Het mosterdzaadje

  • ‘Hij vertelde hun een andere gelijkenis: ‘Het koninkrijk van de hemelen lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn akker zaaide. Het is dan wel het kleinste van alle zaden, maar het groeit uit tot de grootste onder de planten. Het wordt een struik en de vogels van de hemel komen nestelen in de takken’ (Matth.13:31,32).

Bij de gelijkenis van het mosterdzaadje gebruikt de Heer het beeld van de verfijnde landbouw. De groentekweker was in die dagen een landbouwer in het klein. In tegenstelling tot de korenakkers in de vorige gelijkenissen, bewerkt hij zijn tuin met alle zorg, om zoveel mogelijk profijt van zijn grond te hebben. Het gaat bij hem om de fijnere producten zoals: de munt, de dille en de komijn, waarvan de stipte Farizeeër angstvallig de onbetekenende tienden naar de tempel bracht. De man, over wie Jezus nu spreekt, had zo’n moestuin. Hij zaaide daar het mosterdzaad. In het gedeelte van Lucas 13:18-21 is sprake van een zaaien in zijn tuin, in plaats van ‘in zijn akker’.

Bijbehorende artikelen:

  1. Bomen – beelden van machten
  2. Het mosterdzaadje wordt oneindig groot