juichten nog alle zonen van God, maar bij de tweede schepping juichte een deel van hen niet meer. Ze staan er verbeten bij te kijken. De goede engelen juichten wél: God gaat door met de mens. Zo komt de vrede in het hart van de mensen. De verstoorde vrede wordt hersteld. God is bezig om zijn plan te realiseren, dat geloofden de engelen toen zij dit zongen. Jacobus zegt dat de demonen ook geloven, maar zij sidderen. De goede engelen geloven ook als ze dit kind in een broodbak zien liggen. Zij zien een nieuwe schepping.
En wat zien opnieuw geboren christenen? Zij zien meer dan de engelen, zij zien Jezus met eer en heerlijkheid gekroond. Zij weten dat Hij de eerste is van veel broers en zusters, dat Hij voor hen een weg baant tot de troon en tot heerlijkheid. De engelen geloofden dat nu gaat gebeuren wat God gezegd heeft, ook al begrepen zij het niet. Net zoals de profeten het niet begrepen. De engelen hebben net als de profeten ook gesproken over deze tijd. Zij zagen dat die scheut kwam uit de afgehouwen tronk van Isaï. De man wiens naam ‘Spruit’ zou zijn. Zacharia wist dit, omdat een engel hem dat gezegd had (Zach.6:12). Engelen wisten en weten dus wel wat, maar ze begrijpen niet wat het betekent. Van de profeten zegt Petrus dat zij bezig waren om te onderzoeken op welke tijd (wanneer) en hoe dat zou gebeuren (1 Petr.1:12).
Jezus Christus, de hoeksteen van het fundament

Wat dat ‘hoe’ betreft: de profeten wisten dus dat er een volkomen andere, nieuwe tijd zou aanbreken. Er zou dus iets anders in de plaats komen van hun natuurlijke godsdienst met hun aardse tempel en aardse priesters, namelijk de tijd van het Koninkrijk van God dat gebracht zou worden door Jezus Christus. De engelen hebben dat ook onderzocht, ze zijn verlangend om het plan van God in te zien. Ze gingen parallel op met de profeten, ze waren de dienende engelen van de profeten. Zacharia spreekt over Jezus als de Spruit die de gevelsteen (of hoeksteen) zal voortbrengen. Een prachtig beeld, want de gevelsteen wordt aan het eind van de bouw boven aan het huis geplaatst. Jezus Christus is ook de hoeksteen (het fundament van het huis) en de gevelsteen, als die geplaatst wordt is het huis bijna klaar, Jezus Christus met zijn gemeente.
Geen boodschap uit het oosten via een Perzische ‘kaste van priesters’

De engelen hebben veel gedaan en doen nog veel. Zo wisten ze ook dat zij in Efratha moesten zijn. Ze zijn niet bij de wijzen uit het Verre Oosten geweest, ze hebben geen verbinding gehad met deze occulte mannen die met astrologie bezig waren. Ze gingen rechtstreeks naar de velden van Efratha en hadden geen ster nodig. Je moet niet in het oosten zijn, zegt de Bijbel (Op.16:12). Jesaja 2:6 zegt:
- ‘Voorwaar, U hebt uw volk, het huis van Jacob, verworpen, omdat het geheel beïnvloed is door het Oosten en aan toverij doet als de Filistijnen’.
Het oosten is altijd verbonden met het occultisme. De engelen gaan dus rechtstreeks naar Bethlehem in Efratha. Hun komst veroorzaakt geen nationale ramp met afgeslachte kindertjes. Hun komst brengt alleen maar heerlijkheid, genade en waarheid. Als zij komen, zijn de velden vol met licht en licht is leven en blijdschap.
Stel engelen niet te lief voor, het zijn strijdbare helden

Op kerstkaarten worden engelen vaak uitgebeeld als kleine, mollige baby’s met vleugeltjes. Ook worden engelen wel uitgebeeld als knappe vrouwen die met hun lamp zich verheffen boven alles. Maar lees maar eens over de engelen in de Openbaring van Johannes. De zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel. Als dat gebeurt gaat de hemel open, Johannes beschrijft deze taferelen. Zoiets kan echt niet veroorzaakt worden door kleine mollig baby-engeltjes. De engelen roepen:
- ‘Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Heer en aan zijn Gezalfde (dat is de gemeente van Jezus Christus) en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden!’
Gabriël zegt: ‘Ik ben Gabriël, die voor God staat’. Het is bijna majesteitsschennis als je Gabriël voorstelt als een kleine, onvolwassen baby. Jezus zegt: ‘Ik zal mijn Vader bidden en Hij zal me 12 legioenen engelen zenden’. Als Elisa bang is en denkt dat hij en Elia om zullen komen, dan vraagt Elia of God aan Elisa de bescherming van de duizenden engelen wil laten zien. Verbindt dus engelen nooit met een sentimentele sfeer, want dan zit je er ver naast.
De engelen openbaarden zich aan de herders in de velden. De herders waren gewone mensen en niet, zoals wel eens beweerd wordt, mannen die de Bijbel aan het napluizen waren en met elkaar over de eindtijd spraken. Nee, het waren gewone mensen, die trouwens later nooit meer genoemd worden. God sprak niet in hen zoals bij de profeten Simeon en Anna, maar de herders kregen een openbaring. Zij hebben wat dat betreft ‘geluk’ gehad, zij waren op dat moment in de velden van Efratha. Als er andere mensen op dat moment in de velden waren geweest, was de openbaring aan die mensen doorgegeven. Op deze manier wordt de (ongelovige) wereld erbij betrokken. Vergelijk hoe God grote wonderen deed bij het volk Israël toen het uit Egypte trok. Toen was er ook ‘veel vreemd volk’ bij. De herders zagen de wonderen die er in de hemel gebeurden.
Die manifestatie markeerde een omslagpunt in de verlossingsgeschiedenis. Er is in de eerste plaats niet iets op aarde gebeurd, nee er is allereerst iets in de hémel gebeurd. Er is een volheid van de tijd voor Gods troon geweest. Van bovenaf gezien was het de grootste beweging in de hemelse gewesten tot op dat moment. Op aarde mag het een eenvoudig tafereel geweest zijn en vergeten zijn, maar in de hemel was het een revolutie, opgetekend in het Levensboek. De woordvoerder van de engelen zegt:
- ‘Wees niet bang, want ik kondig grote blijdschap aan voor heel het volk’.
- Heel het volk, denk daarbij aan Simeon die in de tempel zegt: ‘Want mijn ogen hebben uw redding gezien, dat U bereid hebt voor het oog van alle volken’ (Lucas 2:30-32).
Dat reikt dus veel verder dan alleen het land Palestina, hoewel het daar op een onbetekenende plaats gebeurde. Want wat stelt Judea nu voor in de rij van de volken en wat is Efratha onder de plaatsen van de wereld? Toch begint God in die onbetekenende omgeving Zijn grote plan uit te werken.
Een geestelijke zaak
Het kind ligt in doeken gewikkeld. Hij ligt niet in een koninklijke kamer in een landhuis te Wassenaar en in een goed verzorgd bed, omdat de geboorte van Jezus een geestelijke, hemelse zaak is. De hemel heeft de grootheid van deze wereld niet nodig. Ook niet de show, de rijkdom of de kennis van deze wereld. Ook nu is dat precies zo. Opnieuw geboren en Geestvervulde christenen hebben geen mooi, glazen gebouw, eersteklas musici of grote aantallen koorleden in soepjurken met ufo’s en zwarte pakken nodig. Dit heeft in wezen niets te maken met de hemelse gewesten. Over Jezus werd gezegd: ‘Hij had geen gedaante, noch heerlijkheid’ en ‘Wie gelooft onze boodschap?’ (Jes.53). God heeft geweigerd iets zichtbaars en grotesk te openbaren. Er was geen sprake van aardse, natuurlijke grootheid bij de geboorte van Jezus, terwijl er toch heerlijke, grote dingen aan Hem verbonden waren. In die onaanzienlijke gemeente, in die onaanzienlijke man of vrouw zit het geweldige van het koninkrijk van God.
- ‘Hij heeft de rijken leeg terug gezonden en de armen heeft Hij aangenomen’.
Dat is het evangelie van Jezus Christus, misschien wel totaal iets anders dan u verwacht had, want het is niets natuurlijks, alleen maar geestelijk. En dat zoeken ware christenen telkens weer, alles wat te maken heeft met de hemelse gewesten. Die grootse dingen die verbonden zijn met de hemel. Als wij roemen, zegt Paulus, roemen we niet in de verdrukking en alle narigheid, maar hij roemt over de mens in Christus, dat hij is opgetrokken tot in de derde hemel. Bij mensen is Paulus een onaanzienlijk iemand, maar dat is niet belangrijk voor hem. Hij is thuis in de hemelse gewesten.
Jeugd
Het kind Jezus groeit als een gewoon kind op, geheiligd door zijn aardse ouders Jozef en Maria. Maar het menselijk vermogen schiet tekort, ze waren niet verbonden met Gods Geest. Daarom heeft Zijn Vader Hem ook geheiligd (Joh.10:36). In de gemeente worden de kinderen ook geheiligd, tekorten worden aangevuld door Gods Geest. Ouders doen daarin de Vader na, Hij heiligt Zijn Zoon in de natuurlijke en geestelijk wereld. Jezus is beschermd door Zijn Vader zodat Hij geen zonde gedaan heeft. Na zijn doop met Gods Geest kan Hij de zonde zélf weerstaan. Opnieuw geborenen hebben – om de zonde te kunnen weerstaan – Gods Geest met zijn wijsheid, kennis en onderscheiding van geesten nodig. Zij proberen ook hun kinderen te beschermen, want dat gaat niet vanzelf. In de natuurlijke wereld zal dat nog wel meevallen, maar kunnen zij ze ook bewaren voor het contact dat ze maken als ze buiten zijn, op school of waar dan ook? Het heiligen komt helaas wel vaak te laat, als het contact met de demonen al gelegd is en de zonden al gedaan hebben.
Kinderen zijn geen lid van de gemeente, maar hun ouders wél. De voorganger en oudsten, de gemeenteleden hebben dan ook niets te zeggen over de kinderen, zijn er ook niet verantwoordelijk voor. De ouders van de kinderen echter wel. Zij kunnen dus niet zeggen dat de gemeente voor de kinderen moet zorgen. Ze kunnen wel de gemeente(leden) om hulp vragen, voor advies of ondersteuning. Maar de taak van de ouders kan niet op anderen afgeschoven worden, hoe zwaar de taak ook is. De duivel maakt die taak zwaar en valt daarbij de kinderen aan, met als doel dat hij over het kind kan heersen, waardoor de ouders het niet aankunnen. Dan geven de ouders de moed op en kunnen hun kinderen alleen maar in een kwaad daglicht zien.
Satans demonen zijn vooral in de thuissituatie actief, om de basisveiligheid in het gezin aan te pakken. In andere situaties worden de kinderen met rust gelaten. Dan is het moeilijk om de kinderen te blijven heiligen, omdat de duivel de ouders in wezen ook in zijn macht heeft. Men heeft niet meer de rust en de kalmte om de kinderen te zien zoals ze echt zijn. Hun blik is verduisterd waardoor ze de demonen achter het kind niet meer zien. Als ze (samen) de geestelijke werking weer ontdekken, kunnen ze zich wapenen tegen de aanvallen. Dan kunnen ze de strijd wettelijk strijden samen met de Heer. Als iemand in de kracht van God staat en de boze geesten overwint, moet de duivel het loodje leggen. Dan kan men zich weer positief opstellen in het gezin en de kinderen een veilige plek geven. Dan is er weer vrede in huis. Vrede is het ontbreken van levensstoornissen.
Vrede op aarde

Het kerstgebeuren geeft een sfeer van rust in het koninkrijk van de hemelen. Dat koninkrijk is dichtbij gekomen. Het kind Jezus moet nog opgroeien en het gordijn van dat koninkrijk moest nog weggeschoven worden, maar dat heeft Hij uiteindelijk gedaan. Hij heeft de poorten van dat koninkrijk geopend, Gods kinderen vervuld met Gods Geest en hen sterk en krachtig gemaakt. En die sfeer van het koninkrijk nemen ze mee. Zij zijn burgers van het koninkrijk van de hemelen. Wie een hemelburger is, is niet burgerlijk, klein of bekrompen in denken, niet argwanend, maar heeft de vrede in zich. Men ziet het plan van God, die geweldige toekomst. Wie dat in zich meedraagt, bouwt, herstelt, verlost, redt en vermaant met de liefde van God in zijn hart. Dan is men niet meer negatief, maar dan straalt men de sfeer van het koninkrijk van de hemelen uit. Dit geldt ook voor het huisgezin van God. Ook daar is wel eens wat aan de hand. Maar als men blijft vasthouden aan het vleesgeworden Woord van God, is er leven in de gemeente.
Jezus Christus – Voor Rome, eeuwig dood hangend aan een kruis

Het kleine kind Jezus gaat groeien en zich ontwikkelen. Veel mensen zijn helemaal idolaat van de Kerstdagen, omdat ze het kleine baby’tje zien en willen vasthouden. Zij houden graag dat kind klein en zo komen ze nooit tot de volwassenheid. Zo houden ze Jezus elk jaar in de sprookjessfeer, met een kribbe in een stalletje, net zoals de Rooms-katholiek de volwassen Jezus het liefst eeuwig voor dood aan het kruis ziet hangen. Ze willen niet dat Hij opgroeit tot een man die de dood overwonnen heeft en hen leert strijden in de hemelse gewesten. Daar willen ze niet aan, ze willen zelf niet groeien en ontwikkelen, ze willen niet geloven in een vervuld worden met Gods Geest. Daarom, zegt Paulus in 1 Corinthe 1:10-17, zijn er zoveel ruzies. Ze zijn net als kleine kinderen die overal ruzie om kunnen maken.
Ook Marcus is een prachtig boek. Hij begint al in hoofdstuk 1:20 met de beschrijving van Jezus in de synagoge. Het is daar heel stil, ieder is onder de indruk van de leer die Jezus brengt. Dat is dan al meteen bij een volwassen Jezus, net zoals Johannes in hoofdstuk 1:14 zegt:
- ‘Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien’.
Hij heeft het hier niet over de heerlijkheid van de pasgeboren Jezus als baby, maar de heerlijkheid die Hij heeft als volwassen Man van God. Zo willen ware christenen verder kijken dan dat kindje in de broodbak of als voor eeuwig gestorven aan een kruis; deze beelden zijn inspiraties van satan. Opnieuw geboren christenen willen zien naar het offensief dat God begonnen is met Jezus. ‘Uit de mond van kinderen en zuigelingen hebt U sterkte gegrondvest, Uw tegenstander ten spijt’. Dat is het offensief van God. Als Mozes geboren wordt, zien zij hem als degene die later de Rode Zee met zijn staf door midden klieft. Als Jezus geboren wordt, zien zij Hem als degene die de duivel onttroont, hem in de afgrond werpt en Gods zonen op de troon zet!