1. De leegte rond Kerst móet gevuld worden!

 

Kerst is voor veel mensen een jaarlijkse hobby: mensen gaan de kerstdagen ‘voorbereiden’. Overal zie je het dennengroen verschijnen; de stalletjes, kerstboompjes, overvliegende rendieren, lampjes en engeltjes met hun lieflijke vleugeltjes. De digitale kerstwensen versierd met kerstballen en de tekst: ‘Prettige kerstdagen en gelukkig nieuwjaar!’ Er ontstaat een sprookjes- en toverachtige en sfeer. Schijnbaar hebben mensen behoefte aan zo’n sfeer in moeilijke tijden. Kerkgangers doen daar vrolijk aan mee. Al zijn er ook orthodoxe, wettische kerkbewoners die moeite hebben met Kerst. Ze zijn tegen de kerstboom en alle versieringen, want “dat is heidens…”.

Spektakels in Jeruzalem

Rond de kerstdagen gaan er massa’s mensen naar een ‘geboortekerk’ in Bethlehem. Je hebt een speciale toegangskaart nodig om de kerk te bezoeken. Van dichtbij proef je de strijd tussen Armeense christenen en Rooms Katholieken, die beiden vlakbij de geboortekerk hun eigen kerken hebben. Het is ‘in’ om met de bus langs de drie met elkaar concurrerende herdersvelden te rijden. Allemaal toeristische trekpleisters rond de persoon Jezus. Er zijn ook mensen die met Kerst aan Jezus denken en daarover zingen. De liedjes die daarbij gezongen worden zijn zeer divers. Zo gaan er velen over Jezus, die zijn koninklijke waardigheid heeft afgelegd om mens te worden…. Dat Hij de hemel verliet om als arm kind op de aarde te landen:

  • ‘Wordt arm en hulpeloos, draagt een kruis’
  • ‘Voor wie verlaat u uw troon en rijk?’
  • ‘Wat deed uit ‘s hemels zalen, o Heer der heerlijkheden, op aarde U neerdalen? Uw grote liefde alleen…’.

Deze liedjes zijn een sprookje, waar veel kerkmensen door misleid worden. Alsof Jezus als parachutist uit de hemel is neergedaald. Dat botst met de geboorte van Jezus. Wie spreekt over Jezus die ‘het huis van Zijn vader, Zijn troon en Zijn rijk verlaat…’, is eigenlijk gelijk aan een boeddhist, die in reïncarnatie gelooft. Maar zo is het niet: Jezus is geboren op Gods tijd (Gr: eu kairos). Hij is de eerste van veel broers (en zusters) en Hij is een mens zoals ieder ander mens. Alleen Zijn afkomst is anders. Hij is Gods Eniggeboren Zoon. Jezus was in de gedachten van de Vader als Lam van God dat de zondeschuld van Adam zou gaan betalen aan satan. God is immers Geest. Jezus was niet letterlijk bij de Vader als Zoon in het heelal (en speelde daar ook niet als baby in de box). We moeten dit in de geestelijke wereld plaatsen. Hij is geboren zoals alle baby’s geboren worden. Gods Geest verwekte Hem bij Maria, die haar volledige toestemming daarvoor gaf: ‘Laat Uw Woord aan mij gebeuren’ (Joh.1:1).

Er staat in 2 Corinthe 8:9:

  • ‘U kent immers de genade van onze Heer Jezus (Christus), dat Hij vanwege u arm is geworden, terwijl Hij rijk was’.

Dit gaat echter niet over de geboorte van Jezus, alsof hij als schatrijke 1/3e god, ineens arm werd. Jezus was gééstelijk rijk. Hij droeg de Koningsmantel in de hemelse gewesten. Alles wat zijn Vader Hem gaf, heeft Hij vrijwillig prijsgegeven. Hij heeft het kruis gedragen en is arm geworden. Hij heeft Zichzelf voor alle mensen geofferd waardoor men juist rijk kan worden in Hem. Dat rijk zijn slaat niet op de natuurlijke wereld, maar is geestelijk bedoeld. Jezus is niet als parachutist neergedaald, maar als mens geboren. Hij was arm omdat Hij geen aanzien had. ‘Geen gedaante noch heerlijkheid’ zegt de profeet Jesaja. Jezus kende de rijkdom en de luxe van het natuurlijke leven niet.

Jezus’ geboorte

Hij werd niet geboren in een paleis, maar in een ‘drive in’ met broodbak, een karavanserai. Hij had een geweldige heerlijkheid, maar die heeft Hij prijsgegeven toen Hij voor ons stierf. Hij heeft alles (op)gegeven voor óns.

Zoon van de Vader

God is Geest. Hij had eerst geen natuurlijke Zoon maar Hij had gedachten en een plan. God heeft een woord gesproken, daarom staat er: ‘Het Woord is vlees geworden’. Jezus is geen vlees geworden, Jezus is Zijn naam naar Zijn mensheid. Jezus als eerste mens met een verheerlijkt lichaam, is op dit moment al ruim 2.000 jaar oud. Jezus is de mens, maar het Woord (Gods Logos, Joh.1:1) is vleesgeworden en een woord is niet een gestalte, maar een gedachte die uittreedt. Vergelijk het met het Lam dat geslacht is vanaf het ontstaan van de wereld. Er was geen lam in het heelal, maar het was de gedachte van God dat Hij altijd de val van de mens zou opvangen. Op die manier was Jezus het Woord van God vanaf het begin.

Bij de schepping zei God: ‘Laat er licht zijn’. Er was geen luisteraar (buiten de engelen) die Hem dat hoorde zeggen, maar op dat moment werd Gods gedachte uitgesproken. Het werd realiteit, het licht was ontstaan. Het spreken heeft niet te maken met oren, met luisteren, maar Gods gedachten komen naar buiten door Zijn woord. Het woord is een beeld van Gods gedachten en door het uit te spreken wordt het realiteit. ‘Hij spreekt en het is er’. Hij heeft daar geen klanken voor nodig. De engelen waren de enige ‘luisteraars’ en zij hebben samen al gejuicht toen God de aarde ophing aan het niets (Job 26:7; 38:7). Engelen hebben geen handen om te klappen, geen mond om te juichen, geen oren om te horen, zij hebben geestelijk verstaan wat God bedoelde. Zo namen de profeten later de woorden van God in zich op, ook zij hadden daar geen natuurlijk oor voor nodig, maar een geestelijk oor. Mozes zag de brandende braambos in een visioen, maar wat belangrijker is: hij hoorde de stem van God in zijn binnenste. Dat is het wonder van profetie.

Was Maria de moeder van God Zelf?

Een opnieuw geboren en Geestvervulde christen verstaat bij een profetie wat er gezegd wordt. Daar is onderscheiding van geesten voor nodig, ofwel contact met de Geest van de eeuwige God. Op die manier sprak God tot Maria, waarop zij in geloof antwoordde: ‘Laat het gebeuren naar Uw woord’. Dat woord van God – die gedachte van God – gaat uit in de volheid van de tijd en wordt realiteit in de schoot van de Maria. Zij werd daarbij niet de moeder van God zelf, want God heeft geen moeder! Dat Woord van God wordt menselijk leven, het wordt een nieuwe schepping. Doordat het in Maria ontstaat is er een verbinding met het menselijke geslacht; er is een doorgaande lijn in de geslachten. Zij is daarna niet maagd gebleven. Jezus kreeg nog broers en zusters, iets waar Rome tot aan vandaag helemaal gek van wordt.

Een nieuwe schepping

Toch is er sprake van een nieuwe schepping door de Woorden van God. Hij had ook Jezus kunnen scheppen uit elementen, maar Hij schept zijn Zoon door zijn Woord wat gestalte krijgt in een eicel. De eicel ontwikkelt zich tot mens. Gods Logos (Woord) begint te groeien en heeft de gedachten van herstel, vernieuwing, verandering, verbetering en genezing in zich. ‘Hij zond Zijn Woord en Hij genas hen’. Dat Woord doet wat God wil en waartoe Hij het uitgezonden heeft.

Het is een minutieus begin wat met kerst herdacht wordt. God bewaart dat Woord in de schoot van Maria en het krijgt zo gestalte in een baby, een mens. God bewaart het voor invloeden van buitenaf zoals zonde, ziekte en demonische leugengeesten. Als Jezus als 12-jarige in de tempel zijn vragen stelt en antwoorden geeft, staan de Schriftgeleerden versteld over zijn scherpzinnigheid. Elke vraag en elk antwoord was verbonden met de waarheid, zoals God het bedoeld heeft. Jezus was groter in zijn denken dan alle mensen in de tempel samen, omdat God Hem geheiligd en bewaard had, zoals een vader dat altijd moet doen.

Overwinnend en om te overwinnen

Het Woord, de nieuwe schepping ontwikkelt zich. Het leven begint altijd in een zaadje, minimaal in iets kleins, onzichtbaars. Het Woord groeit door en krijgt gestalte. Het Woord geneest en herstelt. Er komen vervolgens meer mensen die ook dat woord van God in zich hebben, zoals Johannes schrijft: ‘Wie gelooft dat Jezus komende is in vlees’. Zo breidt dat Woord zich uit tot er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde is. De kracht van het Woord dat vleesgeworden is in Bethlehem, gaat over de aarde, overwinnende en om te overwinnen: ‘En Zijn naam was het Woord van God’ (Op.19:13). Als alles voltooid is en de schepping vervuld is met de woorden en de gedachten van God en de Geest van God, keert het Woord weer terug naar de Vader, zodat God alles in allen zal zijn (1 Cor.15:24; Op.22:13).

Met Kerst denken we ook aan de geboorte van een grote verandering in de schepping. God neemt Zijn tijd, Hij heeft geen haast. Er gaan miljoenen jaren overheen, maar God bereikt Zijn doel. De duivel kan tegenstribbelen en doen wat hij wil, maar God bereikt wat Hij in gedachten had: een nieuwe hemel, een nieuwe aarde en een nieuwe mensheid. Het Woord keert dan terug naar God die Hem gezonden heeft, want het Woord is voldaan, voldragen en uitgewerkt. Dan komt er een nieuw tijdperk waar de Bijbel niet over spreekt, dan pas begint het echte eeuwige leven zonder einde. Nu zijn alle voorbereidingen aan de gang om dat te bereiken. Wat dat betreft heeft Paulus gelijk als hij zegt dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt t.o.v. de heerlijkheid die ons gegeven wordt. Als je er goed over nadenkt, raak je enorm onder de indruk van de gedachten van God. Dat kan niet in een mensenbrein opkomen want:

  • ‘Wat geen oor heeft gehoord en geen oog heeft gezien, dat alles heeft God weggelegd voor degenen die dat Woord aanvaarden, want aan hen – die dat Woord aanvaard hebben – geeft Hij macht om zonen van God te worden.’

>>>>>