
Geen filosofie van mensen
Er zijn twee wegen waarlangs de duivel opereert om zijn macht en invloed in de mens te openbaren. Dat zijn die van zonde en ziekte. Het eindstation van beide is de dood: ‘Als de zonde volgroeid is brengt zij de dood voort’ (Jac.1:15). Ook als de ziekte volgroeid is leidt zij tot de dood. Zonde en ziekte zijn beide overtredingen van de wetten van God en zij verstoren de orde en harmonie die God in de schepping gelegd heeft.
Normaal heeft de pols 70 slagen per minuut. Ziekte verstoort deze wet en aan een abnormale polsslag kan men constateren of de ziekte afneemt of verergert. De gal vervult een functie in het verteringsproces van het voedsel. Wijkt hij om een of andere oorzaak van zijn taak af, dan wordt de harmonie in het spijsverteringsproces verbroken en het hele lichaam ondervindt daarvan de gevolgen. Zoals de mens door ziekte schade lijdt naar het lichaam, zo tast de zonde zijn hele wezen aan. Wie liegt, steelt of in overspel leeft, verbreekt ook de wetten van God die vanaf het begin geweest zijn.
De val van een troonengel

Toch mogen zonde en ziekte niet op één lijn gesteld worden. De zonde voert de mens naar het beeld van de satan en maakt hem tot slaaf van de tegenstander van God, die hem eerst als goede engel geschapen heeft. Satan is uit zichzelf van God afgevallen (Jes.14).
Ziekte maakt hem alleen tot slachtoffer. De zonde maakt scheiding tussen God en de ziel; dat doet de ziekte niet. Daarom hoeven bijvoorbeeld geesteszieken of imbecielen niet van God gescheiden te zijn. Zij zijn, net als kleine kinderen, in hun ouders geheiligd. De sterken dragen de verantwoordelijkheid voor de zwakken, ook voor de geestelijk zwakken. Johannes schrijft: ‘Wie de zonde doet is uit de duivel.’ Want hij bevredigt zijn begeerten en richt zich naar de duisternis. Wanneer de mens echter tegen zijn wil zondigt, wanneer hij dus innerlijk honger heeft naar de gerechtigheid, heeft God voor hem de oplossing, net als voor degene die ziek is. Immers, dan ziet de mens zonde en ziekte als zijn vijand, als demonen die niet bij hem horen. Als hij dan uitroept: ‘Wie zal mij verlossen?’ is het antwoord: ‘Ik dank God door Jezus Christus’ (Rom.7:24,25)
Het lijden en sterven van Jezus Christus heeft een dubbele functie. Er staan merkwaardige uitdrukkingen in de Bijbel over de betekenis van het lijden van Christus:
- ‘Hij heeft Hem voor ons tot zonde gemaakt’ (2 Cor.5:21).
- ‘Hij maakte Hem ziek’ (Jes.53:10).
- ‘Zodat wij, aan de zonde afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven; en door Zijn striemen bent u genezen’ (1 Petr.2:24).
Jezus Christus herstelt de mens naar geest, ziel en lichaam. Wanneer dit gebeurt, wordt de mens weer volkomen gelukkig of zalig. In de hof van Eden waren Adam en Eva vóór hun val gelukkig en wie opnieuw het beeld van God in zich krijgt, ontvangt het ware geluk. Daarom werd Jezus Christus geboren als de Zaligmaker ofwel de Gelukkigmaker. Daarom is Hij de Redder van zondaren, gebondenen en zieken. Ook voor geesteszieken, migrainepatiënten, hysterische patiënten, neuroten en andere gebondenen is geschreven:
- ‘Dat Hij ervoor zou zorgen dat wij, zonder angst en bevrijd uit de hand van de vijand, Hem konden dienen, in heiligheid en rechtvaardigheid, al onze dagen … dankzij de innige barmhartigheid van onze God. Zo ziet Hij naar ons om, laat Hij het licht uit de hoogte schijnen voor wie zitten in duisternis en in de schaduw van de dood, het zal onze voeten naar de weg van de vrede leiden’ (Luc.1:73-79).
Er is geen grotere blijdschap voor Jezus Christus dan wanneer een mens naar zijn beeld herschapen wordt. Om dit te bereiken, heeft Hij voor de mensen geleden en is Hij voor hen gestorven aan het kruis: ‘Om de blijdschap, die vóór Hem lag, heeft Hij het kruis op zich genomen, de schande niet achtende’ (Hebr.12:2). Hij is blij als in ons de zonde en de ziekte wijken. Daarvoor is Hij de dood ingegaan. ‘Om zijn moeitevol lijden zal Hij het zien tot verzadiging toe’ (Jes.53:11). Jezus Christus zal in zijn geredden en verlosten zijn loon ontvangen. Hij ontvangt een volledige maat, samengeperst, geschud en overlopend (Luc.6:38).
- ‘Geluk en genade volgen mij alle dagen van mijn leven’ (Ps.23).
De psalmist kende het dal van diepe duisternis en van de schaduw van de dood, maar toch geloofde hij in de overwinning na de strijd, in de uitkomst na de beproeving, in de bevrijding van geest, ziel en lichaam. Heil betekent heling van alles wat verbroken is. Alleen een evangelist van het Koninkrijk van de hemelen kan zeggen: ‘De Heer is mijn Herder, mij ontbreekt niets.’ Hier is sprake van de overvloed die de overste Herder garandeert door Zijn wil (Joh.10:10). Alleen zij die het eeuwige evangelie geloven, die werkelijk uit die overvloeiende beker drinken willen, beseffen iets van deze rijkdom, die niet verschoven mag worden naar een verre toekomst, maar die nu al gebeurt in het leven.
God haat de zonde, maar ook de ziekte. Zij horen niet in de mens, die naar zijn beeld geschapen is. Zij onteren en beschadigen dit beeld. Merk op hoe ook Jezus de ziekte ziet. In een synagoge is een man met een verschrompelde hand (Marcus 3). De Farizeeën letten op Jezus of Hij deze stumper op de sabbat gaat genezen. Voor zover wij de Schriftuitleggers gelezen hebben, houden zij zich alleen bezig met de slechtheid van deze verblinde leiders van het volk. Niemand denkt eraan zich bezig te houden met de betekenis van Jezus’ eigen woorden:
- ‘Is het geoorloofd goed te doen of kwaad te doen, een leven te redden of te doden?’
Bij Jezus is ziekte nooit een zegen. Het gaat hier over kwaad doen en goed doen, om redden of doden. Let eens op de reactie van veel ‘zich christelijk noemenden’ wanneer men deze woorden van Jezus gebruikt en zij niet weten, dat deze in de Bijbel staan. Men moet wel van zwart wit maken om te beweren dat God en Jezus de ziekte willen of dat zij een zegen is.
In Lucas 14 wordt verteld dat een waterzuchtig man voor Jezus stond. Ook nu horen wij Jezus’ oordeel over de ziekte: ‘Als een zoon of een os van iemand van u in een put valt, wie zal hem er dan niet direct uittrekken?’ Wie ziek is, ligt op de bodem van een put in de modder. Dat is niet een zegen, dat is niet de wil van God. Daarom zal iedereen toch willen helpen? Jezus wil genezen. Hij haat de ziekte. Waar in Jezus geloofd wordt en waar van Hem getuigd wordt, zoals Hij is, daar wijken ziekten en zonden. Een opnieuw geboren christen kan ziek zijn, kan zondigen, maar hij beschouwt zonde en ziekte als vijanden van het kind van God. Zij horen niet bij hem en daarom bidt hij: ‘Verlos ons van het kwaad, veroorzaakt door de satan.’ Zonde en ziekte worden beiden overwonnen door het geloof in het volbrachte werk van Jezus Christus.
Een gebondene vrijgemaakt!

Kijk naar Jezus, luister niet naar de filosofie van mensen die de Woorden van God verdraaien. Geloof niet in de mislukkingen, ook niet in uw eigen leven. Kijk in deze strijd nooit achterom. Alleen de wetenschap dat de Woorden van God de waarheid zijn, geeft de moed om verder te gaan. In Lucas 13 staat dat de satan een vrouw 18 jaar gebonden had, zodat zij volkomen verzwakt was en krom gegroeid. Deze ziekte was dus het werk van de duivel. Maar Jezus ging rond weldoende en genezende allen die door de duivel overweldigd waren (Hand.10:38). Ziekte is van de duivel en zonde is van de duivel.
U wordt opgeroepen tegen het rijk van de duisternis te strijden. U overwint alleen door het geloof in Jezus’ woorden en de kracht van het bloed van het Lam. Wanneer u op de kracht van de zonde in u let, bezwijkt uw hart. De Heer roept u daarom op tot een volkomen geloof in zijn beloften. Geloof dat u in dit leven de volheid van Gods genade en kracht zult ervaren. Daarom spreken wij van het eeuwige evangelie. Wij zijn nog niet volmaakt, noch naar ziel, noch naar lichaam, maar wij zijn op weg. God roept ons om de volmaaktheid te bereiken.