1. De storm

<<<<<

‘Christus in de storm op het meer van Galilea’ – Rembrandt van Rijn

  • ‘En zij lieten de menigte achter en namen Hem, Die al in het schip was, mee; en er waren nog andere scheepjes bij Hem. En er stak een harde stormwind op en de golven sloegen over in het schip, zodat het al volliep’ (Marc.4:36,37).

Het schip is een beeld van de gemeente. We zien wel eens de emblemen van een schip op een kerk, soms met een kruisvlag in top. Dit is sterk overdreven, maar het beeld is duidelijk. Het schip, met Jezus en zijn leerlingen, vaart op het meer van Galiléa als er een storm opsteekt. In Mattheüs 8:24 wordt een woord gebruikt dat vaker voorkomt: een grote onstuimigheid op zee. In het Grieks betekent dat seismos, afgeleid van seismograaf, een apparaat wat trillingen van aardbevingen registreert. Het woord seismos komt vaker voor in de Bijbel, bijvoorbeeld als Jezus sterft en als Hij opstaat. Bij Paulus in de gevangenis in Filippi is ook sprake van een seismos. In Mattheüs 24 spreekt Jezus o.a. over honger en pest, maar ook over aardbevingen. Verder komt het woord voor in Openbaring.

Het meer van Galilea

Sommige vertalingen overdrijven en spreken van een ongewone storm, maar zo ongewoon was dat niet. Men kan beter spreken over een zeebeving, die daar wel vaker voorkwam, het is immers een vulkanisch gebied. Denk aan het meer van Tiberias, waar men tegenwoordig genezing zoekt voor reumatische aandoeningen e.d. Er kwam dus een geweldige zeebeving en een grote storm. Dit alles is natuurkundig te verklaren: De zee van Galiléa ligt 208 meter onder de zeespiegel. Als het heet wordt, stijgen de zeewinden op en er ontstaat een minimum. Daarop komen de valwinden van het gebergte, waardoor de storm ontstaat.

Geestelijke stormen

De Bijbel spreekt in dit verhaal echter over de storm in de geestelijke wereld. Het is een geestenwereld die daar ontketend wordt. Openbaring 11:12-19 spreekt over aardbevingen en stormen op het moment dat de tempel van God geopend wordt:

  • ‘En de tempel van God, die in de hemel was, ging open en de ark van het verbond, Jezus, werd gezien. En de zonen van God werden geopenbaard’. Er komt zoveel verzet in de geestelijke wereld, dat er staat: ‘Er kwamen bliksems, stemmen, aardbevingen en zware hagel’.

We zien hoe de geestelijke wereld in beweging komt en er een storm ontstaat in de hemelse gewesten. De storm die over het schip waar Jezus en zijn leerlingen op waren, heen ging, is een beeld van wat er in de hemelse gewesten gebeurt. “Het schip werd er helemaal ingewikkeld” staat er letterlijk. De zeilen zullen kapot gaan, het roer zal worden gebroken en het schip zal op een of andere klip varen. Het huilen van de wind komt overeen met het naargeestige van het rijk van de duisternis, van het dodenrijk met haar afgrond.

We weten dat God niet in die storm is, God is nooit in geweld of vuur. Denk aan Elia die vluchtte voor Izebel. Elia ontmoette God bij de Sinaï. Elia kwam in een zware storm die de bergen verscheurde, maar God was niet in de storm. Hij was ook niet in de aardbeving, ook niet in het vuur, maar in het suizen van de zachte stilte. God haat geweld, God geeft geen stormen die de dijken doet doorbreken. Achter al deze gewelddadige verschijnsels zit het rijk van de duisternis. Adam en Eva ontmoeten God in de avondkoelte, God spreekt niet door geweld, maar in de stilte. God is niet in de vernielingen en de wetteloosheden. Mensen worden bang van dit soort verschijnsels, ze horen als het ware de demonen opkomen en weer wegtrekken. Dat is het beeld van de onrust en de onstuimigheid in de onzienlijke wereld. Als David gaat strijden moet hij wachten, tot God bij hem is. De Statenvertaling zegt: ‘Hij was in het geruis van de moerbeitoppen, in de wind die door de bomen ging.’ Dan zegt God: ‘David, je zult de Filistijnen verslaan, want Ik ben voor je uitgetrokken’. Zo is onze God!

Jezus slaapt

  • ‘En Jezus lag in het achterschip te slapen op een kussen; en zij wekten Hem en zeiden tegen Hem: Meester, maakt U Zich geen zorgen om het feit om dat wij vergaan?’ Marc.4:38.

Als de Heer zich gaat openbaren door zijn onderwijs over de geestelijke wereld, is het geen wonder dat het verzet oproept in het rijk van de duisternis. De vijand, de satan, laat de storm ontstaan, hij wil het schip breken en de mensen verdrinken. Als je Mattheüs 8 leest, zie je dat de leerlingenkring nog niet compleet was, dus Jezus is nog maar aan het begin van zijn loopbaan en zijn onderwijs. De orkaan gaat voorbij, het schip dreigt te breken, maar Jezus weet: ‘nu staan we in de storm’.

Wij hoeven ons niet te verbazen dat wij ook in de storm staan, omdat wij in aanraking zijn gekomen met de leer van het Koninkrijk van de hemelen. Jezus’ antwoord op de storm is: slapen! De storm doet Hem niets, dat is het geloof van Jezus Christus. Er is geen groter geloof dan wanneer je in de storm van je leven gaat slapen. Wakker blijven is geen kunst. Als het in je eigen leven en je gezin stormt, als alles heen en weer geschud wordt, als je dan kunt zeggen: ‘Heer, ik ben op Uw schip, U bent de stuurman, ik kan gaan slapen, Uw engelen zijn sterker dan de demonen, ik kom niet om’, is er sprake van een groot geloof.

De duivel probeert het net begonnen werk van Jezus te verstoren. Maar Jezus komt niet om, net als zijn uitverkoren leerlingen. Het is zo mooi dat Jezus zegt: ‘Mijn uur is nog niet gekomen’. Dat is ook het mooie als je in verbondenheid met God leeft en weet dat je een taak van Hem gekregen hebt om die te vervullen. De duivel kan op zijn kop gaan staan, maar je mag je taak afmaken. Dat is de zekerheid en de rust van een kind van God.

Er zijn meer voorbeelden van slapen in de grootste storm. Zo was Paulus in de storm. Veertien dagen lang was er geen zon te zien, zelfs geen sterren, het was zo duister en die storm ging zo tekeer dat iedereen bang was. Iedereen had de hoop al opgegeven, behalve Paulus, want hij wist wat de Heer hem gezegd had, namelijk dat hij voor de keizer moest verschijnen. De engel zei tegen Paulus:

  • ‘Maak je maar nergens ongerust over, de Heer heeft allen die met je varen, ook rust gegeven’.

Dat is de geweldige kracht van redding die door de gemeente aan de wereld gegeven werd.

Ook Petrus, die gevangen genomen is, geboeid en al tussen de soldaten (Hand.12) sliep. Hij wist dat hij de volgende morgen terecht gesteld wordt, maar toch ging hij slapen. Jezus had immers tegen hem gezegd: ‘Als jij oud geworden bent…’ Op dat moment was Petrus nog niet oud, hij wist: ik ga nog niet dood, wat er ook gebeurt, ik kom niet om. Hij sliep zelfs zo diep, dat de engel, die hem kwam bevrijden, hem wakker moest schudden. De taak van Petrus was nog niet af, ook al wist hij dat zijn tent later zal worden afgebroken. Hij wist net als Paulus dat hij ooit eens zou sterven, maar ze wilden niet een speelbal zijn van satan en zijn stormen, ze wilden niet in zijn macht komen.

Ook wij komen in de storm, als individu en als gemeente, het is de vraag hoe groot ons en uw geloof dan is. Zijn wij bang of blijven wij staan? Jezus zegt – en dat geldt ook nu nog: ‘Er valt geen mus op de aarde buiten de wil van mijn hemelse Vader’. De wachter van (het geestelijk) Israël sluimert en slaapt vandaag ook niet. Misschien ben je ziek, is je lichaam verstoord en uit balans, ben je gehandicapt en afhankelijk van mensen die voor je zorgen. De profeet Jesaja zegt:

  • ‘Ze zullen door het water gaan, maar Ik ben met u. Gaat u door rivieren, ze zullen u niet wegspoelen. Als u door het vuur gaat, zult u niet verteerd wordt. Als u met de vlam kennismaakt, die pijn doet, zult u niet verbranden. Want Ik, de Heer, ben uw God, de Heilige van Israël, Ik ben Uw verlosser’.

Jezus zegt dus: Je zult gered worden als je gelooft. En aan Paulus wordt door een engel dan toegevoegd: ‘allen die met je varen’. Wij hebben in ons leven ook anderen die met ons varen, in het gezin, in de gemeente. We hebben de Woorden van God nodig om ons sterk te maken, zodat we in de rust blijven tijdens beproevingen. Als iemand bang en opgejaagd wordt, is er sprake van klein geloof. Maar als iemand gaat slapen, is er rust en zekerheid. Zo iemand kent het wezen van God, hij begrijpt iets van de Woorden van God, hij kent de blijdschap van de Geest die in hem is. Je komt niet om, God is er ook nog. We komen wel in de storm en we hebben wel veel te leren, maar we komen niet om!

We verwijten echter niemand, die nog niet zover is en in de nood niet overeind kan blijven, maar we willen die lessen juist leren. We zien ook niet neer op hen, aan wie het niet vervuld werd. Hele geslachten zijn voorbij gegaan die het niet begrepen, ze waren ook in de storm, maar konden zelfs Gods stem niet meer horen (Op.6:5,6). We weten dat het Gods genade is dat je niet om komt. Ook wij kennen het evangelie van het koninkrijk van de hemelen en het werkt. Het evangelie van Jezus Christus is verbonden met deze wereld. We zullen dit evangelie moeten uitpluizen; er ons zo in verdiepen dat we er vlees en bloed mee worden zodat we niet schrikken, opgejut en bang worden, want daardoor kan de duivel grip op ons krijgen. Er zal strijd komen, zoals Paulus die in Efeze 6 beschrijft.

Strijd in de hemel

Ervaar je geen strijd en storm? Vraag je dan af of je wel de héle boodschap van het Koninkrijk van de Hemelen hebt aanvaard. Is het héle Bijbelse fundament in je leven gelegd of alleen een paar druppeltjes water gekregen als baby en (pas jaren later) massa’s formulieren opgehoest? De beproeving zal komen zodra je zijn leer aanvaardt. Je hebt kracht nodig om dat te doorstaan. Hij zal met de beproeving de uitkomst geven, dan gaat de beproeving voorbij, maar de kracht van boven blijft in je. Hoe grotere stormen, hoe grotere kracht wij hebben. We halen kracht uit de oorlog: ‘In de oorlog zijn zij sterk geworden!’ (Hebr.11:33,34). Die kracht houden we vast tot in eeuwigheid, die wordt steeds groter, waardoor we koningen kunnen worden en op de troon kunnen zitten.

De demonen bestraft

  • ‘En Jezus lag in het achterschip te slapen op een kussen; en zij wekten Hem en zeiden tegen Hem: Meester, maakt U Zich geen zorgen om het feit om dat wij vergaan? En Hij, wakker geworden, bestrafte de wind en zei tegen de zee: Zwijg, wees stil! En de wind ging liggen en er kwam een grote stilte’ Marc.4:38,39.

De leerlingen maken Jezus wakker, terwijl Hij ligt te slapen. ‘Heer help ons, wij vergaan!’ roepen ze uit. Als het aan hen gelegen had, waren ze inderdaad vergaan. Zij kenden de satanische machten niet, terwijl ze wel de leer van het Koninkrijk van de Hemelen hadden gehoord. Het was nog nooit in de praktijk omgezet. Mattheüs 8 beschrijft een andere volgorde dan onze tekst: Jezus bleef liggen, nadat hij met moeite wakker werd. Hij vraagt waarom zijn leerlingen zo bang zijn. Daarná staat hij pas op en bestraft Hij de storm. Hij spreekt de geestelijke machten aan. Dat is het evangelie ván Jezus Christus. Ieder natuurlijk mens kan Jezus voor gek verklaren, alsof Jezus het verschil tussen maximum en minimumdruk van de atmosfeer weg kan nemen, maar het is wel zo gebeurd, het werd volkomen stil. Ze hebben geluisterd, de leer van Jezus was een leer met gezag.

Er zijn mensen die dierbaar over Jezus spreken, maar als ze zijn leer niet aanvaarden, accepteren ze ook Jezus niet. Jezus sprak nergens anders liever over dan over de geestelijke wereld. Ook wij doen dat heel graag. Er zijn mensen die ons verwijten dat we exclusief zijn, want wij spreken alleen maar over de geestelijke wereld. We zouden aan ‘superieur waan’ lijden. De leer van Jezus maakt je echter tot een ander mens, geheel anders. Daardoor ben je zeker en stellig, iets wat door mensen om ons heen als hoogmoedig wordt betiteld. Maar de leer van het Koninkrijk van de Hemelen is exclusief en superieur. Als je die aanvaardt, voel je je niet klein, maar sterk. In de natuurlijke wereld hoeven wij niets voor te stellen, daar hechten wij niet aan, maar in de geestelijke wereld zijn wij sterk geworden.

Jezus bestraft de demonen. Hij heeft niet boven de storm uit geschreeuwd of gegild, zoals sommige opvoeders tegen hun kinderen schreeuwen. Deze opvoeders staan niet boven hun kinderen, ze hebben geen gezag. Jezus ontleent zijn gezag aan de kennis die Hij geeft. Kennis is macht in de geestelijke wereld. Die kennis moet voorafgaan aan de praktijk. Jezus heeft, vanuit de rust die Hij heeft, de satanische geesten bestraft. Hij zei: ‘Zwijg, wees stil’. De leerlingen staan verbaasd te kijken hoe de storm en de zeebeving Hem gehoorzamen. Zo zie je dat de natuurlijke wereld ondergeschikt is aan de geestelijke wereld, het is er maar een afbeelding van. De werkelijkheid ligt in de geestelijke wereld.

  • Heb je in de geestelijke wereld de overwinning behaald, dan merk je dat ook in de natuurlijke wereld: het schip bereikt de overkant!

>>>>>