Demonen uitdrijven door zonen van God

  • ‘Als ik door de Geest van God demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij u gekomen’ (Matth.12:28).

In zijn laatste opdracht op aarde gaf Jezus het bevel dat de gelovigen demonen zouden uitdrijven. De werken die Hij gedaan had, moesten ook zij doen. Ook zij waren geroepen de werken van de duivel te verbreken. In Mattheüs 12:28 staat beschreven waarom dit moet gebeuren: ‘Als ik door de Geest van God demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij u gekomen’. Als men enkel bidt: ‘Uw Koninkrijk komt, verlos ons van het kwaad’, zal dit Koninkrijk alléén komen, wanneer men zich beschikbaar stelt om op dezelfde manier de strijd in de hemelse gewesten te voeren als Jezus deed. Hij is het voorbeeld en opnieuw geboren christenen zijn Zijn navolgers. Alléén als zij de demonen weerstaan en verdrijven komt het Koninkrijk van God over hen en niet door een boeddhistisch opgehoest ‘ons vadertje’ als een dood mantra uit de middeleeuwen. 

De verlossing van het kwaad is niet een passief gebeuren dat men lijdzaam ondergaat, maar een actieve instelling om het Koninkrijk van God met zijn vrede, gerechtigheid en blijdschap naar zich toe te halen. In eigen leven moeten de demonen worden bestreden, want de eigen geest weet wat in de mens is (Joh.2:25; 1 Cor.2:11). Gelovigen hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen satans demonen in de onzienlijke wereld van de innerlijke mens. In Lucas 11:21 zegt Jezus: ‘Wanneer een sterk, goed bewapend man zijn huis bewaakt, is zijn bezit veilig’. Adam bewaakte zijn hof niet en veroorzaakte hierdoor een ramp van wereldformaat. Door de demonen te weerstaan bewaakt men zijn eigen leven, beschermt men zijn gezin en vangt men de grote en kleine vossen, die de wijngaard bederven. In deze strijd wordt men sterk en kan men ook de zwakke helpen. 

De grote weerstand vandaag

Mattheüs 12:23 beschrijft de weerstand die de duiveluitbanning bij de rechtzinnige Farizeeën opwekte. Bij de orthodoxie gebeuren immers zulke dingen niet. Zij houdt zich bezig met datgene wat diepzinnige denkers in het verre verleden op schrift hebben gesteld. Haar religie bestaat in het omzien naar wat de voorvaders beleden. Daarom zijn zulke rechtzinnigen ongeschikt voor het Koninkrijk van God. Hun autoriteit berust op datgene wat voorbijgegane generaties bezighield. Toen de Farizeeën met de werken van Jezus geconfronteerd werden, wekte dit hun ergernis op. Zij weigerden de geestelijke weg te gaan en beschuldigden de Meester, dat deze door middel van Beëlzebul de demonen uitwierp. Net als vandaag. 

Toen Nicodémus de leiders opriep om zich eerst eens te verdiepen in wat Jezus eigenlijk leerde, werd diens raad in de wind geslagen met een beroep op het verleden: ‘Ga maar na en zie, dat uit Galiléa geen profeet opstaat’ (Joh.7:52). Dat de Heer door zijn afkomst juist de profetie uit Jesaja vervulde en dat in deze landstreek van de heidenen het licht opgaan zou, ontging hun. De fundamentalisten stelden Jezus gelijk aan een toverdokter of geestenbezweerder uit heidense landen:

  • Welke kerkhervormers wierpen in het verleden demonen uit of spraken in nieuwe talen?
  • Waarom spreken de belijdenisgeschriften nooit over de strijd in de hemelse gewesten?
  • Welke synode houdt zich hiermee bezig?

Een nieuwe generatie

Jezus wees op een komende generatie, toen Hij zei:

  • ‘En als ik inderdaad door Beëlzebul demonen uitdrijf, door wie drijven uw eigen mensen ze dan uit?’ (Matth.12:27).

Deze zonen van de Farizeeën zaten met onoplosbare problemen. Het dorre, dode leven van hun rechtzinnige ouders, hun vreugdeloze godsdienst en hun doorgevoerd systeem van wetten en voorschriften drukten als een zware last op hen. Ook zagen zij dat de groep mensen die zich verzameld hadden, zich in hun nood om Jezus verdrongen en dat ze ‘buiten zichzelf’ of letterlijk ‘in extase’ waren van blijdschap. Overal waar de rabbi uit Nazareth verscheen, liepen de leerhuizen leeg, omdat de kerkverlaters uitzagen naar de redding en herstel van de beschadigde en door demonen aangetaste mens. Deze zonen begrepen dat er wat veranderen moest. Zelfs veel oversten (de religieuze en politieke leiders) geloofden in Jezus. Knarsetandend moesten de Farizeeën erkennen: ‘Kijk, de hele wereld loopt Hem achterna’ (Joh.12:42,19). Zij werden daar absoluut niet blij van.

De eerste charismatische beweging

Deze zonen van de kerkelijke aristocratie vormden de oudste charismatische beweging in de geschiedenis. Dit nieuwe geslacht onderkende zijn tijd en was niet meer tevreden met het oude patroon. Toch wilden ze de historische kerk niet loslaten, want deze had toch de oudste papieren. Ze kon teruggaan tot Mozes, de man van God. Haar bijeenkomsten waren eeuwenlang de plaatsen waar de redding zich openbaarde. Bij hen was:

  • ‘de God die hen als zijn kinderen heeft aangenomen en aan wie hij zijn nabijheid, de verbonden, de wet, de tempeldienst en de beloften heeft gegeven’ (Rom.9:4).

Het doel van de zonen was dit uitdrijven van demonen een wettige plaats te geven in het Jodendom om zo een revival te maken. Zij geloofden in de naam van Jezus en op grond daarvan dreven ze de demonen van satan uit en het gebeurde nog ook! De leerlingen hadden het ‘gezien’. In Marcus 9:38 wordt vermeld, dat Johannes de Meester op zo’n exorcist attendeerde:

  • ‘Wij hebben iemand gezien die in uw naam demonen uitdreef en we hebben geprobeerd hem dat te beletten omdat hij zich niet(!) bij ons wilde aansluiten’.

De zeven zonen van Sceva

Tot in de hoogste kringen kwam het voor dat men in de naam van Jezus mensen bevrijdde. Lucas beschrijft in Handelingen 19:13-16 dat er enige rondreizende joodse geestenbezweerders in de naam van Jezus, die Paulus leerde, demonen uitwierpen. Het woord ‘exorcist’, geestenbezweerder, komt in de Bijbel alleen dáár voor. Deze ‘duiveluitbanners’ waren zeven zonen van Sceva, een joodse opperpriester. Zij hoorden dus bij de priesterlijke kaste, waaruit de hogepriester werd gekozen. In de kracht van Jezus’ naam dreven zij de boze geesten uit. Zij hechtten gróte waarde aan hun geschriften (verg. de bijbelgordels en Rome…) en meenden hierdoor het geheim van Jezus’ kracht te hebben overgenomen. Om elke twijfel uit te sluiten (er waren meer personen die Jezus heetten) bezwoeren zij zelfs bij ‘de Jezus die Paulus predikte’ en voor wie de demonen weken. Hieruit bleek wel dat deze charismatische jongeren ruim oecumenisch dachten. Het wilde immers wel wat zeggen, als een voorname jood de naam van de apostel in gunstige zin gebruikte. Deze werd toch als leider van het anti-judaïsme, ‘een eerste voorstander van de sekte van de Nazireeërs’ beschouwd (Hand.24:5).

Het advies van Jezus

Jezus adviseerde zijn leerlingen ten opzichte van deze vertegenwoordiger van de charismatische beweging met de woorden:

  • ‘Belet het hem niet. Want iemand die een wonder doet in mijn Naam kan onmogelijk het volgende moment kwaad van Mij spreken. Wie niet tegen ons is, is voor ons’ (Mark 9:39,40).

Jezus bedoelde: geef ze de tijd om tot een radicale beslissing te komen. Ze zijn niet ver van het Koninkrijk van God. Op dit ogenblik staat deze opwekkingsbeweging nog positief ten opzichte van mijn leer over het Koninkrijk van de hemelen. Nu komt er een ontwikkelingsproces en dan zullen ze naar de ene of andere kant gaan. Paulus schreef later over hen die hem niet volgden:

  • ‘Maar wat doet het er eigenlijk toe! Wat telt is dat Christus gebracht wordt. Of het nu uit valse of oprechte motieven gebeurt, dát het gebeurt verheugt me’ (Fil.1:18).

Tegenwoordig merkt men op allerlei manieren dat het officiële kerkdom van nu weinig of niets meer te bieden heeft. Daarom zijn er massa’s kerkverlaters. De verouderde leerstellingen spreken de moderne mens niet meer aan, want ze hebben geen intrinsieke waarde. De geest wordt ook niet bevredigd door een voortdurende confrontatie met verzonnen en geforceerde sociale rampen en zich ‘christelijk’ noemende, politieke partijtjes. Vandaar de grote belangstelling voor allerlei paranormale verschijnsels en mystieke oosterse godsdiensten. Is het een wonder dat de charismatische opleving van hoogkerkelijke zijde wordt toegejuicht?

Eeuwen vol rampen

Alle kerkverlaters hebben echter wél specifiek de erfzondeleer meegenomen naar alle werelddelen. Deze leer is funest voor ieder mens en is vaak gekoppeld aan de geesten van verwerping, hysterie en weerspannigheid. Een satanisch trio wat inmiddels een serieuze bedreiging vormt voor allen die op de aarde wonen. Het beest uit de zee, Apollyon, krijgt daarmee vrije toegang tot vrijwel alle mensen om hen verder te vernietigen, samen met dé antichrist:

  • ‘U ziet, broer, hoeveel tienduizenden Joden er zijn die geloven; en zij zijn allemaal ijveraars voor de wet!’

In Handelingen 6:7 staat, dat veel priesters gehoor gaven aan het geloof, hoewel ze de overbodig geworden slavendiensten in de tempel bleven uitvoeren. Vol trots vertelden de Joden-christenen aan Paulus, dat duizenden van hun volksgenoten gelovig waren geworden en dat zij tegelijk nog vol overtuiging onder de wet leefden (Hand.21:20). Zij probeerden een nieuwe lap op het oude kleed te zetten!

Wij kunnen ons voorstellen dat dit soort ‘Pinksteren’ onder leiding van Jacobus door het establishment van Jeruzalem werd getolereerd. Het grote gevaar dreigde immers van de kant van het nieuwe ‘Wetsvrije Pinksteren’, dat door de onvermoeibare Paulus overal werd gebracht. Zijn evangelie veroorzaakte de breuk met de oude kerk. Jezus zei in dit verband: ‘Wie niet met mij verzamelt, die verstrooit’. Hij wil dat de mens niet alleen in de vrijheid wordt gesteld, maar ook dat deze zich bij een gemeente voegt, waarin hij bescherming geniet en opgebouwd wordt tot een mens van God, die tot alle goede werken volkomen is toegerust (2 Tim.3:16,17).

Een opgeruimd huis of een nieuwe gevangenis?

Jezus wees tenslotte in dit verhaal erop, dat een onreine geest een mens kan verlaten om dan later terug te keren met andere demonen, die sterker waren dan hijzelf. In de onzienlijke wereld had het geloof in de naam van Jezus mensen bevrijd. Het levenshuis was leeg en werd daarna in orde gebracht. Het herstel was gebeurd en het Koninkrijk van God geopenbaard. Maar wat waren de intenties van de ‘vrije’ exorcisten? Zij brachten zo’n bevrijde en genezen mens onder de slavernij van het wetticisme en leringen, die de mens nooit tot volkomenheid konden brengen. Terecht had Johannes gezegd: ‘Wij zien iemand duivelen uitwerpen die zich niet bij ons aansluit’. De leerlingen hadden alles achtergelaten om Jezus te volgen, maar deze stap werd niet door de charismatische beweging gedaan. Ze bleef het oude wat geen zegen gegeven had, toch vasthouden.

Dit komt overeen met wat tegenwoordig gebeurt. Wie Jezus volgt, moet de leugen en dwalingen wél loslaten (Openb.14:4,5). Zo loochent de charismatische beweging zelfs de doop met Gods Geest. Zij houdt vast aan de leer, dat iedere gelovige automatisch Gods Geest bezit, of als kind al bij het vormsel ontvangen heeft. Dat de hemelse Vader Zijn Geest geeft aan gelovigen die Hem erom bidden, wordt vanwege dit inzicht van de hand gewezen (Luc.11:13). Jezus waarschuwde: ‘wacht maar af!’

Wanneer valse leringen worden gebracht en niet op de levensheiliging gewezen wordt, keert de boze geest terug met andere demonen, die sterker zijn dan hijzelf. Zij vullen dan de lege woning. Zulke exorcisten verstrooien, dat wil zeggen dat zij de mensen samen brengen in het grote Babylon, waar de verwarring heerst en men samen op weg is naar het rijk van de antichrist. Het laatste van zo’n mens wordt dan erger dan het begin. Het is daarom van groot belang om, wanneer men van zijn vijand verlost is, Jezus te volgen in zijn leer over het Koninkrijk van de hemelen. Ook moet men breken met een ontrouw schijnchristendom, dat geen rekening houdt met het volgen van Jezus, noch van het doel van God in het herstel van de mens en schepping. Met de rampen vandaag als oogst!